Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:9798

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
22-12-2015
Datum publicatie
28-12-2015
Zaaknummer
200.123.957
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige concurrentie door ex-werknemers

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2015-1336
AR 2015/2693

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummers gerechtshof 200.123.957 en 200.123.947

(zaaknummer rechtbank Zutphen 113893 en (sector kanton, locatie Apeldoorn) 413717)

arrest van 22 december 2015

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Ventilex B.V.,

gevestigd te Heerde,

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Ventilex Filtertechnologie B.V.,

gevestigd te Heerde,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Imtech Flex B.V.,

gevestigd te Capelle aan den IJssel,

appellanten,

hierna gezamenlijk: Ventilex,

advocaat: mr. E.D. van Geuns,

(zaaknummer 200.123.957) tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TEMA Process B.V.,

gevestigd te ‘s-Gravenhage,

geïntimeerde,

verweerster in het incident,

hierna: Tema Process,

advocaat: mr. T. van der Lans.

en (zaaknummer 200.123.947) tegen:

1 [geïntimeerde 1],

wonende te [woonplaats],

2. [geïntimeerde 2],

wonende te [woonplaats],

3. [geïntimeerde 3],

wonende te [woonplaats],

4. [geïntimeerde 4],

wonende te [woonplaats],

5. [geïntimeerde 5],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerden,

hierna afzonderlijk: [geïntimeerde 1], [geïntimeerde 2], [geïntimeerde 3], [geïntimeerde 4] en [geïntimeerde 5], en gezamenlijk: [geïntimeerden],

advocaat: mr. H. Eijer.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof verwijst naar zijn tussenarresten van 20 mei 2014 en 25 november 2014.

1.2

Het verdere verloop blijkt uit:

- een antwoordakte overlegging producties tevens vermeerdering van eis van de kant van Tema Process en [geïntimeerden];

- een antwoordakte van de kant van Ventilex.

- de pleidooien overeenkomstig de pleitnotities d.d. 1 juni 2015. Hierbij is akte verleend van het stuk dat bij bericht van 13 mei 2015 namens [geïntimeerden] is ingebracht en van de map met “Aangehaalde producties” die ter zitting namens Ventilex is ingebracht.

1.3

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2 De vaststaande feiten

Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.11 van het bestreden vonnis van 24 oktober 2012.

3 De motivering van de beslissing in hoger beroep

3.1

Het gaat in dit geding kort gezegd om het volgende. [geïntimeerden] zijn voorheen in dienst geweest van Ventilex, die industriële drogers en koelers ontwerpt, fabriceert en verkoopt. [geïntimeerde 1] is op 12 juni 2009 op non-actief gesteld en de arbeidsovereenkomst tussen hem en Ventilex is op 16 november 2009 door de rechter ontbonden. [geïntimeerde 1] heeft tezamen met Tema Holding B.V., een relatie van Ventilex en van [geïntimeerde 1], Tema Process opgericht, die zich evenals Ventilex ging bezighouden met de fabricage van industriële drogers en koelers. Onder meer [geïntimeerde 2], [geïntimeerde 3] en [geïntimeerde 4] zijn [geïntimeerde 1] gevolgd naar Tema Process. Ventilex stelt zich in dit geding op het standpunt dat [geïntimeerden] jegens haar onrechtmatig hebben gehandeld door haar vertrouwelijke bedrijfsinformatie te stelen en te delen met Tema Process en daarvan gebruik te maken bij hun werkzaamheden voor Tema Process. Aan Tema Process verwijt Ventilex dat zij gebruik heeft gemaakt van de gestolen bedrijfsgeheimen en van de wanprestatie door [geïntimeerden] om Ventilex onrechtmatige concurrentie aan te doen. Ventilex vordert terzake verklaringen voor recht, verboden en schadevergoeding. De rechtbank en de kantonrechter hebben de vorderingen afgewezen. De vorderingen van [geïntimeerden] in reconventie zijn gedeeltelijk toegewezen. Ventilex bestrijdt deze beslissingen in hoger beroep met 15 grieven, die zich lenen voor gezamenlijke behandeling.

3.2

Het hof stelt voorop dat een oud-werknemer (die niet is gebonden door een concurrentiebeding) in beginsel niet onrechtmatig handelt, indien hij in dienst van zijn nieuwe werkgever gebruik maakt van de kennis, kunde en ervaring die hij heeft opgedaan bij de oude werkgever. Dat geldt in beginsel ook wanneer de oude en de nieuwe werkgever elkaar in dezelfde markt beconcurreren. De oud-werknemer mag evenwel geen bedrijfsgeheimen van de oude werkgever meenemen en in zijn nieuwe functie gebruiken. Daarbij gaat het om informatie die niet algemeen bekend is en die de nieuwe werkgever niet op andere wijze kan verkrijgen dan door tussenkomst van de oud-werknemer, die deze informatie in het kader van zijn vorige dienstverband heeft verkregen. Voorts moet het gaan om informatie die de nieuwe werkgever een voorsprong geeft in de concurrentie met de oude werkgever. Waar de grens ligt tussen de kennis, kunde en ervaring die de oud-werknemer wel mag gebruiken en de geheime bedrijfsinformatie die hij niet mag gebruiken, is niet steeds eenvoudig te bepalen.

3.3

Los van het voorgaande is het de oud-werknemer en zijn nieuwe werkgever niet toegestaan om de oude werkgever oneerlijke concurrentie aan te doen door op onrechtmatige wijze gebruik te maken van informatie die de oud-werknemer in het kader van zijn vorige dienstverband heeft verkregen. Daarvan kan onder meer sprake zijn indien de nieuwe werkgever gebruik maakt van de kennis en gegevens omtrent klanten opgedaan bij de oude werkgever, waardoor stelselmatig en substantieel duurzaam debiet van de oude werkgever wordt afgebroken (zie reeds HR 9 december 1955, NJ 1956, 157). Zo kan het stelselmatig benaderen van het klantenbestand van de oude werkgever, met de bedoeling om deze klanten te laten overstappen naar de concurrent, onrechtmatig zijn jegens de oude werkgever.

3.4

Het voorgaande geldt niet zolang een werknemer nog in dienst is bij de “oude” werkgever. Een werknemer die zijn eigen werkgever concurrentie aandoet, handelt daarmee al snel onrechtmatig (vgl. Hof ’s-Hertogenbosch 10 februari 2015, ECLI:NL:2015:GHSHE: 445). Zulk handelen zal veelal in strijd zijn met de eisen van goed werknemerschap, en aldus tevens een tekortkoming in de nakoming van zijn contractuele verplichtingen opleveren.

3.5

Tegen het licht van voorgaande overwegingen zal het hof de verwijten van Ventilex jegens de verschillende oud-werknemers beoordelen. Het hof maakt daarbij geen onderscheid tussen onrechtmatig handelen en toerekenbare tekortkoming, omdat dat voor de gevolgen in dit geval geen verschil maakt. Wel wordt de overtreding van geheimhoudingsbedingen apart besproken.

[geïntimeerde 1]

3.6

[geïntimeerde 1] werkte vanaf 1983 in dienst van Ventilex, vanaf 1991 als directeur. Hij had veel contacten met klanten en leveranciers en kende de onderneming van Ventilex grondig. In verband met een conflict tussen hem en de aandeelhouder van Ventilex, Imtech N.V. (hierna: Imtech), over de Amerikaanse vestiging, is [geïntimeerde 1] op 12 juni 2009 op non-actief gesteld en is de arbeidsovereenkomst vervolgens, per 16 november 2009, ontbonden. [geïntimeerde 1] heeft tezamen met Tema Holding N.V. (hierna: Tema Holding) de nieuwe vennootschap Tema Process opgericht en is daarvan steeds bestuurder geweest. Ventilex werkte voordien samen met Tema Holding; zij maakte gebruik van het agentennetwerk van Tema Holding. Na de oprichting van Tema Process zijn deze agenten voor Tema Process gaan werken.

3.7

Ventilex verwijt [geïntimeerde 1] in de eerste plaats dat hij bedrijfsinformatie heeft geplaatst op een USB-stick welke later bij Tema Process in beslag is genomen. Onder meer bevindt zich daarop een bestand met de naam klanten.pst met daarin onder meer lijsten van klanten en leveranciers. Dit klantenbestand bevat informatie over welke machine aan welke klant is verkocht en voor welk product die machine is bestemd. Volgens Ventilex heeft [geïntimeerde 1] deze informatie twee dagen na zijn op non-actiefstelling van het netwerk van Ventilex gekopieerd naar de USB-stick. Ventilex verwijst hiervoor naar het rapport van Hoffmann Bedrijfsrecherche (hierna: het Hoffmannrapport) waaruit blijkt dat [geïntimeerde 1] op 14 juni 2009 (twee dagen na zijn op non-actiefstelling) gedurende 59 minuten verbinding heeft gehad met het netwerk van Ventilex, dat hij in die tijd het bestand ‘klanten.pst’ heeft aangemaakt en dat hij (vier minuten na het aanmaken van dat bestand) een USB-stick heeft aangesloten. Uit het Proces-verbaal van Bovenregionale Recherche Noord- en Oost-Nederland inzake zaakdossier 01 [1234] d.d. 27 februari 2013 (hierna: [1234]-pv) blijkt dat de verbinding werd gemaakt vanaf het IP-adres behorend bij het woonhuis van [geïntimeerde 1]. Dat de USB-stick aan [geïntimeerde 1] toebehoort, blijkt uit het feit dat zich daarop ook privébestanden van [geïntimeerde 1] bevonden.

3.8

[geïntimeerde 1] stelt met betrekking tot bedoelde USB-stick dat hij deze gebruikte in zijn Ventilex-tijd, en dat daarop informatie stond die hij op zijn reizen voor Ventilex naar klanten gebruikte. Deze USB-stick gebruikte hij ook voor privé gegevens en later voor Tema Process. Ter gelegenheid van het pleidooi heeft [geïntimeerde 1] voorts aangevoerd dat de klantenlijst geen waarde had, omdat die geen adressen bevatte.

3.9

Het hof stelt vast dat [geïntimeerde 1] niet betwist dat de USB-stick bij hem in gebruik is geweest. [geïntimeerde 1] heeft geen deugdelijke verklaring gegeven voor de aanwezigheid van het bestand ‘klanten.pst’op deze USB-stick. Hij heeft voorts, gelet op de met het Hoffmannrapport en het [1234]-pv onderbouwde stelling van Ventilex, onvoldoende gemotiveerd betwist dat hij dit bestand twee dagen na zijn op non-actiefstelling op het netwerk van Ventilex heeft aangemaakt. Hij heeft nog wel gesteld dat hij na zijn op non-actiefstelling contacten probeerde te onderhouden met zijn medewerkers en toezicht probeerde te houden op de bedrijfsvoering en dat hij daartoe Ventilex op het bedrijfsnetwerk zolang dit mogelijk was digitaal gevolgd heeft, doch dit verklaart niet waarom hij voormeld bestand heeft aangemaakt. Ook de stelling dat [geïntimeerde 1] die lijsten voor zijn zakenreizen voor Ventilex nodig had, valt niet te rijmen met het feit dat het bestand pas twee dagen na zijn op non-actiefstelling is aangemaakt. Het moet er daarom voor worden gehouden dat [geïntimeerde 1] de bedoelde lijsten heeft gekopieerd om deze later ten nadele van Ventilex te kunnen gebruiken. Het is niet goed denkbaar dat hij daarmee een andere bedoeling heeft gehad, en dat stelt hij ook niet, dan om de mogelijkheid te creëren om die klanten en/of leveranciers vanuit zijn nieuwe functie bij Tema Process te benaderen. Dat de lijsten geen adresgegevens bevatten, behoeft daarvoor geen belemmering te zijn, nu die gegevens elders te vinden zullen zijn. Het zich toe-eigenen en het meenemen van de lijsten met die bedoeling is onrechtmatig. Dat laat onverlet dat dat onrechtmatig handelen alleen tot schade kan leiden als de meegenomen informatie ook daadwerkelijk aldus wordt gebruikt; daarop komt het hof hieronder terug.

3.10

Ventilex voert tevens aan dat zich op de USB-stick gegevens van Ventilex bevonden met betrekking tot haar klanten [A] en [B]. Daarnaast stonden daarop zes foto’s van onderdelen, referentielijsten drogers zout en een presentatie Salt dryers Kaysalt.ppt, alle afkomstig van Ventilex. Ventilex betoogt dat [geïntimeerde 1] door die bestanden mee te nemen bedrijfsgevoelige informatie van Ventilex heeft gestolen.

3.11

[geïntimeerde 1] heeft voor de aanwezigheid van deze gegevens wel een verklaring gegeven. Zo heeft hij met betrekking tot de referentielijsten drogers zout en de presentatie toegelicht dat hij deze in zijn Ventilex-tijd heeft gebruikt voor een verkoop. De informatie over [A] en [B] heeft [geïntimeerde 1] - na zijn op non-actiefstelling - van deze klanten zelf gekregen, nadat zij hem persoonlijk hadden benaderd om offerte te doen (memorie van antwoord inzake de incidentele vordering sub 31 en verder en productie 3). Bij pleidooi heeft [geïntimeerde 1] hieraan toegevoegd dat Ventilex leverde aan [A] Houston, terwijl Tema Process heeft geleverd aan [A] Memphis, waarbij het voorts ging om een totaal andere installatie; aan [B] heeft Tema Process niet geleverd, aldus [geïntimeerde 1].

3.12

Ventilex heeft niet bestreden dat [geïntimeerde 1] de van Ventilex afkomstige informatie over [A] en [B] van die klanten zelf heeft gekregen. Zij heeft voorts niet toegelicht op welke wijze [geïntimeerde 1] of Tema Process die informatie zouden hebben gebruikt om Ventilex oneerlijke concurrentie aan te doen. Aldus is niet komen vast te staan dat [geïntimeerde 1] met betrekking tot die informatie onrechtmatig heeft gehandeld.

3.13

Op de referentielijsten drogers zout en de presentatie is Ventilex niet meer teruggekomen. Het hof houdt het er daarom op dat de verklaring van [geïntimeerde 1] dat deze stukken zich nog vanuit zijn Ventilex-tijd op de USB-stick bevonden, juist is. De enkele aanwezigheid van die informatie op de USB-stick brengt, zonder bijkomende omstandigheden waarvan niet is gebleken, niet mee dat [geïntimeerde 1] met betrekking tot die informatie onrechtmatig heeft gehandeld.

3.14

Ten aanzien van de foto’s geldt dat Ventilex onvoldoende heeft toegelicht waarom het daarbij om vertrouwelijke informatie gaat, noch op welke wijze Tema Process daarvan gebruik zou kunnen maken in de concurrentiestrijd. De enkele omstandigheid dat deze foto’s afkomstig zouden zijn van Ventilex en op de USB-stick zijn gevonden, is onvoldoende om tot de conclusie te kunnen leiden dat [geïntimeerde 1] onrechtmatig heeft gehandeld.

3.15

Ventilex verwijt [geïntimeerde 1] voorts dat hij na zijn op non-actiefstelling met behulp van [geïntimeerde 5] zijn mailbox bij Ventilex heeft geleegd en dat hij ook door tussenkomst van [geïntimeerde 5] toegang heeft gehouden tot het netwerk van Ventilex, waarop hij ook daadwerkelijk heeft ingelogd. [geïntimeerde 1] heeft een en ander niet betwist, maar heeft gesteld dat hij uit nieuwsgierigheid en betrokkenheid met “zijn” Ventilex contact heeft gehouden. Daarmee geeft [geïntimeerde 1] geen verklaring voor het legen van zijn mailbox; de enige denkbare reden daarvoor is dat [geïntimeerde 1] wilde voorkomen dat Ventilex naar zijn e-mailberichten zou kijken, en dat doet vermoeden dat zich daarin berichten bevonden die [geïntimeerde 1] verborgen wilde houden omdat deze niet passend waren in zijn verhouding met Ventilex. Het hof acht zowel het doen legen van de mailbox als het inloggen op het netwerk nadat hem de toegang daartoe was ontzegd, onrechtmatig. Uit de stellingen van Ventilex blijkt overigens vooralsnog niet duidelijk op welke wijze [geïntimeerde 1] de aldus verkregen informatie heeft gebruikt om Ventilex concurrentie aan te doen en haar daardoor schade heeft toegebracht.

3.16

Ventilex wijst voorts op een e-mailwisseling op 11 december 2009 tussen [geïntimeerde 1], [C] (mede-directeur van Tema Process) en [D] (destijds nog werknemer van Ventilex) (prod. 12 bij memorie van grieven). [geïntimeerde 1] meldde vanaf het e-mailadres van zijn partner aan [C] dat er (door Ventilex, begrijpt het hof) 10 drogers zijn verkocht naar Australië. [C] vroeg aan [geïntimeerde 1] een lijst van de afnemers van deze 10 drogers, “dan zet ik mijn mensen erop voor de reserve delen”. [geïntimeerde 1] antwoordde: “Onze man voor de service, [D], zal dit voor je regelen.” [D] zond vervolgens (vanaf zijn privé e-mailadres) een lijst adressen van Australische klanten van Ventilex naar [geïntimeerde 1] (op het e-mailadres van zijn partner) en aan [C]. Bij gebreke van enige verklaring voor deze mailwisseling van de kant van [geïntimeerde 1], moet het hof het ervoor houden dat Tema Process en [geïntimeerde 1] deze lijst van afnemers hebben opgevraagd met de bedoeling de afnemers te benaderen voor de levering, door Tema Process, van reserve-onderdelen. Deze handelwijze is onrechtmatig van [geïntimeerde 1] en van Tema Process.

3.17

Ventilex stelt voorts dat [geïntimeerde 1] ook papieren administratie heeft meegenomen en niet heeft teruggegeven. [geïntimeerde 1] heeft dat bestreden. Het hof is van oordeel dat Ventilex onvoldoende heeft onderbouwd dat [geïntimeerde 1] papieren thuis heeft gehouden.

3.18

Ventilex stelt dat [geïntimeerde 1] werknemers van Ventilex rekruteerde voor zijn nieuwe onderneming, en onderbouwt dat met een e-mailbericht waarin [geïntimeerde 1] aan [D] schrijft dat “we je maar tekenaar moeten maken.” Het hof acht die enkele opmerking onvoldoende voor de conclusie dat [geïntimeerde 1] werknemers weglokte.

[geïntimeerde 2]

3.19

[geïntimeerde 2] was voor Ventilex werkzaam als administrateur en controller. Hij meldde zich een dag na de op non-actiefstelling van [geïntimeerde 1] ziek en is op 1 maart 2010 in dienst getreden bij Tema Process.

3.20

Met betrekking tot [geïntimeerde 2] voert [geïntimeerden] aan dat met tussen Ventilex en [geïntimeerde 2] een vaststellingsovereenkomst is gesloten ter zake van de beëindiging van het dienstverband waarbij partijen elkaar over en weer finale kwijting verlenen. [geïntimeerden] stelt dat dat aan de vorderingen van Ventilex ten opzichte van [geïntimeerde 2] in de weg staat. Ventilex voert evenwel aan dat de finale kwijting geen betrekking heeft op de verwijten die zij thans aan [geïntimeerde 2] maakt, omdat zij daarmee toen niet bekend was.

3.21

Ventilex heeft hier het gelijk aan haar zijde. Ventilex heeft bij het verlenen van kwijting niet het oog kunnen hebben op de onderhavige vorderingen, omdat zij daarvan toen nog niet op de hoogte was. De inhoud van de vaststellingsovereenkomst geeft geen enkel aanknopingspunt voor de stelling van [geïntimeerden] dat deze overeenkomst ook betrekking heeft op het onderhavige geschil. [geïntimeerden] heeft ook geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit zou kunnen volgen dat [geïntimeerde 2] gerechtvaardigd heeft mogen vertrouwen dat de vaststellingsovereenkomst daar wèl betrekking op zou hebben. De kwijting heeft dus geen betrekking op de vorderingen waarom het in dit geding gaat.

3.22

Ventilex verwijt [geïntimeerde 2] dat hij tijdens zijn ziekte voorafgaand aan de beëindiging van zijn dienstverband allerhande informatie (projectoverzichten, door Ventilex aan klanten verzonden orderbevestigingen, kwartaalcijfers) via zijn persoonlijke e-mailadres heeft gezonden naar het e-mailadres van (onder meer) de vrouw van [geïntimeerde 1], waardoor Tema Process in staat was om aan klanten offertes te sturen voor een lager bedrag dan Ventilex. [geïntimeerde 2] heeft die informatie deels ontvangen van [E], die toen nog bij Ventilex werkte, en die hij aanduidt met “onze mol” en “onze trouwe bondgenoot”. In een e-mail aan deze [E] schreef [geïntimeerde 2]: “mocht je de rapportage … kunnen wegsluizen dan houden we ons aanbevolen. Ook het begrotingstraject zal wel snel beginnen, hd ([geïntimeerde 1], hof) is daar erg benieuwd naar. [E], doe het wel op een verantwoorde manier zodat je zelf nooit in de problemen komt daardoor!” Ventilex wijst erop dat zij haar werknemers na de op non-actiefstelling van [geïntimeerde 1] dringend heeft verzocht geen contact met [geïntimeerde 1] te onderhouden. [geïntimeerde 2] heeft een en ander niet betwist, maar aangevoerd dat [geïntimeerde 1] en hij uit belangstelling en betrokkenheid de informatie verzochten.

3.23

Het hof acht het heimelijk, via persoonlijke e-mailadressen, doorzenden van via een mol verkregen interne bedrijfsinformatie onrechtmatig, zeker nu [geïntimeerde 2] nog in dienst was én hij door Ventilex dringend was verzocht om geen contact te onderhouden met [geïntimeerde 1] en te meer omdat [geïntimeerde 2] zich, zoals uit het citaat blijkt, zeer wel bewust was dat dit doorzenden niet door de beugel kon. Aldus is onrechtmatig gehandeld, niet alleen door [geïntimeerde 2], maar ook door [geïntimeerde 1], die de informatie kennelijk zonder protest in ontvangst heeft genomen.

[geïntimeerde 3]

3.24

[geïntimeerde 3] werkte sinds 1989 als projectmanager bij Ventilex. Hij heeft zijn dienstbetrekking bij Ventilex opgezegd tegen 1 februari 2010 en werkt sindsdien als projectmanager voor Tema Process.

3.25

Ventilex verwijt [geïntimeerde 3] in de eerste plaats dat hij thuis op zijn computer tekeningen van Ventilex had staan. [geïntimeerde 3] heeft daarover verklaard dat hij deze tekeningen heeft gemaakt in de tijd dat hij nog voor Ventilex werkte. Het hof acht die verklaring, mede gezien de functie van [geïntimeerde 3] binnen Ventilex, aannemelijk en oordeelt dat Ventilex onvoldoende heeft aangevoerd om het enkele op de computer voorhanden hebben van de tekeningen in die omstandigheden onrechtmatig te achten. Dat [geïntimeerde 3] bij de politie heeft verklaard dat hij die tekeningen eigenlijk had moeten weggooien, maakt dat niet anders.

3.26

Ventilex verwijt [geïntimeerde 3] voorts dat hij op 14 januari 2010, toen hij nog in dienst was van Ventilex aan het privé e-mailadres van [geïntimeerde 2] tarievenlijsten heeft gezonden. Hij zond die toe met de vraag: “Misschien is dit nuttig?” [geïntimeerde 2] antwoordde onder meer: “Ja prima natuurlijk, ik ga ervan uit dat je het bewust naar mijn privé adres hebt gestuurd. Helemaal goed, want dit soort files moet natuurlijk niet op het tema domein terecht komen. Wat ook superbelangrijk is als je vtl (Ventilex, hof) files gaat gebruiken, dat je alle eigenschappen eerst opschoont … Alle vtl sporen zijn dan weg en je kunt met de kopie aan de slag, uiteraard moet je dan inhoudelijk nog wel zaken verwijderen en aanpassen.” In zijn antwoord schreef [geïntimeerde 3] onder meer: “Het is mij bekend dat er geen vtl sporen binnen tema mogen komen (hoewel hd die regel gisteren zelf overtrad).”

3.27

[geïntimeerde 3] heeft geen verklaring gegeven voor het toezenden van de tarievenlijsten. Wel stelt hij (memorie van antwoord sub 60) dat [geïntimeerde 2] al op de hoogte was van de tarieven, en dat de lijsten niet zozeer voor de tarieven werden verzonden maar meer voor de lay-out.

3.28

Het hof acht het heimelijk, via privé e-mailadressen, doorzenden van interne bedrijfsinformatie onrechtmatig, zeker nadat door Ventilex dringend was verzocht om geen contact te onderhouden en te meer omdat [geïntimeerde 3] en [geïntimeerde 2] zich, zoals uit de citaten blijkt, zeer wel bewust waren dat er geen informatie van Ventilex op het netwerk van Tema terecht mocht komen. [geïntimeerde 3] was bovendien op dat moment nog in dienst van Ventilex en wist dat hij twee weken later bij Tema Process in dienst zou treden. Aldus is onrechtmatig gehandeld, niet alleen door [geïntimeerde 3], maar ook door [geïntimeerde 2], die instructies gaf om de van Ventilex afkomstige informatie anoniem te maken. Van belang is voorts dat de kennelijke bedoeling van dit doorzenden is geweest om de van Ventilex afkomstige informatie ten voordele van Tema Process te gebruiken. Dat het de betrokkenen daarbij slechts om de lay-out te doen zou zijn, acht het hof, gelet op de inhoud van de e-mailwisseling, onvoldoende gemotiveerd gesteld.

3.29

Voorts wordt [geïntimeerde 3] verweten dat hij vlak voor zijn uitdiensttreding bij Ventilex van zijn privé e-mailadres een drietal documenten van Ventilex zond naar zijn e-mailadres bij Tema Process. Het ging daarbij om een programma, een tekening van een cycloon en een programma om een cycloon uit te tekenen. [geïntimeerde 3] verklaarde bij de politie over het eerste programma dat hij dat thuis had gemaakt in zijn vrije tijd, dat het 20 jaar was gebruikt binnen Ventilex, dat het programma in de loop der tijd werd uitgebreid en aangepast en dat diverse medewerkers daaraan hebben gewerkt. Voorts verklaarde hij dat hij dat programma had doorgestuurd om dat te kunnen gebruiken voor het maken van uitslagen bij Tema Process, en dat hij de tekening had gestuurd voor de voorbereiding voor een tekening bij Tema Process. Met betrekking tot het derde document verklaarde hij dat het ging om een niet werkend programma, ontworpen door een stagiaire van Ventilex, dat hij had meegenomen om het in de toekomst alsnog werkend te maken.

3.30

[geïntimeerden] stelt hierover dat het hierbij niet gaat om bedrijfsgeheimen, terwijl [geïntimeerde 3] het programma zelf in zijn vrije tijd heeft gemaakt.

3.31

Het hof beoordeelt dit handelen van [geïntimeerde 3] als onrechtmatig. Ook al zou het zo zijn dat [geïntimeerde 3] het programma lang geleden zelf in zijn vrije tijd heeft gemaakt, dan geldt nog dat hij dat in het kader van zijn dienstbetrekking bij Ventilex heeft gedaan en dat het programma gedurende vele jaren door Ventilex is gebruikt en door diverse andere Ventilex-werknemers is uitgebreid en aangepast. Zowel voor dit als voor de andere bestanden geldt dat [geïntimeerde 3] die zonder toestemming van Ventilex heeft meegenomen om ze ten voordele van Tema Process te gebruiken. Dat is onrechtmatig. Het gaat hier immers om bedrijfs-knowhow, waarin ervaring van Ventilex is vervat. Overigens blijkt uit het [1234]-pv dat [geïntimeerde 3] dat zelf ook inzag, nu hij ten aanzien van de tekening verklaarde dat hij deze niet had mogen meenemen naar Tema Process. Van belang is voorts dat voor [geïntimeerde 3] een geheimhoudingsbeding gold, waarover hieronder meer.

[geïntimeerde 4]

3.32

[geïntimeerde 4] was sinds 1989 werkzaam bij Ventilex als hoofd sales. Nadat hij op 11 januari 2010 zijn arbeidsovereenkomst had opgezegd tegen 1 maart 2010, meldde hij zich op 13 januari 2010 ziek, om vervolgens op 1 maart 2010 te beginnen bij Tema Process als projectmanager.

3.33

Aan [geïntimeerde 4] wordt verweten dat hij op 10 januari 2010, een dag voordat hij opzegde, bestanden van Ventilex vanaf zijn Ventilex-laptop op een USB-stick heeft gezet. Bij de politie verklaarde [geïntimeerde 4] daarover dat hij zich dat niet kon herinneren; in appel komt [geïntimeerde 4] er niet op terug. Die stelling heeft hij aldus onvoldoende betwist.

3.34

Ventilex verwijt [geïntimeerde 4] voorts dat hij na de opzegging en nadat hij zich had ziek gemeld, maar nog tijdens zijn dienstverband met Ventilex, werkzaamheden heeft verricht voor Tema Process en contact had met [geïntimeerde 1]. [geïntimeerde 4] heeft daarover verklaard dat het zou gaan om hand- en spandiensten, en dat hij zich beschikbaar hield voor werk voor Ventilex.

3.35

[geïntimeerde 4] heeft op 21 januari 2010 een zestal berekeningen gezonden aan zekere [F] bij Tema Process met de tekst: “Please hand these attachments to HD for the meeting with [B]. Treat this as highly confidential”. Ventilex verbindt hieraan de conclusie dat [geïntimeerde 4] bedrijfsinformatie van haar heeft gestolen om te worden gebruikt voor een vergadering van [geïntimeerde 1] met [B]. [geïntimeerde 4] ontkent niet dat de informatie van het netwerk van Ventilex afkomstig was, maar stelt bij pleidooi dat het gaat om chemische berekeningen, afkomstig van de klant zelf; noch Ventilex noch Tema Process kunnen dergelijke berekeningen maken.

3.36

Het hof acht voormeld handelen van [geïntimeerde 4], en ook van [geïntimeerde 1], onrechtmatig. Het meenemen van bestanden van het netwerk van Ventilex, kort voor het einde van het dienstverband, kan geen andere bedoeling hebben gehad dan om deze ten voordele van Tema Process te gaan gebruiken. Dat het daarbij deels gaat om bestanden die niet door Ventilex zijn gemaakt en uiteindelijk van de klant zelf afkomstig zouden zijn, doet daarbij niet terzake. [geïntimeerde 4] en [geïntimeerde 1] besparen zichzelf en Tema Process immers tijd en moeite door de gegevens te gebruiken die Ventilex voor haar eigen bedrijfsvoering heeft verzameld, en verschaffen zichzelf en Tema Process daarmee een oneerlijke voorsprong in de concurrentiestrijd. [geïntimeerde 4] schond daarmee tevens het contactverbod met [geïntimeerde 1] en ook het tussen hem en Ventilex geldende geheimhoudingsbeding (waarover hieronder meer). Het verrichten van werkzaamheden voor de concurrent terwijl het dienstverband met de “oude” werkgever nog bestaat, is eveneens onrechtmatig, nog daargelaten dat [geïntimeerde 4] zich kennelijk ten onrechte volledig had ziek gemeld, nu hij klaarblijkelijk tot werken in staat was.

[geïntimeerde 5]

3.37

[geïntimeerde 5] was vanaf 1990 als systeembeheerder in dienst van Ventilex. Ventilex heeft [geïntimeerde 5] op 10 februari 2010 op staande voet ontslagen wegens het verduisteren van gelden uit de personeelskas van Ventilex. [geïntimeerde 5] is niet bij Tema Process in dienst getreden.

3.38

Ventilex verwijt [geïntimeerde 5] (naast de hoge ICT-uitgaven die hieronder aan de orde komen) dat hij [geïntimeerde 1] na diens op non-actiefstelling heeft geholpen om zijn e-mailaccount bij Ventilex op te schonen, dat hij [geïntimeerde 1], [geïntimeerde 2] en een ander toegang heeft verschaft tot het netwerk van Ventilex en tot de webcamera’s op het terrein van Ventilex, en dat hij hun VPN-toegang tot het netwerk van Ventilex twee maanden te laat heeft afgesloten. [geïntimeerde 5] heeft een en ander niet bestreden. Het hof acht deze handelingen van [geïntimeerde 5] onrechtmatig, mede gelet op het feit dat [geïntimeerde 5] wist dat er een conflict was tussen Ventilex en [geïntimeerde 1] en dat Ventilex haar werknemers dringend had verzocht om geen contact met [geïntimeerde 1] te onderhouden.

3.39

Dat heeft echter in dit geding geen consequenties. Ventilex vordert immers slechts schadevergoeding in verband met de haar door Tema Process aangedane onrechtmatige concurrentie. Ventilex stelt niet voldoende gemotiveerd dat het hier bedoelde handelen van [geïntimeerde 5] daarmee enig verband houdt. Voor zover Ventilex zou bedoelen dat [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] door het handelen van [geïntimeerde 5] in de gelegenheid zijn gesteld om nog meer informatie van Ventilex mee te nemen naar hun nieuwe werkgever, heeft zij verzuimd te stellen welke (verdere) informatie [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] door dit handelen van [geïntimeerde 5] hebben bemachtigd (of hebben kunnen bemachtigen). Evenmin is duidelijk geworden op welke wijze die informatie heeft geleid tot onrechtmatige concurrentie door Tema Process.

geheimhoudingsbedingen

3.40

Ventilex stelt zich op het standpunt (in hoofdstuk 7.1.2 van de memorie van grieven) dat [geïntimeerden] allen jegens Ventilex gebonden waren aan een geheimhoudingsbeding, dat zij hebben overtreden.

3.41

Ten aanzien van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] kan het hof in het midden laten of zij het voor hen geldende geheimhoudingsbeding hebben overtreden. Aangezien hierboven reeds is geoordeeld dat zij onrechtmatig hebben gehandeld en Ventilex ter zake van de schendingen van de geheimhoudingsbedingen geen andere schadevergoeding vordert dan ter zake van de onrechtmatige handelingen, heeft Ventilex geen belang bij een oordeel over de schending van het geheimhoudingsbeding. Ten aanzien van [geïntimeerde 5] geldt dat Ventilex niet duidelijk maakt in welk opzicht hij het voor hem geldende geheimhoudingsbeding heeft overtreden.

3.42

Jegens [geïntimeerde 4] en [geïntimeerde 3] maakt Ventilex naast schadevergoeding aanspraak op boetes, verbonden aan het geheimhoudingsbeding. Dit is echter op grond van art. 7:651 lid 1 BW niet mogelijk. In het licht hiervan en van de door [geïntimeerden] gevoerde verweren tegen toepassing van het boetebeding, zal Ventilex een keuze moeten maken tussen enerzijds boetes en anderzijds schadevergoeding. Hieronder zal blijken dat de zaak voor wat betreft de vaststelling van de omvang van de schade wordt verwezen naar de schadestaatprocedure. Ventilex zal in die procedure alsnog haar keuze kunnen bepalen. Aangezien de boete het karakter heeft van een op voorhand gefixeerde schadevergoeding, kan deze kwestie ook in de schadestaatprocedure aan de orde komen.

onrechtmatig handelen door Tema Process

3.43

Hiervoor is geoordeeld dat [geïntimeerden] tegenover Ventilex onrechtmatig hebben gehandeld door bedrijfsinformatie van Ventilex te sturen dan wel mee te nemen naar Tema Process om deze voor Tema Process te gebruiken zodat Tema Process daarvan kon profiteren. [geïntimeerde 1] was mede-oprichter, is nog steeds mede-bestuurder en is via zijn persoonlijke holding voor 25% mede-aandeelhouder van Tema Process. Zijn zakelijk handelen kan daarom aan Tema Process worden toegerekend. Voor zover [geïntimeerde 1] onrechtmatig jegens Ventilex heeft gehandeld, kan zulks dan ook aan Tema Process worden toegerekend. Dat zou anders liggen als Ventilex aan [geïntimeerde 1] ook verwijten zou maken die geen verband houden met de onderneming van Tema Process, maar dat is niet het geval.

3.44

Het handelen van de andere (ex-)werknemers dan [geïntimeerde 1] kan niet rechtstreeks aan Tema Process worden toegerekend, nu dat (grotendeels) plaatsvond voordat zij bij Tema Process in dienst kwamen. Echter is hiervoor (bijvoorbeeld in rov. 3.22, 3.35 en 3.38) gebleken dat [geïntimeerde 1] bij onrechtmatige handelingen van de andere werknemers betrokken is geweest althans daarvan in ieder geval op de hoogte was (bijvoorbeeld doordat hij daarover e-mailberichten ontving) en dat hij dat vervolgens als medebestuurder van Tema Process en leidinggevende van deze werknemers niet heeft belemmerd. [geïntimeerde 1] was de centrale figuur (“de spin in het web”), en hij is degene die het initiatief heeft genomen om Tema Process op te richten, wat de aanleiding is geweest voor de onrechtmatige handelingen, ook van de andere (ex-)werknemers. Het moet er dan ook voor gehouden worden dat [geïntimeerde 1] van de hiervoor benoemde onrechtmatige gedragingen van de andere (ex-)werknemers van Ventilex op de hoogte was en dat deze gedragingen aan hem kunnen worden toegerekend; [geïntimeerden] hebben de wetenschap van [geïntimeerde 1] over de onrechtmatige handelingen van de andere werknemers in ieder geval onvoldoende gemotiveerd betwist. Tema Process heeft ook onvoldoende gemotiveerd betwist dat [geïntimeerde 1] bij zijn werkzaamheden voor Tema Process gebruik heeft gemaakt van die (op onrechtmatige wijze doorgespeelde) informatie. De wetenschap van [geïntimeerde 1] ten aanzien van deze handelingen kan op grond van het onder 3.43 overwogene eveneens aan Tema Process worden toegerekend. Aldus is ook het onrechtmatige handelen van de andere (ex-)werknemers (behalve [geïntimeerde 5]; rov. 3.39) aan Tema Process toe te rekenen.

3.45

Ventilex verwijt Tema Process ook ander onrechtmatig handelen. Zij stelt in de eerste plaats, onderbouwd met vele bijlagen (waaronder prod. 23 bij grieven), dat Tema Process in de periode tot 17 mei 2010 aan 16 van haar (Ventilex’) klanten offertes heeft uitgebracht, die nagenoeg identiek waren aan de door Ventilex aan deze klanten uitgebrachte offertes. Tema Process bestrijdt dat haar offertes identiek zijn aan die van Ventilex en wijst op vele verschillen tussen beide; voorts voert zij aan dat de klanten haar zelf hebben benaderd, rechtstreeks of via de Tema-agenten (prod. 3 bij memorie van antwoord in het incident) en dat zij de Ventilex-offertes heeft gekregen van die klanten of van die agenten.

3.46

Mede gelet op de gemotiveerde betwisting door Tema Process heeft Ventilex onvoldoende onderbouwd dat Tema Process in de periode na haar oprichting systematisch Ventilex’ klanten heeft benaderd. Ventilex heeft de door Tema Process beschreven gang van zaken waarbij ofwel de klant zelf ofwel de agent zowel bij Ventilex als bij Tema Process offerte vraagt, niet bestreden en heeft ook los daarvan geen stukken laten zien waaruit zou blijken dat Tema Process Ventilex’ klanten systematisch heeft benaderd met een voorstel om over te stappen naar Tema Process. Dat ligt overigens anders met betrekking tot de e-mail van maart 2015, waarover hieronder (rov. 3.65 en verder) wordt geoordeeld. Die aangelegenheid betreft echter niet de koelers en drogers die de core business van Ventilex vormen. Voorts is onvoldoende gebleken dat de offertes die Tema Process heeft gedaan aan dezelfde klanten, zijn ‘overgeschreven’ van de offertes van Ventilex. Tema Process wijst immers op vele verschillen, waarop Ventilex niet meer is teruggekomen. Waar het gaat om een zelfde soort installatie, is het aannemelijk en verklaarbaar dat offertes van verschillende bedrijven in hoofdlijn dezelfde soort informatie bevatten.

3.47

Ventilex heeft voorts gesteld dat Tema Process door het doen van offertes aan bedoelde 16 klanten, haar bedrijfsdebiet substantieel heeft aangetast. Zo stelt zij dat haar totale klantenbasis op papier groot mag lijken, maar dat zij zich in de praktijk slechts bezig houdt met een kleine groep klanten. Zij berekent dat haar offertes aan 14 van de bovenbedoelde klanten een bedrag van € 8.737.905 en daarmee 73% van haar orderintake in die periode zouden beslaan. Het hof kan die stelling niet volgen. Ventilex gaat er daarbij immers vanuit dat alle offertes – bij afwezigheid van de concurrentie door Tema – tot opdrachten zouden hebben geleid, maar die stelling ontbeert iedere onderbouwing. Tema Process heeft gesteld dat Ventilex omstreeks 1000 offertes per jaar uitbracht, en dat slechts 1 op de 100 offertes tot een opdracht leidt. Ventilex heeft bij pleidooi aangevoerd dat zij ongeveer 400 offertes per jaar uitbrengt, maar heeft daarbij niet aangegeven welk deel daarvan daadwerkelijk tot een opdracht leidt. Mede gelet op het feit dat de bovenbedoelde offertes grotendeels niet hebben geleid tot een opdracht aan Tema Process (zoals blijkt uit de op dit punt niet bestreden prod. 3 bij memorie van antwoord in het incident), kan niet ervan worden uitgegaan dat de hier door Ventilex bedoelde offertes (nagenoeg) alle tot opdrachten aan Ventilex zouden hebben geleid, indien Tema Process geen offertes zou hebben uitgebracht. Dat doet er overigens niet aan af dat het eigener beweging benaderen van klanten van Ventilex door Tema Process met een aanbieding die aansluit op een eerdere aanbieding door Ventilex, in beginsel onrechtmatig zal zijn. Daar kunnen dan evenwel alleen gevolgen aan worden verbonden, als de betrokken klant vervolgens de opdracht aan Tema Process geeft; zie daarover verder hieronder in rov. 3.54 tot en met 3.58.

3.48

Ventilex verwijt ([geïntimeerden] en) Tema Process voorts dat zij klanten, leveranciers en personeelsleden van Ventilex heeft afgenomen (memorie van grieven sub 303). Met betrekking tot die klanten en leveranciers is die stelling (afgezien van het voorgaande) kennelijk gebaseerd op de sub 3.9 hierboven besproken omstandigheid dat [geïntimeerde 1] de lijst van klanten en leveranciers heeft meegenomen, waarvoor hij geen deugdelijke verklaring heeft gegeven. Zoals aldaar overwogen, is het meenemen van die lijsten op zichzelf onrechtmatig te achten, wat dan eveneens geldt voor Tema Process, zoals sub 3.43 overwogen. Evenwel is onvoldoende gemotiveerd gesteld dat [geïntimeerde 1] of Tema Process met gebruikmaking van die lijsten stelselmatig en substantieel duurzaam debiet van Ventilex hebben afgebroken. Bij pleidooi in hoger beroep (onder 17 tot en met 19 van de pleitnota) heeft Ventilex weliswaar gemotiveerd gesteld dat Tema Process [G] aan de hand van het klantenoverzicht en een oude offerte heeft benaderd (met de mededeling dat “The managing director of Ventilex and his management team have started a new company (…) and a new continuous steam sterilizing plant ( …) can be offered at a more attractive price level”), doch als onbetwist staat vast dat deze onrechtmatige benadering van [G] niet tot een opdracht aan Tema Process heeft geleid. Zonder nadere toelichting – die ontbreekt – valt niet in te zien dat dit onrechtmatig handelen tot schade en/of tot afbreuk van bedrijfsdebiet aan de zijde van Ventilex heeft geleid. Benadering door Tema Process van andere klanten en leveranciers van Ventilex, op stelselmatige wijze, is door Ventilex niet gesteld. In dat verband merkt het hof nog op dat Ventilex ten pleidooie in hoger beroep heeft laten weten dat zij niet, door middel van inzage in de stukken die onder de gerechtelijk bewaarder berusten, de onrechtmatigheid nader wenst te onderbouwen, maar dat zij die inzage slechts wenst in verband met de bepaling van de schade. Met betrekking tot het afnemen van personeelsleden doelt Ventilex kennelijk op het hierboven sub 16. bedoelde mailbericht, dat aldaar onvoldoende zwaarwegend is geoordeeld om te kunnen leiden tot de conclusie dat [geïntimeerde 1] onrechtmatig heeft gehandeld. Voor Tema Process geldt dan hetzelfde.

groepsaansprakelijkheid

3.49

Ventilex stelt zich op het standpunt dat [geïntimeerden] en Tema Process hun onrechtmatige handelingen jegens haar in groepsverband hebben gepleegd. Zij stelt daartoe (onder verwijzing naar hierboven reeds besproken e-mailberichten) dat [geïntimeerde 1] de systematische en stelselmatige diefstal van bedrijfsgegevens van Ventilex coördineerde, hetgeen aan Tema Process is toe te rekenen.

3.50

Hiervoor (rov 3.43 en 3.44) is reeds overwogen dat de handelingen van de overige (ex)werknemers aan [geïntimeerde 1] kunnen worden toegerekend, en dat alle handelingen van [geïntimeerden] aan Tema Process kunnen worden toegerekend. Dit leidt ertoe dat Tema Process en [geïntimeerde 1] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die Ventilex heeft geleden doordat Tema Process haar onrechtmatig concurrentie heeft aangedaan. Het maakt daarvoor geen verschil of Tema Process en [geïntimeerde 1] tezamen als een groep in de zin van art. 6:166 BW zouden worden aangemerkt.

3.51

De vraag die thans voorligt, luidt derhalve of de andere ex-werknemers [geïntimeerde 2], [geïntimeerde 4] en [geïntimeerde 3] hebben gehandeld in groepsverband en of zij hadden moeten begrijpen dat het groepsoptreden het gevaar schiep voor het ontstaan van dergelijke schade. Uit de stukken blijkt onvoldoende dat de betrokkenen handelden in groepsverband. Weliswaar kan worden aangenomen dat zij allen wisten dat zij handelden samen met [geïntimeerde 1], maar er is onvoldoende aanleiding voor de veronderstelling dat zij zich ervan bewust waren dat zij (ook) een groep vormden met elkaar; Ventilex heeft daar onvoldoende voor gesteld. Er is voorts onvoldoende verband tussen de handelingen van de verschillende (ex)werknemers afzonderlijk, om deze aan alle anderen te kunnen toerekenen. Dit brengt mee dat niet alle handelingen van [geïntimeerde 1] en Tema Process tevens aan de andere (ex)werknemers kunnen worden toegerekend, en dat er geen sprake is van een groep die bestaat uit Tema Process en [geïntimeerden] [geïntimeerde 2], [geïntimeerde 4] en [geïntimeerde 3] kunnen derhalve alleen aansprakelijk worden gehouden voor hun eigen handelen; niet voor dat van de anderen.

schade

3.52

In het voorgaande is de conclusie bereikt dat [geïntimeerden] en Tema Process jegens Ventilex onrechtmatig hebben gehandeld onder meer door bedrijfsinformatie van Ventilex mee te nemen met de bedoeling deze te gebruiken voor Tema Process. Ventilex stelt daardoor schade te hebben geleden, en begroot deze schade op de door haar gederfde winst in de jaren 2009 – 2012 ad € 9.390.334 als gevolg van het feit dat zij in die jaren minder omzet heeft gemaakt. Voorts vordert Ventilex schadevergoeding ter hoogte van de waarde van de gestolen documenten en bestanden ad € 896.000, welk bedrag zij heeft berekend door uit te gaan van de veronderstelling dat het gaat om knowhow die twee werknemers gedurende vier jaar hebben kunnen creëren.

3.53

Naar het oordeel van het hof is de mogelijkheid dat Ventilex door het hiervoor onder 3.9, 3.15, 3.16, 3.23, 3.28, 3.31, 3.36 en 3.47 benoemde (in verbinding gelezen met 3.43 en 3.44) onrechtmatig handelen van [geïntimeerden] en Tema Process schade heeft geleden, aannemelijk. In het voorgaande is op verschillende punten beslist dat [geïntimeerden] bedrijfsinformatie van Ventilex hebben meegenomen met de bedoeling om deze ten voordele van Tema Process te gebruiken. Aan te nemen valt dat dit ook is gebeurd, en dat daardoor schade voor Ventilex is ontstaan. De omvang van deze schade is niet eenvoudig te bepalen.

3.54

Met betrekking tot de door Ventilex gederfde omzet oordeelt het hof dat onvoldoende is onderbouwd dat deze geheel door de onrechtmatige concurrentie door Tema Process is veroorzaakt. Immers moet worden bedacht dat, ook indien [geïntimeerden] en Tema Process zich jegens Ventilex onberispelijk zouden hebben gedragen, Ventilex door de oprichting van Tema Process zou zijn geconfronteerd met een geduchte concurrent. [geïntimeerden] mochten immers hun kennis, kunde en ervaring wel in dienst van Tema Process gebruiken, en zij mochten voorts in beginsel ook gebruik maken van de contacten die zij in hun Ventilex-tijd hadden verworven. Ventilex moest het voorts na hun vertrek stellen zonder de expertise van [geïntimeerden] binnen haar eigen onderneming. Ook zonder onrechtmatig handelen van hun kant is aannemelijk dat Ventilex door het gemis van haar ervaren werknemers en door de toegenomen concurrentie omzet zou missen. Daar komt dan nog bij dat Ventilex het agentennetwerk van Tema Holding, dat haar voorheen klandizie opleverde, eveneens moest missen doordat deze agenten na de oprichting van Tema Process de potentiële klanten veeleer bij Tema Process aanbrachten.

3.55

In dit verband is voorts van belang dat Ventilex geen concrete voorbeelden heeft aangedragen van opdrachten die Tema Process heeft binnengehaald of uitgevoerd als uitvloeisel van hiervoor benoemde onrechtmatige handelingen, die Ventilex anders zelf zou hebben binnengehaald en uitgevoerd. Van de 16 offertes die Ventilex heeft aangehaald waarmee Tema Process haar onrechtmatig zou hebben beconcurreerd, heeft immers slechts een enkele offerte geleid tot een opdracht voor Tema Process, terwijl bovendien niet is toegelicht in welk opzicht Tema Process daarbij gebruik heeft gemaakt van precies welke onrechtmatig verkregen informatie. Ventilex heeft voorts (bijvoorbeeld) niet gesteld dat de kennis omtrent de Australische drogers (rov. 3.16) ertoe heeft geleid dat Tema Process in plaats van Ventilex vervangende onderdelen in Australië heeft geleverd. Kort gezegd heeft Ventilex vooralsnog onvoldoende gesteld met betrekking tot het causaal verband tussen enerzijds de vastgestelde onrechtmatige handelingen en anderzijds de door haar gederfde omzet.

3.56

Bij gebreke van aanwijzingen dat de van Ventilex afkomstige informatie daadwerkelijk heeft geleid tot opdrachten die niet naar Ventilex, maar in plaats daarvan naar Tema Process zijn gegaan, kan ook geen vergoeding voor de waarde van de gestolen documenten en bestanden worden toegewezen. Immers is onvoldoende gemotiveerd gesteld welke meegenomen informatie daadwerkelijk is gebruikt voor het binnenhalen of uitvoeren van opdrachten, zodat ook niet kan worden vastgesteld welke waarde aan die onrechtmatig verkregen informatie zou moeten worden toegekend. Het enkele bezitten van die informatie kan weliswaar onrechtmatig zijn door de wijze waarop deze is verkregen, maar als die informatie vervolgens niet in de concurrentiestrijd wordt gebruikt, leidt dat niet tot schade.

3.57

Ventilex heeft onvoldoende gegevens aangedragen om ook maar bij benadering te kunnen vaststellen welk gedeelte van de door haar gederfde omzet zou moeten worden aangemerkt als gevolg van de onrechtmatige handelingen en welk gedeelte het gevolg is van andere oorzaken, waaronder vooral de rechtmatige concurrentie door Tema Process. Het is daarom vooralsnog niet mogelijk om op basis van de stellingen van Ventilex tot een realistische benadering van de omvang van de schade te komen.

3.58

Aangezien enerzijds, zoals hiervoor overwogen, wel aannemelijk is dat Ventilex mogelijkerwijs schade heeft geleden als gevolg van het hiervoor vastgestelde onrechtmatig handelen van Tema Process en [geïntimeerden], maar er anderzijds vooralsnog onvoldoende aanknopingspunten voorhanden zijn om de geleden schade te kunnen begroten, ziet het hof aanleiding om te bepalen dat de schade nader dient te worden vastgesteld in een schadestaatprocedure.

ICT-uitgaven

3.59

Ventilex stelt zich op het standpunt dat [geïntimeerde 5] in zijn functie als systeembeheerder allerlei zaken en diensten op kosten van Ventilex heeft besteld, terwijl deze zaken en diensten niet aan Ventilex ten goede zijn gekomen. [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 1], die in het kader van hun functies verantwoordelijk waren voor het toezicht op de financiële administratie en het functioneren van [geïntimeerde 5], hebben daarop onvoldoende toezicht gehouden. [geïntimeerde 5] heeft een kostbare corporate internetaansluiting laten aansluiten op zijn huisadres. Voorts heeft hij voor een bijzonder hoog bedrag (€ 244.361,44) beeldschermen, computers, laptops, servers en werkstations aangeschaft die niet bij Ventilex zijn teruggevonden. Voorts zijn voor € 90.877 andere ICT-producten (camera’s, navigatiesystemen, motoronderdelen, audio-producten, telefoons en spelcomputers) aangeschaft die niet ten behoeve van de bedrijfsvoering van Ventilex zijn gebruikt. Tenslotte heeft [geïntimeerde 5] een bedrag van € 2.414,26 tweemaal gedeclareerd.

3.60

[geïntimeerde 5] stelt daar het volgende tegenover. Zijn internetaansluiting thuis werd gebruikt om ’s nachts back-ups te maken van de systemen van Ventilex, mede in verband met risico van [geïntimeerde 4] in het bedrijfspand, en omdat [geïntimeerde 5] dikwijls vanuit huis werkte. Beeldschermen, computers en dergelijke hebben een korte economische levensduur en werden na enkele jaren vervangen, ook wanneer er betere modellen op de markt kwamen. Daarnaast ging er veel materiaal naar de Ventilex-vestigingen in Den Haag, Brussel, Parijs en Verenigde Staten, terwijl Ventilex alleen in de vestiging te Heerde heeft geïnventariseerd welke materialen nog aanwezig waren. De ICT-uitgaven werden jaarlijks opgenomen in de begroting van Ventilex, die door mededirecteur/aandeelhouder Imtech werd goedgekeurd. De ICT-uitgaven werden voorts jaarlijks verantwoord in de jaarrekening, die eveneens door Imtech werd goedgekeurd. Voorts is er in 2008 of 2009 een onderzoek uitgevoerd door [H] (het hof begrijpt: van KPMG of Imtech) naar de ICT-uitgaven, waarbij geen ongeregeldheden zijn aangetroffen.

3.61

Het hof stelt vast dat Ventilex deze betwistingen door [geïntimeerde 5] niet heeft weersproken. De omstandigheid dat de hoge ICT-uitgaven in de begrotingen zijn goedgekeurd en voorts in de (eveneens goedgekeurde) jaarrekeningen zijn verantwoord, brengt mee dat Ventilex daarvan steeds op de hoogte is geweest. Zij kan [geïntimeerde 5] daaromtrent achteraf geen verwijt maken. Ventilex heeft voorts niet bestreden dat computers en toebehoren na verloop van enkele jaren worden vervangen en dat deze deels naar vier andere vestigingen zijn gegaan, welke omstandigheden een redelijke verklaring opleveren voor de discrepantie tussen enerzijds de aangeschafte en anderzijds de in Heerde aangetroffen materialen. Een en ander brengt mee dat [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] ook geen verwijt treft dat zij onvoldoende toezicht hebben gehouden op de door [geïntimeerde 5] gedane ICT-uitgaven (waaronder de uitgaven aan de privé-aansluiting).

3.62

Anderzijds heeft Ventilex voldoende onderbouwd gesteld, en heeft [geïntimeerde 5] onvoldoende gemotiveerd bestreden, dat [geïntimeerde 5] ook privé-uitgaven door Ventilex heeft laten betalen. Zo heeft [geïntimeerde 5] toegegeven dat hij twee camera’s voor privé-gebruik heeft aangeschaft, dat hij onderdelen voor zijn motorfiets heeft besteld en dat hij spelcomputers aanschafte waarmee op zijn kantoor werd gespeeld. [geïntimeerde 5] stelt dat de dubbele declaratie een vergissing is geweest.

3.63

Het spreekt vanzelf dat een werknemer die privé-uitgaven door zijn werkgever laat bekostigen, aldus toerekenbaar tekortschiet en aansprakelijk is voor de daardoor toegebrachte schade. Dat die privé-uitgaven bij de opstelling en goedkeuring van de jaarrekeningen onopgemerkt zijn gebleven, doet daaraan niet af. Tegen de achtergrond van het door Ventilex gevorderde bedrag van ruim € 90.000 en gelet op de hiervoor aangehaalde betwisting door [geïntimeerde 5], stelt het hof de door Ventilex geleden schade op dit punt naar redelijkheid vast op € 15.000. [geïntimeerde 5] dient voorts het ten onrechte tweemaal gedeclareerde bedrag van € 2.414,26 terug te betalen.

3.64

Ventilex vordert van [geïntimeerde 5], [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 1] voorts de kosten van het KPMG-onderzoek naar de ICT-uitgaven ad € 86.471,35. Reeds gelet op hetgeen in rov. 3.51 is overwogen, moet dit onderdeel van de vordering worden afgewezen. Ventilex heeft voorts onvoldoende duidelijk gemaakt waarom dat onderzoek nog nodig was, nadat Ventilex (zoals vermeld in de memorie van grieven sub 95) reeds een intern onderzoek had gedaan. Het hof acht daarom de kosten niet in redelijkheid gemaakt. Bovendien komt het onderzoek uitzonderlijk kostbaar voor; de kosten daarvan kunnen niet redelijk worden genoemd. De kosten komen daarom niet voor rekening van [geïntimeerde 5], [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 1].

eisvermeerdering

3.65

Bij tussenarrest van 25 november 2014 heeft het hof de eisvermeerdering van Ventilex bij akte van 26 augustus 2014 toegestaan. Deze eiswijziging heeft betrekking op een e-mailbericht, afkomstig van [I]/Tema Process BV/AMPP (hierna: [I]) zoals geciteerd in rov. 2.2 van dat tussenarrest. Tema Process en [geïntimeerden] hebben in hun antwoordaktes van 23 december 2014 uiteengezet (en Ventilex heeft dat niet bestreden) dat [I] met twee anderen een bedrijf heeft opgezet waarin de software wordt ontwikkeld en verkocht, behorend bij de door Tema Process geleverde installaties. De betrokkenen zijn in de aanloopfase tot 1 januari 2015 parttime in dienst getreden van Tema Process. Hun nieuwe bedrijf AMPP beoogt dezelfde functie te vervullen voor Tema Process, als voorheen Trecom Industrial Process Automation, thans Imtech Trecom B.V., vervult voor Ventilex.

3.66

Tema Process en [geïntimeerden] stellen zich in de eerste plaats op het standpunt dat [I] deze actie eigener beweging heeft ingezet zonder medeweten of toestemming van Tema Process en [geïntimeerden] Wat betreft Tema Process gaat die stelling naar het oordeel van het hof niet op. [I] was immers parttime in dienst van Tema Process en verrichtte zijn werkzaamheden in verband met door Tema Process geleverde installaties vanuit dat dienstverband. De verzonden e-mail heeft ook betrekking op de samenwerking met Tema Process, en is door Tema Process verzonden: vanaf haar e-mailadres, met haar logo en met haar naam eronder. Dit alles brengt mee dat deze gedragingen van [I] aan Tema Process moeten worden toegerekend. Dat Tema Process bij de verzending van de e-mail niet betrokken zou zijn geweest, doet er in die omstandigheden niet aan af dat zij daarvoor wel verantwoordelijk is.

3.67

Voor [geïntimeerden] ligt dit anders. [geïntimeerden] hebben betwist dat zij betrokken waren bij of op de hoogte waren van deze actie van [I]. Ventilex heeft in dat licht onvoldoende duidelijk gesteld waarom moet worden aangenomen dat [geïntimeerden] wel daarbij betrokken waren. Er moet daarom van worden uitgegaan dat zij daarvan niet op de hoogte waren. In dat geval valt niet in te zien, en Ventilex licht dat ook niet toe, waarom zij daarvoor dan wel verantwoordelijk zouden moeten worden gehouden. Voor [geïntimeerde 1] geldt nog dat hij als bestuurder van Tema Process onder omstandigheden ook persoonlijk aansprakelijk kan worden gehouden voor gedragingen van Tema Process (en in dit geval mogelijk dus ook van [I]), maar dat zich hier dergelijke omstandigheden voordoen stelt Ventilex niet.

3.68

Wat de inhoud van het bericht betreft, stelt het hof vast dat die inhoud tendentieus is en Trecom en Ventilex in een kwaad daglicht stelt. Zo wordt daarin onder meer gesteld dat Trecom Industrial Process Automation doesn’t exist anymore. After the takeover by Imtech/Ventilex the whole company disintegrated. Even Ventilex is not fully supporting existing and new customers (as we have heard). Gelet op het feit dat de naam van Trecom Industrial Process Automation is gewijzigd in Imtech Trecom B.V. en dat zowel Imtech Trecom B.V. als Ventilex nog steeds actief zijn in dezelfde markt, zijn de suggesties dat Trecom niet meer bestaat en dat Ventilex geen volledige ondersteuning meer zou kunnen bieden, die zijn gericht aan Ventilex’ klanten, zonder meer onrechtmatig. Hetzelfde geldt voor de opmerking TEMA Process is a ‘new’ company with all old employees of Ventilex. Dit kan bij de lezer de indruk wekken dat alle werknemers van Tema Process voorheen bij Ventilex hebben gewerkt, maar ook kan door die zin de indruk ontstaan dat alle werknemers van Ventilex inmiddels bij Tema Process werken, wat in ieder geval onjuist is. Ook deze opmerking is tendentieus en onrechtmatig.

3.69

Ventilex vordert in dit verband verklaring voor recht dat Tema Process onrechtmatig heeft gehandeld jegens Ventilex door de e-mail te versturen. Deze vordering is toewijsbaar. Ventilex vordert voorts een gebod aan Tema Process om binnen vijf werkdagen na dit arrest alle personen aan wie de e-mail is verstuurd, per aangetekend schrijven te berichten dat die e-mail feitelijke onjuistheden bevat middels een in goede justitie door dit hof te bepalen schriftelijke mededeling, met afschrift aan Ventilex, op straffe van dwangsommen. Ook deze vordering is toewijsbaar, met dien verstande dat het hof de tekst niet zal voorschrijven maar Tema Process zal opdragen om de e-mail te rectificeren. Het hof zal de gevorderde dwangsom van € 200.000 voor iedere overtreding matigen tot € 10.000 per overtreding, met een maximum van € 200.000. Het tenslotte door Ventilex gevraagde verbod om derden te berichten overeenkomstig de bewuste e-mail, is eveneens toewijsbaar, versterkt met dezelfde dwangsommen.

de incidentele vordering ex art. 843a Rv.

3.70

Bij incidentele vordering heeft Ventilex gevorderd dat haar inzage of afschrift wordt verstrekt in/van de door haar in de vordering in het incident omschreven stukken, berustende onder de gerechtelijk bewaarder. Bij tussenarrest van 20 mei 2014 heeft het hof de beslissing op dat verzoek aangehouden totdat in de hoofdzaak zou zijn beslist over de (noodzaak tot) bewijslevering. Zoals uit voorgaande overwegingen is gebleken (zie ook rov. 3.76 hieronder), wordt in de hoofdzaak aan bewijslevering niet toegekomen. Derhalve moet thans alsnog worden beslist op de incidentele vordering.

3.71

Ter gelegenheid van de pleidooien is van de kant van Ventilex opgemerkt dat zij inzage in de stukken slechts nastreeft in verband met de bepaling van de omvang van de schade, maar niet in verband met de vaststelling van de onrechtmatigheid. Zoals hiervoor is gebleken, is het hof tot het oordeel gekomen dat [geïntimeerden] en Tema Process jegens Ventilex onrechtmatig hebben gehandeld, en dat vooralsnog de schade niet kan worden vastgesteld. Dat betekent dat Ventilex nog steeds belang heeft bij haar incidentele vordering, om in de schadestaatprocedure de omvang van haar schade aannemelijk te kunnen maken. De vordering zal daarom worden toegewezen.

3.72

In de arresten in het incident van 20 mei 2014 heeft het hof overwogen (rov. 3.10) dat Tema Process en [geïntimeerden] niet kunnen worden veroordeeld tot het verschaffen van inzage, afschrift of uittreksel van stukken waarover zij niet beschikken, nu deze zich bevinden onder de gerechtelijk bewaarder. Wel kunnen zij worden veroordeeld te gehengen en te gedogen dat zulks geschiedt door de gerechtelijk bewaarder. Voorts is overwogen (rov. 3.13) dat Tema Process en [geïntimeerden] met recht bezwaar maken tegen inzage door Ventilex van (in ieder geval) de stukken van Tema Process, omdat Ventilex daarmee toegang krijgt tot bedrijfsgeheimen van Tema Process. Dat brengt mee dat de stukken niet zonder meer aan Ventilex ter beschikking moeten worden gesteld, maar dat een door partijen in onderling overleg te benaderen onafhankelijke derde, die deskundig moet zijn op het gebied van industriële drogers en koelers, de stukken moet toetsen en vergelijken alvorens deze aan Ventilex kunnen worden afgegeven.

3.73

Het hof stelt zich voor dat wat betreft de twee USB-sticks zonder bezwaar een kopie kan worden gemaakt die aan Ventilex kan worden afgegeven. Wat betreft de overige informatie, gekopieerde gegevensdragers en bestanden, ligt dat minder voor de hand, omdat het daarbij – zoals bij de pleidooien bleek – gaat om 6 terabyte aan informatie. Het ligt dan meer voor de hand dat de deskundige, die partijen in onderling overleg dienen aan te wijzen, de stukken bij de gerechtelijk bewaarder inziet en selecteert, en alleen datgene kopieert of laat kopiëren dat Ventilex nodig heeft voor de bepaling van haar schade. De kosten van een en ander komen op grond van art. 843a Rv vooralsnog voor rekening van Ventilex, die het verzoek doet. Daarmee is nog niet uitgesloten dat die kosten uiteindelijk een schadepost blijken te zijn als gevolg van onrechtmatig handelen van Tema Process en [geïntimeerden]

reconventie

3.74

In eerste aanleg zijn de rechtbank (in de zaak tegen Tema Process) en de kantonrechter (in de zaak tegen [geïntimeerden]) tot de conclusie gekomen dat niet was komen vast te staan dat Tema Process respectievelijk [geïntimeerden] jegens Ventilex onrechtmatig hadden gehandeld dan wel toerekenbaar waren tekort geschoten. Daaraan verbonden de eerste rechters de conclusie dat Ventilex onrechtmatig beslag had gelegd.

3.75

Nu in het voorafgaande is overwogen dat Tema Process en [geïntimeerden] wel onrechtmatig hebben gehandeld jegens Ventilex, moet worden geconstateerd dat Ventilex voldoende aanleiding en voldoende rechtmatig belang had voor het door haar gelegde beslag. Het leggen van dat beslag kan daarom niet onrechtmatig worden geacht. Dit brengt mee dat Tema Process en [geïntimeerden] geen aanspraak op schadevergoeding ter zake van dat beslag kunnen doen gelden. De in de beide procedures in reconventie ingestelde vorderingen zullen daarom alsnog worden afgewezen.

bewijsaanbiedingen

3.76

Beide partijen hebben bewijs aangeboden van hun stellingen. Zoals hiervoor is gebleken, hebben zij geen voldoende concrete feiten gesteld die tot andere oordelen kunnen leiden. Het hof passeert daarom de bewijsaanbiedingen van beide partijen.

de vorderingen

3.77

Al het bovenstaande brengt mee dat de vonnissen van de eerste rechters dienen te worden vernietigd. Het hof zal de vorderingen van Ventilex in het licht van het voorgaande opnieuw beoordelen.

3.78

Zoals is overwogen in rov. 3.71 dient de vordering sub (a) in het incident thans te worden toegewezen. De vorderingen sub (b) en (c) worden afgewezen.

3.79

De verklaringen voor recht zoals gevorderd sub (d) en (e) zijn toewijsbaar zoals in het dictum vermeld. Het hof zal Tema Process en [geïntimeerden] veroordelen tot schadevergoeding, op te maken bij staat. De sub (f) en (g) gevorderde bedragen zijn niet toewijsbaar.

3.80

Sub (h) vordert Ventilex dat het hof Tema Process gebiedt om de arbeidsovereen-komsten tussen haar en [geïntimeerde 1], [geïntimeerde 2], [geïntimeerde 3] en [geïntimeerde 4] te beëindigen. Ventilex baseert deze vordering op een bepaling in de arbeidsovereenkomsten tussen Tema Process en deze werknemers (memorie van grieven sub 249) dat de werknemers geen gebruik zullen maken van bedrijfsgeheimen of IE-rechten van derden. Deze arbeidsovereenkomsten binden evenwel slechts de partijen daarbij, en Ventilex kan daaraan geen rechten ontlenen. Voor zover Ventilex zou bedoelen dat sprake is van een derdenbeding, geldt dat zij daarvoor onvoldoende heeft gesteld. Ventilex kan voorts aan de uitlatingen die Tema Process jegens haar heeft gedaan (memorie van grieven sub 247 en 248) niet het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat Tema Process haar werknemers bij schending van bedoelde verboden zou ontslaan. De vordering is niet toewijsbaar.

3.81

De vorderingen sub (i) en (j) met betrekking tot boetes wegens schending geheimhoudingsbedingen kunnen in de schadestaatprocedure verder aan de orde komen, zoals is overwogen in rov. 3.42.

3.82

De vordering sub (k) is slechts toewijsbaar ten opzichte van [geïntimeerde 5] tot een bedrag van € 15.000 zoals in rov. 3.63 vermeld; de vordering sub (l) is toewijsbaar.

3.83

Sub (m) en (n) vordert Ventilex dat [geïntimeerden] en Tema Process wordt gelast om alle bescheiden van Ventilex af te geven en te zorgen dat zij geen bescheiden van Ventilex meer in hun bezit krijgen, op straffe van dwangsommen. Het hof ziet evenwel in de stellingen van Ventilex geen aanleiding voor de veronderstelling dat [geïntimeerden] en Tema Process nog steeds gebruik zouden maken van de van Ventilex afkomstige bescheiden. Het hof veronderstelt bovendien dat de destijds in 2009 en 2010 meegenomen informatie inmiddels is verouderd. Voorts heeft Ventilex niets gesteld waaruit zou kunnen blijken dat [geïntimeerden] en Tema Process ook thans nog informatie van Ventilex in hun bezit krijgen. De gevorderde geboden zijn daarom niet toewijsbaar.

3.84

De vordering sub (o), betreffende de kosten van het Hoffmanrapport, kan in de schadestaatprocedure verder aan de orde komen.

3.85

Sub (p) vordert Ventilex veroordeling van [geïntimeerden] en Tema Process in de kosten van het geding in beide instanties. Te dien aanzien is van belang dat Ventilex op een belangrijk punt, de onrechtmatigheid van het handelen van [geïntimeerden] en Tema Process, in appel alsnog in het gelijk wordt gesteld. Anderzijds is met betrekking tot de schade vooralsnog onvoldoende duidelijkheid geboden om tot een veroordeling te kunnen komen. Alles overziende oordeelt het hof dat partijen in dit geding over en weer gedeeltelijk in het ongelijk zijn gesteld, zodat de proceskosten in beide instanties dienen te worden gecompenseerd, waarbij ieder der partijen de eigen kosten draagt.

3.86

Zoals overwogen in rov. 3.69 zijn de vorderingen (q), (r) en (s) toewijsbaar zoals in het dictum vermeld.

4 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

vernietigt de vonnissen van de rechtbank Zutphen in het geding tussen Ventilex en Tema Process van 5 januari 2011 en 24 oktober 2012;

vernietigt de vonnissen van de rechtbank Zutphen, sector kanton, locatie Apeldoorn in het geding tussen Ventilex en [geïntimeerden] van 18 augustus 2010, 13 oktober 2010, 27 juli 2011, 30 november 2011, 2 mei 2012 en 21 november 2012;

opnieuw rechtdoende:

veroordeelt Tema Process en [geïntimeerden] om te gehengen en te gedogen dat, op kosten van Ventilex, door de gerechtelijk bewaarder aan Ventilex een digitale kopie zal worden verstrekt van

( i) de USB stick waarop beslag is gelegd op 15 maart 2010 en die volgens het strafdossier is voorzien van de codering [codering 1];

(ii) de USB stick waarop beslag is gelegd op 15 maart 2010 en die volgens het strafdossier is voorzien van de codering [codering 2];

veroordeelt Tema Process en [geïntimeerden] om te gehengen en te gedogen dat, op kosten van Ventilex, een door partijen in onderling overleg aan te wijzen deskundige inzage zal nemen in de onder de gerechtelijk bewaarder berustende stukken en aan hem afschrift zal worden verstrekt van de door hem te selecteren stukken betreffende

-de bij Tema Process en [geïntimeerden] in beslag genomen tekeningen waarop is weergegeven:

 een of beide beeldmerken van Ventilex (welke zijn ingeschreven in het merkenregister onder nummer 0454540 en nummer 0454541):

  • -

    dan wel,

  • -

    de tekst “THIS DRAWING REMAINS THE PROPERTY OF VENTILEX B.V.”; dan wel

  • -

    het kader van Ventilex:

  • -

    dan wel,

  • -

    het teken van een batterij zoals gebruikt door Ventilex:

 of

-de bij Tema Process en [geïntimeerden] in beslag genomen tekeningen waarop is weergegeven:

 het logo van Tema Process:

  • -

    dan wel,

  • -

    “THIS DRAWING REMAINS THE PROPERTY OF TEMA PROCESS B.V.”;

voor zover deze tekeningen congruent zijn aan de tekeningen die onder het eerste gedachtenstreepje vallen;

-de bij Tema Process en [geïntimeerden] in beslag genomen offertes van Tema Process die zijn opgesteld voor en/of uitgebracht aan klanten van Ventilex zoals opgenomen in het “klanten.pst” bestand, welk bestand is aangetroffen op de USB-stick [codering 1];

verklaart voor recht dat [geïntimeerde 1], [geïntimeerde 4], [geïntimeerde 3] en [geïntimeerde 2] jegens Ventilex toerekenbaar tekort zijn geschoten of onrechtmatig hebben gehandeld door informatie van Ventilex te sturen dan wel mee te nemen naar Tema Process om deze te gebruiken bij de uitoefening van werkzaamheden voor Tema Process, dan wel dat te gedogen, en aldus onrechtmatig met Ventilex te concurreren;

verklaart voor recht dat Tema Process jegens Ventilex toerekenbaar onrechtmatig heeft gehandeld door onrechtmatig verkregen informatie van Ventilex te gebruiken bij de uitoefening van haar werkzaamheden, en aldus onrechtmatig met Ventilex te concurreren;

veroordeelt Tema Process en [geïntimeerde 1] hoofdelijk tot vergoeding van de schade die Ventilex heeft geleden door dat tekortschieten/onrechtmatig handelen van Tema Process en [geïntimeerden] als bedoeld in rov. 3.9, 3.15, 3.16, 3.23, 3.28, 3.31, 3.36, 3.42 en 3.47, op te maken bij staat en te vergoeden volgens de wet;

veroordeelt [geïntimeerde 2] (hoofdelijk met Tema Process en [geïntimeerde 1]) tot vergoeding van de schade die Ventilex heeft geleden door zijn tekortschieten/onrechtmatig handelen (rov. 3.23), op te maken bij staat en te vergoeden volgens de wet;

veroordeelt [geïntimeerde 4] (hoofdelijk met Tema Process en [geïntimeerde 1]) tot vergoeding van de schade die Ventilex heeft geleden door zijn tekortschieten/onrechtmatig handelen (rov. 3.36 en 3.42), op te maken bij staat en te vergoeden volgens de wet;

veroordeelt [geïntimeerde 3] (hoofdelijk met Tema Process en [geïntimeerde 1]) tot vergoeding van de schade die Ventilex heeft geleden door zijn tekortschieten/onrechtmatig handelen (rov. 3.28, 3.31 en 3.42), op te maken bij staat en te vergoeden volgens de wet;

veroordeelt [geïntimeerde 5] tot betaling aan Ventilex van bedragen van € 15.000,- en € 2.414,26, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dagvaarding tot de voldoening;

verklaart voor recht dat Tema Process onrechtmatig heeft gehandeld jegens Ventilex door de e-mail bedoeld in rov. 3.65 te versturen;

gebiedt Tema Process om binnen een maand na de datum van dit arrest aan alle personen aan wie zij die e-mail heeft verstuurd, per post een rectificatie toe te sturen, met afschrift aan Ventilex, op straffe van een dwangsom van € 10.000,- voor iedere overtreding en voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, met een maximum van € 200.000,-;

verbiedt Tema Process om derden te berichten overeenkomstig de e-mail bedoeld in rov. 3.65, op straffe van een dwangsom van € 10.000,- voor iedere overtreding, met een maximum van € 200.000,-;

compenseert de proceskosten in beide instanties, zo dat ieder der partijen de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders gevorderde;

wijst af de vorderingen in reconventie;

verklaart dit arrest wat de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. L.M. Croes , L.J. de Kerpel-van de Poel en H. Wammes en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 22 december 2015.