Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:14

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25-06-2013
Datum publicatie
02-07-2013
Zaaknummer
12/02242
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2012:BW0966, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Beslag. De bestreden uitspraak houdt in strijd met art. 353.1 Sv geen beslissing in ten aanzien van inbeslaggenomen voorwerpen. Dit verzuim behoeft evenwel niet tot cassatie te leiden, aangezien de verdachte binnen de in art. 552a.3 Sv gestelde termijn van 3 mnd na de dag waarop de vervolgde zaak tot een einde is gekomen, zich op de voet van art. 552a.1 Sv schriftelijk kan beklagen bij het Hof over het uitblijven van een last tot teruggave van de desbetreffende voorwerpen (zie HR LJN BX0146, rov. 2.2.3).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/913
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

25 juni 2013

Strafkamer

nr. 12/02242

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 22 maart 2012, nummer 22/005166-10, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.R. Kellermann, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft schriftelijk daarop gereageerd.

2 Beoordeling van het eerste, het tweede, het derde en het vierde middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden, Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het vijfde middel

3.1.

Het middel klaagt dat het Hof heeft verzuimd een beslissing te nemen aangaande inbeslaggenomen voorwerpen, te weten een Gilera Runner, een Scooter Piaggio, een laptop en een bedrag aan geld.

3.2.

Op de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 28-30 vermelde gronden moet worden aangenomen dat de in het middel bedoelde voorwerpen met toepassing van art. 94 Sv zijn inbeslaggenomen, en ten aanzien van die voorwerpen geen last tot teruggave is gegeven.

3.3.

De bestreden uitspraak houdt in strijd met art. 353, eerste lid, Sv geen beslissing in ten aanzien van die voorwerpen. Dit verzuim behoeft evenwel niet tot cassatie te leiden, aangezien de verdachte binnen de in art. 552a, derde lid, Sv gestelde termijn van drie maanden na de dag waarop de vervolgde zaak tot een einde is gekomen, zich op de voet van art. 552a, eerste lid, Sv schriftelijk kan beklagen bij het Hof over het uitblijven van een last tot teruggave van de desbetreffende voorwerpen (zie HR 11 september 2012, LJN BX0146, rov. 2.2.3).

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 25 juni 2013.