Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:AZ2587

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-02-2007
Datum publicatie
09-02-2007
Zaaknummer
C04/056HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:AZ2587
In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2003:AP1826, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Beslag- en executierecht. Ontvankelijkheid hoger beroep tegen vonnis strekkende tot opheffing van conservatoir vreemdelingenbeslag op een zeeschip ondanks niet tijdig instellen van de eis in hoofdzaak; termijn als bedoeld in art. 700 lid 3 Rv., strekking; taak appelrechter bij vernietiging.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 700
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 83
NJ 2007, 103
RvdW 2007, 182
S&S 2007, 49
NJB 2007, 478
JBPR 2007/43 met annotatie van mr. M.A.J.G. Janssen
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

9 februari 2007

Eerste Kamer

Nr. C04/056HR

RM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

de rechtspersoon naar Maltees recht WESSEX NAVIGATION LIMITED,

gevestigd te Valetta, Malta,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. J. Groen,

t e g e n

de rechtspersoon naar Russisch recht ITERA-ENERGY COMPANY,

gevestigd te Moskou, Rusland,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Op verzoek van verweerster in cassatie - verder te noemen: Itera - heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank Dordrecht bij beschikking van 11 november 2002 aan Itera verlof verleend tot het leggen van het hierna te melden beslag op het aan eiseres tot cassatie - verder te noemen: Wessex - in eigendom toebehorende m.s. "Action".

Itera heeft op 12 november 2002 in Dordrecht conservatoir beslag doen leggen op het m.s. "Action".

Wessex heeft bij de voorzieningenrechter in de rechtbank Dordrecht in kort geding opheffing van het beslag gevorderd.

Itera heeft de vordering bestreden.

De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 15 november 2002 het door Itera ten laste van Wessex gelegde beslag op het m.s. "Action" met onmiddellijke ingang opgeheven.

Tegen dit vonnis heeft Itera hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 23 december 2003 heeft het hof het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd en de door Wessex gevraagde voorziening alsnog geweigerd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft Wessex beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen Itera is verstek verleend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van Wessex heeft bij brief van 1 december 2006 op de conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) Bij beschikking van 11 november 2002 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Dordrecht Itera verlof verleend tot het leggen van conservatoir vreemdelingenbeslag op het aan Wessex, gevestigd in Malta, in eigendom toebehorende m.s. "Action" ter verzekering van een door Itera op Wessex gepretendeerde, voorlopig op US $ 320.000,-- begrote vordering.

(ii) In deze beschikking heeft de voorzieningenrechter bepaald dat de hoofdvordering binnen een termijn van vier weken na het leggen van het beslag aanhangig gemaakt diende te worden.

(iii) Op 12 november 2002 heeft Itera in Dordrecht conservatoir vreemdelingenbeslag doen leggen op het m.s. "Action".

(iv) Krachtens een tussen partijen geldend arbitraal beding dient de vordering ter verzekering waarvan het beslag werd gelegd, berecht te worden door arbiters in Hamburg.

3.2 Wessex heeft bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Dordrecht opheffing van het onder (iii) vermelde beslag gevorderd. Wessex heeft hiertoe gesteld dat de gronden waarop het beslag is gelegd ondeugdelijk zijn. Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van 15 november 2002 heeft de voorzieningenrechter het beslag met onmiddellijke ingang opgeheven. De voorzieningenrechter overwoog daartoe (rov. 5.7) dat door Wessex summierlijk de ondeugdelijkheid van de door Itera in het beslagrekest ingeroepen rechten was aangetoond.

3.3 In het door Itera ingestelde appel bij het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft het hof bij het bestreden arrest het vonnis waarvan beroep vernietigd op de grond dat de ondeugdelijkheid van de door Itera gestelde vordering onvoldoende was gebleken. Het door Wessex (tevens) gevoerde verweer dat Itera niet-ontvankelijk is in het hoger beroep omdat zij niet binnen de gestelde termijn een bodemprocedure (arbitrage te Hamburg) aanhangig heeft gemaakt, oordeelde het hof ongegrond. Die termijn was volgens het hof gekoppeld aan het beslag en omdat dat beslag is opgeheven, kon in dit stadium het aanhangig maken van een bodemprocedure achterwege blijven, aldus het hof (rov. 12).

3.4 Onderdeel A van het middel bevat tegen dat oordeel gerichte rechts- en motiveringsklachten. Deze klachten kunnen evenwel geen doel treffen op grond van het volgende.

3.5 De in art. 700 lid 3 Rv. bedoelde termijn heeft de strekking te voorkomen dat de schuldeiser het beslag alleen als pressiemiddel gebruikt en na het leggen van het beslag blijft stilzitten. Van deze ongeoorloofde druk op de schuldenaar kan geen sprake zijn wanneer de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad verklaarde uitspraak het beslag heeft opgeheven.

De opheffing van het beslag brengt dan mee dat de gestelde termijn zijn functie verliest. De appelrechter die de opheffing van het beslag vernietigt dient op de voet van art. 700 lid 3 Rv. een nieuwe termijn te bepalen.

3.6 Onderdeel B van het middel keert zich tegen de door het hof (ten laste van Wessex) uitgesproken proceskostenveroordeling. Voor zover het voortbouwt op de klachten van onderdeel A dient het eveneens te falen. Voor zover het onderdeel betoogt dat inmiddels vaststaat dat het beslag onrechtmatig was en het onwenselijk is dat de veroordeling in de proceskosten van Wessex in stand zou blijven wanneer vaststaat dat de procedures die tot die veroordeling hebben geleid een rechtstreeks gevolg zijn van een door Itera gepleegde onrechtmatige daad, mist het onderdeel feitelijke grondslag en kan het daarom niet tot cassatie leiden.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt Wessex in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Itera begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, A. Hammerstein en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 februari 2007.