Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2004:AO7009

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28-09-2004
Datum publicatie
29-09-2004
Zaaknummer
01474/03
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2004:AO7009
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verspreiding worm-computervirus waardoor mail-servers konden vastlopen. 1. De opvatting dat van “schade” ex art. 350a.3 Sr eerst sprake is indien de betreffende gegevens daadwerkelijk schade aan gegevens in een geautomatiseerd werk hebben aangericht,is onjuist. 2. Voor strafbaarheid o.g.v. art. 350a.3 Sr is vereist dat verdachtes opzet erop is gericht dat de door hem ter beschikking gestelde of verspreide, zichzelf in een geautomatiseerd bestand vermenigvuldigende, gegevens schade kunnen aanrichten.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 350a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2004, 485
NJ 2004, 642
NBSTRAF 2004/400
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

28 september 2004

Strafkamer

nr. 01474/03

AGJ/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 28 oktober 2002, nummer 24/000847-01, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Leeuwarden van 27 september 2001 - de verdachte ter zake van "opzettelijk en wederrechtelijk gegevens verspreiden die bedoeld zijn om schade aan te richten door zichzelf te vermenigvuldigen in een geautomatiseerd werk" veroordeeld tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van honderdvijftig uren, subsidiair 75 dagen hechtenis, met onttrekking aan het verkeer en verbeurdverklaring zoals in het arrest omschreven.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. H.A. de Boer, advocaat te Workum, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het eerste middel

3.1. Het middel keert zich tegen de motivering van de bewezenverklaring. Mede blijkens de toelichting bevat het middel onder meer de volgende klachten. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan niet volgen dat het zichzelf vermenigvuldigende virus bedoeld was om schade aan te richten, welke schade ook niet daadwerkelijk is opgetreden, terwijl uit die bewijsmiddelen evenmin kan volgen dat het opzet van de verdachte was gericht op de omstandigheid dat de desbetreffende gegevens bedoeld waren om schade aan te richten.

3.2. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij op 10 februari 2001 te en vanuit Sneek, in de gemeente Sneek, opzettelijk en wederrechtelijk gegevens, te weten een zogenaamd Worm-computervirus (het Kournikova-virus), heeft verspreid die bedoeld zijn om schade aan te richten door zichzelf te vermenigvuldigen in een geautomatiseerd werk, immers heeft verdachte opzettelijk en wederrechtelijk een elektronisch bericht, dat die gegevens bevatte, in de (internet)nieuwsgroep alt.binaries.anna-kournikova geplaatst terwijl voornoemd virus bij opening van dit bericht door andere deelnemers/gebruikers van die nieuwsgroep zich, zonder dat daarvoor een nadere handeling was vereist, heeft vermenigvuldigd of kon vermenigvuldigen onder de contactpersonen, voorkomende in het adressenbestand van die deelnemers/gebruikers."

3.3. Het in de bewezenverklaring, overeenkomstig de tenlastelegging, voorkomende begrip "bedoeld om schade aan te richten" is daarin klaarblijkelijk gebezigd in de betekenis die daaraan toekomt in art. 350a, derde lid, Sr.

3.4. Blijkens de aanvulling op het verkorte arrest als bedoeld in art. 365a, tweede lid, Sv heeft het Hof de bewezenverklaring doen steunen op de volgende bewijsmiddelen:

"1. Een proces-verbaal, nr. 20010140543, d.d. 22 maart 2001 op ambtsbelofte opgemaakt door G. Bosma, brigadier van politie, taakaccenthouder digitaal rechercheren, eenheid criminaliteitsbeheersing Sneek, (dossierparagraaf 2.1.2. van een dossierproces-verbaal, nr. 2001014054, d.d. 2 april 2001 op ambtsbelofte opgemaakt door Bosma voornoemd), - zakelijk weergegeven - inhoudende:

als verklaring van verbalisant

Op 14 februari 2001 heb ik de computer van [verdachte] onderzocht. De harde schijf bevatte de directory "My virus". Deze directory bevatte een sub-directory "NEW" en in deze sub-directory werd een bestand aangetroffen met de naam

"Anna-Kournikova.jpg.zip". Dit bestand zou op 10 februari 2001 zijn gemaakt. Nadat ik dat bestand had geopend bleek hier een verpakt bestand in te zitten met de naam "Anna Kournikova.jpg.vbs.". Het op het internet verspreide virus had de naam "Anna Kournikova.jpg.vbs." Het virus "Anna Kournikova.jpg.vbs" was op 10 februari 2001 vervaardigd. Verder trof ik op de schijf een html-code aan. In deze code is te zien dat in de nieuwsgroep "alt.binaries.anna-kournikova" het bericht "New Pic" werd geplaatst. Vervolgens blijkt uit deze data dat het bestand "Anna Kournikova.jpg.vbs." als bijlage bij dit bericht werd gevoegd. Verder trof ik gegevens aan waaruit blijkt dat het bericht "New Pic", met hieraan gekoppeld het bestand "Anna Kournikova.jpg.vbs.", op 10 februari 2001 binnen de nieuwsgroep is verspreid.

2. Een schriftelijk stuk, te weten een ongedateerd rapport van A.J. Lamers, inspecteur van politie, digitaalrechercheur, en P. Janssen, internetrechercheur, beiden werkzaam bij het Project Digitaal Rechercheren, (als dossier-paragraaf 2.1.5.1. gevoegd in het sub 1 vermelde dossierproces-verbaal), - zakelijk weergegeven - inhoudende:

als verklaring van verbalisanten, dan wel één hunner

Wij hebben een onderzoek ingesteld naar de werking van het Anna Kournikova-virus. Het Visual Basic Script, bekend onder de naam Kournikova-virus, is in zeer korte tijd wereldwijd over het internet verspreid doordat het gebruik maakte van een veiligheidslek in het veelgebruikte e-mailprogramma Outlook Express van Microsoft. Het script werd geactiveerd wanneer de gebruiker het script opende vanuit zijn e-mailprogramma. Het script verstuurde zichzelf naar alle aanwezige e-mailadressen in het adresboek van de gebruiker. Daardoor was het mogelijk dat mail-servers, zowel pop als smtp, de plotselinge stroom data niet af konden handelen en hierdoor vastliepen (crashten).

3. Een proces-verbaal, nr. 2001014054-6, d.d. 13 maart 2001 op ambtsbelofte opgemaakt door Bosma voornoemd, (dossier-paragraaf 2.1.3.2. van het sub 1 vermelde dossierproces-verbaal), inhoudende - zakelijk weergegeven -:

als verklaring van verdachte

In februari 2001 heb ik het computervirus met de naam "Anna Kournikova.jpg.vbs." vervaardigd met behulp van het programma Vbs Worm Generator l.5b. Nadat ik het virus gemaakt had heb ik dit geplaatst in de nieuwsgroep "alt.binaries.anna-kournikova". Het bericht zelf heb ik geplaatst met de vermelding "New Pic". Hieraan was het computervirus

"Anna Kournikova.jpg.vbs" gehangen. Ik weet dat een computervirus dat op deze wijze op het Internet wordt gezet zich snel kan verspreiden. Op 12 februari 2001 ben ik op internet gaan zoeken bij diverse newsagency's. Overal waar ik keek zag ik dat er computers besmet waren geraakt door mijn computervirus en overal werd voor dit virus gewaarschuwd.

4. De verklaring van verdachte ter 's hofs terechtzitting d.d. 14 oktober 2002, inhoudende - zakelijk weergegeven -:

Ik heb het wormvirus onder de naam Anna Kournikova op 10 februari 2001 vanuit mijn ouderlijke woning te Sneek verspreid. Ik beschikte destijds over meer dan 7000 virussen. Ik had verwacht dat het virus zich op grote schaal zou verspreiden. Ik las in die tijd veel computerbladen. Ik kende het "I love you"-virus. Ik had ten tijde van de verspreiding van het virus behoorlijk veel verstand van computers."

3.5. Art. 350a, derde lid, Sr luidt als volgt:

"Hij die opzettelijk en wederrechtelijk gegevens ter beschikking stelt of verspreidt die bedoeld zijn om schade aan te richten door zichzelf te vermenigvuldigen in een geautomatiseerd werk, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie."

3.6.1. Voorzover aan de desbetreffende klachten van het middel de opvatting ten grondslag ligt dat van "schade" als bedoeld in art. 350a, derde lid, Sr eerst sprake is indien de in die bepaling bedoelde ter beschikking gestelde of verspreide gegevens daadwerkelijk schade aan gegevens in een geautomatiseerd werk hebben aangericht, is deze opvatting onjuist (vgl. Kamerstukken II 1990-1991, 21 551, nr. 7, blz. 5). In zoverre falen de klachten.

3.6.2. Voor het overige is blijkens de inhoud van de door het Hof gebezigde, onder 3.4 weergegeven, bewijsmiddelen - welke onder meer inhouden dat door het onderhavige computervirus mail-servers konden vastlopen - de bewezenverklaring wat betreft het schadelijke karakter van de desbetreffende door de verdachte verspreide, zichzelf vermenigvuldigende, gegevens voldoende met redenen omkleed. In zoverre falen de klachten eveneens.

3.7. De klacht van het middel dat het opzet van de verdachte niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid, stelt de rechtsvraag aan de orde of het opzet van de dader mede daarop gericht moet zijn dat de verspreide gegevens bedoeld zijn om schade aan te richten of dat daarvoor voldoende is dat het opzet is gericht op het zichzelf vermenigvuldigende karakter van de desbetreffende gegevens. Daaromtrent geldt het volgende. Voor strafbaarheid op grond van art. 350a, derde lid, Sr is vereist dat het opzet van de verdachte erop is gericht dat de door de verdachte ter beschikking gestelde of verspreide, zichzelf in een geautomatiseerd bestand vermenigvuldigende, gegevens schade kunnen aanrichten. Die uitleg strookt met de tekst van deze bepaling, waarin het begrip "opzettelijk" voorafgaat aan het bestanddeel "bedoeld om schade aan te richten", terwijl de wetsgeschiedenis geen aanknopingspunten biedt voor de andere opvatting. In deze zaak kan dat opzet uit de gebezigde bewijsmiddelen worden afgeleid.

3.8. De overige klachten die het middel behelst kunnen evenmin tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering, nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beoordeling van het tweede middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

5. Slotsom

Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

6. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst, W.A.M. van Schendel, J.W. Ilsink en J. de Hullu, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 28 september 2004.