Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2007:BB1044

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30-07-2007
Datum publicatie
03-08-2007
Zaaknummer
13/420932-07 en 13/421786-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

400 euro boete voor weigeren ambtelijk bevel, belediging politie-agent en majesteitsschennis

Bij het verwijt van majesteitsschennis moet de vraag worden gesteld of wellicht sprake is van een maatschappijkritische of politieke meningsuiting die bescherming verdient. Anders gezegd: publieke ambtsdragers, waaronder ook de koningin, moeten tegen een stootje kunnen, zeker in Amsterdam.

In de context van deze zaak is echter van een beschermenswaardige meningsuiting niet gebleken. Bij verdachtes aanhouding heeft hij allereerst ten overstaan van de agenten de Hitlergroet gebracht en zijn afkeer van blanke Nederlanders geventileerd. Later heeft verdachte getracht agent Jongerling persoonlijk te kwetsen door hem de ziekte kanker toe te wensen. Toen verdachtes provocaties in zijn ogen niet genoeg effect hadden, heeft hij in het openbaar opzettelijk in zeer grove bewoordingen zijn beledigingen gericht aan de Koningin. Die bewoordingen kunnen moeilijk anders worden opgevat dan als gericht tegen de Koningin persoonlijk. Deze bewoordingen hadden slechts ten doel zijn persoonlijke frustraties te uiten. Een beroep op het grondrecht van vrije meningsuiting kan daarom niet slagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2007, 235

Uitspraak

Parketnummers: 13/420932-07 en 13/421786-06 (vordering tul)

AANTEKENING VAN HET MONDELING VONNIS

gewezen door mr. M.F.J.M. de Werd, politierechter in de rechtbank te Amsterdam, ter openbare terechtzitting van 30 juli 2007 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren te Paramaribo (Suriname) op [geboortedatum],

ingeschreven op het adres

[adres] Amsterdam.

1. Inhoud van de telastelegging

Aan verdachte is telastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 07 juni 2007 te Amsterdam opzettelijk beledigend (een)

ambtena(a)r(en), te weten [agent], gedurende en/of ter zake van de

rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, te weten met

fietssurveillance belast in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft

toegevoegd de woorden "Jij bent een kankerlijer" en/of "Ik hoop niet dat je

tyfus krijgt, maar kanker", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of

strekking;

2.

hij op of omstreeks 7 juni 2007 te Amsterdam opzettelijk in het openbaar

beledigend de Koningin, H.M. Beatrix Wilhelmina Armgard Koningin der

Nederlanden, prinses van Oranje-Nassau, prinses van Lippe-Biesterfeld, heeft

toegevoegd de woorden "Ik haat jullie Koningin. De Koningin van Nederland is

een hoer. Ik ga haar een keer in haar reet neuken. Dat vindt ze lekker",

althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

3.

hij op of omstreeks 6 januari 2007 te 13.38 uur te Amsterdam opzettelijk niet

heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of

2.6B van de Algemene Plaatselijke Verordening 1994, in elk geval krachtens

wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde

een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel,

inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 1 Centrum,

althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich

daar gedurende 24 uur niet meer te bevinden.

2. Alle gebruikte bewijsmiddelen en andere gronden voor de bewezenverklaring

Uit de inhoud van de processen-verbaal, zoals weergegeven in het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting, volgen de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de politierechter heeft beslist dat verdachte de telastegelegde en hierna bewezen verklaarde feiten heeft begaan.

De bewijsmiddelen worden voor de verschillende feiten gebruikt zoals in het proces-verbaal is aangegeven.

3. Bewezenverklaring

Bewezen is dat verdachte:

1.

op 7 juni 2007 te Amsterdam opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [agent], gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, te weten met fietssurveillance belast in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden “jij bent een kankerlijer”;

2.

op 7 juni 2007 te Amsterdam opzettelijk in het openbaar beledigend de Koningin, H.M. Beatrix Wilhelmina Armgard, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, Prinses van Lippe-Biesterfeld, heeft toegevoegd de woorden “De Koningin van Nederland is een hoer. Ik ga haar een keer in haar reet neuken. Dat vindt ze lekker”.

3.

op 6 januari 2007 te 13.38 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en 177 van de Gemeentewet en 2.6B van de Algemene Plaatselijke Verordening 1994, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende – zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 1 Centrum te verwijderen en zich daar gedurende 24 uur niet meer te bevinden.

De politierechter overweegt daarbij het volgende.

Bij het verwijt van majesteitsschennis moet de vraag worden gesteld of wellicht sprake is van een maatschappijkritische of politieke meningsuiting die bescherming verdient. Anders gezegd: publieke ambtsdragers, waaronder ook de koningin, moeten tegen een stootje kunnen, zeker in Amsterdam.

In de context van deze zaak is echter van een beschermenswaardige meningsuiting niet gebleken. Bij verdachtes aanhouding heeft hij allereerst ten overstaan van de agenten de Hitlergroet gebracht en zijn afkeer van blanke Nederlanders geventileerd. Later heeft verdachte getracht agent [agent] persoonlijk te kwetsen door hem de ziekte kanker toe te wensen. Toen verdachtes provocaties in zijn ogen niet genoeg effect hadden, heeft hij in het openbaar opzettelijk in zeer grove bewoordingen zijn beledigingen gericht aan de Koningin. Die bewoordingen kunnen moeilijk anders worden opgevat dan als gericht tegen de Koningin persoonlijk. Deze bewoordingen hadden slechts ten doel zijn persoonlijke frustraties te uiten. Een beroep op het grondrecht van vrije meningsuiting kan daarom niet slagen.

Ook dit feit - belediging van de Koning - is derhalve wettig en overtuigend bewezen.

4. Kwalificatie en toegepaste artikelen

1. Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

2. opzettelijke belediging van de Koning;

3. opzettelijk niet voldoen aan een bevel krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een amtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23, 24c, 57, 63, 111, 184, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht.

5. Beslissing omtrent de strafbaarheid van de feiten en van verdachte

De bewezenverklaarde feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Verdachte is strafbaar. Er zijn geen bijzondere omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

6. Opgelegde straf of maatregel

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door hem bewezen geachte feiten 1, 2 en 3 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met aftrek van voorarrest, dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn vordering en dat de tenuitvoerlegging van de aan verdachte bij vonnis van 30 november 2006 van de politierechter te Amsterdam opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 (één) week zal worden gelast.

Het is niet de eerste keer dat verdachte met de rechter in aanraking komt. Verdachte heeft een jarenlange geschiedenis met politie en justitie en bezorgt veel mensen veel overlast. Kennelijk is verdachte in de loop der tijd gefrustreerd geraakt over zijn maatschappelijke positie en zijn kansen hier in Nederland.

Maar zijn persoonlijke situatie mag niet het enige zijn waar we het vandaag over hebben. De agent die verdachte heeft beledigd deed gewoon zijn werk, maar verdachte vond het blijkbaar nodig om hem persoonlijk te kwetsen. Dat is ook gelukt, zo hebben wij in het voegingsformulier kunnen lezen.

Bij het opleggen van een straf moet naar mijn idee met name een rol spelen dat sprake is van een toenemende verruwing van burgers tegenover gezagsdragers - bijvoorbeeld agenten - die waken over onze veiligheid. Daarbij past niet dat - zoals verdachte doet - wij ons op straat zomaar laten gaan.

De politierechter komt voor alledrie de feiten gezamenlijk tot oplegging van een geldboete ter hoogte van € 400,- (vierhonderd euro). Als verdachte niet betaalt en verhaal niet mogelijk is, zal de boete worden vervangen door 8 dagen hechtenis.

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

Op 30 november 2006 is verdachte door de politierechter te Amsterdam in de zaak met parketnummer 13/421786-06 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één week. Daarbij is de voorwaarde opgelegd dat hij voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren geen strafbaar feit pleegt.

Uit de stukken van het dossier blijkt dat de bewezenverklaarde feiten zijn begaan voor het einde van de proeftijd.

De politierechter ziet hierin aanleiding de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke straf te gelasten.

De vordering van de benadeelde partij

De vordering van de benadeelde partij [agent] is niet eenvoudig genoeg om in deze strafzaak te worden behandeld. De benadeelde partij is daarom niet-ontvankelijk in zijn vordering. Hij kan die nog wel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.