Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2008:BD5538

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
26-06-2008
Datum publicatie
26-06-2008
Zaaknummer
106006857/01 skg
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Het gerechtshof Amsterdam heeft het vonnis van de voorzieningenrechter inzake de vorderingen van een bekende televisiepersoonlijkheid tegen ZIJonline bekrachtigd.

Het op de website geplaatste artikel waarin de betrokkene van prostitutie wordt beticht is onrechtmatig .

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

VIERDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaak van:

1. de vennootschap onder firma MEDIA PLUS V.O.F., gevestigd te Wezep,

2. Leonardus Wilhelmus VAN ROOIJEN, wonende te Antwerpen, België,

3. Hendrik Jan KORTERINK, wonende te Wezep,

4. Daphne Elizabeth MULLER, wonende te Leusden,

APPELLANTEN,

procureur: mr. S.A. van der Sluijs,

t e g e n

Connie BREUKHOVEN-WITTEMAN, wonende te Wassenaar,

GEÏNTIMEERDE,

procureur: mr. S.F. Kalff.

1. Het geding in hoger beroep

De partijen worden hierna Media Plus cs en Breukhoven genoemd.

Bij dagvaarding van 12 juni 2007 zijn Media Plus cs in hoger beroep gekomen van het vonnis dat de voorzieningenrechter in de rechtbank te Amsterdam in het kort geding tussen partijen (Breukhoven als eiseres en Media Plus cs als gedaag¬de) onder zaaknummer/rolnum¬mer 369084/KG ZA 07 820 OdC/JR heeft gewezen en dat is uitgesproken op 16 mei 2007.

Media Plus cs hebben bij memorie negen grieven voorgesteld, bescheiden in het geding gebracht en – onder verwijzing naar de appeldagvaarding – geconcludeerd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en alsnog de vorderingen van Breukhoven zal afwijzen, met veroordeling van Breukhoven in de kosten van het geding in beide instanties.

Daarop heeft Breukhoven geantwoord, de grieven bestreden, eveneens be¬schei¬den in het geding gebracht en geconcludeerd, dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bekrachtigen en Media Plus cs zal veroordelen in de kosten gevallen op het hoger beroep.

Ten slotte hebben partijen recht gevraagd op de stukken van beide instan¬ties, waarvan de inhoud als hier ingevoegd wordt beschouwd.

2. Grieven

Voor de grieven verwijst het hof naar de memorie van grieven.

3. Feiten

De voorzieningenrechter heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.7 de volgende feiten tot uitgangspunt genomen (gedaagden onder 1 tot en met 5 zijn respectievelijk appellanten sub 1 tot en met 4 en de in eerste aanleg medegedaagde Witheet Publishing LLC, verder Witheet).

2.1 Breukhoven is een in Nederland bekende persoonlijkheid, onder meer vanwege haar verleden als artiest onder de naam Vanessa.

2.2 Gedaagde onder 1, Media Plus, exploiteert een website met de naam ZIJonline.nl, op het gebied van showbusiness. Gedaagde onder 2 is "eigenaar" van deze website. Gedaagden onder 3 en 4 zijn de vennoten van gedaagde onder 1.

2.3 Witheet exploiteert de website witheet.nl en witheet.com.

2.4 Vanaf omstreeks 24 april 2007 heeft op de website van Witheet een publicatie gestaan, met - onder meer - de volgende tekst:

"Dossier Breukhoven (1)

(...) Zoals ongetwijfeld bekent beschikt Witheet vaak over justitiedossiers, die nogal eens hier en daar impact veroorzaken. In het dossier Breukhoven, zitten een tweetal carbondoorslagen afkomstig van de Haagse Zedenpolitie. Destijds, toen prostitutie bij wet formeel verboden was, ging de Haagse Zedenpolitie met grote regelmaat controles houden bij de dames van lichte zeden, waarna ze daarover rapportjes schreven ... Volgende week zullen deze originele politiedocumenten ter verificatie van echtheid worden aangeboden bij een gespecialiseerd onderzoeksbureau. Naar rato van het te verwachten resultaat ... Stay tuned!

Submitted by Janna Tolsma on 04/24/2007 - 18:22."

2.5 Diezelfde dag is op de website ZIJonline.nl een artikel, voorzien van een foto van Breukhoven en haar echtgenoot, gepubliceerd, waarin - onder meer - is geschreven:

"’CONNIE BREUKHOVEN GENOEMD ALS HOERTJE IN DOSSIER HAAGSE ZEDENPOLITIE!’

Wie krijgt binnenkort het miljoen van Connie Breukhoven dat zij uitloofde voor wie zou bewijzen dat zij als jonge vrouw de hoer gespeeld zou hebben? Dat het miljoen door Connie betaald moet worden lijkt steeds zekerder te worden. Vandaag zijn er dossiers van de Haagse zedenpolitie boven water gekomen waarin staat dat Connie zich prostitueerde (...) Ook is ZIJonline in het bezit van de gegevens van een oud politieman, een zekere A.M., die de echtheid van de documenten zou kunnen bevestigen. (...)"

2.6 Bij gelijkluidende brieven van 28 april 2007 en 1 mei 2007 aan Witheet Ltd. te Amerika, Tier 1 Communications Ltd. te Malta en Witheet Publishing LLC te Amsterdam heeft de raadsman van Breukhoven Witheet gesommeerd - kort samengevat - uiterlijk 3 mei 2007 de hiervoor onder 2.4. aangehaalde publicatie te verwijderen, op de eerst te openen pagina van de website een rectificatie te plaatsen, en de door Breukhoven geleden immateriële schade te vergoeden.

2.7 Op 3 mei 2007 heeft ZIJonline.nl een artikel op haar website geplaatst, voorzien van een foto van Breukhoven, waarin - onder meer - is opgenomen:

"CONNIE BREUKHOVEN DAAGT ZIJONLINE VOOR RECHTER: IK BEN GEEN HOERTJE

(...) Naast ZIJonline heeft Breukhoven ook de site Witheet.com gedagvaard. De site bracht het nieuws dat Connie een bewijsbaar hoerenverleden zou hebben en zegt in het bezit te zijn van politiestukken waarin de meisjesnaam van Connie wordt genoemd als één van de prostituees die door de Haagse politie indertijd met een controlebezoekje zou zijn vereerd. (...)"

Omtrent deze feiten bestaat tussen partijen geen geschil zodat ook het hof van die feiten zal uitgaan.

4. Beoordeling

4.1 In eerste aanleg heeft Breukhoven – voor zover het Media Plus cs betreft – onder meer gevorderd

- Media Plus cs te bevelen voormelde publicaties op ZIJonline.nl te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000 per dag, met een maximum van € 200.000;

- Media Plus cs te bevelen binnen 24 uur na betekening van dit vonnis een rectificatie op ZIJonline te plaatsen, zoals vermeld onder IIA in het petitum van de dagvaarding, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000 per dag, met een maximum van € 200.000;

- Media Plus cs te bevelen de zoekmachines zoals Google en Yahoo opdracht te geven tot verwijdering van hun publicaties over Breukhoven, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000 per dag met een maximum van € 150.000 alsmede

- Media Plus cs hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 10.000 als voorschot op de door Breukhoven geleden schade,

een en ander met veroordeling van Media Plus cs in de kosten van het geding.

De voorzieningenrechter heeft deze vorderingen grotendeels toegewezen. Tegen deze beslissing en de gronden waarop zij berust, richten zich de grieven.

4.2 Naar het oordeel van het hof zijn de eerste drie hiervoor vermelde vorderingen uit hun aard spoedeisend. Ook de geldvordering is naar het oordeel van het hof voldoende spoedeisend, nu snelle vergoeding van de schade in de gegeven omstandigheden tot een meer adequate genoegdoening leidt.

4.3 Zoals de voorzieningenrechter terecht heeft overwogen, moet in deze zaak het recht van Breukhoven op de bescherming van haar persoonlijke levenssfeer en haar belang om niet door publicaties te worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen worden afgewogen tegen het recht van Media Plus cs op vrijheid van meningsuiting.

Er kan geen twijfel over bestaan dat de publicatie van het hiervoor onder 2.5 (nummering voorzieningenrechter) op ZIJonline.nl geplaatste bericht een ernstige aantasting van de persoonlijke levenssfeer en van de eer en goede naam van Breukhoven meebrengt. Het is voorts een onmiskenbaar en evident belang van Breukhoven om niet (telkens) geconfronteerd te worden met het oprakelen van het desbetreffende gerucht.

Media Plus cs hebben aangevoerd

- dat op 24 april 2007 op de website van Witheet het bericht verscheen, dat zij, Witheet, ‘nu bewijzen had, bestaande uit politiedossiers, waaruit het prostitutieverleden van Breukhoven zou blijken’,

- dat dit bericht ‘voor de showbizzpers (-) nieuws (was)’ en

- dat daarom ‘Media Plus cs (-) gerechtigd (was) hierover te publiceren’

(memorie van grieven onder 6 en voorts grief 2 en grief 3, in het bijzonder onder 21).

De omstandigheid dat het mogelijke prostitutie¬verleden van een willekeurige persoon als nieuws wordt aangemerkt door enig publicitair orgaan, of dat nu de ‘showbizzpers’ is, een krant, een omroeporganisatie of de roddelpers, is echter op zichzelf niet doorslaggevend voor het antwoord op de vraag of het belang om dit ‘nieuws’ te kunnen uiten opweegt tegen het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene. Een andere opvatting zou immers betekenen dat de belangstelling van de pers op zichzelf al een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer rechtvaardigt.

Zodanige inbreuk kan echter wel gerechtvaardigd zijn, indien de publicatie bijdraagt aan het publieke debat of indien daarmee anderszins enig maatschappelijk belang is gemoeid. Denkbaar is bijvoorbeeld dat het prostitutieverleden van invloed op of betekenis voor (de waardering van) het handelen van de betrokkene of diens betrouwbaarheid is of kan zijn, terwijl diens handel en wandel enige maatschappelijke betekenis heeft dan wel enige maatschappelijke rol speelt.

Die betekenis of rol zal – afhankelijk van de omstandigheden – al gauw aan de handel en wandel van bijvoorbeeld politici moeten worden toegekend. Denkbaar is dat zich dit eveneens voordoet – ook dan: afhankelijk van de omstandigheden –, indien de betrokkene in de belangstelling van de ‘showbusiness’ of aanverwante kringen staat. Media Plus cs hebben echter niets gesteld – en daaromtrent is ook niets gebleken – op grond waarvan moet worden aangenomen dat het beweerde prostitutieverleden van Breukhoven voormelde invloed of betekenis heeft of kan hebben of anderszins waarom het van belang is dit gestelde verleden (verder) onder de (hernieuwde) aandacht van derden te brengen. Het feit op zichzelf dat Breukhoven geen willekeurige persoon, maar een bekende persoonlijkheid in de ‘showbusiness’ of aanverwante kringen is of was, is daarvoor niet voldoende.

Dit betekent dat het recht op vrijheid van meningsuiting van Media Plus cs hier naar het voorlopig oordeel van het hof moet wijken voor het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van Breukhoven.

4.4 Het voorgaande klemt naar het oordeel van het hof te meer indien in aanmerking wordt genomen dat het hier gaat om een gerucht dat – naar onbestreden is – bijna 30 jaar oud is. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld of aannemelijk geworden op grond waarvan met het eventueel thans te leveren bewijs van dat oude gerucht enig maatschappelijk belang als hiervoor bedoeld is gemoeid.

4.5 Ten overvloede dient ook nog het volgende te worden overwogen. De uitkomst van het geding zou niet anders zijn, indien omtrent het gewicht van het maatschappelijk belang van de desbetreffende berichtgeving – namelijk dat na bijna 30 jaar het bewijs van het gestelde prostitutieverleden van Breukhoven alsnog zou worden geleverd – anders zou worden geoordeeld. Van enig dergelijk bewijs is immers niet gebleken. Media Plus cs hebben wel aangevoerd dat het op ZIJonline.nl gepubliceerde bericht van de website van Witheet was overgenomen en dat ‘de directie van Witheet (-) haar (heeft) bevestigd dat het bericht van Witheet correct was en dat de gegevens waarnaar in het artikel van Witheet werd verwezen daadwerkelijk aanwezig waren’ (memorie van grieven onder 24). Maar Media Plus cs hebben niet gesteld – en niet op voorhand kan worden aangenomen – dat Media Plus cs daarbij op Witheet als betrouwbare bron kon varen.

Bovendien gaan de kop van het bericht en de tekst op ZIJonline.nl verder dan dat op de website van Witheet, onder meer door zonder (voldoende) voorbehoud als feit mee te delen dat ‘dossiers van de Haagse zedenpolitie boven water zijn gekomen waarin staat dat Connie zich prostitueerde’ (productie 5 van Breukhoven in eerste aanleg). Later in het bericht wordt nog wel opgemerkt dat onderzocht zal worden of de dossiers wel echt zijn, maar dat is niet een afdoende voorbehoud. Het laat onverlet dat de dossiers er volgens het bericht zijn en de desbetreffende informatie erin staat. Bovendien vermeldt het bericht dat ‘de echtheid van de documenten’ kan worden bevestigd door ‘een oud politieman’. Onvoldoende aannemelijk is geworden dat deze elementen in het bericht op betrouwbare informatie berustten.

4.6 Het hof merkt nog op dat de omstandigheid dat het gerucht omtrent een prostitutieverleden van Breukhoven eerder aandacht in de pers heeft gehad en dat zij ‘zelfs een beloning heeft uitgeloofd omtrent haar prostitutieverleden’ (onder meer memorie van grieven onder 29), niet tot een ander oordeel kan leiden. Het gaat hier – zoals hiervoor ook overwogen – om hernieuwde aandacht. Media Plus cs is zelfstandig verantwoordelijk voor haar aandeel in deze hernieuwde berichtgeving. De beloning heeft Breukhoven – naar uit het over en weer gestelde blijkt – decennia geleden uitgeloofd aan diegene die bewijzen zou leveren van haar prostitutieverleden, kennelijk om duidelijk te maken dat het gerucht onjuist is en dat zij op dat punt zeker is van haar zaak. Niet valt in te zien dat zij zich op grond van dit een en ander meer dan een ander een inbreuk als hier aan de orde op haar persoonlijke levenssfeer zou moeten laten welgevallen.

Ten slotte hebben Media Plus cs nog aangevoerd dat Breukhoven niet tegen andere inbreukmakers optreedt (memorie van grieven 11 ev en 22). Ook dit maakt het oordeel van het hof niet anders. Niet alleen heeft Breukhoven gesteld en aannemelijk gemaakt dat zij ook tegen (een aantal) andere inbreukmakers is opgetreden, maar bovendien waren Media Plus cs gewaarschuwd dat Breukhoven (verdere) inbreuken niet accepteerde door een sommatie in 2006 in verband met soortgelijke berichten op ZIJonline.nl (productie 4 in eerste aanleg van Breukhoven).

4.7 Op grond van dit alles concludeert het hof dat de voorzieningenrechter terecht heeft geoordeeld dat Media Plus cs onrechtmatig hebben gehandeld jegens Breukhoven en dat hij hun terecht heeft bevolen de publicatie van de website te verwijderen, een rectificatie te publiceren en Google en Yahoo opdracht te geven tot verwijdering van de publicatie uit hun zoekmachines. Naar het oordeel van het hof zijn de opgelegde dwangsom, het daarbij vastgestelde maximum alsmede de opgelegde duur van de plaatsing van de rectificatie passend. Daarbij heeft het hof alle omstandigheden, waaronder de aard, de ernst en de duur van in ieder geval drie uren van de inbreuk (drie uur volgens de memorie van grieven onder 33, zes uur volgens de pleitnota van Media Plus cs in eerste aanleg onder 20) en de snelle verspreiding van informatie op het internet in aanmerking genomen.

In het licht van al die omstandigheden acht het hof het ook voldoende aannemelijk dat Breukhoven in een bodemprocedure voor geleden schade wegens onrechtmatige daad – ongeacht een eventuele schending van het portretrecht – een bedrag van € 10.000,- toegewezen zal krijgen, zodat dit bedrag terecht in dit kort geding is toegewezen. Dat een zelfde bedrag tegen Witheet is toegewezen doet hieraan niet af. Dat betrof nu eenmaal een andere publicatie, die op eigen merites is beoordeeld in het geding voor zover dat tussen Breukhoven en Witheet werd gevoerd.

4.8 Volgens grief 1 is ‘onduidelijk (-) wat de grondslag is voor de vordering jegens Van Rooijen’ en ‘kan Van Rooijen (-) terzake de publicaties niets worden verweten’, nu hij ‘niet de exploitant of beheerder van de website www.zij-online.nl (is)’.

Naar aanleiding van deze grief overweegt het hof als volgt. In de inleidende dagvaarding onder 3 en in de pleitnota eerste aanleg onder 4 heeft Breukhoven aangevoerd dat Van Rooijen ‘eigenaar’ is van de website ZIJonline.nl. De voorzieningenrechter heeft dit onder 2.2 van het vonnis waarvan beroep overgenomen. Daarmee heeft de voorzieningenrechter kennelijk en in navolging van Breukhoven tot uitdrukking gebracht dat Van Rooijen zeggenschap heeft over de website ZIJonline.nl en wel zodanig dat Van Rooijen op enigerlei wijze de hand heeft in de publicaties op de website en/of dat hij deze kan voorkomen.

In dat licht heeft de voorzieningenrechter terecht de vorderingen – voor zover toewijsbaar – ook toegewezen tegen Van Rooijen. Hierbij neemt het hof nog in aanmerking dat (namens Van Rooijen) op dit punt in eerste aanleg ook geen enkel verweer is gevoerd, terwijl dat wel voor de hand zou hebben gelegen, indien hij wenste dat de voorzieningenrechter dit punt in zijn oordeel zou betrekken.

Gelet op dit een en ander is de grief te vaag. Van Rooijen kon in dit stadium van het geding niet volstaan met de stelling dat de grondslag niet duidelijk was en/of met een blote ontkenning exploitant of beheerder van de website ZIJonline.nl te zijn. Dit betekent dat de grief als te vaag moet worden verworpen.

5. Slotsom

Gelet op al het voorgaande falen de grieven. Zij behoeven geen afzonderlijke behandeling. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen terecht toegewezen op de wijze zoals hij heeft gedaan. Het hof zal het vonnis waarvan beroep bekrachtigen en Media Plus cs als de in het ongelijk gestelde partij verwijzen in de kosten van het geding in hoger beroep.

6. Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

verwijst Media Plus cs in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van Breukhoven tot op heden begroot op € 1.194,-;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. P. Ingelse, E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell en A.C. van Schaick en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2008.