Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:3047

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28-10-2014
Datum publicatie
28-10-2014
Zaaknummer
14/00238
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:1881, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:5031, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Grondslagverlating. Wijziging tll. Artt. 313 en 314 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2008:BD3662, m.b.t. het feit dat het op de weg van de rechter ligt om in de tekst van een tll. voorkomende misslagen te verbeteren, mits verdachte daardoor niet in zijn verdediging wordt geschaad. Zo’n verbetering is niet een wijziging i.d.z.v. art. 313 Sv, maar slechts een vaststelling van de juiste inhoud van de tll. waarvoor geen medewerking van het OM of verdachte is vereist. I.c. is de tll. primair toegesneden art. 420bis.1 aanhef en onder a, Sr en art. 420ter Sr en subsidiair op art. 420bis.1 aanhef en onder a Sr onderscheidenlijk art. 420quater.1 aanhef en onder a, Sr. Het Hof heeft daaraan aan art. 420bis.1 aanhef en onder b, Sr onderscheidenlijk art. 420quater.1 aanhef en onder b, Sr ontleende bestanddelen toegevoegd. Dat kan niet als een herstel van een misslag in de tll. worden gezien, maar levert een wijziging van de tll. op die slechts o.d.v.v. de artt. 313 en 314 Sv kon plaatsvinden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 420bis
Wetboek van Strafrecht 420quater
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 313
Wetboek van Strafvordering 314
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2014/2020
RvdW 2014/1221
NJ 2014/490 met annotatie van
NBSTRAF 2014/288
SR-Updates.nl 2014-0410
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

28 oktober 2014

Strafkamer

nr. 14/00238

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 20 december 2013, nummer 23/001739-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.L.M. van der Voet, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 10 tenlastegelegde en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw kan worden berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het eerste en het tweede middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het derde middel

3.1.

Het middel klaagt dat het Hof met betrekking tot het onder 10 tenlastegelegde de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten.

3.2.1.

Aan de verdachte is onder 10 tenlastegelegd dat:

"primair:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 12 december 2011, te Amsterdam en/of Diemen, althans in Nederland, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte van een of meer voorwerp(en) en/of een of meer geldbedrag(en), te weten

- een of meer (personen)auto('s), te weten een Volkswagen, kenteken [AA-00-BB] en/of een Opel, kenteken [CC-00-DD] en/of een Fiat, kenteken [EE-00-FF] en/of een Volkswagen, kenteken [GG-00-HH] en/of een Volkswagen, kenteken [II-00-JJ] en/of

- een bromfiets (kenteken [KK-00-LL]) en/of

- een tas (merk Gucci) en/of

- een of meer kledingstuk(ken) en/of schoenen (met een totale waarde van (ongeveer) 8276,35 euro) en/of

- een gouden armband en/of

- een horloge (merk Cartier) en/of

- een gouden ring met diamanten en/of

- een of meer geldbedrag(en) van in totaal (ongeveer) 22120 euro (zegge: tweeëntwintigduizend en honderdentwintig euro),

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, althans heeft hij verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op voornoemde voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) was/waren of wie bovenomschreven voorwerp(en) en/of geldbedrag(en), voorhanden had/hadden, terwijl hij wist dat dat/die voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit een misdrijf;

subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 12 december 2011 te Amsterdam en/of Diemen, althans in Nederland, van een of meer voorwerp(en) en/of geldbedrag(en), te weten

- een of meer (personen)auto('s), te weten een Volkswagen, kenteken [AA-00-BB] en/of een Opel, kenteken [CC-00-DD] en/of een Fiat, kenteken [EE-00-FF] en/of een Volkswagen, kenteken [GG-00-HH] en/of een Volkswagen, kenteken [II-00-JJ] en/of

- een bromfiets (kenteken [KK-00-LL]) en/of

- een tas (merk Gucci) en/of

- een of meer kledingstuk(ken) en/of schoenen (met een totale waarde van (ongeveer) 8276,35 euro) en/of

- een gouden armband en/of

- een horloge (merk Cartier) en/of

- een gouden ring met diamanten en/of

- een of meer geldbedrag(en) van in totaal (ongeveer) 22120 euro (zegge: tweeëntwintigduizend en honderdentwintig euro), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) was of wie bovenomschreven voorwerp(en) en/of geldbedrag(en), voorhanden had/hadden, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit een misdrijf."

3.2.2.

Het Hof heeft ten aanzien van het onder 10 tenlastegelegde het volgende overwogen:

"Het hof stelt vast dat zowel in het dossier 'witwassen' als op de behandeling in eerste aanleg het onder feit 10 onder primair en subsidiair tenlastegelegde is begrepen als gericht op het in artikel 420 bis onder b Wetboek van Strafrecht (Sr) (juncto artikel 420ter Sr) neergelegde strafbare feit. Het door de rechtbank bewezen verklaarde feit valt ook onder die delictsomschrijving. Ook bij de behandeling in hoger beroep zijn de raadsman en de advocaat-generaal van die bewezen verklaarde strafbare gedragingen uitgegaan. Onder die omstandigheden en nu de strafmaat niet verschilt leest het hof de tenlastelegging verbeterd, als mede inhoudend (achter uit een misdrijf):

en/of die voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) voorhanden heeft gehad terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat die voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit een misdrijf. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad."

3.2.3.

Het Hof heeft de verdachte vrijgesproken van het onder 10 primair tenlastegelegde. Het heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:

"hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 12 december 2011, te Amsterdam en/of Diemen, voorwerpen en geldbedragen, te weten

- personenauto's, te weten een Opel, kenteken [CC-00-DD] en een Fiat, kenteken [EE-00-FF] en

- een bromfiets (kenteken [KK-00-LL]) en

- kledingstukken (met een totale waarde van ongeveer 8276,35 euro) en

- een horloge (merk Cartier) en

- een gouden ring met diamanten en

- geldbedragen van in totaal ongeveer 19120 euro (zegge: negentienduizend en honderdtwintig euro),

voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat die voorwerpen en geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit een misdrijf."

3.3.

De volgende wettelijke bepalingen zijn van belang:

- art. 420bis, eerste lid, Sr:

"Als schuldig aan witwassen wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie:

a. hij die van een voorwerp de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de verplaatsing verbergt of verhult, dan wel verbergt of verhult wie de rechthebbende op een voorwerp is of het voorhanden heeft, terwijl hij weet dat het voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig is uit enig misdrijf;

b. hij die een voorwerp verwerft, voorhanden heeft, overdraagt of omzet of van een voorwerp gebruik maakt, terwijl hij weet dat het voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig is uit enig misdrijf."

- art. 420ter Sr:

"Hij die van het plegen van witwassen een gewoonte maakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie."

- art. 420quater, eerste lid, Sr:

"Als schuldig aan schuldwitwassen wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vijfde categorie:

a. hij die van een voorwerp de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de verplaatsing verbergt of verhult, dan wel verbergt of verhult wie de rechthebbende op een voorwerp is of het voorhanden heeft, terwijl hij redelijkerwijs moet vermoeden dat het voorwerp - onmiddellijk of
middellijk - afkomstig is uit enig misdrijf;

b. hij die een voorwerp verwerft, voorhanden heeft, overdraagt of omzet of van een voorwerp gebruik maakt, terwijl hij redelijkerwijs moet vermoeden dat het voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig is uit enig misdrijf."

3.4.

De tenlastelegging onder 10 primair is toegesneden op handelen in strijd met art. 420bis, eerste lid aanhef en onder a, Sr en art. 420ter Sr. De tenlastelegging onder 10 subsidiair is toegesneden op handelen in strijd met art. 420bis, eerste lid aanhef en onder a, Sr, onderscheidenlijk art. 420quater, eerste lid aanhef en onder a, Sr.

3.5.1.

Het ligt op de weg van de rechter om in de tekst van een tenlastelegging voorkomende misslagen te verbeteren, mits de verdachte daardoor in zijn verdediging niet wordt geschaad. Zo een verbetering is niet een wijziging van de tenlastelegging in de zin van art. 313 Sv, maar slechts een vaststelling van de juiste inhoud van de tenlastelegging waarvoor geen medewerking van het openbaar ministerie of van de verdachte is vereist (vgl. HR 30 september 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD3662, NJ 2009/494).

3.5.2.

De toevoeging aan de tenlastelegging van - kort gezegd - aan art. 420bis, eerste lid aanhef en onder b, Sr onderscheidenlijk art. 420quater, eerste lid aanhef en onder b, Sr ontleende bestanddelen kan echter niet als het herstel van een misslag in de hiervoor bedoelde zin worden gezien, maar levert een wijziging van de tenlastelegging op die slechts op de voet van de art. 313 en 314 Sv kon plaatsvinden.

3.6.

Het middel is terecht voorgesteld.

4 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 10 tenlastegelegde en de strafoplegging;

wijst de zaak terug de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 oktober 2014.