Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:38

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-01-2014
Datum publicatie
08-01-2014
Zaaknummer
12/03551
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:1683, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Beklag. OM-cassatie. Art. 94a.2 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:BL2823 m.b.t. de aan te leggen maatstaf. Uit de overwegingen van de Rb. blijkt niet dat zij de van toepassing zijnde maatstaf heeft gehanteerd. De toe te passen maatstaf sluit niet uit dat de Rb, indien de omstandigheden van het geval dat meebrengen, bij de beoordeling van het klaagschrift tevens onderzoekt of voortzetting van het beslag in overeenstemming is met de eisen van prop. en subs. Aan de omstandigheid dat de zaak tegen de klagers "al 5 maanden lijkt stil te liggen en sprake is van inbreuk op het eigendomsrecht", kan evenwel niet zonder meer de conclusie worden verbonden dat voortzetting van het beslag niet in overeenstemming is met die eisen en de beslagen moeten worden opgeheven. Ook in zoverre is het oordeel niet toereikend gemotiveerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2014/177
NJ 2014/66 met annotatie van
SR-Updates.nl 2014-0018
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

7 januari 2014

Strafkamer

nr. 12/03551 B

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de de Rechtbank Groningen van 18 juni 2012, nummer RK 12/235, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:

[klager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975

en

[klaagster] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de Officier van Justitie. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en terugwijzing van de zaak naar de Rechtbank Groningen teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel is gericht tegen de gegrondverklaring van het door de klaagster en de klager ingediende klaagschrift. Het klaagt in het bijzonder dat de beslissing van de Rechtbank blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, althans dat die beslissing onvoldoende met redenen is omkleed.

2.2.

De bestreden beschikking houdt het volgende in:

"Procedure

Op 31 januari 2012 is op de hierna te melden voorwerpen conservatoir beslag gelegd onder klagers. Namens klagers is op 12 april 2012 een klaagschrift ingediend tegen deze inbeslagneming en tegen het uitblijven van een last tot teruggave van:

een flatscreen televisie merk Philips, een flatscreen televisie merk LG, een flatscreen televisie merk Panasonic, een Crosstrainer U.N.O. fitness XE4000, een buitenboordmotor merk Yamaha, een personenauto merk Mercedes kenteken [AA-00-BB] met sleutel en kentekenbewijs, een 14-karaats koningsketting, een Jetski merk Yamaha reg.nr. [001], een rubberboot merk Brig en een sloep merk Antaris.

(...)

Beoordeling

Namens klagers heeft mr. J. Faas aangevoerd, dat uit de aanvraag Strafrechtelijk Financieel Onderzoek van het Openbaar Ministerie (OM) slechts summierlijk blijkt dat er sprake zou kunnen zijn van witwassen. De raadsman heeft aangevoerd dat de voor deze verdenking gestelde redenen onvoldoende zijn en dat daarom zich het geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, aan de verdachte(n) de verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat zijdens het OM na het leggen van het beslag in het geheel niets is ondernomen en dat klagers niet zijn gehoord.

De rechtbank is van oordeel dat het beslag dient te worden opgeheven nu de zaak tegen klaagster al 5 maanden lijkt stil te liggen en er sprake is van inbreuk op het eigendomsrecht van klagers. Hoewel een inbreuk op het eigendomsrecht is toegestaan, mits daarbij wordt voldaan aan wettelijke voorschriften, rust naar het oordeel van de rechtbank op het OM de verplichting de schade die klagers hierdoor lijden niet groter te laten worden dan strikt noodzakelijk is.

De rechtbank is van oordeel dat het beklag terecht is gedaan. Het inbeslaggenomene zal aan klagers worden teruggegeven."

2.3.

In cassatie moet ervan worden uitgegaan dat het gaat om op de voet van art. 94a, tweede lid, Sv onder de klaagster en de klager gelegde beslagen op de in de bestreden beschikking genoemde zaken.

2.4.

Bij de beoordeling van een klaagschrift tegen zo een beslag dient de rechter te onderzoeken a. of er ten tijde van zijn beslissing sprake is van verdenking van of veroordeling wegens een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd en b. of zich niet het geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, aan de klaagster en/of de klager, als verdachte, een verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen (vgl. HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654).

2.5.

Uit de overwegingen van de Rechtbank blijkt niet dat zij deze maatstaf heeft aangelegd. Daarom is de bestreden beschikking ontoereikend gemotiveerd.

2.6.

De toe te passen maatstaf sluit niet uit dat de rechtbank, indien de omstandigheden van het geval dat meebrengen, bij de beoordeling van het klaagschrift tevens onderzoekt of voortzetting van het beslag in overeenstemming is met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Aan de omstandigheid dat de zaak tegen de klagers "al 5 maanden lijkt stil te liggen en sprake is van inbreuk op het eigendomsrecht", zoals de Rechtbank heeft overwogen, kan evenwel niet zonder meer de conclusie worden verbonden dat voortzetting van het beslag niet in overeenstemming is met die eisen en de beslagen moeten worden opgeheven. Ook in zoverre is het oordeel van de Rechtbank niet toereikend gemotiveerd.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden beschikking;

wijst de zaak terug naar de Rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 januari 2014.