Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:312

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-02-2016
Datum publicatie
24-02-2016
Zaaknummer
14/05474
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:2700, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2014:1456, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR: art. 81.1 RO. Conclusie AG over de vraag of de in de schriftuur opgenomen klachten, die eerst na afloop van de zestig-dagentermijn schriftelijk zijn toegelicht, op zichzelf beschouwd kunnen worden aangemerkt als cassatiemiddelen in de zin der wet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2016/514
RvdW 2016/353
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

23 februari 2016

Strafkamer

nr. S 14/05474

SB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 8 mei 2014, nummer 20/001884-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.S. Nan, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De middelen zijn schriftelijk toegelicht.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 februari 2016.