Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2011:BR7108

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
06-09-2011
Datum publicatie
08-09-2011
Zaaknummer
HV 200.091.972
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

EET-Vo. Art. 6: woonplaats schuldenaar is die ten tijde inleidende dagvaarding;

Art. 16 woonplaats schuldeiser blijkt toereikend uit producties bij de inleidende dagvaarding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2011/413
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

Zevende kamer

Uitspraak: 6 september 2011

Zaaknummer: HV 200.091.972/01

Zaak- en rolnummer eerste aanleg: 160631/KG RK 11-339

in de zaak in hoger beroep van:

Hollandsche Disconto Voorschotbank B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante,

verder te noemen: HDV,

advocaat: mr. H. Post,

tegen

[X.],

wonende te [woonplaats], België,

geïntimeerde,

verder te noemen: [X.],

in eerste aanleg en in hoger beroep niet opgeroepen, noch verschenen.

1. Het geding in eerste aanleg

Bij beschikking van 12 mei 2011 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Maastricht het verzoek van HDV afgewezen overwegende:

Verzoekster heeft verzocht om waarmerking van voormeld vonnis van deze rechtbank als Europese executoriale titel. Dit verzoek wordt afgewezen, aangezien niet voldaan is aan de in artikel 6 lid 1 aanhef en onder d van de EG-verordening nr. 805/2004 gestelde voorwaarden, nu de beslissing in Nederland is gegeven en gerekwestreerde, consument en schuldenaar, in België woonachtig is.

Een verzoek tot herstel is afgewezen bij beschikking van 21 juli 2011.

2. Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift met producties, dat bij het hof is binnengekomen op 10 augustus 2011, heeft HDV hoger beroep ingesteld tegen voornoemde beschikking en verzocht die beschikking te vernietigen en, opnieuw recht doende, het tussen partijen gewezen vonnis van 3 november 2010 te waarmerken als een Europese Executoriale Titel, kosten rechtens.

3. De beoordeling

3.1. Het beroep is gegrond. Uit de overgelegde stukken, in het bijzonder de inleidende dagvaarding van 7 mei 2009, die weliswaar niet in persoon is betekend, maar die aanleiding gaf tot het verstekvonnis waarvan waarmerking wordt verlangd, blijkt dat [X.] ten tijde van die dagvaarding in Nederland woonde. Uit het resultaat van een door het hof ambtshalve gedane aanvraag voor GBA-gegevens blijkt dat [X.] eerst op 19 november 201 naar België is verhuisd. Voor het afgeven van de Europese executoriale titel is de datum van de inleidende dagvaarding bepalend. De omstandigheid dat de consument/schuldenaar nadien naar het buitenland is verhuisd staat aan de waarmerking niet in de weg.

3.2. Art. 16 van de EET-Vo begint aldus:

Om te verzekeren dat de schuldenaar naar behoren over de schuldvordering werd ingelicht, moet het stuk dat het geding inleidt of het gelijkwaardige stuk de volgende gegevens hebben bevat:

a) de naam en adres van de partijen;

In de kop van de inleidende dagvaarding wordt opgegeven dat HDV is gevestigd te [vestigingsplaats] (zonder adres of postbusnummer) en dat zij woonplaats kiest te [domiciliekeuze] aan de [kantooradres] op het kantoor van haar advocaat. In het midden kan blijven of deze adresvermelding toereikend is om aan het bepaalde in art. 16 EET-Vo te voldoen.

In de producties die aan de inleidende dagvaarding zijn gehecht en die eveneens zijn betekend, wordt als adres van HDV opgegeven postbus [postbusnummer], [postcode] [vestigingsplaats] en wordt haar website vermeld (www.hdvbank.nl). Voorts wordt vermeld dat het litigieuze contract tot stand is gekomen door bemiddeling van een derde wiens naam, adres (geen postbusadres) en website eveneens staan vermeld.

Naar het oordeel van het hof is hiermee toereikend voldaan aan het bepaalde in art. 16 EET-Vo omdat [X.] hiermee naar behoren is ingelicht over het adres van haar wederpartij.

Het adres van [X.] zelf staat in de inleidende dagvaarding.

3.3. Het hof is ook overigens niet gebleken van omstandigheden die aan waarmerking in de weg staan. Het hof zal, overeenkomstig het bepaalde in art. 9 EET-Vo, aan deze beschikking hechten het ingevulde ‘bewijs van waarmerking als Europese Executoriale Titel’, het formulier van bijlage 1 bij de EET-Vo. Voor een proceskostenbeslissing acht het hof geen plaats.

4. De uitspraak

Het hof:

vernietigt de beschikking waarvan beroep;

en opnieuw recht doende:

wijst het verzoek toe en hecht voornoemd formulier aan deze beschikking.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.H.B. den Hartog Jager, mr. N.J.M. van Etten en mr. R.R.M. de Moor en in het openbaar uitgesproken op 6 september 2011.

BEWIJS VAN WAARMERKING ALS EUROPESE EXECUTORIALE TITEL

1. Lidstaat van oorsprong: Nederland.

2. Rechterlijke instantie die het bewijs van waarmerking verstrekt:

2.1. Naam: Gerechtshof ’s-Hertogenbosch,

2.2. Adres: Leeghwaterlaan 8 te 5223BA ’s-Hertogenbosch,

postbus 70583, 5201CZ ’s-Hertogenbosch,

2.3. Tel./fax/e-mail: 0031-73-6202020

3. Indien andere dan onder 2 vermeld, rechterlijke instantie die de beslissing heeft gegeven

3.1. Naam: niet van toepassing

3.2. Adres:

3.3. Tel./fax/e-mail:

4. Beslissing

4.1. Datum: 3 november 2010.

4.2. Referentienummer: 140554/HA ZA 09-611.

4.3. Partijen:

4.3.1. Naam en adres van de schuldeiser(s): Hollandsche Disconto Voorschotbank B.V.

4.3.2. Naam en adres van de schuldenaar(aren): [X.].

5. Erkende geldelijke vordering:

5.1. Hoofdsom: 100.000,- (in mindering op de hoofdsom, proceskosten en rente is € 15.268,70 voldaan).

5.1.1. Valuta: euro.

5.1.2. Indien de schuldvordering betrekking heeft op een periodieke betaling: niet van toepassing.

5.1.2.1. Bedrag van elke termijn:

5.1.2.2. Vervaldatum van de eerste termijn:

5.1.2.3. Vervaldatum van de volgende termijnen:

5.1.2.4. Looptijd van de schuldvordering:

5.1.2.4.1. Momenteel onbepaald of

5.1.2.4.2. vervaldatum van de laatste termijn:

5.2. Rente

5.2.1. Rentevoet

5.2.1.1. 14,1 %

5.2.1.2. … % boven de basisrente van de ECB (1)

5.2.1.3. Andere, namelijk:

5.2.2. Rente te betalen vanaf: 7 mei 2009

5.3. Bedrag van de terugvorderbare kosten, indien vermeld in de beslissing: € 3.723,25.

6. De beslissing is uitvoerbaar in de lidstaat van oorsprong. Ja.

7. Kunnen tegen de beslissing nog rechtsmiddelen worden ingesteld? Neen.

8. De beslissing heeft betrekking op een niet-betwiste schuldvordering in de zin van artikel 3, lid 1. Ja.

9. De beslissing voldoet aan artikel 6, lid 1, onder b). Ja.

10. Betreft de beslissing aangelegenheden met betrekking tot consumentenovereenkomsten? Ja.

10.1. Zo ja, is de schuldenaar de consument? Ja.

10.2. Zo ja, heeft de schuldenaar zijn woonplaats in de lidstaat van oorsprong (in de zin van artikel 59 van Verordening (EG) nr. 44/2001)? Ten tijde van de inleidende dagvaarding en ten tijde van het vonnis had de schuldenaar woonplaats in Nederland.

11. Betekening of kennisgeving van het stuk dat het geding inleidt overeenkomstig hoofdstuk III, indien van toepassing: Niet van toepassing.

11.1. Betekening of kennisgeving verricht overeenkomstig artikel 13,

of betekening of kennisgeving verricht overeenkomstig artikel 14,

of overeenkomstig artikel 18, lid 2, is vastgesteld dat de schuldenaar het stuk in ontvangst heeft

genomen.

11.2. Behoorlijke inlichting

De schuldenaar is ingelicht overeenkomstig de artikelen 16 en 17

12. Betekening of kennisgeving van de inleidende dagvaarding indien van toepassing

12.1. Betekening of kennisgeving verricht overeenkomstig artikel 13: Neen

of betekening of kennisgeving verricht overeenkomstig artikel 14: Ja, art. 14 lid 1 aanhef en onder c

of overeenkomstig artikel l8, lid 2, is vastgesteld dat de schuldenaar de dagvaarding in ontvangst heeft genomen

12.2. Behoorlijke inlichting

De schuldenaar is ingelicht overeenkomstig artikel 17: Ja

13. Herstel van niet-naleving van de procedurele minimumnormen overeenkomstig artikel 18, lid 1: Niet van toepassing

13.1. Betekening of kennisgeving van de beslissing verricht overeenkomstig artikel 13,

of betekening of kennisgeving van de beslissing verricht overeenkomstig artikel 14,

of overeenkomstig artikel 18, lid 2, is vastgesteld dat de schuldenaar de beslissing in ontvangst heeft genomen.

13.2. Behoorlijke inlichting

De schuldenaar is ingelicht overeenkomstig artikel 18, lid 1, onder b)

13.3. Heeft de schuldenaar de mogelijkheid gehad rechtsmiddelen tegen de beslissing in te stellen: Ja

13.4. De schuldenaar heeft verzuimd overeenkomstig de toepasselijke vormvoorschriften rechtsmiddelen tegen de beslissing in te stellen: Ja.

Gedaan te ‘s-Hertogenbosch datum 6 september 2011

Handtekening en/of stempel