Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2012:BX4016

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
05-07-2012
Datum publicatie
08-08-2012
Zaaknummer
137892 / KG ZA 12-177
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eisers hebben in kort geding primair gevorderd gedaagde te verbieden in de publiciteit te treden met uitlatingen over eisers en subsidiair gedaagde te verbieden in de publiciteit te treden met onjuiste, niet op feiten gebaseerde de eisers beschadigende uitlatingen, suggesties en beschuldigingen, primair en subsidiair gedaagde te veroordelen tot het plaatsen van een rectificatie op zijn website en in de regionale kranten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

SV/AS

KG nummer: 137892 / KG ZA 12-177

datum: 5 juli 2012

Vonnis van de voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding

in de zaak van:

1.de vereniging WONINGBOUWVERENIGING "BETER WONEN",

gevestigd te Wieringen,

en haar bestuursleden

2.[NAAM EISER 2],

wonende te Hippolytushoef,

3.[NAAM EISER 3],

wonende te Hippolytushoef,

4.[NAAM EISER 4],

wonende te Amsterdam,

EISERS IN KORT GEDING bij dagvaarding van 14 juni 2012,

advocaat mr. P.D. van de Reep te Alkmaar,

tegen:

[NAAM GEDAAGDE],

wonende te Hippolytushoef

gedaagde in kort geding,

advocaat mr. S.L. Sarin.

Eisers zullen verder gezamenlijk worden genoemd Beter Wonen c.s., en afzonderlijk Beter Wonen, [eiser 2], [eiser 3] en [eiser 4]. Gedaagde zal verder ook worden genoemd [gedaagde].

1. HET VERLOOP VAN HET GEDING

Eisers hebben gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.

Op 21 juni 2012 heeft [gedaagde] een verweerschrift ingediend.

Op 25 juni 2012 heeft een zitting plaatsgevonden, waar eisers sub 2 en 3 zijn verschenen, bijgestaan door mr. Van de Reep voornoemd. Voorts was aanwezig de heer A.J.M. Leenders, lid van de commissie Raad van Toezicht.

Gedaagde is verschenen, bijgestaan door mr. Sarin voornoemd. Voorts waren onder anderen aanwezig mevrouw [naam 1], de heer [naam 2] en de heer [naam 3], allen geroyeerde leden van Beter Wonen.

De inhoud van alle stukken wordt als hier ingelast beschouwd.

2. DE UITGANGSPUNTEN

2.1 Beter Wonen is een woningbouwvereniging en heeft ongeveer 1150 leden (huurders). Het huidige bestuur is ruim 2,5 jaar in functie. [eiser 4] is bij Beter Wonen werkzaam als hoofd administratie.

2.2 [gedaagde] was lid van de Raad van Toezicht van Beter Wonen. In verband met de wijze waarop de Raad van Toezicht haar taken heeft vervuld, heeft de algemene ledenvergadering op 5 maart 2010 een motie aangenomen strekkende tot ontslag van de toen nog zittende leden van die Raad, waaronder [gedaagde]. Deze leden zijn vervolgens op 23 maart 2010 afgetreden.

2.3 Voorafgaand aan dit bes[naam 3] heeft het bestuur van Beter Wonen de Raad van Toezicht en haar individuele leden in kort geding gedagvaard. Die leden hebben zich voorzien van rechtsbijstand om zich te verweren tegen de vordering. Ook voordien hadden zij zich in relatie tot de uitoefening van hun taken als (leden van de) Raad van Toezicht al voorzien van (juridische) bijstand.

2.4 Bij tussenvonnis van deze rechtbank van 13 juli 2011 is een vordering van de genoemde leden (waaronder [gedaagde]) tegen Beter Wonen tot betaling van deswege ontvangen facturen en tot voldoening van bezoldiging grotendeels afgewezen op de grond dat - zakelijk weergegeven - de door de voormalige Raad van Toezicht gemaakte kosten niet kunnen worden aangemerkt als kosten gemaakt in het kader van een redelijke taakuitoefening. Daarbij is bepaald dat slechts de kosten gemaakt tot 18 december 2009 voor vergoeding in aanmerking komen.

2.5 [gedaagde] en [naam 4] hebben op 15 juli 2011 een ingezonden brief in de Wieringer courant geplaatst. Beter Wonen en [eiser 4] hebben aanstoot genomen aan de inhoud van die publicatie en hebben [gedaagde] en [naam 4] in kort geding gedagvaard met een vordering om hen te verbieden in de publiciteit te treden met onjuiste, beschadigende uitlatingen, suggesties en beschuldigingen over Beter Wonen. Bij vonnis van 1 september 2011 is die vordering afgewezen. Daarbij heeft de rechter overwogen dat "de uitlatingen van [gedaagde] c.s. - mede gelet op de samenhang met de overige publicaties - (...) niet dusdanig ernstig (zijn) dat nu al voldoende grond bestaat voor toewijzing van de ingestelde vorderingen. [gedaagde] c.s. moeten wel beseffen dat, wanneer zij voortgaan met het doen van publieke uitlatingen als de onderhavige, de balans naar de andere zijde kan doorslaan, met alle gevolgen van dien."

2.6 [gedaagde] is in maart 2012 begonnen met het plaatsen op zijn website van een reeks door hem geschreven artikelen met titels die telkens beginnen met "Oud-Toezichthouders moeten bloeden...". De artikelen bevatten beschouwingen over de gang van zaken binnen Beter Wonen zowel vóór als na het terugtreden van [gedaagde] als lid van de Raad van Toezicht en de rol van het bestuur en de Raad van Toezicht daarbij. De beschouwingen zijn, in [gedaagde]s eigen woorden "te beschouwen als columns. Ze zijn opiniërend, prikkelend, tot nadenken dwingend, hier en daar met ironie, scherpe toonzetting en overdrijving."

2.7Beter Wonen c.s. heeft [gedaagde] bij brief, door [gedaagde] op 4 mei 2012 ontvangen, gesommeerd zich te onthouden van publicatie van lasterlijke en smadelijke artikelen en de geplaatste artikelen te verwijderen en verwijderd te houden van zijn website.

2.8[gedaagde] heeft de artikelen op 5 mei 2012 van zijn site verwijderd onder gelijktijdige plaatsing op die site van de sommatiebrief van Beter Wonen alsmede de strofe "Monddood-eerst de lokale pers, nu deze blog". Daarbij heeft [gedaagde] aangekondigd dat de artikelen weer teruggeplaatst zouden worden als de dreiging van een rechtszaak zou zijn weggenomen. Ook bleef een opsomming van de titels van de verwijderde artikelen op de site vermeld.

2.9Op 8 mei 2012 heeft Beter Wonen [gedaagde] gesommeerd om ook de genoemde titels van de site te verwijderen. Daarbij heeft Beter Wonen aangekondigd [gedaagde] in rechte te zullen gaan betrekken.

2.10[gedaagde] heeft daarop de lijst met de opsomming van de eerder geschreven artikelen verwijderd alsmede de mededeling dat hij de artikelen weer zou plaatsen zodra de dreiging van een rechtszaak zou zijn verdwenen.

2.11Op 9 mei 2012 heeft [gedaagde] via twitter aangekondigd: "Dag 6 Blog op slot/ Mooi niet. Lees morgen verder over de kleine woningcorporatie in NH waar oud-TZH'ers bloeden.".

2.12Op 10 mei 2012 waren de artikelen van [gedaagde] geplaatst op de site "Doofpotten gekraakt".

2.13Bij brief van 11 mei 2012 heeft Beter Wonen [gedaagde] gesommeerd de artikelen van de site "Doofpotten gekraakt" te verwijderen.

2.14Aan een door Beter Wonen c.s. overgelegde productie wordt het volgende ontleend.

Betreft: Samenvatting van het rapport d.d. 30 september 2010 van Integis BV

Integis heeft in opdracht van het Bestuur van Woningbouwvereniging

Beter Wonen (hierna: Beter Wonen) in 2010 een forensisch onderzoek uitgevoerd. De rapportage is aan de opdrachtgever uitgebracht op 30 september 2010 en beslaat 155 pagina's exclusief bijlagen.

Naar de mening van zowel de opdrachtgever als Integis leent het rapport zich niet voor integrale openbaarmaking. Een belangrijke reden hiervoor is dat in het rapport veel (gedetailleerde) gegevens en meningen zijn opgenomen die betrekking hebben op personen en partijen.

Vanaf oktober 2010 hebben opdrachtgever en Integis dan ook overlegd en gecorrespondeerd over het opstellen van een samenvatting van het rapport die geschikt is voor algehele verspreiding. Onderstaand treft u de bedoelde samenvatting van de belangrijkste bevindingen aan van het door Integis verrichte onderzoek. Wij geven u toestemming dit schrijven desgewenst verder te verspreiden.

1 De opdracht

Beter Wonen heeft Integis gevraagd een onderzoek te verrichten naar:

* mogelijke onregelmatigheden in relatie tot declaraties van een architectenbureau, in het bijzonder de aan de architect betaalde bedragen en de juistheid en volledigheid van de grondslagen (facturen, contracten, afspraken) daarvan;

* mogelijke onregelmatigheden in relatie tot de aanschaf door Beter Wonen van grond(en) en ander(e) onroerend(e) goed(eren) over de periode 2003 tot 2010;

* sinds 1januari 2005 door Beter Wonen met leveranciers aangegane verplichtingen van minimaal 100,000, in het bijzonder de vaststelling of en in welke mate de verplichtingen zijn aangegaan conform interne richtlijnen voor het aangaan van

verplichtingen;

* de verstrekte vergoedingen aan het Hoofd Administratie c.q. Beter Beheer Nederland BV over de jaren vanaf 2005, in het bijzonder de juistheid en volledigheid van de grondslagen (facturen, contracten, afspraken) daarvan.

(...)

3 Bevindingen van algemene aard.

"Het onderzoek heeft niet geleid tot aanwijzingen dat zich ten aanzien van de objecten van onderzoek strafbare feiten hebben voorgedaan. Dit houdt in dat wij ook geen aanwijzingen hebben dat personen en/of partijen zich onrechtmatig hebben bevoordeeld; aanwijzingen voor fraude hebben wij dan ook niet aangetroffen."

"De financië1e administratie van Beter Wonen is goed toegankelijk en maakt een verzorgde indruk, De overige vastleggingen, waaronder de vastleggingen ten aanzien van de bes[naam 3]vorming en informatievoorziening, laten echter tekortkomingen zien. Tegen deze achtergrond is het van belang op te merken dat de relatief beperkte omvang van Beter Wonen (mede) invloed heeft op de kwaliteit van de administratieve organisatie die op onderdelen voor verbetering vatbaar is".

Verder wordt in de samenvatting vermeld:

* dat aan de onderzochte betalingen aan een architectenbureau facturen ten grondslag hebben gelegen, dat de in rekening gebrachte honorarium op BNA-regels zijn gebaseerd en als zodanig gangbaar is;

* dat een viertal onderzochte onroerend goed aankopen passen binnen de sociale kerntaak van woningbouwcorporaties en dat er geen aanwijzingen zijn aangetroffen dat sprake zou kunnen zijn van ongebruikelijke transacties;

* dat de uurtarieven die voor de door het Hoofd Administratie verrichte werkzaamheden in rekening zijn gebracht als marktconform kunnen worden beschouwd, dat geen consistente lijn is te ontdekken met betrekking tot het accorderen van de facturen, de bijbehorende urenoverzichten en de betalingen maar dat gesteld noch gebleken is dat niet zou zijn gepresteerd conform de in rekening gebrachte bedragen.

3. DE VORDERING EN DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 Beter Wonen c.s. vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

Primair:

1. [gedaagde] verbiedt met onmiddellijke ingang in de publiciteit te treden met uitlatingen over Beter Wonen c.s., op straffe van een dwangsom van [euro] 5.000,- per keer dat het verbod wordt overtreden, met een maximum van

[euro] 100.000,-;

Subsidiair:

2. [gedaagde] verbiedt met onmiddellijke ingang in de publiciteit te treden met onjuiste, niet op feiten gebaseerde, de vereniging, haar bestuur en mevrouw [eiser 4] beschadigende uitlatingen, suggesties en beschuldigingen op straffe van een dwangsom van [euro] 5.000,- per keer dat het verbod wordt overtreden met een maximum van [euro] 100.000,-;

Primair en subsidiair:

3. [gedaagde] veroordeelt tot het plaatsen van een rectificatie op zijn website en in de regionale kranten op straffe van een dwangsom van [euro] 5.000,- per dag dat niet aan de veroordeling wordt voldaan, met een maximum van [euro] 100.000,-;

4. met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis.

3.2 Beter Wonen c.s. heeft aan de vordering - samengevat - ten grondslag gelegd dat [gedaagde] onrechtmatig handelt jegens Beter Wonen c.s. door zich op de door hem onderhouden website aanhoudend beschuldigend uit te laten over Beter Wonen c.s. Beter Wonen c.s. acht in het bijzonder de onverholen beschuldigingen over fraude en over het ontbreken van (wettelijk) toezicht op het bestuur een aantasting in eer en goede naam van Beter Wonen c.s. Daarbij bedient [gedaagde] zich van velerlei, niet onderbouwde uitingen, die door het publiek en betrokken instanties ten onrechte als alarmsignalen omtrent misstanden kunnen worden begrepen.

3.3 [gedaagde] heeft verweer gevoerd aan de hand van een verweerschrift. [gedaagde] stelt dat hij heeft besloten te schrijven over Beter Wonen c.s. omdat de regionale krant Wieringer Courant en de lokale website Wieringernieuws.nl niet meer schrijven over Beter Wonen c.s. nadat deze had gedreigd met een rechtszaak. [gedaagde] stelt dat hier sprake is van zelfcensuur, en acht dit een ernstige afgedwongen inbreuk op de persvrijheid.

[gedaagde] stelt dat de 22 artikelen op zijn website zijn geschreven met de grootste zorgvuldigheid.

Hij bestrijdt de inhoudelijke bezwaren die Beter Wonen c.s. tegen de inhoud heeft en handhaaft de in de artikelen vermelde conclusies dat het bestuur van Beter Wonen c.s. informatie achterhoudt, niet transparant is, nalaat onafhankelijk toezicht te organiseren, financieel een 'carte blanche' heeft, zich schuldig maakt aan valsheid in geschrifte en machtsmisbruik en zichzelf te hoge vergoedingen toekent. Bij dit alles wijst [gedaagde] erop dat hij in zijn publicaties nooit de naam Beter Wonen c.s. heeft genoemd maar deze aanduidt als 'de kleine woningbouwvereniging' en evenmin de bestuurders bij naam heeft genoemd, zodat de uitlatingen niet zijn te herleiden tot Beter Wonen c.s.

3.4 Ter zitting heeft de raadsman van [gedaagde] aan een en ander toegevoegd dat spoedeisend belang ontbreekt. Daarvoor heeft Beter Wonen c.s. niets gesteld en voorts blijkt uit de door Beter Wonen c.s. overgelegde producties dat de publicaties op zijn laatst van april 2012 dateren. Ruim voor de datum van dit kort geding heeft [gedaagde] de artikelen van zijn site verwijderd. Van voortduring van een situatie waarin [gedaagde] Beter Wonen c.s. verdacht maakt is aldus geen sprake. Als Beter Wonen c.s. werkelijk spoedeisend belang zou hebben gehad, had het in de rede gelegen eerder actie te ondernemen en niet pas nadat de artikelen reeds een maand van de site zijn verwijderd. Voor het kopiëren van de blogs op een andere site is [gedaagde] niet verantwoordelijk. Overigens is deze site niet meer bereikbaar, aldus mr. Sarin.

Inhoudelijk stelt [gedaagde] zich op het standpunt dat zowel de primaire als de subsidiaire vordering te ruim is geformuleerd en dat het gevorderde verbod in strijd is met de grondwettelijke en verdragsrechtelijk gewaarborgde vrijheid van meningsuiting.

Mocht de gevorderde rectificatie worden toegewezen dan dient deze alleen op de site van [gedaagde] plaats te vinden. Voor de beantwoording van de aan een rectificatie voorliggende vraag of sprake is van onrechtmatig handelen dient dit ten aanzien van elke eiser afzonderlijk te worden vastgesteld, aldus mr. Sarin.

4.DE BEOORDELING

Spoedeisend belang

4.1 Het spoedeisendheidsverweer faalt. Het geheel van gedragingen waartegen Beter Wonen c.s. opkomt loopt door tot na 10 mei 2012. In de verwijten van Beter Wonen c.s. ligt besloten dat er ook na die datum sprake was van een situatie waarin kans bestond op nieuwe, vergelijkbare uitlatingen. De dagvaarding is uitgebracht op 14 juni. Dat is niet zo laat dat op die grond gezegd kan worden dat het in beginsel bij beweerdelijk onrechtmatige uitlatingen aanwezige spoedeisende karakter ontbreekt. Bovendien heeft [gedaagde] ter zitting gezegd dat hij wil doorgaan met het schrijven van artikelen als de onderhavige.

Ten gronde

4.2 In deze zaak is aan de orde de beoordeling van de rechtmatigheid van de gewraakte uitingen in het licht van artikel. 7 van de Grondwet en de artikelen 8 en 10 EVRM. Het gaat hier om een botsing van twee fundamentele rechten, namelijk aan de zijde van gedaagden het recht op vrijheid van meningsuiting en aan de zijde van eisers het recht op bescherming van hun eer en goede naam en op eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer. Het antwoord op de vraag welk van deze beide rechten in het onderhavige geval zwaarder weegt, moet worden gevonden door een afweging van alle ter zake dienende omstandigheden van het geval. Bij die afweging komt niet in beginsel voorrang toe aan het door artikel 7 Grondwet en artikel 10 EVRM gewaarborgde recht op vrijheid van meningsuiting, noch aan de door artikel 8 EVRM beschermde rechten. Het gaat hier derhalve niet om een twee fasen toets in die zin dat eerst aan de hand van de omstandigheden wordt bepaald welk van beide rechten zwaarder weegt, waarna vervolgens nog moet worden beoordeeld of de noodzakelijkheidstoets als neergelegd in artikel 8 tweede lid van het EVRM, respectievelijk artikel 10 tweede lid van het EVRM, zich verzet tegen het resultaat van die afweging. De toets dient in een keer te geschieden waarbij het oordeel dat een van beide rechten, gelet op alle ter zake dienende omstandigheden, zwaarder weegt dan het andere recht, meebrengt dat daarmee de inbreuk op het andere recht voldoet aan de noodzakelijkheidstoets van het desbetreffende tweede lid.

4.3 [gedaagde] heeft als verweer gevoerd dat hij na de sommaties van Beter Wonen met publiceren is opgehouden en vanaf dat moment niet voor de publicatie van zijn artikelen verantwoordelijk gehouden kan worden. Dat zijn artikelen uiteindelijk op een ander site, 'doofpotten gekraakt', zijn opgedoken valt niet onder zijn verantwoordelijkheid. Deze site kent [gedaagde] niet en hij heeft zijn artikelen er niet op geplaatst.

4.4 De voorzieningenrechter oordeelt over dit verweer als volgt. De omstandigheid dat [gedaagde] zijn artikelen na een sommatie van Beter Wonen op 5 mei 2012 van zijn site heeft gehaald, moet hebben meegebracht dat deze informatie vanaf dat moment niet meer voor het publiek toegankelijk was. Vanaf dat moment was het voor een ander dus niet meer mogelijk om de artikelen te kopiëren naar een andere site. Dit in samenhang gezien met de aankondiging van [gedaagde] via twitter op 9 mei 2012 ("Dag 6 Blog op slot/ Mooi niet. Lees morgen verder over de kleine woningcorporatie in NH waar oud-TZH'ers bloeden.") en de plaatsing van de betrokken artikelen op 10 mei 2012 op 'doofpotten gekraakt' brengt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat het niet anders kan dan dat [gedaagde] er zelf op enigerlei wijze de hand in heeft gehad dat zijn artikelen op 'doofpotten gekraakt' konden worden geplaatst. Zonder de medewerking van [gedaagde] was het voor de host van deze site immers niet mogelijk om aan die content te komen.

4.5 Dat betekent ook dat voorshands moet worden aangenomen dat [gedaagde] de mogelijkheid heeft om te bewerkstelligen dat content als deze niet opnieuw op de site 'doofpotten gekraakt' zal verschijnen.

4.6 Beoordeeld dient vervolgens te worden of Beter Wonen c.s. door de uitlatingen van [gedaagde] in zijn eer en goede naam is aangetast. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat dit het geval is, gelezen de diverse publicaties, waarin [gedaagde] onder meer schrijft dat het bestuur van Beter Wonen onverantwoord met het verenigingsgeld omspringt, onverantwoorde bedragen uitgeeft, zich schuldig maakt aan fraude, zichzelf verrijkt, een weinig transparant bestuur voert en wat dies meer zij.

4.7 Bij de beantwoording van de vraag of de aantasting van de eer en goede naam ook onrechtmatig is, overweegt de voorzieningenrechter het volgende.

4.8 [gedaagde] heeft aangevoerd dat hij zich geroepen voelde om misstanden bij Beter Wonen c.s. aan de kaak te stellen. Dat noopt ertoe na te gaan of de aard van de gepubliceerde beschuldigingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie de beschuldigingen betrekking hebben proportioneel is aan de ernst van de (vermeende) misstand welke de publicatie aan de kaak beoogt te stellen. Ook dient te worden onderzocht in welke mate de berichtgeving omtrent de (vermeende) misstanden steun vond in het ten tijde van de publicatie beschikbare feitenmateriaal Bij het oordeel omtrent de rechtmatigheid dien tenslotte de inkleding van de mededelingen en de zorgvuldigheid van het daaraan ten grondslag liggende onderzoek te worden meegewogen.

4.9 Bij het beoordelen van de uitlatingen van [gedaagde] stelt de voorzieningenrechter voorop dat de beschouwingen van [gedaagde] op onder meer de volgende punten feitelijke onjuistheden bevatten.

* "Oud-toezichthouders moeten financieel bloeden voor goed werk".

In het midden latend of zij moeten bloeden, kan [gedaagde] in het licht bezien van het vonnis van 26 februari 2010 - waarvan geen appel is ingesteld - moeilijk volhouden dat de voormalige Raad van Toezicht, waarvan [gedaagde] deel uitmaakte, goed werk heeft geleverd.

* Waar [gedaagde] meedeelt dat de oud RvT "de handdoek in de ring gooide" of is opgestapt merkt de voorzieningenrechter op dat [gedaagde] door het doen van die mededeling zonder melding te maken van de sub 2.2. genoemde motie bepaald geen evenwichtig beeld heeft geschetst van hetgeen de RvT is overkomen.

* "Kritische rapporten over het bestuur die onder de pet worden gehouden".

Ook hier is de werkelijkheid een stuk genuanceerder. Zoals blijkt uit de hiervoor aangehaalde samenvatting leende het rapport Integis, uitgebracht op 30 september 2010, zich ook volgens de opstellers niet voor integrale openbaarmaking.

4.10 Zoals de voorzieningenrechter [gedaagde] ter zitting ook heeft voorgehouden, is het echter niet zozeer een onjuist feitelijk substraat in zijn beschouwingen wat hem met het publiceren daarvan in de gevarenzone brengt, maar veeleer het ontbreken van feitelijke onderbouwing, het in hoge mate suggestieve karakter van de gebezigde kwalificaties en de vele negatieve waardeoordelen waarvan de beschouwingen zijn doortrokken. Het bestek van dit kort geding laat niet toe om (uitvoerig) op alle punten in te gaan. De voorzieningenrechter zal zich dan ook beperken tot de meest in het oog springende elementen in [gedaagde]s beschouwingen.

Artikel 6, woensdag 14 maart 2012: "Oud-toezichthouders moeten bloeden... en miljoenen vloeiden weg"

Onder deze kop wordt gesuggereerd dat het bestuur grote bedragen uitgeeft aan dubieuze doelen zonder zich te verantwoorden en zonder dat met die uitgaven het belang van Beter Wonen is gemoeid. Enige bewijsvoering voor deze suggestie ontbreekt echter. Mede gelet op de uitkomst van het rapport Integis zijn de kwalificaties veel te stellig en gespierd om door de beugel te kunnen. Zo concludeert Integis dat de verwerving van grond voor toekomstige nieuwbouwprojecten op een weinig professionele manier heeft plaatsgevonden en maakt [gedaagde] daarvan dat de vereniging "bij een grondtransactie zomaar

[euro] 250.000,- teveel heeft betaald".

De term "zomaar" is daarbij geschikt om de suggestie te wekken dat er meer aan de hand is geweest dan (mogelijk) onvoldoende scherp acteren op marktconformiteit.

Artikel 7, donderdag 15 maart 2012: "Oud-toezichthouders moeten bloeden ... en de transparantie is zoek!"

Onder deze kop volgt een beschouwing met als rode draad dat het bestuur er op uit was om toezicht en transparantie onmogelijk te maken, wat erin culmineerde dat de Raad van Toezicht buiten de deur werd gehouden, het pand niet meer in mocht en geen bestuursinformatie meer ontving. De werkelijkheid is echter een stuk minder schematisch en kenmerkt zich door een hoog oplopend conflict, waarbij de Raad van Toezicht, zo al niet de gangmaker, dan toch een partij was. Door van dit laatste in het geheel geen melding te maken ontberen de suggesties een voldoende evenwichtige feitelijke basis.

Artikel 10, dinsdag 20 maart 2012: "Oud-toezichthouders moeten bloeden ... en het bestuur geeft niet thuis!"

Onder deze kop beschrijft [gedaagde] de aanloop naar de rechtszaak die in het vonnis van 26 februari 2010 heeft geresulteerd. Deze beschouwingen lijden aan hetzelfde euvel waaraan de beschouwingen in artikel 7 lijden.

Artikel 11, woensdag 21 maart 2012: "Oud-toezichthouders moeten bloeden ... en de goocheldoos staat open!"

Hier wordt gesuggereerd dat het bestuur van de vereniging een loopje neemt met de regels die gelden voor het uitschrijven en vastleggen van algemene ledenvergaderingen. Ook hier ontbreekt iedere bewijsvoering.

Artikel 15, woensdag 28 maart 2012: "Oud-toezichthouders moeten bloeden...en een fraudeonderzoek bleek nodig."

De voorzieningenrechter ziet aanleiding om ter illustratie een deel van de beschouwing te citeren.

"Dat was geen sinecure, wat er naar voren kwam uit het onderzoek naar het handelen van twee bestuurders van de kleine woningbouwvereniging in Noord-Holland (zie deel 13). Voor de toenmalige Raad van Toezicht, die nu financieel moet bloeden, was het duidelijk dat een aantal zaken nader onderzocht moest worden. Hoe zat het met de verdachte grondaankoop waarvoor de woningbouw-vereniging kennelijk 250.000 euro extra moest betalen? Ook moest er helderheid komen over de opdracht aan de 'huisarchitect'. Die had immers een fors bedrag opgestreken voor onbestemde werkzaamheden, via een ongetekende offerte op een kladpapiertje. Maar er waren meer zaken die volgens de RvT niet door de beugel konden. Zoals de verdiensten van een interimkracht, die al tien jaar ca. 70.000-80.000 euro meer verdiende dan in vast dienstverband gangbaar is. En die ook nog eens bemoeienis had met de boekhouding.

De minister en het Centraal Fonds Volkshuisvesting gave de Raad van Toezicht volmondig gelijk. 'Het betreffende onderzoek dient een forensisch karakter te krijgen,' schreef de minister zelfs. Er werd een gerenommeerd onderzoeksbureau aangezocht om deze klus te klaren. Weer een fikse rekening die de woningbouwvereniging straks voor de kiezen zou krijgen!

Het bestuur had zo zijn eigen ideeën over de onderzoeksresultaten. Wat die ideeën precies waren, werd niet duidelijk. Ondanks herhaalde verzoeken van de RvT weigerde het bestuur officieel te reageren op de onderzoeksresultaten.

De beste verdediging is de aanval, moet het bestuur hebben gedacht. Dus ging de derde bestuurder, die (nog) geen vuile handen had gemaakt, op eigen houtje met het onderzoeksbureau om de tafel om deze onverkwikkelijke klus snel te klaren. Wederom buiten de Raad van Toezicht om. Hoho, zeiden de RvT en ook het ministerie. Opnieuw moest er politieagentje worden gespeeld, al ging het hier beslist niet om kwajongensgedrag.

Dat die derde bestuurder 'in samenspraak' met zijn verdachte medebestuurders handelde, was een stellige indruk die velen niet ontging.

In de maanden die volgden zou die indruk waarheid worden."

Deze beschouwing is illustratief voor de aanpak van [gedaagde]. Nergens wordt met zoveel woorden gezegd dat het bestuur van Beter Wonen wordt verdacht van fraude, maar de combinatie van de mededelingen

... een fraudeonderzoek bleek nodig,

... wat er naar voren kwam uit het onderzoek naar het handelen van twee bestuurders ...,

.. .het betreffende onderzoek dient een forensisch karakter te krijgen... en

...de derde bestuurder, die (nog) geen vuile handen had gemaakt...

is geschikt om de indruk te wekken dat er gronden waren voor verdenking van het bestuur van fraude. De overige tekst versterkt het smadelijke karakter nog door te suggereren dat het bestuur erop uit was om het onderzoek tegen te werken en de resultaten te verdoezelen, zonder melding te maken van een feitelijke basis voor die suggesties.

De passage over de interimkracht - waarmee op [eiser 4] wordt gedoeld - is al evenzeer smadelijk, nu daarin de suggestie wordt gewekt dat zij een door haar ontvangen meer dan marktconforme beloning irregulier administratief verwerkt. Ook hier ontbreekt bewijsvoering. Dat bewijs is er ook niet, zoals het bestuur overtuigend heeft aangetoond met overlegging van de hiervoor geciteerde samenvatting.

Door Beter Wonen c.s. is onvoldoende gemotiveerd betwist aangevoerd dat [gedaagde] omtrent de uitkomsten van het Integis onderzoek door het Ministerie van VROM en CFV is geïnformeerd. [gedaagde] moet dus ten tijde van het schrijven van zijn beschouwingen hebben geweten dat de onderzoeksbevindingen luidden dat er geen aanwijzingen zijn dat zich strafbare feiten hebben voorgedaan, dat er geen aanwijzingen zijn voor ongebruikelijke grondtransacties en dat er evenmin aanwijzingen zijn voor onrechtmatige bevoordeling en fraude. Op de belangrijke punten was de uitkomst van het onderzoek voor het bestuur niet kritisch maar ontlastend. [gedaagde] maakt van die strekking van dit rapport geen melding en suggereert dat er belastende informatie door het bestuur is achtergehouden.

Artikel 17, dinsdag 3 april 2012: "Oud-toezichthouders moeten bloeden...en een ambtenaar werd bedreigd!"

Deze beschouwing begint met: "Laster en leugens gingen hand in (hand)..." en verderop hanteert [gedaagde] de kwalificatie "pure bedreiging van een ambtenaar in functie", beide aan het adres van Beter Wonen. Enige bewijsvoering voor deze zeer beschuldigende uitingen ontbreekt. Daarbij komt dat de aangehaalde brief, die de kwalificatie pure bedreiging moet dragen, bezwaarlijk kan worden opgevat als bedreiging van een ambtenaar in functie.

4.11 Ook de overige in het geding gebrachte artikelen van de hand van [gedaagde] bevatten op een groot aantal plaatsen onjuistheden, beschuldigingen en suggestieve opmerkingen. Uit de artikelen van [gedaagde] kunnen de volgende voorbeelden daarvan worden geciteerd: "ook het Ministerie werd slachtoffer van de leugencarrousel", "aanpassen van notulen", rommelen met notulen", "toch ging deze onrechtmatige vergadering gewoon door", "lijkt een broertje dood te hebben aan goed georganiseerde ledenvergaderingen, want op zo'n vergadering kunnen ook kritische leden aanwezig zijn, die kritische vragen stellen", het bestuur strijkt blanco cheques op"," administratieve zooi","door verdachte transacties te s[naam 3]en", "door uitkomsten van onderzoeksrapporten te frustreren", "door gewoon door te besturen terwijl een fraudeonderzoek liep naar hun handelen" en "zo blijft de vereniging, waar intern toezicht niet mogelijk is, leden onwetend zijn en een interimkracht nog steeds jaarlijks 80.000 euro te veel verdient".

4.12 Het totaal van de berichten, 22 stuks, 18 dichtbedrukte A-4 pagina's, is door de hiervoor besproken inhoud geschikt om bij een lezer die de loop van de gebeurtenissen bij Beter Wonen niet kent het beeld op te roepen van een woningbouwvereniging waarin onfrisse praktijken aan de orde van de dag zijn: de artikelen wekken naar het oordeel van de voorzieningenrechter de indruk dat er bij Beter Wonen c.s. sprake is resp. was van een cultuur van stelselmatig sjoemelen met regels, fraude, zakkenvullerij, zelfverrijking, nepotisme, van bestuurders die daarvan de belichaming zijn en die iedere democratische gezindheid ontberen, van een meerderheid van leden die zich gedwee laat manipuleren, van een kleine minderheid van kritische leden, die door royement of anderszins monddood is gemaakt en tenslotte van een goedwillende en hardwerkende Raad van Toezicht, waarvan [gedaagde] deel uitmaakte, die door het bestuur alleen maar is tegengewerkt en uiteindelijk op een zijspoor is gezet. De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat voor alle - zwaar aangezette - suggesties die daartoe worden gebruikt volstrekt onvoldoende steun te vinden in de feiten en dat [gedaagde] beweringen onvoldoende van bewijsvoering zijn voorzien.

4.13 [gedaagde] heeft doen voorkomen dat hij de pen ter hand heeft genomen omdat hij begaan is met de belangen van de leden/huurders van Beter Wonen. Het komt de voorzieningenrechter echter voor dat die belangen niet gediend zijn met het portretteren van de vereniging op de hiervoor omschreven wijze. Overigens wekt de constante in de titels van de beschouwingen veeleer de indruk dat [gedaagde] zich mede, zo al niet vooral, door rancune heeft laten leiden.

4.14 [gedaagde]s verweer dat de uitlatingen niet tot Beter wonen c.s. herleidbaar zijn, wordt verworpen, reeds omdat het verweer niet consistent is met de door [gedaagde] voorgewende noodzaak, althans behoefte, om misstanden bij juist díe vereniging aan de kaak te stellen. Dat zou immers geen zin hebben als de lezer niet weet waarover het gaat. Los daarvan acht de voorzieningenrechter aannemelijk dat het voor personen en instanties die werkzaam zijn in de omgeving waarbinnen Beter Wonen opereert en degenen die aangesloten zijn op de (digitale) netwerken waarbinnen zij opereren vrij eenvoudig moet zijn geweest om kennis te nemen van [gedaagde]s op internet geplaatste beschouwingen, en -wellicht mede door de bekendheid met het conflict dat Beter Wonen heeft geteisterd, en [gedaagde]s rol daarin- de link heeft kunnen leggen met Beter Wonen.

4.15 Gelet op alle ter zake dienende omstandigheden dient het recht op bescherming van de eer en goede naam van Beter Wonen c.s. te prevaleren boven het recht van [gedaagde] op vrijheid van meningsuiting. Dat brengt mee dat daarmee de inbreuk op dit laatste recht voldoet aan de genoemde noodzakelijkheidstoets. Anders gezegd: de voorzieningenrechter is van oordeel dat [gedaagde] met de hiervoor besproken berichtgeving de grenzen van het betamelijke heeft overschreden.

4.16 [gedaagde] heeft ter gelegenheid van de zitting meegedeeld dat hij verder wil gaan met het schrijven van artikelen betreffende de vermeende misstanden bij Beter Wonen. Hij vindt dat "het verhaal verteld moet worden" en staat achter de inhoud van zijn berichten. Alleen vanwege de tijd en de kosten die met de rechtszaken, die daarvan het gevolg zijn, gemoeid zijn, last hij bij dreiging van een rechtszaak een pauze in. Een dergelijke opstelling rechtvaardigt eens temeer een verbod.

4.17 De voorzieningenrechter deelt [gedaagde]s opvatting dat de primaire vordering te ruim is geformuleerd, nu toewijzing daarvan [gedaagde] immers ook het recht zou ontnemen om zich publiekelijk uit te laten over Beter Wonen op een wijze die blijft binnen de daarvoor geldende grenzen. Beter Wonen is een entiteit met een maatschappelijke taak, die tegen kritiek moet kunnen, indien daarvoor aanleiding is. Wel is er grond voor toewijzing van een algemeen geformuleerd verbod als subsidiair gevorderd. Een verbod zou immers weinig effectief zijn indien dit zich slechts zou richten op herhaling van exact dezelfde uitlatingen.

4.18 Mede gelet op de relatief korte duur dat de gewraakte artikelen te lezen zijn geweest acht de voorzieningenrechter het onrechtmatig handelen voldoende gecompenseerd met een rectificatie op de site van [gedaagde]. De rectificatie zal enigszins worden gepreciseerd en worden gelast als na te melden.

4.19 De gevorderde dwangsommen zullen worden gematigd en aan een maximum worden gebonden.

4.20 [gedaagde] zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

Ten overvloede overweging

4.21Het bestuur van de Woningbouwvereniging wordt geadviseerd (nogmaals) bij zichzelf te rade te gaan of er bij nader inzien niet alsnog aanleiding is om gevolg te geven aan de eerder door het Ministerie van BZK en de Vereniging van Toezichthouders in Woningcorporaties gedane oproepen om coulance te betrachten bij de afwikkeling van de verzoeken van de voormalige leden van de Raad van Toezicht om vergoeding van de kosten die zij in verband met de uitoefening van hun toezichthoudende rol hebben gemaakt. Het conflict heeft vendetta-achtige trekken gekregen en dat lijkt niet in het belang van Beter Wonen.

5. DE BESLISSING

De voorzieningenrechter:

5.1 verbiedt [gedaagde] om na betekening van dit vonnis in de publiciteit te treden met onjuiste, niet op feiten gebaseerde, de vereniging, haar bestuur en mevrouw [eiser 4] beschadigende uitlatingen, op straffe van een dwangsom van [euro] 1.000,- per keer dat het verbod wordt overtreden, met een maximum van [euro] 25.000,-

5.2 veroordeelt [gedaagde] tot het plaatsen van de navolgende rectificatie, in Times New Roman 11-punts letters, op de eerst zichtbare pagina (homepage) van zijn website www.[gedaagde].com, binnen 5 dagen na betekening van dit vonnis, en die rectificatie zichtbaar te houden zolang de website wordt gebruikt om beschouwingen te publiceren die met Beter Wonen in verband kunnen worden gebracht, en in ieder geval gedurende een maand:

"Op last van de voorzieningenrechter van de rechtbank Alkmaar ben ik - [gedaagde] - veroordeeld tot de volgende:

Rectificatie

Ik heb eerder op deze website berichten geplaatst die betrekking hebben op het handelen van de Woningbouwvereniging Beter Wonen c.s. te Hippolytushoef en haar bestuur, in het bijzonder haar bestuursleden R. [eiser 2] en P. [eiser 3], waarin ik kritiek heb geuit op de gang van zaken binnen die vereniging en onder meer heb gesuggereerd dat zij zich aan fraude hebben schuldig gemaakt. Ik heb het hoofd van de administratie van de vereniging, mevrouw A. [eiser 4] met een en ander in verband gebracht.

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Alkmaar heeft bij vonnis van 5 juli 2012 geoordeeld dat het totaal van deze berichten geschikt is om bij een lezer die de loop van de gebeurtenissen bij Beter Wonen niet kent het beeld op te roepen van een woningbouwvereniging waarin onfrisse praktijken aan de orde van de dag zijn.

De voorzieningenrechter heeft ook geoordeeld dat voor alle - zwaar aangezette - suggesties die daartoe worden gebruikt volstrekt onvoldoende steun te vinden in de feiten en dat mijn beweringen onvoldoende van bewijsvoering zijn voorzien. De voorzieningenrechter heeft deze publicaties jegens Beter Wonen en mevrouw [eiser 4] onrechtmatig geacht.".

5.3 bepaalt dat [gedaagde] voor ieder(e) dag of dagdeel dat deze rectificatie uitblijft of te vroeg wordt verwijderd een dwangsom verbeurt van [euro] 250,- tot een maximum van voldaan, met een maximum van [euro] 25.000,-;

5.4 veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, tot op heden aan de zijde van Beter Wonen c.s. begroot op [euro] 665,64 aan verschotten en op [euro] 816,- aan salaris advocaat;

5.5 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.6 wijst het meer of anders gevorderde af.

Gewezen door mr. A.H. Schotman, voorzieningenrechter van de Rechtbank te Alkmaar en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juli 2012 in tegenwoordigheid van Mr. S. Verdaasdonk, griffier.