Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BJ9391

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
15-09-2009
Datum publicatie
06-10-2009
Zaaknummer
21-002588-08
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2012:BT8765, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2012:BT8765
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof heeft verdachte ter zake van faillissementsfraude, witwassen, valsheid in geschrift en verduistering veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-002588-08

Uitspraak d.d.: 15 september 2009

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 21 februari 2008 in de strafzaak tegen

[Verdachte]

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 21 januari 2009, 31 augustus 2009 en 1 september 2009 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadslieden mr. ing. M.J. Jansma en mr. R.R. Schuldink, naar voren is gebracht.

Ter zitting van het hof van 1 september 2009 heeft de verdediging verzocht om een nader onderzoek in te stellen naar het fenomeen handgeld in de zin van steekpenningen binnen de branche van verdachte en zijn ondernemingen. Ter zitting heeft het hof dit verzoek afgewezen als niet noodzakelijk. Het onderzoek in raadkamer heeft het hof geen aanleiding gegeven om alsnog een dergelijk onderzoek te bevelen, mede omdat, ook al zou van steekpenningen sprake zijn geweest, dit niet in de weg staat aan de hieronder volgende bewezenverklaring.

Omvang van het hoger beroep

Namens verdachte is ter terechtzitting verklaard dat hij geen rechtsmiddel heeft willen instellen tegen dat deel van het vonnis waarvan beroep waarbij hij van het onder 1, 2a, 2b, 2d, 3a, 3b, 3d, 4b, 5b, 8 en 9 tenlastegelegde werd vrijgesproken. Het hoger beroep van verdachte blijft daarom beperkt tot dat deel van het vonnis waarvan beroep waarbij verdachte ter zake van het onder 2c, 3c, 4a, 5a, 6 en 7 tenlastegelegde werd veroordeeld.

De advocaat-generaal heeft bij akte van 19 januari 2009 het hoger beroep ingetrokken tegen dat deel van het vonnis waarvan beroep waarbij verdachte ter zake van het onder 2a, derde gedachtestreep, 2b, 3a, derde gedachtestreep, 3b, 4b en 5b tenlastegelegde werd vrijgesproken. Het hoger beroep van de officier van justitie blijft daarom beperkt tot dat deel van het vonnis waarvan beroep waarbij verdachte ter zake van het (overigens) onder 1, 2, 3, 8 en 9 tenlastegelegde werd vrijgesproken.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep voor zover aan zijn oordeel onderworpen, vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing en strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd, zoals deze tenlastelegging in eerste aanleg en in hoger beroep is gewijzigd, dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2001 tot en met 25 januari 2007 in de gemeenten Hardenberg en/of Ommen en/of Almelo en/of (elders) in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande onder meer uit:

-hem, verdachte, en/of

-[bv 1] en/of

-[bv 2] en/of

-[bv 3] en/of [bv 4] en/of

-[bv 5] en/of [bv 6] en/of

-[bv 7] en/of

-[bv 8] en/of

-[getuige 1] en/of

-[bv 9] of [bv 10] en/of

-[bv 11] en/of

-[getuige 2], en/of

-[getuige 3], en/of

-[getuige 4], en/of

-[getuige 5]

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:

a. verduistering, en/of

b. valsheid in geschrift, en/of

c. bedrieglijke bankbreuk, en/of

d. faillissementsdelicten van derden, en/of

e. witwassen, en/of

f. heling, en/of

g. oplichting, en/of

h. handelen in strijd met artikel 69 Algemene wet inzake rijksbelastingen;

2.

hij als bestuurder van na te noemen vennootschappen op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2001 tot en met 25 januari 2007 in de gemeente(n) Hardenberg en/of Ommen en/of Almelo en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen, althans alleen, terwijl:

1. [bv 1], bij vonnis van de arrondissementsrechtbank te Almelo van 09 juli 2003 in staat van faillissement was verklaard, en/of

2. [bv 2], bij vonnis van de arrondissementsrechtbank te Almelo van 31 maart 2004 in staat van faillissement was verklaard, en/of

3. [bv 3] en/of [bv 4] en/of [bv 5] en/of [bv 6], bij vonnis van de arrondissementsrechtbank te Almelo van 27 april 2005 (beide) in staat van faillissement was/waren verklaard:

(telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van één of meer van haar/hun schuldeiser(s) en/of ter bevoordeling van een van de schuldeisers:

a. lasten heeft verdicht of verdicht, hetzij baten niet heeft verantwoord of niet verantwoordt, hetzij enig goed aan de boedel heeft onttrokken of onttrekt en/of op een tijdstip waarop verdachte wist dat het faillissement niet kon worden voorkomen een schuldeiser heeft bevoordeeld of bevoordeelt, door onder meer:

- een geldbedrag van ongeveer € 18.151,- aan de boedel en/of aan het vermogen van [bv 1] te onttrekken door dit bedrag in het boekjaar 2002 rechtstreeks ten laste van het resultaat van 2002 af te boeken en/of hierdoor een mogelijke aanspraak van de curator in het faillissement van [bv 1] op de eigendom van de recreatiewoning gelegen aan de [adres 1] onmogelijk te maken en/of hierdoor de recreatiewoning gelegen aan de [adres 1] aan het vermogen van [bv 1] te onttrekken; en/of

- een geldbedrag van ongeveer € 453.000,- aan het vermogen van [bv 1] te onttrekken door in of omstreeks de maand juni 2003 in totaal een bedrag van ongeveer € 453.000,- te betalen aan [bv 9] of [bv 10] althans op een (of meer) tijdstip(pen) waarop verdachte wist dat het faillissement niet kon worden voorkomen in of omstreeks de maand juni 2003 (delen van) een geldbedrag van in totaal ongeveer € 453.000,- te betalen aan [bv 9] of [bv 10]; en/of

- een bedrag van € 401.700,- aan het vermogen van [bv 2] te ontrekken;

b. een recreatiewoning gelegen aan [adres] hetzij om niet, hetzij klaarblijkelijk beneden de waarde heeft vervreemd (vindplaats: pv zaakdossier 1 onder 6.3; blz. 532 e.v.);

c. ter gelegenheid van het faillissement en/of op een tijdstip waarop hij, verdachte en/of zijn mededaders wist(en) dat het faillissement niet kon worden voorkomen, één van de schuldeisers op enigerlei wijze heeft bevoordeeld en/of bevoordeelt door onder meer in of omstreeks de maand april 2005 twee machines te verkopen aan [bv 12], waarbij de machine met nr. […] kort daarvóór door [bv 4] van [bv 7] was gekocht en waardoor voor [bv 12] de mogelijkheid werd gecreëerd de openstaande schuld van [bv 4] in zijn geheel of grotendeels te verrekenen; en/of

d. niet heeft voldaan of niet voldoet aan de op hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek of artikel 5, eerste lid, van de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen in samenhang met art. 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers in die artikelen bedoeld;

3.

A. [bv 1] en/of

B. [bv 2] en/of

C. [bv 3] en/of [bv 4] en/of [bv 5] en/of [bv 6]

in of omstreeks de periode van 01 januari 2001 tot en met 25 januari 2007 in de gemeente(n) Hardenberg en/of Ommen en/of Almelo en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen, althans alleen, terwijl elk van die vennootschap(pen) (telkens) bij vonnis van de arrondissementsrechtbank te Almelo in staat van faillissement is/zijn verklaard, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van haar/hun schuldeiser(s) en/of ter bevoordeling van een van de schuldeisers:

a. lasten heeft verdicht of verdicht, hetzij baten niet heeft verantwoord of niet verantwoordt, hetzij enig goed aan de boedel heeft onttrokken en/of onttrekt en/of op een tijdstip waarop die vennootschap(pen) wist(en) dat het faillissement niet kon worden voorkomen een schuldeiser heeft bevoordeeld of bevoordeelt,

door onder meer:

- een geldbedrag van ongeveer € 18.151,- aan de boedel en/of aan het vermogen van [bv 1] te onttrekken door dit bedrag in het boekjaar 2002 rechtstreeks ten laste van het resultaat van 2002 af te boeken en/of hierdoor een mogelijke aanspraak van de curator in het faillissement van [bv 1] op de eigendom van de recreatiewoning gelegen aan de [adres 1] onmogelijk te maken en/of hierdoor de recreatiewoning gelegen aan de [adres 1] aan het vermogen van [bv 1] te onttrekken; en/of

- een geldbedrag van ongeveer € 453.000,- aan het vermogen van [bv 1] te onttrekken door in of omstreeks de maand juni 2003 in totaal een bedrag van ongeveer

€ 453.000,- te betalen aan [bv 9] of [bv 10] althans op een (of meer) tijdstip(pen) waarop die vennootschap(pen) wist(en) dat het faillissement niet kon worden voorkomen in of omstreeks de maand juni 2003 (delen van) een geldbedrag van in totaal ongeveer

€ 453.000,- te betalen aan [bv 9] of [bv 10]; en/of

- een bedrag van € 401.700,- aan het vermogen van [bv 2] te ontrekken;

b. een recreatiewoning gelegen aan de [adres 1] hetzij om niet, hetzij klaarblijkelijk beneden de waarde heeft vervreemd (vindplaats: pv zaakdossier 1 onder 6.3; blz. 532 e.v.);

c. ter gelegenheid van het faillissement en/of op een tijdstip waarop die vennootschap(pen) en/of haar/hun mededaders wist(en) dat het faillissement niet kon worden voorkomen, één van de schuldeisers op enigerlei wijze heeft bevoordeeld en/of bevoordeelt door onder meer in of omstreeks de maand april 2005 twee machines te verkopen aan [bv 12] waarbij de machine met nr. […] kort daarvóór door [bv 4] van [bv 7] was gekocht en waardoor voor [bv 12] de mogelijkheid werd gecreëerd de openstaande schuld van [bv 4] in zijn geheel of grotendeels te verrekenen; en/of

d. niet heeft voldaan of niet voldoet aan de op die vennootschap(pen) en/of haar/hun mededaders rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers in dat artikel bedoeld;

zulks terwijl hij, verdachte, tot vorenomschreven feit(en) opdracht heeft gegeven en/of aan die verboden gedraging(en) feitelijke leiding heeft gegeven;

4.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met 25 januari 2007, in de gemeente(n) Hardenberg en/of Ommen en/of Almelo en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen, althans alleen, (telkens):

a. van (een) voorwerp(en), te weten twee, althans één of meer geldbedragen van in totaal telkens ongeveer € 250.000,- althans enig geldbedrag, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op één of meer voorwerpen, te weten twee, althans één of meer geldbedragen van elk (ongeveer)

€ 250.000,- althans enig geldbedrag was en/of wie bovenomschreven geldbedrag(en) voorhanden had, door onder meer:

- geldopnames te doen of te laten doen onder de noemer "handgeld" en/of deze boekhoudkundig te verwerken of te laten verwerken als inkoop machines en/of

- in de maand januari 2006 een geldbedrag van ongeveer RMB 105.000,- afkomstig van een bankrekening in Duitsland over te maken of over te laten maken op een bankrekening in China en/of

- één of meermalen (een) leenovereenkomst(en) op te maken of op te laten maken en/of (een) leenovereenkomst(en) te gebruiken als was/waren deze echt en onvervalst, terwijl in werkelijkheid geen lening(en) is/zijn verstrekt en/of

- door in het jaar 2006 telkens een of meer contante geldbedrag(en) Nederland binnen te brengen of binnen te laten brengen en/of te suggereren dat er in het jaar 2006 telkens een of meer contant(e) geldbedrag(en) van € 250.000,- vanuit China Nederland is/zijn binnengebracht,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

b. (een) voorwerp(en), te weten, twee, althans één of meer geldbedrag(en) van elk in totaal telkens ongeveer € 250.000,- althans enig geldbedrag heeft verworven, voorhanden heeft gehad. heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van twee, althans één of meer geldbedrag(en) van elk in totaal telkens ongeveer geldbedragen van elk € 250.000,- althans enig geldbedrag gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk en/of middellijk - afkomstig was/waren uit misdrijf,

en verdachte tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen, althans alleen van het plegen van deze feiten een gewoonte heeft gemaakt;

5.

[bv 1] en/of

[bv 2] en/of

[bv 3] en/of [bv 4] en/of

[bv 5] en/of [bv 6] en/of [bv 7] en/of

[bv 8]

op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2001 tot en met 25 januari 2007 in de gemeente(n) Hardenberg en/of Ommen en/of Almelo en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar en/of met één of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen, althans ieder voor zich of alleen, (telkens):

a. van (een) voorwerp(en), te weten twee, althans één of meer geldbedragen van in totaal telkens ongeveer € 250.000,- althans enig geldbedrag, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op één of meer voorwerpen, te weten twee, althans één of meer geldbedragen van elk (ongeveer)

€ 250.000,- althans enig geldbedrag was en/of wie bovenomschreven geldbedrag(en) voorhanden had, door onder meer:

- geldopnames te doen of te laten doen onder de noemer "handgeld" en/of deze boekhoudkundig te verwerken of te laten verwerken als inkoop machines en/of

- in de maand januari 2006 een geldbedrag van ongeveer RMB 105.000,- afkomstig van een bankrekening in Duitsland over te maken of over te laten maken op een bankrekening in China en/of

- één of meermalen (een) leenovereenkomst(en) op te maken of op te laten maken en/of (een) leenovereenkomst(en) te gebruiken als was/waren deze echt en onvervalst, terwijl in werkelijkheid geen lening(en) is/zijn verstrekt en/of

- door in het jaar 2006 telkens een of meer contante geldbedrag(en) Nederland binnen te brengen of binnen te laten brengen en/of te suggereren dat er in het jaar 2006 telkens een of meer contant(e) geldbedrag(en) van € 250.000,- vanuit China Nederland is/zijn binnengebracht,

terwijl die [bv 1] en/of [bv 2] en/of [bv 4] en/of [bv 6] en/of [bv 3] en/of [bv 5] en/of [bv 7] en/of [bv 8], wist(en) dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

b. (een) voorwerp(en), te weten twee, althans één of meer geldbedragen van in totaal telkens ongeveer € 250.000,- althans enig geldbedrag heef/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad, heeft/hebben overgedragen en/of heeft/hebben omgezet en/of van twee, althans één of meer geldbedragen van in totaal telkens ongeveer € 250.000,- althans enig geldbedrag gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl die [bv 1] en/of [bv 2] en/of [bv 4] en/of [bv 6] en/of [bv 7], en/of [bv 8], en/of verdachte wisten(en) dat dat/die geldbedrag(en) - onmiddellijk en/of middellijk - afkomstig was/waren uit misdrijf terwijl die [bv 1] en/of [bv 2] en/of [bv 4] en/of [bv 6] en/of [bv 7] en/of [bv 8], en/of van het plegen van deze feiten een gewoonte heeft/hebben gemaakt,

terwijl die [bv 1] en/of [bv 2] en/of [bv 4] en/of [bv 5] en/of [bv 6] en/of [bv 7] en/of [bv 8] en/of [bv 3] van het plegen van deze feiten een gewoonte heeft/hebben gemaakt,

zulks terwijl hij, verdachte, tot vorenomschreven feit(en) opdracht heeft gegeven en/of aan die verboden gedraging(en) feitelijke leiding heeft gegeven;

6.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2001 tot en met 24 januari 2007 in de gemeente(n) Hardenberg en/of Ommen en/of Almelo en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen, althans alleen, (telkens) één of meer facturen, waaronder:

a. twee facturen, in ieder geval één factuur (op naam van [bv 1]) met het factuurnummer […] waarvan één met machineserienummer […] d.d. 08 april 2002 (bedoeld 08 april 2003) en één met machineserienummer […] en/of

b. twee facturen, in ieder geval één factuur ([bv 3]) met betrekking tot machineserienummer […] waarvan één met het factuurnummer […] d.d. 10 april 2003 en waarvan één met het factuurnummer […] d.d. 16 april 2003 en/of

c. een factuur d.d. 24 juli 2003 waaruit blijkt dat een Caterpillar voorzien van het serienummer […] wordt verkocht door [bv 2] en/of

(andere) facturen/geschriften dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt of vervalst met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, bestaande de valsheid onder meer hierin dat telkens:

- werd gesuggereerd dat de in de factuur genoemde machine was verkocht aan de gefactureerde, en/of

- valselijk meermalen hetzelfde factuurnummer werd gebruikt, en/of

- valselijk meermalen hetzelfde machinenummer werd opgevoerd;

7.

[bv 1] en/of [bv2] en/of [bv 3] en/of [bv 4] en/of [bv 5] en/of [bv 6] op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2001 tot en met 25 januari 2007 in de gemeente(n) Hardenberg en/of Ommen en/of Almelo en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar en/of met één of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen, althans ieder voor zich of alleen, telkens één of meer facturen, waaronder:

a. twee facturen, in ieder geval één factuur (op naam van [bv 1]) met het factuurnummer […] waarvan één met machineserienummer […] d.d. 08 april 2002 (bedoeld 08 april 2003) en één met machineserienummer […], en/of

b. twee facturen, in ieder geval één factuur ([bv 1]) met betrekking tot machineserienummer […] waarvan één met het factuurnummer […] d.d. 10 april 2003 en waarvan één met het factuurnummer […] d.d. 16 april 2003, en/of

c. een factuur d.d. 24 juli 2003 waaruit blijkt dat een Caterpillar voorzien van het serienummer […] wordt verkocht door [bv 2], en/of

(andere) facturen/geschriften dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt of vervalst met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, bestaande de valsheid ondermeer hierin dat telkens:

- werd gesuggereerd dat de in de factuur genoemde machine was verkocht aan de gefactureerde en/of

- valselijk meermalen hetzelfde factuurnummer werd gebruikt, en/of

- valselijk meermalen hetzelfde machinenummer werd opgevoerd,

zulks terwijl hij, verdachte, tot vorenomschreven feit(en) opdracht heeft gegeven en/of aan die verboden gedraging(en) feitelijke leiding heeft gegeven;

8.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 24 oktober 2004 tot en met 31 maart 2005 in de gemeente(n) Hardenberg en/of Ommen en/of Almelo en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke en/of rechtspersonen, althans alleen, (telkens) opzettelijk zeven, althans één of meer grondverzetmachines te weten:

- een Volvo Dumper, type A30C, serienummer […], en/of

- een Volvo Dumper, type A30C, serienummer […], en/of

- een Volvo Dumper, type A30C, serienummer […], en/of

- een Caterpillar wiellader, type CAT 924GHL, serienummer […], en/of

- een Caterpillar hydraulik Bagger, type 320BL, serienummer […], en/of

- een Caterpillar wiellader, type 950G, serienummer […], en/of

- een Caterpillar Dumper, type 730, serienummer […], en/of

een of meer geldbedrag(en) van in totaal ongeveer € 537.357,- , of een deel van dit geldbedrag, althans een geldbedrag en/of geldbedragen en/of enig (ander) goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bv 12], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk(e) goed(eren) verdachte en/of zijn mededader(s) anders dan door misdrijf, te weten ter verkoop en/of als opbrengst uit de verkoop van (een) grondverzetmachine(s), onder zich had(den), (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

9.

[bv 4] en/of [bv 6] op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 24 oktober 2004 tot en met 31 maart 2005 in de gemeente(n) Hardenberg en/of Ommen en/of Almelo en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar en/of met één of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen, althans ieder voor zich of alleen, (telkens) opzettelijk zeven, althans één of meer grondverzetmachines, te weten:

- een Volvo Dumper, type A30C, serienummer […], en/of

- een Volvo Dumper, type A30C, serienummer […], en/of

- een Volvo Dumper, type A30C, serienummer […], en/of

- een Caterpillar wiellader, type CAT 924GHL, serienummer […], en/of

- een Caterpillar hydraulik Bagger, type 320BL, serienummer […], en/of

- een Caterpillar wiellader, type 950G, serienummer […], en/of

- een Caterpillar Dumper, type 730, serienummer […], en/of

een of meer geldbedragen van in totaal ongeveer € 537.357,-, of een deel van dit geldbedrag, althans enig geldbedrag en/of geldbedragen en/of enig (ander) goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bv 12], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [bv 4] en/of [bv 6], welk(e) goed(eren) [bv 4] en/of [bv 6] anders dan door misdrijf, te weten ter verkoop en/of als opbrengst uit de verkoop van (een) grondverzetmachine(s), onder zich had(den), (telkens) wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend,

zulks terwijl hij, verdachte, tot vorenomschreven feit(en) opdracht heeft gegeven en/of aan die verboden gedraging(en) feitelijke leiding heeft gegeven.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde onder 1, 2a, eerste gedachtestreepje, 2a, tweede gedachtestreepje voor zover betrekking hebbende op het onttrekken van het tenlastegelegde geldbedrag (het eerste gedeelte van dit onderdeel), 3a, eerste gedachtestreep en 3a tweede gedachtestreepje voor zover betrekking hebbende op het onttrekken van het tenlastegelegde geldbedrag (het eerste gedeelte van dit onderdeel), heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Nadere overwegingen met betrekking tot de vrijspraak

Feit 1

Het hof overweegt dat, wil worden aangenomen dat er sprake is van het bestaan van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht, moet worden voldaan aan het vereiste van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband met een bepaalde organisatiegraad, welke organisatie het oogmerk heeft om misdrijven te plegen. Het hof is van oordeel dat, ook al hebben verdachte dan wel de door hem geleide vennootschappen strafbare feiten gepleegd, er niettemin slechts sprake is geweest van op zichzelf reguliere ondernemingsactiviteiten. Het naaste doel was niet het plegen van misdrijven. Veeleer heeft verdachte de marges van de wet opgezocht en deze - waar hierna bewezen – bewust overschreden teneinde zijn op zichzelf legale ondernemingen te kunnen voortzetten en financieren.

Feit 2a eerste gedachtestreep / 3a eerste gedachtestreep

De tenlastelegging kan zonder deze te denatureren niet anders worden gelezen, in het bijzonder door het woord “hierdoor”, dan dat de steller van de tenlastelegging slechts het oog heeft gehad op de enkele delictshandeling van het onttrekken van een geldbedrag van ongeveer € 18.151,- door dit bedrag rechtstreeks ten laste van het resultaat van 2002 af te boeken, waardoor een mogelijke aanspraak van de curator in het faillissement op de eigendom van de bewuste recreatiewoning onmogelijk werd gemaakt en/of waardoor deze woning aan het vermogen van [bv 1] werd onttrokken. Ofwel, anders gezegd, het onmogelijk maken van bedoelde aanspraak dan wel het onttrekken van de woning aan het vermogen van [bv 1] kunnen niet als zelfstandige, alternatief geformuleerde delictshandelingen worden gelezen. Aan de orde is dus slechts gelet op deze wijze van tenlasteleggen of bewezen kan worden dat verdachte het bedrag van ongeveer € 18.151,- heeft onttrokken aan de boedel door dit bedrag rechtstreeks ten laste van het resultaat van 2002 af te boeken. Omdat niet kan worden bewezen dat er door verdachte en/of zijn medeverdachte(n) in 2002, het jaar waarin die afboeking volgens het hof heeft plaats gehad, al rekening werd gehouden met een van de in de tenlastegging genoemde faillissementen dient vrijspraak te volgen.

Ten overvloede overweegt het hof hierbij dat vast is komen te staan dat in 2006 de bungalow aan verdachte in privé is geleverd, waarbij het door [bv 1] betaalde aanbetalingsbedrag van € 18.151,- in aftrek werd gebracht op de koopprijs. Na dit bedrag eerder te hebben afgeboekt in 2002 en door nadien ten tijde van de levering niet te melden aan de curator dat dit bedrag aan hem, verdachte, in privé was toegekomen, heeft verdachte dit bedrag aan de boedel onttrokken. Dit is verdachte echter niet (op deugdelijke wijze) tenlastegelegd.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat de door verdachte gevoerde verweren strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde, voor zover thans nog aan de orde zijnde, worden weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt nog in het bijzonder het volgende.

Bestuurder en feitelijke leidinggever

Uit de uittreksels van de Kamer van Koophandel met betrekking tot de verschillende vennootschappen van verdachte die zich in het dossier bevinden, blijkt dat de verdachte middellijk of onmiddellijk bestuurder is (geweest) van de vennootschappen

[bv 1],

[bv 2],

[bv 3], later genaamd [bv 4],

[bv 6],

[bv 7] en

[bv 8]

Gelet hierop moet de verdachte als bestuurder van de B.V.’s worden aangemerkt. Bovendien blijkt uit diverse getuigenverklaringen - en verdachte heeft dit zelf ook toegegeven - dat hij de feitelijke leiding had binnen deze rechtspersonen. Dit betekent dat hem de in de hoedanigheid van bestuurder ten laste gelegde gedragingen kunnen worden toegerekend.

Onder feit 3, 5, 7 en 9 zijn dezelfde feitelijke gedragingen tenlastegelegd als onder 2, 4, 6 en 8, zij het nu in de constructie dat een of meer rechtspersonen het feit hebben begaan met verdachte als feitelijke leidinggever dan wel opdrachtgever. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte de volledige zeggenschap had over alles wat er binnen de ondernemingen van de genoemde rechtspersonen plaatsvond. Verdachte was volledig op de hoogte van de gang van zaken binnen die rechtspersonen, waaronder begrepen de ten laste gelegde gedragingen, en had hierin een beslissende rol. Gelet hierop kunnen zijn gedragingen en opzet aan de betreffende rechtspersonen worden toegerekend en kan hij als feitelijke leidinggever van de ten laste gelegde gedragingen, gepleegd door die rechtspersonen, worden aangemerkt.

Feit 2a / 3a tweede gedachtestreep

Uitgangspunt:

Hier is zowel het onttrekken van enig goed aan de boedel als het bevoordelen van een schuldeiser uit de artt. 341 sub a/343 aanhef en onder 1e respectievelijk onder 3e Sr strafbaar gesteld. Het hof merkt op dat de strafbaarstellingen uit de artikelen 341 sub a en 343 van het Wetboek van Strafrecht ertoe strekken een wederrechtelijke benadeling van faillissementsschuldeisers te voorkomen, vooral omdat die een nadelige invloed heeft op de kredietverlening in het algemeen en daarmee op het handelsverkeer als zodanig. Aangenomen moet worden dat deze strafbaarstellingen daarom alleen verwijtbare schendingen van faillissementsrechtelijke normen beogen strafbaar te stellen.

- De door en namens verdachte voorgestelde constructie van koop en verkoop van machines tussen [bv 1] en [bv 9] is naar het oordeel van het hof niet aannemelijk geworden. Uit de verklaringen van de getuigen [getuige 2] en [getuige 3], beiden medewerker van verdachte, en de getuigen [getuige 1] en diens dochter [getuige 5] blijkt dat de facturen de werkelijke gang van zaken niet dekten en er in wezen sprake was van een papieren constructie. De facturen werden gebruikt om machines zogenaamd in onderpand te geven aan [getuige 1] tot zekerheid van de door [getuige 1] aan verdachtes bedrijf [bv 1] verstrekte financiering van uiteindelijk 1 miljoen gulden (en na 2001 € 453.000). Dat de facturen vals waren en geen betrekking hadden op reële aankopen door [getuige 1] respectievelijk terugleveringen aan [bv 1] blijkt onder andere ook uit het feit dat er geen één-op-één relatie is geweest tussen de betreffende facturen en de in die facturen genoemde machines.

- Wel was sprake van een doorlopende kredietverlening van [bv 9] aan [bv 1]. Aan de kredietverlening lag geen schriftelijke overeenkomst ten grondslag. Evenmin is gebleken van mondelinge afspraken over de looptijd van de lening. Aldus moet worden uitgegaan van een opeisbare schuld als bedoeld in artikel 7A:1797 BW. Voor de beantwoording van de vraag of verdachte door aflossing ineens van het totale kredietbedrag van € 453.000,- strafwaardig gehandeld heeft, zijn dan ook de faillissementsrechtelijke normen van artikel 47 Faillissementswet bepalend.

- Artikel 47 Faillisementswet luidt:

“De voldoening door de schuldenaar aan een opeisbare schuld kan alleen dan worden vernietigd, wanneer wordt aangetoond, hetzij dat hij die de betaling ontving, wist dat het faillissement van de schuldenaar reeds aangevraagd was, hetzij dat de betaling het gevolg was van overleg tussen de schuldenaar en de schuldeiser, dat ten doel had laatstgenoemde door die betaling boven andere schuldeisers te begunstigen.

- De eerstgenoemde omstandigheid (het eerste gedeelte van dit gedachtestreepje) is niet aan de orde omdat op het moment dat [getuige 1] de betaling ontving, het faillissement van [bv 1] nog niet was aangevraagd.

- Voor de tweede mogelijkheid (het tweede gedeelte van dit gedachtestreepje), die van samenspanning tussen verdachte en [getuige 1], acht het hof onvoldoende bewijs aanwezig. Het hof kan op grond van het onderzoek ter zitting niet uitsluiten dat verdachte uit eigen beweging, zonder voorafgaand overleg met [getuige 1], de lening van € 453.000 heeft afgelost. Wel is aannemelijk geworden dat verdachte dit heeft gedaan toen duidelijk was dat het faillissement van [bv 1] zou volgen en met de bedoeling om [getuige 1] zover te krijgen om bij de doorstart met [bv 2] wederom financiering te verschaffen. Het tenlastegelegde feit van de wederrechtelijke bevoordeling van één van de schuldeisers ex artt. 341 sub a c.q. 343 aanhef en onder 3 Sr door betaling van ongeveer € 453.00,- is dus wel te bewijzen, maar doordat bij de huidige stand van wetgeving en jurisprudentie de toepasselijke faillissementsnormen niet zijn geschonden, ontbreekt de materiële wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde, hetgeen dient te leiden tot ontslag van rechtsvervolging. De afwezigheid van de wederrechtelijkheid maakt dat het tenlastegelegde “onttrekken van enig goed aan de boedel” krachtens de artikelen 341 sub a c.q. 343 aanhef en onder 1 Sr niet kan worden bewezen, omdat “onttrekken” wederrechtelijkheid impliceert. In zoverre volgt vrijspraak, zoals hierboven onder het kopje “vrijspraak” al is overwogen.

Feiten 2c en 3c

Het ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers bevoordelen van een schuldeiser vóór faillissement is strafbaar gesteld, indien dat is geschied op een tijdstip waarop hij wist dat het faillissement niet kon worden voorkomen. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat hiermee wordt bedoeld dat dit moet zijn geschied op een moment waarop de adressaat zeker wist dat het faillissement - afgezien van onverwachte toevalligheden - onvermijdelijk was. Zoals gezegd strekken de strafbaarstellingen uit de artikelen 341 sub a en 343 van het Wetboek van Strafrecht er toe wederrechtelijke benadeling van faillissementsschuldeisers te voorkomen en zien die strafbaarstellingen daarom alleen op verwijtbare schendingen van faillissementsrechtelijke normen.

Ter zake van het onder 2 sub c en 3 sub c tenlastegelegde, is het volgende bewezen:

- [bv 12] had een opeisbare vordering van € 84.500,-- op [bv 4];

- [bv 4] had onvoldoende liquide middelen om deze opeisbare schuld op verschuldigde wijze (in contanten) te voldoen;

- [bv 4] wilde deze opeisbare schuld voldoen door de (onverplichte) verkoop en levering aan [bv 12] van twee caterpillars en verrekening van de koopprijs met deze opeisbare schuld (vergelijk HR 18 december 1992, NJ 1993, 169);

- één van die caterpillars bezat [bv 4] (nr […] ter waarde van € 12.000,-); één daarvan verkreeg [bv 4] door aankoop bij [bv 7] tegen verrekening van een opeisbare vordering van [bv 4] op [bv 7] van ruim € 100.000,- ;

- vervolgens verkocht en leverde [bv 4] deze twee machines aan [bv 12] met verrekening van de door [bv 12] verschuldigde koopprijs van € 87.000,- tegen de opeisbare vordering van [bv 12] op [bv 4];

- op dat moment (omstreeks april 2005) was duidelijk dat het faillissement van [bv 4] onvermijdelijk was;

- [Verdachte], formeel en feitelijk bestuurder van [bv 4] èn [bv 7], was ook hier de opdrachtgevende en sturende persoon;

- [Verdachte] heeft het faillissement van [bv 4] vervolgens zelf aangevraagd, waarna het op 27 april 2005 werd uitgesproken;

- In het faillissement van [bv 4] was de schuldenlast blijkens het vijfde faillissementsverslag van de curator € 214.821,22 (€ 169.810,65 aan preferente schuldeisers en € 45.010,57 aan concurrente schuldeisers) waartegenover een actief stond van € 15.296,58 in geld en daarnaast de kantoorinventaris en enige roerende goederen. De curator verwachtte dat het faillissement bij gebrek aan baten zou worden opgeheven.

De aan verdachte in deze tenlastelegging verweten bevoordeling van de schuldeiser [bv 12] is geschied door een samenstel van onverplichte rechtshandelingen. Een onverplichte rechtshandeling is een rechtshandeling die is verricht zonder dat daartoe een afdwingbare rechtsplicht bestond, dat wil zeggen zonder dat daartoe een op de wet of een eerder gesloten overeenkomst rustende verplichting bestond. De vraag of hier sprake is van een strafwaardig, en dus ook van een volgens de faillissementsrechtelijke normen ongeoorloofd handelen, moet derhalve worden beoordeeld op grond van de norm die art. 42 Fw hiervoor aan de zijde van de schuldenaar stelt, waarbij de (nadelige) gevolgen van met elkaar samenhangende rechtshandelingen in onderling verband moeten worden beoordeeld (HR 19 december 2008, NJ 2009, 220). Dit samenstel van onverplichte rechtshandelingen heeft in dit geval ertoe geleid dat het ge¬meen¬schappelijke onderpand van de faillissementsschuldeisers (de failliete boedel) van [bv 4] door de hiervoor weergegeven rechtshandelingen rechtens (nog meer) ontoereikend is ge¬wor¬den om alle faillissementsschuldeisers daaruit te kunnen voldoen. Volgens het hiervoor genoemde faillissementsverslag van de curator in het faillissement van [bv 4] was er een schuldenlast van ruim € 214.000 tegen een boedelomvang van € 45.000. Indien deze rechtshandelingen niet zouden hebben plaatsgevonden, zou de failliete boedel van [bv 4] naast de hiervoor bedoelde machine ter waarde van € 12.000,- nog een omvangrijke vordering op [bv 7] hebben bevat. [bv 12] was slechts een concurrente schuldeiser van [bv 4]. De verdediging heeft aangevoerd dat de machine ter waarde van € 12.000,- aan [bv 9] zou zijn verpand en in faillissement door de schuldoverneming door [bv 7] van de schulden van [bv 4] aan [bv 9] met overdracht van de aan [bv 9] verpande zaken niet ten goede zou zijn gekomen aan de faillissementsschuldeisers. Wat daarvan ook zij, uit het bovenstaande volgt dat ook met terzijdestelling van deze machine, sprake is van benadeling van de faillissementsschuldeisers. Actief waarop de gezamenlijke schuldeisers in het faillissement van [bv 4] zich zouden hebben kunnen verhalen, is aangewend ter voldoening van één schuldeiser die daarop in het faillissement geen (volledig) recht had kunnen doen gelden.

Uit de bovenstaande bewezen geachte feiten en omstandigheden volgt derhalve dat [bv 12] als schuldeiser vóór het faillissement ten nadele van de faillissementsschuldeisers door een onverplicht verrichte rechtshandeling is bevoordeeld, waarvan [verdachte], die als bestuurder van de schuldenaar een sturende rol had, wetenschap moet hebben gehad. Hiermee is komen vast te staan dat van een ongeoorloofd handelen in strijd met de (opzet/weten-)norm van art. 42 Fw sprake was. De strafbaarstelling vereist bovendien dat de bevoordeling is geschied op een tijdstip waarop de adressaat wist dat het faillissement niet kon worden voorkomen. Uit voormelde bewijsmiddelen volgt dat het faillissement ten tijde van de bevoordeling al onafwendbaar was, terwijl [verdachte] hiervan wetenschap moet hebben gehad. Hiermee is ook het daderschap van [bv 4] gegeven (HR 21 oktober 2003, NJ 2006, 328 en HR 14 maart 1950, NJ 1952, 656 en HR 16 juni 1981, NJ 1981, 586), evenals de rol van [verdachte] als feitelijke leidinggever.

Feiten 2d / 3d

[Getuige 6], curator in het faillissement [bv 1] heeft tegenover de rechter-commissaris in strafzaken bij gelegenheid van haar verhoor op 25 mei 2009 verklaard dat zij niet gevraagd en ongevraagd alle stukken heeft gekregen die van belang waren. Zo heeft zij niet uit eigen beweging de aan de Commerzbank verstrekte commerciële jaarrekening ontvangen.

[Getuige 7], curator in het failissement van [bv 2] en [bv 4] heeft tegenover de rechter-commissaris in strafzaken bij gelegenheid van zijn verhoor op 25 mei 2009 verklaard dat hij heeft gevraagd om hem alle stukken te doen toekomen. Pas later, toen er vragen waren over de voorraad, bleek dat er schriften op A-3 formaat waren, waarin de voorraad werd geadministreerd, en kreeg hij die stukken. Tevens had verdachte aan hem, de curator, niets verteld over transacties met [bv 12] vlak voor het faillissement, hetwelk verdachte wel aan hem, curator, had moeten vertellen.

Tijdens de doorzoeking door de opsporingsinstanties van het bedrijfspand aan de [adres 2] is later ook een groot aantal administratieve stukken in beslag genomen die niet aan de curatoren ter hand waren gesteld.

Op grond hiervan acht het hof het tenlastegelegde bewezen. Hierbij merkt het hof op, dat het een feit van algemene bekendheid is dat de schuldeisers in een faillissement worden benadeeld indien de curator niet (tijdig) kan beschikken over de volledige administratie. Het (welbewust) niet afgeven van de bestaande administratie tijdens faillissement kan dus niet anders dan zijn geschied ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers.

Feiten 4 en 5

- Verdachte heeft verklaard dat in 2006 twee geldbedragen van € 250.000,- contant vanuit China zijn overgebracht en dat het hier ging om geldleningen van de familie [getuige 8]

aan verdachtes bandenbedrijf [bv 8];

- (Een deel van) het geld is aangewend ter financiering van een grondverzetmachine en een bungalow (in privé) en dus niet ter financiering van banden;

- Verdachte heeft bij de politie aanvankelijk verklaard dat hij slechts één lening had afgesloten met de familie [getuige 8]. Eerst nadat hij was geconfronteerd met de andersluidende verklaring van [getuige 8] heeft hij verklaard dat hij tweemaal een bedrag van € 250.000,- had geleend;

- Mevrouw [getuige 8] heeft aanvankelijk verklaard dat zij beide bedragen heeft overgebracht. Later komt ze hierop terug en geeft zij aan dat verdachte het tweede bedrag heeft overgebracht;

- De schriftelijke leenovereenkomsten en twee pandaktes welke tot zekerheid zouden dienen - zijn eerst na de feitelijke overdracht van het geld getekend;

- De ter zitting van het hof gehoorde Chinadeskundige Poldermans heeft verklaard dat het risico dat je in China als vliegtuigreiziger met zulke grote bedragen aan contant geld wordt gepakt wegens het ontduiken van de deviezenbepalingen buitengewoon groot is;

- Volgens verdachte is hij, toen hij € 250.000,- contant meenam, per vliegtuig uit China naar Parijs gevlogen met het volledige bedrag in een tas en heeft hij eerst in Parijs het door hemzelf uitgevoerde geldbedrag van € 250.000,- in verband met risicospreiding op de reis van Parijs naar Nederland verdeeld over enige personen;

- Er is niet gebleken van tijdige aflossingen en rentebetalingen;

- Verdachte heeft wisselend verklaard over wat er verder is gebeurd met dit geldbedrag;

- Verdachte heeft geen aannemelijke verklaring gegeven voor het feit dat het rentepercentage van het door hem (beweerdelijk) in privé geleende bedrag 5 % bedroeg en, nadat een van de vennootschappen deze lening zou hebben overgenomen, dit rentepercentage naar 10% verhoogd is.

De beweerdelijke legale herkomst van de gelden acht het hof onder deze omstandigheden onaannemelijk. Het hof houdt het er voor dat de gelden -middellijk of onmiddellijk- (deels) afkomstig moeten zijn uit enig misdrijf als bedoeld in artikel 420 bis Sr. In het bijzonder ware daarbij te denken aan belastingontduiking en faillissementsfraude.

Feiten 6 en 7

Zoals eerder overwogen is het hof van oordeel dat zowel [bv 1] als [getuige 1] nooit de intentie hebben gehad om de machines daadwerkelijk over te dragen. De facturen waren geen weergave van de feitelijke gang van zaken. Het ging om een papieren constructie. Het hof verwijst naar hetgeen is overwogen onder het kopje Overwegingen met betrekking tot het bewijs (Feit 2a/3a tweede gedachtestreepje onder Uitgangspunt, eerste gedachtestreepje). Daarmee staat de valsheid van de facturen vast.

Feiten 8 en 9

Op de in de tenlastelegging genoemde machines rustte een eigendomsvoorbehoud ten behoeve van [bv 12] op grond waarvan de machines eigendom bleven van [bv 12] totdat deze aan [bv 12] waren betaald. [bv 4] (en eventueel haar dochtervennootschap) waren derhalve niet gerechtigd tot de levering van deze machines. Dit is desondanks in opdracht van verdachte toch gebeurd, waarbij de werknemers van de vennootschappen van verdachte de opdracht kregen het geld van de verkoopopbrengst niet aan [bv 12] af te dragen. Zo heeft de medewerker [getuige 3] verklaard dat hij tegen [getuige 10] van [bv 12] had gezegd dat de machines in de haven stonden (en er dus geen sprake meer was van feitelijke macht over de machines door (de vennootschappen van) verdachte) en nog niet verkocht waren, hetgeen [getuige 10] heeft bevestigd, terwijl [getuige 3] wist dat die machines al waren verkocht en door de afnemers betaald waren. Volgens [getuige 3] had hij van [verdachte] opdracht gekregen om [bv 12] niet te betalen en [bv 12] te zeggen dat het geld nog niet binnen was. De ontvangen koopprijs van deze machines is binnen [bv 1] gebleven, aldus [getuige 3], hetgeen verdachte ter terechtzitting heeft bevestigd.

Namens [bv 12] is op 2 mei 2005 aangifte gedaan van verduistering

De heer [getuige 11], directeur van [bv 12], heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij nog steeds van mening is dat verdachte de tenlastegelegde machines heeft verduisterd, waaraan niet afdoet dat de eerder gedane aangifte is ingetrokken, omdat verdachte aan [bv 12] eind 2006 een aanbod had gedaan om een periode gratis banden te leveren en op die wijze [bv 12] tegemoet te komen in de nog openstaande schulden.

Verdachte heeft erkend dat het ging om in eigendomsvoorbehoud gegeven machines en dat hij deze machines heeft verkocht en geleverd, zonder het geld aan [bv 12] af te dragen.

Verdachte heeft gesteld dat er een omvangrijke tegenvordering was vanwege schade die [bv 1] had geleden toen deze vennootschap op verzoek van [bv 12] was gestopt met de doorverkoop van bijna nieuwe machines naar de Verenigde Staten en [bv 12] [bv 1] daarvoor onvoldoende compenseerde. Daardoor was er volgens verdachte geen sprake van verduistering van gelden.

Het hof verwerpt dit verweer.

De door verdachte geclaimde vordering, betreft een vordering van [bv 1] en dus niet van [bv 4]. Dit maakt compensatie met een tegenvordering van [bv 12] op [bv 4] onmogelijk. Bovendien heeft [bv 4] c.q. verdachte in dit kader tegenover [bv 12] nooit een beroep op compensatie gedaan, hetgeen de getuige [getuige 11] ter zitting van het hof ook heeft bevestigd. Het hof neemt hierbij in aanmerking hetgeen verdachte bij brief d.d. 15 april 2005 heeft geschreven aan [bv 12]:

“Um die Wartezeit zu überbrücken und hängen zu bleiben sind Gelder genützt von verkaufte Maschinen in eine Art von Karussell. Im Moment fehlen 7 Maschinen - minus 2 die wir auf Lager haben und Ihnen zur Verfügung stellen können. Die Gelder sind genutzt um hängen zu bleiben, unsere Bücher liegen für Ihnen offen!“

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

2.

hij als bestuurder van na te noemen vennootschappen op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2001 tot en met 25 januari 2007 in de gemeente(n) Hardenberg en/of Ommen en/of Almelo en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen, althans alleen, terwijl:

1. [bv 1], bij vonnis van de arrondissementsrechtbank te Almelo van 09 juli 2003 in staat van faillissement was verklaard, en/of

2. [bv 2], bij vonnis van de arrondissementsrechtbank te Almelo van 31 maart 2004 in staat van faillissement was verklaard, en/of

3. [bv 3] en/of [bv 4] en/of [bv 5] en/of [bv 6] (dochter [bv 4]), bij vonnis van de arrondissementsrechtbank te Almelo van 27 april 2005 (beide) in staat van faillissement was/waren verklaard:

(telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van één of meer van haar/hun schuldeiser(s)

a. op een tijdstip waarop verdachte wist dat het faillissement niet kon worden voorkomen een schuldeiser heeft bevoordeeld, door:

een geldbedrag van ongeveer € 453.000,- aan het vermogen van [bv 1] te onttrekken door in of omstreeks de maand juni 2003 in totaal een bedrag van ongeveer € 453.000,- te betalen aan [bv 9] of [bv 10] althans op een (of meer) tijdstip(pen) waarop verdachte wist dat het faillissement niet kon worden voorkomen in of omstreeks de maand juni 2003 (delen van) een geldbedrag van in totaal ongeveer € 453.000,- te betalen aan [bv 9] of [bv 10];

2.

hij als bestuurder van na te noemen vennootschappen op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2001 tot en met 25 januari 2007 in de gemeente(n) Hardenberg en/of Ommen en/of Almelo en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen, althans alleen, terwijl:

1. [bv 1], bij vonnis van de arrondissementsrechtbank te Almelo van 09 juli 2003 in staat van faillissement was verklaard, en/of

2. [bv 2], bij vonnis van de arrondissementsrechtbank te Almelo van 31 maart 2004 in staat van faillissement was verklaard, en/of

3. [bv 3] en/of [bv 4] en/of [bv 5] en/of [bv 6] (dochter [bv 4]), bij vonnis van de arrondissementsrechtbank te Almelo van 27 april 2005 (beide) in staat van faillissement was/waren verklaard:

(telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van één of meer van haar/hun schuldeiser(s)

c. ter gelegenheid van het faillissement en/of op een tijdstip waarop hij, verdachte en/of zijn mededaders wist(en) dat het faillissement niet kon worden voorkomen, één van de schuldeisers op enigerlei wijze heeft bevoordeeld en/of bevoordeelt door onder meer in of omstreeks de maand april 2005 twee machines te verkopen aan [bv 12], waarbij de machine met nr. […] kort daarvóór door [bv 4] van [bv 7] was gekocht en waardoor voor [bv 12] de mogelijkheid werd gecreëerd, de openstaande schuld van [bv 4] in zijn geheel of grotendeels te verrekenen;

2.

hij als bestuurder van na te noemen vennootschappen op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2001 tot en met 25 januari 2007 in de gemeente(n) Hardenberg en/of Ommen en/of Almelo en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen, althans alleen, terwijl:

1. [bv 1], bij vonnis van de arrondissementsrechtbank te Almelo van 09 juli 2003 in staat van faillissement was verklaard, en/of

2. [bv 2], bij vonnis van de arrondissementsrechtbank te Almelo van 31 maart 2004 in staat van faillissement was verklaard, en/of

3. [bv 3] en/of [bv 4] en/of [bv 5] en/of [bv 6] (dochter [bv 4]), bij vonnis van de arrondissementsrechtbank te Almelo van 27 april 2005 (beide) in staat van faillissement was/waren verklaard:

(telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van één of meer van haar/hun schuldeiser(s):

d. niet heeft voldaan of niet voldoet aan de op hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek of artikel 5, eerste lid, van de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen in samenhang met art. 10, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers als bedoeld in artikel 15i, eerste lid van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.;

3.

A. [bv 1] en/of

B. [bv 2], en/of

C. [bv 3] en/of [bv 4] en/of [bv 5] en/of [bv 6] (dochter [bv 4]),

in of omstreeks de periode 01 januari 2001 tot en met 25 januari 2007 in de gemeente(n) Hardenberg en/of Ommen en/of Almelo en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen, althans alleen, terwijl elk van die vennootschap(pen) (telkens) bij vonnis van de arrondissementsrechtbank te Almelo in staat van faillissement is/zijn verklaard, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van haar/hun schuldeiser(s):

a. lasten heeft verdicht of verdicht, hetzij baten niet heeft verantwoord of niet verantwoordt, hetzij enig goed aan de boedel heeft onttrokken en/of onttrekt en/of op een tijdstip waarop die vennootschap(pen) wist(en) dat het faillissement niet kon worden voorkomen een schuldeiser heeft bevoordeeld of bevoordeelt,

door onder meer:

een geldbedrag van ongeveer € 453.000,- aan het vermogen van [bv 1] te onttrekken door in of omstreeks de maand juni 2003 in totaal een bedrag van ongeveer € 453.000,- te betalen aan [bv 9] of [bv 10] althans op een (of meer) tijdstip(pen) waarop die vennootschap(pen) wist(en) dat het faillissement niet kon worden voorkomen in of omstreeks de maand juni 2003 (delen van) een geldbedrag van in totaal ongeveer

€ 453.000,- te betalen aan [bv 9] of [bv 10];

zulks terwijl hij, verdachte, tot vorenomschreven feit(en) opdracht heeft gegeven en/of aan die verboden gedraging(en) feitelijke leiding heeft gegeven;

3.

A. [bv 1] en/of

B. [bv 2], en/of

C. [bv 3] en/of [bv 4] en/of [bv 5] en/of [bv 6] (dochter [bv 4]),

in of omstreeks de periode van 01 januari 2001 tot en met 25 januari 2007 in de gemeente(n) Hardenberg en/of Ommen en/of Almelo en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen, althans alleen, terwijl elk van die vennootschap(pen) (telkens) bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Almelo in staat van faillissement is/zijn verklaard, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van haar schuldeiser(s):

c. ter gelegenheid van het faillissement en/of op een tijdstip waarop die vennootschap(pen) en/of haar/hun mededaders wist(en) dat het faillissement niet kon worden voorkomen, één van de schuldeisers op enigerlei wijze heeft bevoordeeld en/of bevoordeelt door onder meer in of omstreeks de maand april 2005 twee machines te verkopen aan [bv 12] waarbij de machine met nr. […] kort daarvóór door [bv 4] van [bv 7] was gekocht en waardoor voor [bv 12] de mogelijkheid werd gecreëerd, de openstaande schuld van [bv 4] in zijn geheel of grotendeels te verrekenen,

zulks terwijl hij, verdachte, tot vorenomschreven feit(en) opdracht heeft gegeven en/of aan die verboden gedraging(en) feitelijke leiding heeft gegeven;

3.

A. [bv 1] en/of

B. [bv 2], en/of

C. [bv 3] en/of [bv 4] en/of [bv 5] en/of [bv 6] (dochter [bv 4]),

in of omstreeks de periode 01 januari 2001 tot en met 25 januari 2007 in de gemeente(n) Hardenberg en/of Ommen en/of Almelo en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen, althans alleen, terwijl elk van die vennootschap(pen) (telkens) bij vonnis van de arrondissementsrechtbank te Almelo in staat van faillissement is/zijn verklaard, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van haar schuldeiser(s)

d. niet heeft voldaan of niet voldoet aan de op die vennootschappen en/of haar/hun mededaders rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers als bedoeld in artikel 15i, eerste lid van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek

zulks terwijl hij, verdachte, tot voren omschreven feit(en) opdracht heeft gegeven en/of aan die verboden gedraging(en) feitelijke leiding heeft gegeven;

4.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met 25 januari 2007, in de gemeente(n) Hardenberg en/of Ommen en/of Almelo en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen, althans alleen, (telkens):

a. van (een) voorwerp(en), te weten twee, althans één of meer geldbedragen van in totaal telkens ongeveer € 250.000,- althans enig geldbedrag, de werkelijke aard en de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op één of meer voorwerpen, te weten twee, althans één of meer die geldbedragen was van elk (ongeveer) € 250.000,- althans enig geldbedrag was en/of wie bovenomschreven geldbedrag(en) voorhanden had, door :

- geldopnames te doen of te laten doen onder de noemer "handgeld" en/of deze boekhoudkundig te verwerken of te laten verwerken als inkoop machines en/of;

- in de maand januari 2006 een geldbedrag van ongeveer RMB 105.000,- afkomstig van een bankrekening in Duitsland over te maken of over te laten maken op een bankrekening in China en/of;

- één of meermalen (een) leenovereenkomst(en) op te maken of op te laten maken en/of (een) leenovereenkomst(en) te gebruiken als was/waren deze echt en onvervalst, terwijl in werkelijkheid geen lening(en) is/zijn verstrekt en/of;

- door in het jaar 2006 telkens een of meer contante geldbedrag(en) Nederland binnen te brengen of binnen te laten brengen en/of te suggeren dat er in het jaar 2006 telkens een of meer contant(e) geldbedrag(en) van € 250.000,- vanuit China Nederland is/zijn binnengebracht;

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die voorwerp(en)

- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

en verdachte tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen, althans alleen van het plegen van deze feiten een gewoonte heeft gemaakt;

5.

[bv 1] en/of

[bv 2] en/of

[bv 3] en/of [bv 4] en/of [bv 5] en/of [bv 6] (dochter [bv 4]) en/of [bv 7] en/of [bv 8],

op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2001 tot en met 25 januari 2007 in de gemeente(n) Hardenberg en/of Ommen en/of Almelo en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar en/of met één of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen, althans ieder voor zich of alleen, (telkens):

a. van (een) voorwerp(en), te weten twee, althans één of meer geldbedragen van in totaal telkens ongeveer € 250.000,- althans enig geldbedrag, de werkelijke aard en de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op één of meer voorwerpen, te weten twee, althans één of meer die geldbedragen was van elk (ongeveer) € 250.000,- althans enig geldbedrag was en/of wie bovenomschreven geldbedrag(en) voorhanden had, door :

- geldopnames te doen of te laten doen onder de noemer "handgeld" en/of deze boekhoudkundig te verwerken of te laten verwerken als inkoop machines en/of;

- in de maand januari 2006 een geldbedrag van ongeveer RMB 105.000,- afkomstig van een bankrekening in Duitsland over te maken of over te laten maken op een bankrekening in China en/of;

- één of meermalen (een) leenovereenkomst(en) op te maken of op te laten maken en/of (een) leenovereenkomst(en) te gebruiken als was/waren deze echt en onvervalst, terwijl in werkelijkheid geen lening(en) is/zijn verstrekt en/of;

- door in het jaar 2006 telkens een of meer contante geldbedrag(en) Nederland binnen te brengen of binnen te laten brengen en/of te suggereren dat er in het jaar 2006 telkens een of meer contant(e) geldbedrag(en) van € 250.000,- vanuit China Nederland is/zijn binnengebracht;

terwijl die [bv 1] en/of [bv 2] en/of [bv 4] en/of [bv 5] en/of [bv 7] en/of [bv 6] en/of [bv 3] en/of [bv 8], wist(en) dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

zulks terwijl hij, verdachte, tot vorenomschreven feit(en) opdracht heeft gegeven en/of aan die verboden gedraging(en) feitelijke leiding heeft gegeven;

6.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 01 januari 2001 tot en met 24 januari 2007 in de gemeente(n) Hardenberg en/of Ommen en/of Almelo en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen, althans alleen, (telkens) één of meer facturen, waaronder:

a. twee facturen, in ieder geval één factuur (op naam van [bv 1]) met het factuurnummer […] waarvan één met machineserienummer […] d.d. 08 april 2002 (bedoeld 08 april 2003) (vindplaats:pv. zaaksdossier 1, bijlage 02.01.04.03.15, blz. 856) en één met machineserienummer […], (vindplaats: pv zaaksdossier 1, bijl. 02.08.02.07.037, blz. 865) en/of

b. twee facturen, in ieder geval één factuur (op naam van [bv 1]) met betrekking tot machineserienummer […] waarvan één met het factuurnummer […] d.d. 10 april 2003 (vindplaats: pv. zaakdossier 1, bijl. 02.01.04.03.013, blz. 854) en waarvan één met het factuurnummer […] d.d. 16 april 2003 (vindplaats: pv. zaakdossier 1, bijlage 02.08.02.07.017, blz. 859) en/of

c. een factuur d.d. 24 juli 2003 waaruit blijkt dat een Caterpillar voorzien van het serienummer […] wordt verkocht door [bv 2] (vindplaats zaakdossier 2, bijlage 02.01.04.03.005, blz. 1487), en/of

(andere) facturen/geschriften dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt of vervalst met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, bestaande de valsheid hierin dat telkens:

- werd gesuggereerd dat de in de factuur genoemde machine was verkocht aan de gefactureerde, en/of

- valselijk meermalen hetzelfde factuurnummer werd gebruikt, en/of /ofof

- valselijk meermalen hetzelfde machinenummer werd opgevoerd;

7.

[bv 1] en/of [bv 2] en/of [bv 3] en/of [bv 4] en/of [bv 5] en/of [bv 6] op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2001 tot en met 25 januari 2007 in de gemeente(n) Hardenberg en/of

Ommen en/of Almelo en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar en/of met één of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen,

althans ieder voor zich of alleen, telkens één of meer facturen, waaronder:

a. twee facturen, in ieder geval één factuur (op naam van [bv 1]) met het factuurnummer […] waarvan één met machineserienummer […] d.d. 08 april 2002 (bedoeld 08 april 2003) (vindplaats: pv. zaakdossier 1, bijl. 02.01.04.03.15) en één met machineserienummer […], (vindplaats pv. zaakdossier 1, bijl. 02.08.02.07.037) en/of

b. twee facturen, in ieder geval één factuur (op naam van [bv 1]) met betrekking tot machineserienummer […] waarvan één met het factuurnummer […] d.d. 10 april 2003 (vindplaats: pv. zaakdossier 1, bijlage 02.01.04.03.013; blz. 854) en waarvan één met het factuurnummer […] d.d. 16 april 2003 (vindplaats: pv. Zaakdossier 1, bijl. 02.08.02.07.017; blz. 859), en/of

c. een factuur d.d. 24 juli 2003 waaruit blijkt dat een Caterpillar voorzien van het serienummer […] wordt verkocht door [bv 2] (pv. zaakdossier 2, bijlage 02.01.04.03.005), en/of

(andere) facturen/geschriften dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, bestaande de valsheid hierin dat telkens:

- werd gesuggereerd dat de in de factuur genoemde machine was verkocht aan de gefactureerde en/of

- valselijk meermalen hetzelfde factuurnummer werd gebruikt, en/of

- valselijk meermalen hetzelfde machinenummer werd opgevoerd,

zulks terwijl hij, verdachte, tot vorenomschreven feit(en) opdracht heeft gegeven en/of aan die verboden gedraging(en) feitelijke leiding heeft gegeven;

8.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 24 oktober 2004 tot en met 31 maart 2005 in de gemeente(n) Hardenberg en/of Ommen en/of Almelo en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke en/of rechtspersonen, althans alleen, (telkens) opzettelijk zeven, althans één of meer grondverzetmachines te weten:

- een Volvo Dumper, type A30C, serienummer […], en/of

- een Volvo Dumper, type A30C, serienummer […], en/of

- een Volvo Dumper, type A30C, serienummer […], en/of

- een Caterpillar wiellader, type CAT 924GHL, serienummer […], en/of

- een Caterpillar hydraulik Bagger, type 320BL, serienummer […], en/of

- een Caterpillar wiellader, type 950G, serienummer […], en/of

- een Caterpillar Dumper, type 730, serienummer […]

en/of een of meer geldbedrag(en) van in totaal ongeveer € 537.357,- , of een deel van dit geldbedrag, althans een geldbedrag en/of geldbedragen en/of enig (ander) goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bv 12], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk(e) goed(eren) verdachte en/of zijn mededader(s) anders dan door misdrijf, te weten ter verkoop en/of als opbrengst uit de verkoop van (een) grondverzetmachine(s), onder zich had(den) (den), (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

9.

[bv 4] en/of [bv 6] op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 24 oktober 2004 tot en met 31 maart 2005 in de gemeente(n) Hardenberg en/of Ommen en/of Almelo en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar en/of met één of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen, althans ieder voor zich of alleen, (telkens) opzettelijk zeven, althans één of meer grondverzetmachines, te weten:

- een Volvo Dumper, type A30C, serienummer […], en/of

- een Volvo Dumper, type A30C, serienummer […], en/of

- een Volvo Dumper, type A30C, serienummer […], en/of

- een Caterpillar wiellader, type CAT 924GHL, serienummer […], en/of

- een Caterpillar hydraulik Bagger, type 320BL, serienummer […], en/of

- een Caterpillar wiellader, type 950G, serienummer […], en/of

- een Caterpillar Dumper, type 730, serienummer […]

en/of een of meer geldbedragen van in totaal ongeveer € 537.357,-, of een deel van dit geldbedrag, althans enig geldbedrag en/of geldbedragen en/of enig (ander) goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bv 12], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [bv 4] en/of [bv 6] en/of aan verdachte(n), welk(e) goed(eren) [bv 4] en/of [bv 6] anders dan door misdrijf, te weten ter verkoop en/of als opbrengst uit de verkoop van (een) grondverzetmachine(s), onder zich had(den), (telkens) wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend,

zulks terwijl hij, verdachte, tot vorenomschreven feit(en) opdracht heeft gegeven en/of aan die verboden gedraging(en) feitelijke leiding heeft gegeven.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

ten aanzien van het onder 2 aanhef en onder a, tweede gedachtestreepje, voor zover betrekking hebbende op de bevoordeling van één van de schuldeisers en het onder 2 aanhef en onder c bewezenverklaarde:

telkens:

Het medeplegen van het als bestuurder van een rechtspersoon welke in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van de rechtspersoon op een tijdstip waarop hij wist dat het faillissement niet kon worden voorkomen een van de schuldeisers op enige wijze bevoordelen.

ten aanzien van het onder 2 aanhef en onder d bewezenverklaarde:

Het medeplegen van het als bestuurder van een rechtspersoon welke in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van de rechtspersoon niet voldaan hebben/niet voldoen aan de op hem rustende verplichtingen ten opzichte van het te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers.

ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde:

Bedrieglijke bankbreuk, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde:

Witwassen, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 5 bewezenverklaarde:

Witwassen, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 6 bewezenverklaarde:

Medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 7 bewezenverklaarde:

Medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 8 bewezenverklaarde:

Medeplegen van verduistering, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 9 bewezenverklaarde:

Medeplegen van verduistering, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd.

De feiten 2 en 3, 4 en 5, 6 en 7, en 8 en 9 zijn naar het oordeel van het hof telkens in eendaadse samenloop gepleegd, nu materieel gezien verdachte (als bestuurder) vereenzelvigd kan worden met de als pleger genoemde rechtspersonen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is, behoudens ten aanzien van het onder 2 a, tweede gedachtestreepje en 3a tweede gedachtestreepje, strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Zoals hiervoor reeds overwogen dient verdachte terzake van het onder 2a tweede gedachtestreepje en 3a tweede gedachtestreepje te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld wegens het onder 1 tot en met 9 tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar, met aftrek van voorarrest.

De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte veroordeeld wegens het onder 2c, 3c, 4a, 5a, 6 en 7 tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld wegens het onder 2 tot en met 9 tenlastegelegde tot een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft gedurende een jarenlange periode op een weloverwogen manier faillissementsfraude en valsheid in geschrift gepleegd en daarnaast tweemaal grote geldbedragen witgewassen en voorts aanzienlijke geldbedragen verduisterd.

Het hof rekent verdachte deze feiten zwaar aan. Door verdachtes handelen is een behoorlijke afwikkeling van de faillissementen van zijn ondernemingen gefrustreerd en is de boedel aanzienlijk benadeeld. Voorts is door het witwassen de integriteit van het financiële en economische verkeer ernstig geschonden. De buitenlandse onderneming [bv 12] heeft door de verduistering aanzienlijke schade geleden. Het handelen van verdachte werkt verder concurrentievervalsend jegens ondernemingen die zich wel aan de regels houden. Verdachte heeft ter zitting niet de indruk gewekt de ongeoorloofdheid van zijn handelen en de ernst daarvan in te zien.

Gezien het bovenstaande is geen andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend en geboden. Nu allereerst het hof meer feiten bewezen zal verklaren dan de rechtbank maar bovendien de bewezenverklaarde feiten aanmerkelijk ernstiger beoordeelt dan de rechtbank en de advocaat-generaal, zal het hof een aanmerkelijk hogere straf opleggen dan de rechtbank heeft opgelegd en dan de straf die is gevorderd door de advocaat-generaal.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 51, 55, 57, 225, 321, 341, 343 en 420 bis van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verstaat dat het door verdachte ingestelde rechtsmiddel niet is gericht tegen dat deel van het vonnis waarvan beroep waarbij verdachte terzake van het onder 1, 2a, 2b, 2d, 3a, 3b, 3d, 4b, 5b, 8 en 9 tenlastegelegde werd vrijgesproken.

Verstaat dat het door de officier van justitie ingestelde rechtsmiddel niet is gericht tegen dat deel van het vonnis waarvan beroep waarbij verdachte terzake van het onder 2a, derde gedachtestreepje, 2b, 3a, derde gedachtestreepje, 3b, 4b, 5b tenlastegelegde werd vrijgesproken.

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat verdachte het tenlastegelegde onder 1, 2a, eerste gedachtestreep, 2a, tweede gedachtestreepje voor zover betrekking hebbende op het onttrekken van het tenlastegelegde geldbedrag, 3a, eerste gedachtestreepje en 3a voor zover betrekking hebbende op het onttrekken van het tenlastegelegde geldbedrag heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het (overigens) onder 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde behoudens ter zake van het onder 2 onder a tweede gedachtestreepje en 3 onder a tweede gedachtestreepje strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte behoudens ter zake van het onder 2 onder a tweede gedachtestreepje en 3 onder a tweede gedachtestreepje strafbaar.

Ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging terzake van het onder 2 onder a tweede gedachtestreepje en 3 onder a tweede gedachtestreepje tenlastegelegde.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door

mr R. de Groot, voorzitter,

mr Y.A.J.M. van Kuijck en mr C.M. Hilverda, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr W.B. Kok, griffier,

en op 15 september 2009 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr C.M. Hilverda is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.