Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:2886

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29-09-2015
Datum publicatie
30-09-2015
Zaaknummer
13/03201
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:1263, Contrair
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2013:BZ8948, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Arrest: ECLI:NL:HR:2015:3372
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Rioolputmoord / kofferbakmoord. Slagende bewijsklacht medeplegen moord. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2014:3474 m.b.t. medeplegen en medeplichtigheid. Aan ’s Hofs vaststelling kan zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet worden ontleend dat verdachte aan de bewezenverklaarde moord een zodanige intellectuele of materiële bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd dat van bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten kan worden gesproken. Conclusie A-G: anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2015/1800
RvdW 2015/1063
SR-Updates.nl 2015-0402
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

29 september 2015

Strafkamer

nr. S 13/03201

IC/AGE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 26 april 2013, nummer 24/001293-10, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966.

1 Geding in cassatie

Het beroep - dat blijkens de daarvan opgemaakte akte alleen is gericht tegen het arrest van het Hof voor zover dat betreft het onder 3 bewezenverklaarde feit - is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend:

- wat betreft de beslissing met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [betrokkene 1] en de ten behoeve van haar aan de verdachte opgelegde schadevergoedingsmaatregel en tot niet-ontvankelijkverklaring van voormelde benadeelde partij in haar vordering;

- wat betreft de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf;

en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste middel

2.1.

Het middel klaagt dat het onder 3 bewezenverklaarde 'medeplegen' niet uit de bewijsvoering van het Hof kan volgen.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is onder 3 bewezenverklaard dat:

"zij op 16 oktober 2008 in de gemeente Almere tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, immers hebben verdachte en haar mededaders met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg meermalen met een vuurwapen kogels afgevuurd op/in het lichaam en/of het hoofd van voornoemde [slachtoffer 2] , tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 2] is overleden."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"1.

Een schriftelijk stuk, houdende de letterlijke uitwerking van een verhoor van de verdachte [verdachte] , afgenomen op 9 maart 2009 door de verbalisanten [verbalisant 10] en [verbalisant 14] , opgenomen in de pagina's 120 tot en met 148 in dossier 17 van een dossier van de regiopolitie Flevoland met het kenmerk 2008075809 en sluitingsdatum 18 juni 2009, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

als verklaring van de [verdachte] (op de pagina's 122 tot en met 126,128,129 en 140):

Op 16 oktober (het hof begrijpt: 16 oktober 2008) vertelde [medeverdachte 4] (het hof begrijpt: [medeverdachte 4] ) mij dat hij een paar telefoontjes had gehad van [slachtoffer 2] (het hof begrijpt: [slachtoffer 2] ). Ik begreep uit het verhaal dat hij [slachtoffer 2] niet had betaald en dat [slachtoffer 2] daar boos over was. Hij ontweek [slachtoffer 2] al twee dagen. Wanneer [slachtoffer 2] belde voor geld, dan ontweek [medeverdachte 4] hem.

[medeverdachte 4] was best wel bang. Hij was vrij zenuwachtig.

Er waren op dat moment een paar illegale werknemers van hem bezig in Almere.

[slachtoffer 2] bleef hem maar bellen, maar hij nam niet op.

Ik ben met [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] (het hof begrijpt: [medeverdachte 1] ) naar Almere gegaan.

In Almere aangekomen, ben ik in het kantoor gaan zitten. [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] waren elders in of bij de toko.

Toen ik zag dat [slachtoffer 2] kwam, ben ik hem tegemoet gelopen. [slachtoffer 2] vroeg mij of [medeverdachte 4] in de buurt was. Ik zei dat ik niet wist waar hij was en dat ik wel even zou kijken of hij achter was. Ik ben toen naar het magazijn gelopen. Op een gegeven moment ben ik terug gelopen en heb ik gezegd dat ik niet wist waar hij is. Ik zei dat hij net nog hier was en dat hij even moest wachten. Ik weer terug gegaan naar het kantoor. Toen heeft het zeker nog een kwartier geduurd. Toen kwam hij weer en vroeg waar hij nou was. Ik zei tegen hem dat ik het niet wist en dat hij toch even zal moeten wachten.

Toen is hij weg gereden, maar hij kwam gelijk weer terug.

Op het moment dat hij terug kwam, kreeg ik een sms-je, met als inhoud "als je nu niet tevoorschijn komt, dan gebeuren er rare dingen". Een paar minuten daarna hoorde ik het schot.

Er waren drie illegale werknemers.

Toen ik het schot hoorde (...) liep ik naar buiten en toen zag ik [medeverdachte 1] met een pistool in zijn handen. [slachtoffer 2] lag voor zijn auto.

[medeverdachte 1] vroeg om een vuilniszak. Kom ik met een groentezakje aan. Toen werd hij boos. Ik had zoiets van hallo, er ligt geen spitskool op de grond.

[medeverdachte 1] ging in de auto van [slachtoffer 2] kijken naar de spullen die in de auto lagen. Hij zei tegen mij dat ik handschoenen moest aantrekken en hij vroeg mij te kijken wat er in een zwarte map in die auto zat.

Daarna heb ik op verzoek van hem een plastic tasje gehaald. Daar heeft hij de spullen van [slachtoffer 2] in gedaan. Toen hebben ze het lijk in de kofferbak gedaan. Ik leunde tegen de Caddy aan en toen zei [medeverdachte 1] tegen mij dat ik die auto terug zou gaan rijden. We zijn vervolgens naar Amsterdam gereden.

[medeverdachte 4] had [slachtoffer 2] benaderd om [slachtoffer 1] om te brengen.

2.

Een schriftelijk stuk, houdende de letterlijke uitwerking van een verhoor van de verdachte [verdachte] , afgenomen op 9 maart 2009 door de verbalisanten [verbalisant 10] en [verbalisant 14] , opgenomen in de pagina's 169 tot en met 232 in dossier 17 van een dossier van de regiopolitie Flevoland met het kenmerk 2008075809 en sluitingsdatum 18 juni 2009, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

als verklaring van de [verdachte] (op de pagina's 170, 172, 173, 195, 209, 210, 217 en 229):

[medeverdachte 4] was helemaal van slag.

[slachtoffer 2] komt met één doel daar. Die wil zijn geld. Die perst [medeverdachte 4] af. [medeverdachte 4] heeft geen geld. Die kan hem dus niet betalen.

Natuurlijk had ik het gevoel dat het best fout kon lopen. Dat besef je je op het moment dat je daar al bent.

Het sms-je dat [medeverdachte 4] van [slachtoffer 2] had gekregen, heeft [medeverdachte 4] doorgestuurd naar mij.

Ik heb [slachtoffer 2] (het hof begrijpt: het lijk van [slachtoffer 2] ) naar de Bijlmer gereden.

Ik wist dat [slachtoffer 1] ( [slachtoffer 1] ) is omgebracht door [medeverdachte 1] .

Ik weet dat [medeverdachte 1] niet bang is om te schieten.

[medeverdachte 1] heeft mij verteld dat hij [slachtoffer 1] had neergeschoten.

[slachtoffer 1] perste [medeverdachte 4] af.

Ik heb wel eens vaker ruzie gesust. Daar zou ik best wel een goede rol in hebben kunnen spelen.

als relaas van de verbalisanten (op pagina 229):

Maar dat doe je niet, want [slachtoffer 2] komt en vraagt: Waar is [medeverdachte 4] ?

als verklaring van de [verdachte] (op pagina 229):

Ja.

als relaas van de verbalisanten (op pagina 229):

En dan bemoei je je verder ook nergens mee, omdat je dan bingo speelde.

als verklaring van de [verdachte] (op pagina 229):

Ja, nee, maar wat moet ik tegen [slachtoffer 2] zeggen? Wat? Lul, wat kom je doen, je perst [medeverdachte 4] af? Nee, natuurlijk niet.

Wat had je verwa(cht)? Wat had ik dan moeten doen op dat moment dat die [slachtoffer 2] binnen komt? Ik kan toch niks doen? [medeverdachte 4] die was ergens.

3.

Een schriftelijk stuk, houdende de letterlijke uitwerking van een verhoor van de verdachte [verdachte] , afgenomen op 9 maart 2009 door de verbalisanten [verbalisant 10] en [verbalisant 14] , opgenomen in de pagina's 169 tot en met 232 in dossier 17 van het hierboven onder 1 genoemde dossier van de regiopolitie Flevoland, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

als verklaring van [verdachte] (op de pagina's 210 en 211 en 215 tot en met 217):

Op dinsdagavond (het hof begrijpt: op 14 oktober 2008) belde [medeverdachte 4] (het hof begrijpt: [medeverdachte 4] ) mij. Hij zei dat er iets gebeurd was en dat [slachtoffer 1] (het hof begrijpt: [slachtoffer 1] ) volgens hem in de winkel (het hof begrijpt: in de toko aan de Ganzenhoef in Amsterdam) is geweest en hij vroeg mij of ik [medeverdachte 1] (het hof begrijpt: [medeverdachte 1] ) even kon bellen.

[medeverdachte 1] heeft mij gebeld en heeft mij verteld dat het was gebeurd, dat hij [slachtoffer 1] heeft neergeschoten. Hij vertelde dat hij drie keer had moeten schieten.

[slachtoffer 1] is neergeschoten door [medeverdachte 1] omdat hij [medeverdachte 4] afperste.

4.

Een schriftelijk stuk, houdende de letterlijke uitwerking van een verhoor van de verdachte [verdachte] , afgenomen op 14 februari 2009 door de verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 13] , opgenomen in de pagina's 416 tot en met 447 in dossier 17 van een dossier van de regiopolitie Flevoland met het kenmerk 2008075809 en sluitingsdatum 18 juni 2009, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

als verklaring van de [verdachte] (op pagina 416):

Op 16 oktober (het hof begrijpt: 16 oktober 2008) was ik op de Bolderweg in Almere, met [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] . [slachtoffer 2] kwam aanrijden en hij kwam naar binnen en hij vroeg waar [medeverdachte 4] was. Toen zei ik: "Ja, hij is hier ergens", "Je moet even wachten" en "Hij zal wel zo komen".

als relaas van de verbalisanten (op pagina 418):

Jij bent naar de winkel van [medeverdachte 4] in Almere gegaan. Wist je dat er iets ging gebeuren?

als verklaring van [verdachte] (op pagina 418):

Ja.

als relaas van de verbalisanten (op pagina 418):

Wist je dat hij hem dood zou maken?

als verklaring van de [verdachte] (op pagina 418):

Nou kijk, er was natuurlijk sprake van hè, ik los dit wel voor je op. [medeverdachte 4] werd afgeperst door [slachtoffer 2] .

als relaas van de verbalisanten (op pagina 419):

En de reden dat hij dood is gemaakt, wat is dat dan geweest?

als verklaring van de [verdachte] (op pagina 418):

Ja, die afpersing.

als relaas van de verbalisanten (op pagina 426):

Hoe lang heeft [slachtoffer 2] op straat gelegen?

als verklaring van de [verdachte] (op pagina 426):

Niet lang, want het was flup, flup, flup, handelen en weg.

als relaas van de verbalisanten (op pagina 443):

Wanneer is het jou duidelijk geworden dat er iets met [slachtoffer 2] ging gebeuren?

als verklaring van de [verdachte] (op pagina 443):

Nou, op een gegeven moment stuurde [medeverdachte 4] mij een sms-je terwijl ik op het kantoor zat.

[slachtoffer 2] had een sms-je naar [medeverdachte 4] gestuurd en [medeverdachte 4] stuurde dat sms-je naar mij toe.

De tekst kwam er op neer dat [slachtoffer 2] zei: "Het duurt me nu te lang, als je nu niet komt gaan er ongelukken gebeuren".

als verklaring van de [verdachte] (op pagina 424):

Ik weet dat [slachtoffer 1] altijd op maandag en/of dinsdag geld kwam halen in de winkel aan Ganzenhoef.

5.

Een proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] met het nummer 2009030916761, opgemaakt op ambtsbelofte/ambtseed op 10 maart 2009 door [verbalisant 10] voornoemd, en [verbalisant 14] , hoofdagent van de regiopolitie Flevoland, opgenomen in de pagina's 591 tot en met 608 in dossier 9, map II, van het hierboven onder 1 genoemde dossier van de regiopolitie Flevoland, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

als relaas van de verbalisanten (op de pagina's 592, 596 en 598):

We gaan terug naar de avond van 16 oktober 2008, in de bazaar aan de Bolderweg. Er is iemand (het hof begrijpt: [slachtoffer 2] ) neergeschoten. Wat wordt er gezegd nadat het schot is gevallen?

als verklaring van de verdachte [verdachte] (op pagina 599):

[medeverdachte 4] zei tegen [medeverdachte 3] (het hof begrijpt: de verdachte, [medeverdachte 3] ) dat hij het hier moest schoonmaken.

als relaas van de verbalisanten:

Waar is hier?

als verklaring van de verdachte [verdachte] (op pagina 599):

Waar [slachtoffer 2] (het hof begrijpt: [slachtoffer 2] ) heeft gelegen.

6.

Een proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] met het nummer 2009021213186, opgemaakt op ambtsbelofte op l2 februari 2009 door [verbalisant 10] , inspecteur van de regiopolitie Flevoland, en [verbalisant 12] , hoofdagent van de regiopolitie Flevoland, opgenomen in de pagina's 073 tot en met 078 in dossier 17 van het hierboven onder 1 genoemde dossier van de regiopolitie Flevoland, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: als verklaring van de [verdachte] (op pagina 076):

[medeverdachte 4] moest [slachtoffer 1] € 1.500,- per week betalen. Dat gebeurde al meer dan een jaar.

7.

Een proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] met het nummer 2009032614203186, opgemaakt op ambtsbelofte op 26 maart 2009 door [verbalisant 12] voornoemd en [verbalisant 6] , hoofdagent van de regiopolitie Flevoland, opgenomen in de pagina's 333 tot en met 338 in dossier 17 van het hierboven onder 1 genoemde dossier van de regiopolitie Flevoland, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

als verklaring van de [verdachte] (op pagina 335):

[medeverdachte 4] kon het niet meer aan dat hij door twee personen werd afgeperst.

Ik weet niet wat bij [medeverdachte 4] de knop heeft doen omdraaien om twee personen af te maken.

Kijk, [medeverdachte 1] bood zichzelf aan om hem te helpen.

8.

Een proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] met het nummer 2009021404134, opgemaakt op ambtsbelofte op 12 februari 2009 door [verbalisant 10] voornoemd, en [verbalisant 18] , brigadier van de regiopolitie Felvoland, opgenomen in de pagina's 080 tot en met 083 in dossier 17 van het hierboven onder 1 genoemde dossier van de regiopolitie Flevoland, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

als relaas van de verbalisanten (op pagina 082):

We willen een antwoord op de vraag wie [slachtoffer 2] heeft doodgemaakt.

als verklaring van de [verdachte] (op pagina 082):

[medeverdachte 1] .

als relaas van de verbalisanten (op pagina 082):

En dat is [medeverdachte 1] ?

als verklaring van de [verdachte] (op pagina 082):

Ja.

als relaas van de verbalisanten (op pagina 082):

[medeverdachte 1] heeft [slachtoffer 2] doodgemaakt.

als verklaring van de [verdachte] (op pagina 082):

Ja.

9.

Een deskundigenrapport d.d. 19 november 2008 opgesteld door Dr. B. Kubat arts en patholoog, werkzaam bij het Nederlands Forensisch Instituut (Dossier 2, Forensisch Onderzoek, map 2, pag. 65 e.v.) inhoudende als conclusie van de deskundige:

Het overlijden van [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 1979, wordt verklaard door verbloeding opgetreden ten gevolge van een doorschot door de borstkas al dan niet in combinatie met een schotverwonding aan de schedel en de hersenen.

10.

Een proces-verbaal van bevindingen aanhouding en doorzoeking met het nummer 2008290477-1, opgemaakt op ambtseed op 17 oktober 2008 door [verbalisant 15] , inspecteur van politie, hulpofficier van justitie, dienstdoende bij D5 Bureau Districtsrecherche, opgenomen in de pagina's 51 t/m 53 van dossier 11, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op vrijdag 17 oktober 2008 ben ik naar perceel [a-straat 1] gegaan. De doorzoeking werd door mij geopend.

Tijdens de doorzoeking werden de navolgende goederen aangetroffen en inbeslaggenomen:

1. Vanaf de bank in de woonkamer een zwartkleurige riem.

....

4. Vanonder de salontafel een plastic tasje persoonlijke bescheiden ten name van [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 1979.

....

6. Een autosleutel van het merk Opel vanaf de bank in de woonkamer.

11.

Een proces-verbaal van bevindingen met het nummer 2008290477-1, opgemaakt op ambtsbelofte op 19 oktober 2008 door [verbalisant 16] , brigadier van politie, dienstdoende bij D5 Bureau Districtsrecherche, opgenomen in de pagina's 55 en 56 van dossier 11, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op vrijdag 17 oktober 2008 werd er doorzoeking verricht in perceel [a-straat 1] te Amsterdam.

Tijdens de doorzoeking werden onder andere, in een plastic tas, persoonlijke bescheiden van een persoon genaamd [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 1979, aangetroffen. In het plastic tasje zaten onder andere een rijbewijs, paspoort, kentekenbewijs [CC-00-DD] , welke op naam of ten name was gesteld van [slachtoffer 2] .

12.

Een schriftelijk stuk, houdende een NFI-deskundigenrapport, opgemaakt door ir. H.J.T. Janssen d.d. 9 maart 2009, opgenomen in de pagina's 595 t/m 619 van dossier 2 van het hierboven onder 1 genoemde dossier van de regiopolitie Flevoland, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Riem, merk G-star [AAAQ7856NL]

Bloed

De riem [AAAQ7856NL] is onderzocht op de aanwezigheid van bloed. Op de voorzijde van de riem is bij de letter "L" van het opschrift "Originals" een bloedspoor waargenomen. De riem is op deze plaats bemonsterd. [AAAQ7856NL]#1

Op de achterzijde van de riem is bij een rode pijl een bloedspoor aangetroffen. De riem is op deze plaats bemonsterd [AAAQ7856NL]#2

Sporenmateriaal

Celmateriaal kan

Berekende

 

Afkomstig zijn van

frequentie

  

DNA-profiel

[AAAQ7856NL]#1

slachtoffer [slachtoffer 2]

kleiner dan één

Bemonstering riem

en minimaal

op één miljard

G-star

twee andere onbekende

(DNA-hoofdprofiel)

 

personen (zie toelichting 3)

 

[AAAQ7856NL]#2

slachtoffer [slachtoffer 2]

kleiner dan één

Bemonstering riem

en minimaal

op één miljard

G-star

één andere onbekende

(DNA-hoofdprofiel)

 

Persoon (zie toelichting 4)

 

Toelichting 3:

Uit dit DNA-mengprofiel is een DNA-hoofdprofiel afgeleid. Het afgeleide DNA-hoofdprofiel matcht met het DNA-profiel van het slachtoffer [slachtoffer 2] . De berekende frequentie van het DNA-hoofdprofiel is kleiner dan één op één miljard.

Toelichting 4:

In het DNA-profiel van het celmateriaal in deze bemonstering zijn additionele, zwak aanwezige DNA-kenmerken zichtbaar die kunnen duiden op aanwezigheid van een relatief zeer geringe hoeveelheid celmateriaal van minimaal één andere persoon.

13.

Een proces-verbaal van bevindingen met het nummer 2008290477-1, opgemaakt op ambtsbelofte op 11 november 2008 door [verbalisant 16] , brigadier van politie, dienstdoende bij D5 Bureau Districtsrecherche, opgenomen in de pagina's 59 en 60 van dossier 11, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op dinsdag 11 november verscheen voor mij verdachte [medeverdachte 1] . De verdachte kwam zijn inbeslaggenomen spullen op halen.

Hij verklaarde vrijwillig hierover het volgende:

Toen ik die avond thuis kwam zag ik die Opel sleutel op de stoel liggen. Verder kan ik u verklaren dat de G-star riem van mij is. Ik begrijp dat u het nog voor onderzoek houdt.

14.

Een proces-verbaal van verhoor verdachte met het nummer 20090326.1300.3015.A, opgemaakt op ambtsbelofte op 26 maart 2009 door [verbalisant 5] voornoemd en [verbalisant 10] voornoemd, opgenomen in de pagina's 029 tot en met 038 in dossier 20 van het hierboven onder 1 genoemde dossier van de regiopolitie Flevoland, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

als verklaring van de verdachte [betrokkene 11] (op de pagina's 035 en 036):

Op 16 oktober (het hof begrijpt: 16 oktober 2008) was ik aanwezig op de Bolderweg in Almere. Ik was daar samen met onder meer [betrokkene 12] (het hof begrijpt: ( [betrokkene 12] ), [betrokkene 4] en [medeverdachte 3] , het neefje van [medeverdachte 4] (het hof begrijpt: de verdachte, [medeverdachte 3] ).

[medeverdachte 4] (het hof begrijpt: [medeverdachte 4] ) kwam omstreeks 21.30 uur aan op de Bolderweg, samen met een donkere man (het hof begrijpt: [medeverdachte 1] ) en een blanke vrouw die [verdachte] heet (het hof begrijpt: [verdachte] ).

[betrokkene 12] kwam naar ons toe en hij zei dat we weg moesten gaan, omdat er problemen zouden komen. Toen [betrokkene 12] vlak bij [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] was had hij gehoord dat dit werd gezegd.

Daarna kwam [slachtoffer 2] terug.

Na ongeveer tien minuten hoorde ik een schot.

15.

Een proces-verbaal van verhoor verdachte met het nummer 2009040604321, opgemaakt op ambtsbelofte op 6 april 2009 door [verbalisant 5] voornoemd en [verbalisant 10] voornoemd, opgenomen in de pagina's 080 tot en met 085 in dossier 20 van het hierboven onder 1 genoemde dossier van de regiopolitie Flevoland, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: als verklaring van de verdachte [betrokkene 11] (op de pagina's 082 en 083):

Enige tijd nadat ik een geluid (het hof begrijpt: het geluid van een knal of schot) had gehoord, ben ik naar de voorkant van de winkel gelopen.

Ik zag bloed op straat liggen, in een vlek met een doorsnee van ongeveer vijftig centimeter. Ik hoor dat [medeverdachte 3] zegt dat we moeten schoonmaken. Ik heb gezien dat [betrokkene 4] en [medeverdachte 3] het (het hof begrijpt: het gedeelte van de plaats van het delict waar het bloed lag) hebben schoongemaakt met water.

16.

Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] met het nummer 20090507.1205.4321, opgemaakt op ambtsbelofte op 7 mei 2009 door [verbalisant 8] , brigadier van de regiopolitie Flevoland, en [verbalisant 5] , brigadier van de regiopolitie Flevoland, opgenomen in de pagina's 916 tot en met 926 in dossier 9, map III van het hierboven onder 1 genoemde dossier van de regiopolitie Flevoland, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

als verklaring van de verdachte [medeverdachte 3] (op de pagina's 920 en 921)

Op 16 oktober 2008 was ik in Almere (het hof begrijpt: in de toko aan de Bolderweg). Daar waren tevens aanwezig [betrokkene 12] , [betrokkene 4] en [betrokkene 13] (het hof begrijpt: de drie illegale werknemers).

[slachtoffer 2] (het hof begrijpt: [slachtoffer 2] ) is er omstreeks 20.30 uur a 21.00 uur gedurende ongeveer een kwartier geweest.

Daarna kwamen [medeverdachte 4] (het hof begrijpt: [medeverdachte 4] ), [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte] ) en [medeverdachte 1] (het hof begrijpt: [medeverdachte 1] ) aanrijden. [medeverdachte 4] zei tegen ons: "Ga naar achteren allemaal".

(...)

Ik zag dat [medeverdachte 4] met een brandslang op de straat spoot. Hij spoot op het gedeelte van het asfalt dat omhoog loopt richting het rolluik van de winkel. Hij stond ongeveer twee meter van het rolluik af.

Ik hoorde [verdachte] zeggen: " [medeverdachte 4] , laten we gaan, laat die jongens dit doen".

17.

Een proces-verbaal van verhoor verdachte met het nummer 2009032411153982, opgemaakt op ambtseed op 24 maart 2009 door [verbalisant 2] , brigadier van de regiopolitie Flevoland, en [verbalisant 3] , hoofdagent van de regiopolitie Flevoland, opgenomen in de pagina's 1273 tot en met 1282 in dossier 9, map IV van een dossier van de regiopolitie Flevoland met het kenmerk 2008075809 en sluitingsdatum 18 juni 2009, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

als relaas van de verbalisanten (op pagina 1274):

Wij hebben gehoord dat jij werkzaam was in de winkel aan de Ganzenhoef in Amsterdam Zuid-Oost toen [slachtoffer 1] om het leven werd gebracht op 14 oktober 2008. Wat kun jij ons daarover vertellen?

als verklaring van de verdachte [betrokkene 4] (op de pagina's 1276 en 1277)

[slachtoffer 1] werd doodgeschoten toen hij in de winkel was op die dag. Ik hoorde een pistoolschot. Ik zag dat [slachtoffer 1] op de grond lag. Ik heb bloed op de grond gezien.

Ik heb met [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte] ) gesproken over de telefoon. Zij vroeg mij of het klaar was en zij vroeg mij de schutter aan de telefoon te geven. Ik gaf de telefoon aan de schutter."

2.2.3.

De bestreden uitspraak houdt voorts onder het opschrift "Het medeplegen" met betrekking tot het onder 3 tenlastegelegde het volgende in:

"Eenmaal gearriveerd bij de toko, worden de daar werkzame drie illegalen in het bijzijn van de verdachte naar achteren gestuurd door [medeverdachte 4] . Dit laatste duidt er naar het oordeel van het hof al op dat zich iets af gaat spelen dat weinig goeds voorspelt.

De verdachte houdt zich vervolgens op in de kantoorruimte van de toko en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] houden zich elders in of bij de toko op. Op een gegeven moment arriveert [slachtoffer 2] , waarop de verdachte een gesprek met [slachtoffer 2] aanknoopt.

Op de vragen van [slachtoffer 2] waar [medeverdachte 4] is, antwoordt de verdachte binnen een kwartier tot twee keer toe dat [medeverdachte 4] ergens in de buurt is en dadelijk wel zal komen. Dat blijkt uit de politieverhoren van de verdachte (dossier 17, pagina's 125 en 443).

Deze mededelingen van de verdachte aan [slachtoffer 2] kunnen niet anders gezien worden dan als verhullend en/of misleidend naar [slachtoffer 2] toe. Immers, uit niets blijkt dat [medeverdachte 4] , die zich eerder op die avond zeer nerveus heeft getoond voor [slachtoffer 2] , in de toko een persoonlijke ontmoeting met [slachtoffer 2] zal aangaan. Niet gebleken is voorts dat [medeverdachte 4] zich heeft ingesteld op een dergelijke persoonlijke ontmoeting en evenmin is gebleken dat [medeverdachte 4] daartoe enige intentie had of heeft geuit. Integendeel, [medeverdachte 4] ging een (persoonlijk) contact met [slachtoffer 2] telkens uit de weg op die avond. Niet gebleken is dat de verdachte op dat moment pogingen in het werk heeft gesteld [medeverdachte 4] te roepen, te bellen of een sms-bericht te sturen, met de mededeling dat [slachtoffer 2] hem wenst te spreken.

[slachtoffer 2] vertrekt vervolgens. Op het moment dat [slachtoffer 2] daarna terugkomt naar de toko, ontvangt de verdachte op haar mobiele telefoon een sms-bericht, dat afkomstig is van [slachtoffer 2] en is gericht aan [medeverdachte 4] , en dat door [medeverdachte 4] kennelijk naar haar is doorgestuurd vanaf diens mobiele telefoon. De strekking van dat sms-bericht is dat er problemen komen wanneer [medeverdachte 4] nu niet tevoorschijn komt. Voor zover dat de verdachte tot dan toe nog niet bekend of duidelijk was, kan het niet anders zijn geweest dan dat dit bericht erop duidde dat er van [slachtoffer 2] een verbaal dreigende houding richting [medeverdachte 4] uit ging en dat dit in elk geval vanaf dat moment kenbaar was voor de verdachte. Waar de verdachte heeft verklaard dat inhoud en/of strekking van dit sms-bericht haar op dat moment niet duidelijk zijn geweest, acht het hof de verdachte ongeloofwaardig. Enkele minuten nadien wordt [slachtoffer 2] neergeschoten door [medeverdachte 1] . De verdachte verricht vervolgens kennelijk onbewogen verdere ondersteunende en uitvoerende handelingen, te weten met betrekking tot het wissen van sporen van het misdrijf en het wegvoeren van het lijk.

Onder de hiervoor vermelde omstandigheden heeft verdachte [slachtoffer 2] ten onrechte in de waan gelaten dat er een gesprek met [medeverdachte 4] of betaling zou volgen in plaats van hem te waarschuwen of er op een andere manier voor te zorgen dat [slachtoffer 2] weg zou gaan. Op die manier heeft zij er een bijdrage aan geleverd dat [slachtoffer 2] bij de toko in de buurt bleef en terugkwam waardoor het voor [medeverdachte 1] mogelijk was [slachtoffer 2] neer te schieten. Er was aldus sprake van een bewuste en nauwe samenwerking van verdachte met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] .

De verdachte heeft ter terechtzitting van het hof van 10 april 2012 aangevoerd dat zij op 14 oktober 2008 uitsluitend is meegegaan om [medeverdachte 4] morele ondersteuning te kunnen bieden en omdat zij een sussende en/of bemiddelende rol meende te kunnen spelen in het geheel. Het hof acht deze lezing van de feiten door de verdachte ongeloofwaardig.

Uit niets is immers gebleken of aannemelijk geworden dat de verdachte op de daartoe geschikte en aangewezen momenten daadwerkelijk invulling heeft gegeven of heeft willen geven aan de rol die zij zichzelf meent toe te kennen. Daarnaast heeft de verdachte niet op een eerder daartoe aangewezen moment - tijdens de politieverhoren - kenbaar gemaakt een dergelijke rol te hebben willen vervullen op 14 oktober 2008."

2.3.

In zijn arrest van 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474 heeft de Hoge Raad enige algemene overwegingen over het medeplegen gegeven, in het bijzonder gericht op de afbakening tussen medeplegen en medeplichtigheid en meer in het bijzonder met het oog op gevallen waarin het medeplegen niet bestaat in gezamenlijke uitvoering. Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is.

Indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), rust op de rechter de taak om in het geval dat hij toch tot een bewezenverklaring van het medeplegen komt, in de bewijsvoering - dus in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsoverweging - dat medeplegen nauwkeurig te motiveren. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Daarbij verdient overigens opmerking dat aan het zich niet distantiëren op zichzelf geen grote betekenis toekomt. Het gaat er immers om dat de verdachte een wezenlijke bijdrage moet hebben geleverd aan het delict.

2.4.

Het oordeel van het Hof dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking berust in de kern op de vaststelling van het Hof dat de verdachte " [slachtoffer 2] ten onrechte in de waan [heeft] gelaten dat er een gesprek met [medeverdachte 4] of betaling zou volgen in plaats van hem te waarschuwen of er op een andere manier voor te zorgen dat [slachtoffer 2] weg zou gaan" en dat zij er "op die manier (...) een bijdrage aan [heeft] geleverd dat [slachtoffer 2] bij de toko in de buurt bleef en terugkwam waardoor het voor [medeverdachte 1] mogelijk was [slachtoffer 2] neer te schieten". Daaraan kan zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet worden ontleend dat de verdachte aan de bewezenverklaarde moord op [slachtoffer 2] een zodanige intellectuele of materiële bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd dat van bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten kan worden gesproken.
De bewezenverklaring is derhalve niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Het middel is terecht voorgesteld.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak voor zover aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen, dus uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 3 tenlastegelegde en de strafoplegging waaronder begrepen de beslissingen omtrent de vordering van de benadeelde partij [betrokkene 1] ;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 september 2015.