Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2012:BX3995

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
26-07-2012
Datum publicatie
08-08-2012
Zaaknummer
138034-KG ZA 12-192
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot staken inbreuk op merk en handelsnamen toegewezen. Proceskosten gematigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

CVZ/AS

KG nummer: 138034/KG ZA 12-192

datum: 26 juli 2012

Vonnis van de voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding

in de zaak van:

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

VERENIGING VAN PROFESSIONELE WONINGBEMIDDELAARS,

statutair gevestigd en kantoor houdende te Delft,

EISERES IN KORT GEDING,

advocaat mr. C. de Boer te Eindhoven,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

COURANT INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd en kantoor houdende te Hoorn,

GEDAAGDE IN KORT GEDING,

in persoon verschenen bij monde van haar directeur.

Partijen zullen verder worden genoemd "eiseres" respectievelijk "gedaagde".

1. HET VERLOOP VAN HET GEDING

Ter terechtzitting van 16 juli 2012 zijn verschenen namens eiseres mr. W.J.G. Maas, waarnemend voor mr. De Boer voornoemd alsmede gedaagde in de persoon van haar directeur/ eigenaar, de heer[naam 1].

Eiseres heeft gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.

Gedaagde heeft de vordering bestreden.

Na verder debat hebben partijen de stukken, waaronder van de zijde van eiseres de originele dagvaarding en een pleitnotitie, overgelegd en vonnis gevraagd.

De inhoud van alle stukken wordt als hier ingelast beschouwd.

2. DE UITGANGSPUNTEN

2.1 Eiseres is op grond van een exclusieve licentie en volmacht gerechtigd om namens woningverhuurkantoor Rots-Vast Groep B.V. het merk 'Rots-Vast Groep' en de handelsnamen 'ROTS-VAST GROEP' en 'ROTS-VAST' te handhaven jegens derden.

2.2 Genoemde handelsnamen worden door de Rots-Vast Groep sinds 1994 gebruikt in het handelsverkeer en het genoemde merk is op 1 oktober 1995 geregistreerd als Benelux woordmerk, onder nummer 0564245 voor klasse 36: Bemiddeling inzake onroerend goed; beheer van onroerend goed.

2.3 De Rots-Vast Groep hanteert een franchiseformule met franchisenemers in woningbemiddeling. De franchisenemers hebben een exclusieve licentie (gebruiksrecht) op het merk en de handelsnamen binnen een bepaald rayon, voor activiteiten gericht op het verhuren en beheren van woonruimte. Er zijn inmiddels meer dan 30 franchisevestigingen en meer dan 3500 woningen die op korte termijn te huur zijn door heel Nederland.

2.4 In 2010 bemerkte de Rots-Vast Groep dat door gedaagde, die geen franchisenemer van haar is, de handelsnaam 'Rots idb Vastgoed' werd gebruikt voor activiteiten gericht op tijdelijke verhuur van woonruimte.

2.5 De Rots-Vast Groep heeft gedaagde gesommeerd de inbreuk te staken en gestaakt te houden. Op de sommatie is nooit een reactie gekomen, maar de website die gedaagde gebruikte is voor langere tijd offline geweest.

2.6 Recent heeft eiseres geconstateerd dat de website van gedaagde weer actief is en dat gedaagde zich wederom bezig houdt met woningbemiddeling onder de naam 'Rots idb Vastgoed'. Op internet gebruikt gedaagde hiervoor de domeinnaam www.rotsidbvastgoed.nl. Bij brief van 9 maart 2012 is gedaagde gesommeerd de inbreuk te staken en gestaakt te houden. Op deze brief is door gedaagde niet gereageerd.

2.7 Op 21 maart 2012 heeft eiseres contact opgenomen/doen opnemen met gedaagde. In dat contact gaf gedaagde aan de sommatie van eiseres niet serieus te nemen.

2.8 Op 29 maart 2012 heeft gedaagde de handelsnaam 'Rots idb Vastgoed' laten inschrijven in het handelsregister.

3. DE VORDERING EN DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 Eiseres vordert - samengevat - dat gedaagde wordt veroordeeld om iedere inbreuk op het merk en de handelsnamen van de Rots-Vast Groep te staken en gestaakt te houden, een en ander op straffe van een dwangsom, met bepaling van de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak op zes maanden na het in kracht van gewijsde gaan van het vonnis en met veroordeling van gedaagde in de volledige proceskosten.

3.2 Eiseres legt aan haar vorderingen ten grondslag dat door gedaagde inbreuk wordt gemaakt op het door de Rots-Vast Groep geregistreerde woordmerk, door gebruik te maken van een teken dat op verwarrende wijze overeenstemt met het merk van de Rots-Vast Groep, welk teken bovendien voor dezelfde diensten wordt gebruikt. Zij stelt dat gedaagde aldus op onrechtmatige wijze profiteert van en aanhaakt bij de naamsbekendheid van de Rots-Vast Groep.

3.3 Daarnaast stelt eiseres dat gedaagde inbreuk maakt op de handelsnamen van de Rots-Vast Groep, zowel door het gebruik van haar handelsnaam 'Rots idb Vastgoed' als door het gebruik van haar domeinnaam. Zij voert aan dat, nu gedaagde deze handelsnaam gebruikt voor dezelfde branche als waarin de Rots-Vast Groep actief is, er verwarmingsgevaar te duchten is bij het publiek over eventuele verbondenheid tussen de beide ondernemingen (vooral nu door de Rots-Vast Groep voornamelijk gewerkt wordt met franchisenemers) en dat daarnaast het merk van de Rots-Vast Groep door dit gebruik dreigt te verwateren. Voorts wijst eiseres erop dat uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel van gedaagde blijkt dat zij de handelsnaam 'Rots idb Vastgoed' pas op 29 maart 2012, derhalve na de sommatie door eiseres om het gebruik te staken, heeft doen registeren.

3.4 Gedaagde heeft verweer gevoerd. Zij heeft betwist dat sprake is van een inbreuk op het merk van Rots-Vast. Zij heeft aangevoerd dat zij een krant maakt en dat zij de handelsnaam 'Rots idb Vastgoed' uitsluitend gebruikt voor de verhuur van kamers in de woning van haar directeur. Zij heeft benadrukt dat het woord 'Rots' voor haar directeur de heer [naam 1] (hierna: [naam 1]) ziet op de Here Jezus Christus die voor hem een rots in de branding vormt. Voorts heeft zij aangevoerd dat in verband met de verhuur van die kamers eerder een samenwerkingsovereenkomst bestond tussen haar en de franchisenemer van de vestiging van de Rots-Vast Groep in Purmerend. Deze samenwerking hield in dat Rots-Vast Purmerend voor haar feitelijk functioneerde als een soort front-office bij de verhuur van de kamers van [naam 1] en haar zo assisteerde bij die verhuur. Hiervoor was een bepaalde commissie afgesproken en de behaalde commissie werd door hen altijd bij helfte gedeeld. Deze samenwerking werd echter verbroken toen de toenmalige franchisenemer de overeenkomst met Rots-Vast Groep niet langer voortzette. Sindsdien biedt Rots idb Vastgoed uitsluitend zelf, via Marktplaats en haar website, www.rotsidbvastgoed.nl, de kamers te huur aan. Als iemand zich meldt voor de kamers terwijl die op dat moment niet beschikbaar zijn,verwijst [naam 1] deze personen naar Rots-Vast. Een en ander aldus gedaagde.

3.5 Voor zover voor de beslissing van belang zal hierna inhoudelijk op de verschillende standpunten worden ingegaan.

4. DE GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bevoegdheid

4.1 Ingevolge artikel 4.6 lid 3 van het BVIE dient, alvorens op de inhoud van het geschil wordt ingegaan, ambtshalve de relatieve bevoegdheid van de rechter te worden vastgesteld. Nu gedaagde is gevestigd in Hoorn is de voorzieningenrechter van deze rechtbank bevoegd om van het geschil kennis te nemen.

Inbreuk merkenrecht

4.2 Aan de orde is de vraag of gedaagde met het gebruik van het teken 'Rots idb Vastgoed' inbreuk maakt op het gedeponeerde merk 'Rots-Vast Groep' van die gelijknamige onderneming.

4.3 Eiseres heeft gesteld dat het door de Rots-Vast Groep geregistreerde woordmerk voldoende onderscheidend vermogen bezit en een bekend merk is als bedoeld in artikel 2.20 lid 1 onder b van het Beneluxverdrag intellectuele eigendom (hierna: BVIE). Zij voert in dat verband aan dat het merk door de Rots-Vast Groep intensief gebruikt wordt sinds 1994 waardoor het merk in ieder geval bekend is bij een aanmerkelijk deel van het publiek waarvoor de onder het merk aangeboden diensten bestemd zijn.

4.4 Gedaagde heeft daar tegenover in essentie gesteld dat het merk "Rots-Vast Groep" en het teken "Rots idb Vastgoed" voldoende van elkaar verschillen en dat de enige overeenkomst het woord "Rots" betreft, aangezien het woord 'Vast' in haar handelsnaam gewoon onderdeel is van het woord 'vastgoed'. Het woord 'rots' wordt door bij beide partijen echter op een heel andere manier gebruikt, aldus gedaagde.

4.5 De voorzieningenrechter overweegt dat zowel het merk van de Rots-Vast Groep als het teken van gedaagde worden gebruikt voor activiteiten in de sfeer van woningverhuurbemiddeling en derhalve voor dezelfde of soortgelijke diensten.

4.6 Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is voldoende aannemelijk geworden, dat er sprake is van visuele, auditieve en begripsmatige overeenstemming. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat het bij de vergelijking van het merk en teken gaat om de totaalindruk die door de merken wordt opgeroepen en dat er meer gewicht dient te worden toegekend aan de punten van overeenstemming dan aan die van verschil. Kenmerkende overeenstemmende delen zijn het prominente gebruik van het woord 'Rots' als beginwoord en het gebruik van het woord 'Vast' als eerstvolgend volledig uitgeschreven woord. Aldus is er naar het oordeel van de voorzieningenrechter sprake van een met het merk van de Rots-Vast Groep overeenstemmend teken, waardoor bij het in aanmerking komende publiek (degene die een woning of een kamer willen huren) verwarring kan ontstaan en het publiek kan denken dat er sprake is van een onderlinge connectie tussen Rots-Vast en Rots idb Vastgoed. Aldus is er sprake van een inbreuk door gedaagde die valt onder het bereik van artikel 2.20 lid 1 sub b BVIE.

4.7 Door gedaagde is nog betoogd dat de verhuurbemiddeling geenszins haar hoofdactiviteit vormt en zelfs niet wordt genoemd in de omschrijving in het uittreksel van de Kamer van Koophandel, maar dit maakt een en ander niet anders. Door gedaagde is erkend dat deze handelsnaam door haar wordt gebruikt voor de verhuur van kamers en derhalve voor soortgelijke diensten. Nu als onvoldoende weersproken aannemelijk is geworden dat de Rots-Vast Groep sinds 1994 actief is onder deze naam, moet er vanuit gegaan worden dat het merk van de Rots-Vast Groep inmiddels een zekere bekendheid geniet, waardoor het gevaar voor verwarring groter zal zijn en daarmee ook het gevaar voor verwatering. Gedaagde was ook bekend met het bestaan van dit merk, in ieder geval uit hoofde van de eerdere samenwerking tussen [naam 1] en Rots-Vast Purmerend. Door thans een overeenstemmend teken in gebruik te nemen, pleegt gedaagde een inbreuk die valt onder sub c van artikel 2.20 BVIE.

4.8 De vordering van eiseres strekkende tot staking en gestaakt houden van de inbreuk op het merkrecht van de Rots-Vast Groep kan derhalve worden toegewezen, op de wijze als hierna te vermelden.

4.9 Ook de gevorderde dwangsom is toewijsbaar, zij het dat de voorzieningenrechter aanleiding ziet de gevorderde dwangsom te matigen en te maximeren.

Inbreuk handelsnaam en gebruik domeinnaam

4.10 Door eiseres is gesteld dat zij namens de Rots-Vast Groep tevens de bescherming in kan roepen van artikel 5 en 5a van de Handelsnaamwet, aangezien deze laatste haar merk Rots-Vast Groep actief als handelsnaam gebruikt en daarnaast gebruik maakt van de handelsnaam Rots-Vast. Zij heeft gesteld dat gedaagde door het gebruik van 'Rots idb Vastgoed" als handelsnaam en het gebruik van de website www.rotsidbvastgoed.nl voor het aanbieden van haar verhuurdiensten inbreuk maakt op de handelsnamen van de Rots-Vast Groep.

4.11 Door gedaagde is betwist dat sprake is van inbreuk op de handelsnaam van de Rots-Vast Groep, waarbij zij heeft aangevoerd dat de enige overeenkomst feitelijk het woord 'Rots' is, omdat het woord 'Vast' waarvan door eiseres is gesteld dat dit ook een inbreuk vormt, onderdeel is van het woord 'Vastgoed'. Door gedaagde is het standpunt ingenomen dat er voldoende sprake is van verschil is en er geen sprake is van verwarringgevaar.

4.12 De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Ten aanzien van de handelsnaam wordt vooropgesteld dat het op basis van het bepaalde in artikel 5 juncto 5a van de Handelsnaamwet verboden is om een handelsnaam te voeren die vóórdat de onderneming onder die naam werd gedreven, reeds door een ander rechtmatig gevoerd werd, of die het merk bevat, waarop een ander ter onderscheiding van zijn fabrieks- of handelswaren recht heeft, dan wel een aanduiding die van zodanig merk of van zodanige handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, een en ander voor zover dientengevolge, in verband met de aard der beide ondernemingen en de plaats, waar zij gevestigd zijn, bij het publiek verwarring tussen die ondernemingen en omtrent de herkomst van de waren te duchten is.

4.13 De Rots-Vast Groep is rechthebbende op het merk "Rots-Vast Groep" en voert daarnaast de handelsnaam 'Rots-Vast' en kan derhalve op grond van het bepaalde in artikel 5 juncto 5a van de Handelsnaamwet opkomen tegen de inbreuk op haar handelsnaam door gedaagde. Weliswaar is door gedaagde aangevoerd dat er voldoende verschillen zitten tussen de namen van de Rots-Vast Groep en haar eigen handelsnaam, maar zoals reeds hiervoor onder rechtsoverweging 4.6 en 4.7 is overwogen gaat dit betoog niet op. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er sprake van een dusdanig geringe afwijking in de naam 'Rots idb Vastgoed' ten opzichte van de naam 'Rots-Vast Groep' dat op grond daarvan gevaar bestaat voor verwarring tussen de ondernemingen bij het publiek. Beide partijen voeren hun handelspraktijk uit in dezelfde regio en via internet mede daarbuiten.

4.14 Ook door het gebruik van de domeinnaam www.rotsidbvastgoed.nl voor dezelfde diensten als waarvoor de Rots-Vast Groep haar handelsnamen gebruikt, valt verwarringgevaar bij het publiek te duchten. Weliswaar is een domeinnaam in beginsel niet meer dan een adres van de domeinnaamhouder, maar gedaagde gebruikt haar domeinnaam ook als handelsnaam voor haar kamerverhuuractiviteiten. Door op deze wijze gebruik te maken van haar domeinnaam maakt gedaagde eveneens inbreuk op de handelsnaam van de Rots-Vast Groep. Om die reden is het gedaagde niet toegestaan te handelen onder deze handels- en/domeinnaam voor activiteiten in de sfeer van woningverhuurbemiddeling.

4.15 De vorderingen van eiseres tot het staken van het gebruik van de handelsnaam 'Rots idb Vastgoed' en de domeinnaam 'www.rotsidbvastgoed.nl' of daarmee overeenstemmende handels- of domeinnamen, zijn derhalve toewijsbaar.

4.16 De gevorderde dwangsom is toewijsbaar, zij het dat deze zal worden gematigd en gemaximeerd.

Proceskosten

4.17 Door eiseres is een proceskostenveroordeling overeenkomstig het bepaalde in artikel 1019h van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) gevorderd. Door gedaagde is tegen de hoogte van de gevorderde proceskostenvergoeding geen verweer gevoerd. Conform de door het Landelijk Overleg Voorzitters van de Civiele sectoren (LOVC) vastgestelde uitgangspunten voor indicatietarieven in IE zaken, ziet de voorzieningenrechter mede gelet op de bijzondere aspecten van deze zaak aanleiding met inachtneming van de redelijkheid en billijkheid de gevorderde proceskosten ambtshalve te matigen tot een bedrag van [euro] 3.000,--.

5. DE BESLISSING

De voorzieningenrechter:

- beveelt gedaagde iedere inbreuk op de door eiseres ingeroepen merk- en handelsnaamrechten van de Rots-Vast Groep B.V. met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden, meer in het bijzonder door het gebruik van de (handels)naam Rots idb Vastgoed, althans een (handels) naam waarin het element ROTS in combinatie met het element VAST voorkomt ten aanzien van bemiddeling en beheersactiviteiten in onroerend goed te staken en gestaakt te houden;

- beveelt gedaagde om het gebruik van de domeinnaam 'www.rotsidbvastgoed.nl', althans het gebruik van een domeinnaam waarin het element ROTS in combinatie met het woord VAST voorkomt ten aanzien van bemiddeling en beheersactiviteiten in onroerend goed, met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden;

- bepaalt dat gedaagde bij overtreding van één van de hiervoor vermelde bevelen een dwangsom zal verbeuren van [euro] 1.000,-- per overtreding, te vermeerderen met een dwangsom van [euro] 250,-- per dag dat de overtreding voortduurt, met een maximum aan de te verbeuren dwangsommen van [euro] 15.000,--;

- bepaalt de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak zoals bedoeld in artikel 1019i Rv op zes maanden;

- veroordeelt gedaagde (op de voet van artikel 1019h Rv) in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van eiseres begroot op [euro] 674,57 aan verschotten en op [euro] 3.000,-- (exclusief BTW) aan salaris advocaat;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- weigert de meer of anders gevorderde voorziening.

Gewezen door mr. A.H. Schotman, voorzieningenrechter van de Rechtbank te Alkmaar en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 juli 2012 in tegenwoordigheid van C. Vis-van Zanden, griffier.