Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BR1122

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27-09-2011
Datum publicatie
27-09-2011
Zaaknummer
09/04645
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BR1122
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Gegronde bewijsklacht medeplegen van diefstal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/1204
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

27 september 2011

Strafkamer

nr. 09/04645

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 5 november 2009, nummer 21/000130-09, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.J.N. Vermeij, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het derde middel

2.1. Het middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring.

2.2.1. Het Hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:

"hij in de periode van 3 juli 2008 tot en met 15 juli 2008 in de gemeente Enschede tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (damesfiets, merk Batavus, kleur blauw), toebehorende aan [betrokkene 1]."

2.2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

a. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 1]:

"Ik doe aangifte van diefstal van mijn fiets, merk Batavus, kleur blauw, weggenomen op 3 juli 2008 vanaf het Van Heekplein in Enschede. De fiets behoort geheel aan mij toe. Aan niemand is toestemming gegeven tot het wegnemen van de fiets."

b. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 2]:

"Ongeveer twee weken geleden heb ik bij de Burger King aan het Van Heekplein in Enschede een damesfiets gepakt van het merk Batavus. Ik pleegde de diefstal met [verdachte] (fonetisch). Bij [verdachte] liggen nog wel twee of drie fietsen die gestolen zijn achter het huis. [Verdachte] zou deze fiets aan zijn moeder verkopen. Hij zou tegen zijn moeder zeggen dat hij de fiets van een vriend had gekocht. Het slot heb ik met een slijptol van de fiets afgeslepen."

c. een proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 1], voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant:

"Verdachte [betrokkene 2] verklaarde samen met [verdachte] diefstallen te hebben gepleegd. Uit het bedrijfsprocessensysteem van de politie Twente bleek deze persoon te zijn genaamd: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats]."

d. een proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaren [verbalisant 2 t/m 6], voor zover inhoudende als relaas van de verbalisanten:

"Op 15 juli 2008 werd [verdachte] aangehouden in zijn woning, gelegen aan de [a-straat] te Enschede. Wij, verbalisanten, hebben de drie fietsen, welke achter de woning stonden, nagetrokken hij de afdeling Info. Van een damesfiets, merk Batavus, zagen wij, verbalisanten, dat het framenummer was weggekrast en daardoor niet meer leesbaar was. Tevens was deze fiets niet voorzien van een slot."

e. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 3]:

"De politie heeft bij de aanhouding van mijn zoon [verdachte] achter mijn huis gekeken en twee fietsen meegenomen. De ene fiets heb ik drie jaar geleden gekocht. De andere fiets heb ik van [betrokkene 2] gekocht. Als [betrokkene 2] zegt dat hij de fiets aan [verdachte] verkocht heeft, klopt dat wel. Hij heeft de fiets via [verdachte] aan mij verkocht."

f. de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg van 29 december 2008, voor zover inhoudende:

"Op 15 juli 2008 heeft de politie enkele fietsen, waaronder een blauwe damesfiets van het merk Batavus, achter mijn woning aan de [a-straat 1] te Enschede aangetroffen. In die tijd ging ik regelmatig om met [betrokkene 2]."

2.3. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt onder meer het volgende in:

"De verdachte verklaart - zakelijk weergegeven - als volgt:

Ik ontken dat ik met [betrokkene 2] een damesfiets heb gestolen. De fiets die achter in mijn tuin is aangetroffen, was van [betrokkene 2]. Ik weet niet waarom [betrokkene 2] de fiets op zijn rug vervoerde. Misschien was hij trots. (...)

De verdachte en de raadsvrouw voeren het woord tot verdediging, waarbij de raadsvrouw onder meer aanvoert - zakelijk weergegeven -:

(...)

Subsidiair moet mijn cliënt van het tenlastegelegde worden vrijgesproken. Mijn cliënt ontkent de fiets, die in zijn achtertuin is aangetroffen, te hebben gestolen. Voorts bevat het dossier tegenstrijdige verklaringen en onduidelijkheden. (...)"

2.4. Aangezien de bewezenverklaring, voor zover inhoudende dat de verdachte "tezamen en in vereniging met een ander" de tenlastegelegde diefstal heeft gepleegd, mede tegen de achtergrond van hetgeen ter terechtzitting in hoger beroep door en namens de verdachte is aangevoerd, niet zonder meer kan worden afgeleid uit de inhoud van de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen, is de bestreden uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

2.5. Het middel slaagt.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 27 september 2011.