Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2010:BO2563

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
27-10-2010
Datum publicatie
02-11-2010
Zaaknummer
114998 / KG ZA 10-25
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering afschrift van bescheiden ex artikel 843a Rv. Eiser heeft geen rechtmatig belang, nu de gevorderde bescheiden niet nodig zijn om een procedure te starten. Bovendien zijn de gevorderde bescheiden onnodig voor een behoorlijke rechtsbedeling, nu het bewijs ook langs andere weg kan worden verkregen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2010/454
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 114998 / KG ZA 10-252

datum vonnis: 27 oktober 2010 (yc)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[eiser]

wonende te [woonplaats]

eiser,

verder te noemen [eiser],

advocaat: mr. E.P. Cornel te Enschede,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Inserva Haaksbergen B.V.,

gevestigd te Haaksbergen,

gedaagde,

verder te noemen Inserva,

advocaat: mr. Z. Alkan te Almelo.

1. Het procesverloop

[eiser] heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding. De zaak is behandeld ter terechtzitting van 20 oktober 2010. Ter zitting zijn verschenen: [eiser], vergezeld door mr. E.P. Cornel en [Y], algemeen directeur van Inserva, vergezeld door mr. Z. Alkan. De standpunten zijn toegelicht. Het vonnis is bepaald op vandaag.

2. De vaststaande feiten

2.1 In deze zaak staat het volgende vast.

2.2 [eiser] is per 1 mei 1989 in dienst getreden bij de B.V. Twentsche Kabelfabriek te Haaksbergen en is uit hoofde van het bepaalde in artikel 7:662 en verder van het Burgerlijk Wetboek per 1 januari 2009 in dienst gekomen van Inserva.

2.3 [eiser] is bij Inserva werkzaam geweest in de functie van projectleider.

2.4 Wegens het wegvallen van een groot deel van haar werkzaamheden, heeft Inserva zich genoodzaakt gezien om tot personeelsinkrimping over te gaan.

2.5 Bij brief van 17 mei 2010 heeft Inserva ontslagvergunningen aangevraagd bij het UWV Werkbedrijf te Hengelo (hierna UWV), waaronder met betrekking tot [eiser]. Met bijstand van SRK Rechtsbijstand heeft [eiser] verweer gevoerd tegen de ontslagaanvraag. Op 29 juni 2010 is de ontslagvergunning verleend. Door Inserva is de arbeidsovereenkomst met [eiser] opgezegd tegen 1 oktober 2010.

2.6 Inserva heeft in mei 2010 tevens een ontslagvergunning aangevraagd met betrekking tot [A]. Het UWV heeft geen toestemming verleend. Het dienstverband van [A] is later alsnog beëindigd.

3. De standpunten van partijen

Vordering [eiser]

3.1 [eiser] heeft gevorderd om bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Inserva te gebieden om binnen drie dagen na betekening van het vonnis:

a. aan mr. E.P. Cornel ter beschikking te stellen kopieën van de in de periode van mei 2010 tot en met juli 2010 gevoerde ontslagvergunningprocedures bij UWV tussen Inserva enerzijds en [A] anderzijds;

b. aan mr. E.P. Cornel ter beschikking te stellen kopieën van de beëindigingovereenkomst tussen [A] en Inserva van op of omstreeks juli 2010 en/of de pro forma ontbindingsbeschikking tussen Inserva en [A], gedateerd in juli 2010.

Voorts heeft [eiser] gevorderd dat bepaald wordt dat bij overtreding van ieder van deze geboden Inserva een dwangsom verbeurt van € 1.000,-- per dag of gedeelte daarvan dat niet aan ieder van de genoemde verboden wordt voldaan, met een maximum van € 100.000,--, met veroordeling van Inserva in de kosten van het geding, te vermeerderen met de nakosten ten belope van € 131,--, één en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten, te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening, één en ander, voor zoveel mogelijk, bij voorraad, op de minuut en op alle dagen en uren.

Standpunt [eiser]

3.2 [eiser] voert hiertoe aan dat hij voornemens is SRK Rechtsbijstand aansprakelijk te stellen voor de naar zijn oordeel door haar gemaakte beroepsfout en dat hij tevens voornemens is een kennelijk onredelijk ontslagprocedure te starten tegen Inserva. In dat kader wenst [eiser] op grond van artikel 843a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna Rv) de beschikking te krijgen over de onder 3.1 a en b vermelde stukken, zodat hij deze stukken in de procedures als bewijsmiddel tot zijn beschikking heeft, dan wel zijn rechtspositie mede aan de hand van die stukken kan bepalen.

3.3 [eiser] stelt dat SRK Rechtsbijstand onvoldoende c.q. onjuist verweer heeft gevoerd tegen de ontslagaanvraag. Voorts stelt [eiser] dat Inserva de arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk heeft beëindigd, doordat Inserva in de procedure bij het UWV gebruik heeft gemaakt van een valse dan wel voorgewende reden en doordat Inserva [eiser] op basis van het afspiegelingsbeginsel in juli/augustus 2010 de functie van projectleider had dienen aan te bieden.

3.4 [eiser] stelt dat aan de voorwaarden zoals die worden genoemd in artikel 843a Rv is voldaan.

Standpunt Inserva

3.5 Inserva voert gemotiveerd verweer. Op dit verweer zal – voor zover nodig – hierna worden in gegaan.

4. De beoordeling

4.1. In deze procedure moet beoordeeld worden of Inserva uit hoofde van het bepaalde in artikel 843a Rv gehouden is de onder 3.1 a en b vermelde stukken aan [eiser] ter beschikking te stellen.

4.2 Bij de beoordeling van de vordering van [eiser] moet worden vooropgesteld dat artikel 843a Rv niet voorziet in een onbeperkt recht op inzage van bescheiden jegens degene die deze te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft, maar dat deze bepaling het recht op inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde bescheiden afhankelijk stelt van enkele cumulatieve vereisten. Ingevolge het eerste lid van genoemd artikel moet [eiser] daarbij in elk geval een rechtmatig belang hebben. Verder moet hij afschrift vorderen van bepaalde bescheiden. Bovendien dienen de bescheiden aangaande een rechtsbetrekking te zijn waarbij [eiser] partij is of was.

4.3 Bij de eerste voorwaarde gaat het om de vraag of de gevraagde bescheiden naar maatstaven van redelijkheid noodzakelijk zijn voor de effectuering of instandhouding van het materiële recht dat [eiser] geldend wil maken en derhalve voor de einduitkomst van de procedure, zodat hij een onredelijk nadeel lijdt als de stukken niet te zijner beschikking worden gesteld. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is daar geen sprake van. [eiser] heeft de gevorderde bescheiden niet nodig om jegens SRK Rechtsbijstand en Inserva een procedure te starten. Deze bescheiden zijn niet noodzakelijk voor de effectuering van het materiële recht dat [eiser] geldend wil maken, nu [eiser] bij deze procedures het bewijs van zijn stelling dat SRK Rechtsbijstand een beroepsfout heeft gemaakt respectievelijk dat er door Inserva kennelijk onredelijk ontslag is verleend desgewenst met andere bescheiden en met getuigen kan schragen. Overigens overweegt de voorzieningenrechter dat hetzelfde resultaat zou worden bereikt op grond van het vierde lid van artikel 843a Rv, nu het bewijs ook langs andere weg kan worden verkregen en de bescheiden daarom onnodig zijn voor een behoorlijke rechtsbedeling.

4.4 Gelet op het voorgaande dient de vordering van [eiser] te worden afgewezen.

4.5 [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het geding worden veroordeeld.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. wijst de vordering van [eiser] af;

II. veroordeelt [eiser] in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van Inserva begroot op € 263,-- aan verschotten en € 527,-- aan salaris van de advocaat.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. G.G. Vermeulen, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 oktober 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.