Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BN1252

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-10-2010
Datum publicatie
08-10-2010
Zaaknummer
08/05299
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BN1252
In cassatie op : ECLI:NL:GHARN:2008:BF0764, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Koop registergoed. Derdenbeslag onder koper op koopsom. Betaling koper in weerwil van beslag door storting koopsom onder notaris bevrijdend jegens beslaglegger? Uitleg art. 7:3 lid 3 BW. Tot de in dit artikellid gegeven opsomming behoort niet het hier aan de orde zijnde geval van derdenbeslag onder de koper op de koopsom, hoezeer ook in een dergelijk beslag een hindernis gelegen kan zijn voor de effectuering van het recht van de koper op daadwerkelijke nakoming van de koopovereenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010/1166
RVR 2011/1
RN 2011/1
NJ 2012/211 met annotatie van J. Hijma, A.I.M. van Mierlo
NJB 2010, 1888
JWB 2010/410
JOR 2010/333 met annotatie van S.E. Bartels
JBPR 2010/58 met annotatie van mr. A. Steneker
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

8 oktober 2010

Eerste Kamer

08/05299

DV/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. R.F. Thunnissen,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 123737/HA ZA 06-1061 van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 7 maart 2007 en 6 juni 2007;

b. het arrest in de zaak 107.001.946/01 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, van 9 september 2008.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en afdoening als in de conclusie onder 2.19 vermeld.

3. Beoordeling van de middelen

3.1 In cassatie kan worden uitgegaan van het volgende.

(i) Tussen [betrokkene 1] als verkoper en [verweerder] als koper is op 15 juni 2005 een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot het recht van erfpacht betreffende percelen cultuurgrond met daarop een woonhuis. De koopsom bedroeg € 850.000,--.

(ii) De koopovereenkomst is op 16 juni 2005 op de voet van art. 7:3 lid 1 BW ingeschreven in de openbare registers.

(iii) Art. 3 van de koopovereenkomst houdt onder meer in dat de koper verplicht is het verschuldigde te voldoen bij het ondertekenen van de akte van levering door creditering van de bank- en/of girorekening van de notaris, uiterlijk per de dag van het ondertekenen van de akte van levering.

(iv) Tussen [betrokkene 1] en [eiseres] is een geschil ontstaan over de verschuldigdheid van makelaarscourtage.

(v) Op 30 augustus 2005 heeft [eiseres] onder [verweerder] conservatoir (derden)beslag doen leggen tot zekerheid van haar vordering op [betrokkene 1], door de rechtbank in haar verlofbeschikking voorlopig begroot op € 22.000,--.

(vi) [Verweerder] heeft als derdebeslagene op 4 oktober 2005 een verklaring gedaan overeenkomstig art. 476a Rv. inhoudende dat hij € 850.000,-- verschuldigd was aan [betrokkene 1].

(vii) [Betrokkene 1] en [verweerder] hebben uitvoering gegeven aan de tussen hen gesloten koopovereenkomst. [Verweerder] heeft de volledige koopsom onder de notaris gestort. De akte van levering is gepasseerd op 13 december 2005. Na aflossing van de hypotheek heeft de notaris het restant van de koopsom, een bedrag van € 108.377,34, onder zich in depot gehouden, op welk bedrag door [eiseres] executoriaal beslag is gelegd.

(viii) Bij vonnis van de rechtbank van 22 maart 2006 is [betrokkene 1] veroordeeld om aan [eiseres] een bedrag van € 17.320,58 in hoofdsom te voldoen, waardoor het derdenbeslag in de executoriale fase is komen te verkeren. Betaling door [betrokkene 1] is uitgebleven.

(ix) Toen [eiseres] wilde overgaan tot uitwinning van het onder [verweerder] gelegde beslag, bleek dat [verweerder], als gevolg van de betaling aan de notaris, het uit te winnen bedrag niet meer onder zich had.

3.2 [Eiseres] heeft de veroordeling gevorderd van [verweerder] tot betaling van € 20.779,07, met rente en kosten. Hij heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat de betaling door [verweerder] aan de notaris jegens hem, [eiseres], niet bevrijdend is. De rechtbank heeft onder verwijzing naar art. 475h lid 1 Rv. de vordering toegewezen.

Het hof heeft het vonnis vernietigd en de vordering van [eiseres] alsnog afgewezen. Het hof heeft daartoe onder meer het volgende overwogen.

"8. (...) Krachtens [art. 7:3 lid 3 onder f BW] kan tegen de koper van een registergoed wiens koop is ingeschreven in de openbare registers een executoriaal of conservatoir beslag, waarvan het proces-verbaal na de inschrijving van de koop is ingeschreven, niet worden ingeroepen. Zoals blijkt uit de wetsgeschiedenis wordt met deze bepaling beoogd, gedurende een bepaalde tijd, te voorkomen dat een beslag op de verkochte zaak, na het tot stand komen (en inschrijven) van de koopovereenkomst, de afwikkeling van deze overeenkomst frustreert.

9. De met deze bepaling beoogde bescherming van de koper wordt ook gefrustreerd door een onder de koper gelegd derdenbeslag. Dit beslag verhindert immers de tussen koper en verkoper overeengekomen betaling van de koopprijs, waardoor de koper niet aan zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst kan voldoen en levering niet zal kunnen plaatsvinden. Hoewel artikel 7:3 lid 3 onder f BW betrekking heeft op het beslag op het registergoed en geen regeling bevat voor een onder de koper gelegd derdenbeslag, volgt naar het oordeel van het hof uit het stelsel van de wet dat ook een dergelijk beslag, dat is gelegd na de inschrijving van de koopovereenkomst in de registers, niet met succes tegen de koper kan worden ingeroepen, wanneer de koper - ter uitvoering van zijn verplichtingen uit de koopovereenkomst - de koopsom betaalt aan de notaris. Indien dat anders zou zijn, wordt de door bedoelde bepaling beoogde bescherming van de koper ondermijnd. De koper zou in dat geval immers (een deel van) de koopsom niet mogen betalen, met als mogelijk gevolg dat de levering niet kan plaatsvinden."

3.3.1 Het eerste middel komt met een rechtsklacht op tegen het oordeel van het hof (rov. 9) dat uit het stelsel van de wet volgt dat een derdenbeslag als in deze zaak aan de orde, niet tegen de koper kan worden ingeroepen wanneer deze - ter uitvoering van zijn verplichtingen uit de koopovereenkomst - de koopsom betaalt aan de notaris.

3.3.2 Met de in art. 7:3 BW neergelegde, ook wel als "Vormerkung" aangeduide, rechtsfiguur is beoogd de koper van een registergoed tijdelijk (gedurende zes maanden na de inschrijving van de koop) bescherming te bieden in zijn recht op daadwerkelijke nakoming van de koopovereenkomst. De voor de bescherming van het persoonlijk recht van de koper op onbelaste verkrijging noodzakelijk geachte zakelijke werking van de inschrijving van de koop heeft de wetgever nauwkeurig omschreven door in het derde lid van art. 7:3 onder de letters a tot en met g precies te bepalen welke rechtsfeiten niet tegen de koper kunnen worden ingeroepen (vgl. HR 6 februari 2009, nr. 07/12643, LJN BG5850, NJ 2009/344). De daarin gegeven opsomming van rechtsfeiten is limitatief, gelet op de formulering van dit artikellid, het uitzonderingskarakter van de bepaling waarvan het onderdeel uitmaakt en de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.4 aangehaalde passage uit het Verslag van een schriftelijk overleg, Kamerstukken II 2000-2001, 23 095, nr. 10, blz. 30. Tot die opsomming behoort niet het hier aan de orde zijnde, blijkens de parlementaire geschiedenis door de wetgever onder ogen geziene geval van derdenbeslag onder de koper op de koopsom. Het middel treft derhalve doel, hoezeer ook in een dergelijk beslag een hindernis gelegen kan zijn voor de effectuering van het recht van de koper op daadwerkelijke nakoming van de koopovereenkomst.

3.3.3 De gegrondheid van het eerste middel brengt mee dat het arrest van het hof niet in stand kan blijven en dat het tweede middel geen behandeling behoeft. De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen door het vonnis van de rechtbank te bekrachtigen.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt het arrest van het gerechtshof te Arnhem van 9 september 2008;

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 6 juni 2007;

veroordeelt [verweerder] in de kosten van de procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] begroot:

- in hoger beroep op € 1.158,--;

- in cassatie op € 777,98 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A. Hammerstein, F.B. Bakels en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 oktober 2010.