Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:667

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-09-2013
Datum publicatie
10-09-2013
Zaaknummer
11/03819
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:748, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt n-o verklaard in zijn cassatieberoep. Verzuim niet nazenden originele exemplaar schriftuur wordt voor gedekt gehouden, nu de raadsman bij brief heeft verklaard dat hij door verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd ‘teneinde voor hem in te dienen de middelen van cassatie’, hetgeen bezwaarlijk anders kan worden verstaan dan als door hem met zijn handgeschreven handtekening bekrachtigde verklaring dat verdachte hem bepaaldelijk heeft gevolmachtigd tot het indienen van de per fax ingezonden cassatieschriftuur. De schriftuur bevat geen cassatiemiddel in de zin der wet, zodat het voorschrift van art. 437.2 Sv niet in acht is genomen, en verdachte in het cassatieberoep niet kan worden ontvangen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/1100
SR-Updates.nl 2013-0344
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10 september 2013

Strafkamer

nr. 11/03819

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Arnhem, zitting houdende te Leeuwarden, van 20 mei 2011, nummer 24/002384-10, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.J. Driessen, advocaat te Nijmegen, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1.1.

Art. VI lid 5 van het Procesreglement Strafkamer Hoge Raad 2008 luidt als volgt:

"De indiening van de schriftuur is (...) vormvrij; zij kan worden ingediend hetzij door inlevering op de griffie van de Hoge Raad, hetzij door verzending per post of koeriersdienst, hetzij door verzending via de fax (mits gevolgd door inlevering of verzending van het originele exemplaar). Volstaan kan worden met de indiening van één exemplaar."

2.1.2.

De raadsman heeft na verzending van de cassatieschriftuur per fax op 28 november 2011 niet het originele exemplaar van de schriftuur nagezonden. Vervolgens heeft de strafadministratie van de Hoge Raad de raadsman bij brief van 30 november 2011 erop gewezen dat deze schriftuur niet inhoudt de verklaring dat hij door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot de indiening, en is hem gelegenheid geboden dit verzuim te herstellen. Bij door hem ondertekende brief van 7 december 2011 heeft de raadsman verklaard dat hij door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd "teneinde voor hem in te dienen de middelen van cassatie", hetgeen bezwaarlijk anders kan worden verstaan dan als door hem met zijn handgeschreven handtekening bekrachtigde verklaring dat de verdachte hem bepaaldelijk heeft gevolmachtigd tot het indienen van de per fax ingezonden cassatieschriftuur. Gelet hierop gaat de Hoge Raad voorbij aan het verzuim betreffende de nazending van de originele schriftuur.

2.2.

Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven.

2.3.

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 10 september 2013.