Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2016:610

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
23-02-2016
Datum publicatie
08-03-2016
Zaaknummer
22-003589-14
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2017:2956
Cassatie: ECLI:NL:HR:2018:392, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de belaging van een minderjarige slachtoffer door pizza’s te bestellen en deze op haar adres te laten bezorgen, een advertentie waarin een iPad gratis werd aangeboden te plaatsen op de website www.marktplaats.nl, met vermelding van de contactgegevens van het slachtoffer, en een advertentie op de website www.speurders.nl te plaatsen inhoudende het aanbod van het slachtoffer om seksuele handelingen te verrichten, met daarbij de naam, woonplaats en contactgegevens van het slachtoffer. Zij heeft zodoende op ernstige wijze herhaaldelijk inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 10 (tien) dagen jeugddetentie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Onder redactie van Tina van der Linden – Smit en Kea Kroeks – de Raaij annotatie in UDH:IR/13088
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-003589-14

Parketnummer: 09-787017-13

Datum uitspraak: 23 februari 2016

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 7 augustus 2014 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1995,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 2 december 2014, 3 maart 2015 en 9 februari 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2, 3 primair, 4 primair en subsidiair ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 en 3 subsidiair ten laste gelegde veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen jeugddetentie, met aftrek van voorarrest. Voorts is beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

De officier van justitie heeft het hoger beroep op een later moment ingetrokken.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is ingevolge het bepaalde bij artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet gericht tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraken van het onder 2 en 4 primair en subsidiair tenlastegelegde.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.


zij in of omstreeks de periode van 01 maart 2012 tot en met 9 januari 2013 te Leiden, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3], in elk geval van een ander, met het oogmerk die die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft zij, verdachte,

- ( een) taart(en) en/of broodjes en/of (een) pizza('s), althans etenswa(a)r(en) besteld op naam van die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of laten bezorgen bij de woning van die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of

- ( een) (valse) advertentie(s) geplaatst op Marktplaats met vermelding van het adres en/of het telefoonnummer van die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of - (een) (valse) seksadvertentie(s) geplaatst op Speurders.nl (met gebruikmaking van account [x]) met vermelding van de naam en/of woonplaats en/of het telefoonnummer van die [benadeelde partij 3] en/of

- ( een) foto('s) van een vrouwelijk geslachtdeel met de tekst 'Leila <3 Nourdin' erbij op het internet geplaatst en/of

- die [benadeelde partij 2] gefilmd en/of gefotografeerd;

3. primair


zij in of omstreeks 25 december 2012 tot en met 28 december 2012 te Leiden, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde partij 4], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [benadeelde partij 4], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft zij, verdachte, (meermalen) (een) (valse) seksadvertentie(s) geplaatst op Speurders.nl (met gebruikmaking van account [x]) met vermelding van een foto en/of (het) telefoonnummer van die [benadeelde partij 4];

subsidiair


zij in of omstreeks de periode van 25 december 2012 tot en met 28 december 2012 te Leiden, althans in Nederland opzettelijk, door middel van het openlijk tentoonstellen en/of aanslaan van (een) geschrift(en), de eer en/of de goede naam van [benadeelde partij 4] heeft aangerand door telastlegging van een of meer bepaalde feiten, te weten dat die [benadeelde partij 4] zich prostitueert en/of zich als prostituee aanbiedt en/of tegen betaling seksuele handelingen verricht, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte met voormeld doel (een) (valse) seksadvertentie(s) openlijk tentoongesteld of aangeslagen door deze (valse) seksadvertentie(s) op de website Speurders.nl te plaatsen, terwijl verdachte wist dat dit/deze telastgelegde feit(en) in strijd met de waarheid was/waren.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 3 primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 3 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.


zij in of omstreeks de periode van 01 maart 2012 tot en met 9 januari 2013 te Leiden, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3], in elk geval van een ander, met het oogmerk die die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft zij, verdachte,

- (een) taart(en) en/of broodjes en/of (een) pizza('s), althans etenswa(a)r(en) besteld op naam van die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of laten bezorgen bij de woning van die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of

- (een) (valse) advertentie(s) geplaatst op Marktplaats met vermelding van het adres en/of het telefoonnummer van die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of - (een) (valse) seksadvertentie(s) geplaatst op Speurders.nl (met gebruikmaking van account [x]) met vermelding van de naam en/of woonplaats en/of het telefoonnummer van die [benadeelde partij 3] en/of

- (een) foto('s) van een vrouwelijk geslachtdeel met de tekst 'Leila <3 Nourdin' erbij op het internet geplaatst en/of

- die [benadeelde partij 2] gefilmd en/of gefotografeerd;

3. subsidiair


zij in of omstreeks de periode van 25 december 2012 tot en met 28 december 2012 te Leiden, althans in Nederland opzettelijk, door middel van het openlijk tentoonstellen en/of aanslaan van (een) geschrift(en), de eer en/of de goede naam van [benadeelde partij 4] heeft aangerand door telastlegging van een of meer bepaalde feiten, te weten dat die [benadeelde partij 4] zich prostitueert en/of zich als prostituee aanbiedt en/of tegen betaling seksuele handelingen verricht, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte met voormeld doel (een) (valse) seksadvertentie(s) openlijk tentoongesteld of aangeslagen door deze (valse) seksadvertentie(s) op de website Speurders.nl te plaatsen, terwijl verdachte wist dat dit/deze telastgelegde feit(en) in strijd met de waarheid was/waren.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

Belaging.

Het onder 3 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

Laster.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 3 subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie, waarvan 10 uren, subsidiair 5 dagen jeugddetentie voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de belaging van een minderjarige slachtoffer door pizza’s te bestellen en deze op haar adres te laten bezorgen, een advertentie waarin een iPad gratis werd aangeboden te plaatsen op de website www.marktplaats.nl, met vermelding van de contactgegevens van het slachtoffer, en een advertentie op de website www.speurders.nl te plaatsen inhoudende het aanbod van het slachtoffer om seksuele handelingen te verrichten, met daarbij de naam, woonplaats en contactgegevens van het slachtoffer. Zij heeft zodoende op ernstige wijze herhaaldelijk inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Feiten als het onderhavige worden door slachtoffers als uitermate vervelend en beangstigend ervaren, hetgeen ook in casu het geval is, blijkens de in eerste aanleg ingediende schriftelijke slachtofferverklaring.

Hiernaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan laster door een advertentie op internet te plaatsen waarin zij heeft doen voorkomen dat het minderjarige slachtoffer, een ander dan de hiervoor genoemde, zich aanbood voor seksuele handelingen. Hiermee heeft de verdachte dit slachtoffer aangetast in haar eer en goede naam.

Beide feiten hebben zich afgespeeld in een omgeving van schoolgaande tieners en schaden een verdraagzame omgang tussen scholieren.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 26 januari 2016, waaruit blijkt dat de verdachte eerder, in 2009, een transactie heeft voldaan, zijnde een werkstraf, voor vernieling en het plegen van een soortgelijke feit, te weten smaad. Dat heeft haar er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen. Daartegenover staat dat de verdachte sinds de onderhavige feiten niet meer in aanraking is gekomen met politie en justitie.

Voorts neemt het hof in zijn overweging mee dat bij de verdachte, blijkens een haar betreffend Pro Justitia-rapport d.d. 13 juni 2013, sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van een stoornis van Asperger, welke een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens veroorzaakt in de zin van een achterstand op sociaal en emotioneel gebied. Deze problematiek was ook ten tijde van de bewezenverklaarde feiten aanwezig.

Het hof neemt ten slotte in aanmerking dat voor zaken zoals de onderhavige, waarin het strafrecht van jeugdigen is toegepast, in beginsel geldt dat zowel in eerste aanleg als in hoger beroep de behandeling van de zaak ter terechtzitting binnen 16 maanden met een einduitspraak dient te zijn afgerond. Die termijn is in beide instanties enigszins overschreden. In casu wordt voorts uitspraak gedaan nadat bijna 3 jaar zijn verstreken na de inverzekeringstelling van de verdachte op 18 maart 2013.

Gelet op het bovenstaande komt het hof tot het oordeel dat er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM.

Het hof is van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke werkstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen jeugddetentie in beginsel een passende en geboden reactie vormt, maar zal deze straf verminderen gelet op de persoonlijkheidsproblematiek van de verdachte en voornoemde overschrijding van de redelijke termijn. Het hof komt derhalve tot een strafoplegging van een werkstraf voor de duur van 20 uren, subsidiair 10 dagen jeugddetentie.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 2.000,-.

In eerste aanleg is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering verklaard.

In hoger beroep is deze vordering in zijn geheel aan de orde nu de benadeelde partij heeft aangegeven de vordering te handhaven.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij, nu is gerekwireerd tot vrijspraak van het onder 1 tenlastegelegde voor zover dat ziet op deze benadeelde partij.

Nu de verdachte ter zake van het onder 1 ten laste gelegde, voor zover dit ziet op deze benadeelde partij, wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat zij met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 3] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 2.900,-.

In eerste aanleg is de vordering tot een bedrag van

€ 500,- toegewezen en voor het overige is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering verklaard.

In hoger beroep is deze vordering in zijn geheel aan de orde nu de benadeelde partij heeft aangegeven de vordering te handhaven.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing tot een bedrag van € 2.000,-, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Het hof is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezen verklaarde. De vordering ter zake van geleden immateriële schade leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot een bedrag van € 250,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 maart 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 3]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 250,- aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 3], te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 maart 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 2.900,-.

In eerste aanleg is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering verklaard.

In hoger beroep is deze vordering in zijn geheel aan de orde nu de benadeelde partij heeft aangegeven de vordering te handhaven.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij, nu is gerekwireerd tot vrijspraak van het onder 1 tenlastegelegde voor zover dat ziet op deze benadeelde partij.

Nu de verdachte ter zake van het onder 1 ten laste gelegde, voor zover dit ziet op deze benadeelde partij, wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat zij met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 36f, 63, 77a, 77g, 77h, 77m, 77n, 262 en 285b van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 3 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 3 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 3 subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 10 (tien) dagen jeugddetentie.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 2] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 3], ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Dit arrest is gewezen door mr. Chr.A. Baardman, mr. A.J.M. Kaptein en mr. A. Kuijer, in bijzijn van de griffier mr. R. van den Bosch.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 23 februari 2016.