Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RVS:2010:BO1177

Raad van State
20-10-2010
20-10-2010
200909641/1/R1
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig

Bij besluit van 6 oktober 2009, nr. 09103, heeft de raad het bestemmingsplan "De Blauwe Berg" vastgesteld.

Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2010/4181

Uitspraak

200909641/1/R1.

Datum uitspraak: 20 oktober 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellanten sub 1], beiden wonend te Hoorn,

2. de vereniging Atletiekvereniging Hollandia (hierna: Hollandia), gevestigd te Hoorn,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Hoorn,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 6 oktober 2009, nr. 09103, heeft de raad het bestemmingsplan "De Blauwe Berg" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 december 2009, en Hollandia bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 december 2009, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De raad heeft nadere stukken ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BAM Vastgoed BV (hierna: BAM) een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 september 2010, waar Hollandia, vertegenwoordigd door [voorzitter], vergezeld door [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door G.R.M. Koopman, werkzaam bij de gemeente, vergezeld door R. Bergkamp, zijn verschenen. Voorts is daar BAM, vertegenwoordigd door mr. I.H. van den Berg, advocaat te Amsterdam, vergezeld door [gemachtigden], beiden werkzaam bij BAM, als partij gehoord.

2. Overwegingen

Ontvankelijkheid

2.1. De raad stelt in zijn nader ingediende stuk dat Hollandia geen belang meer heeft bij een uitspraak op haar beroep gericht tegen de plandelen met de bestemming "Wonen (W)" en de aanduiding "vrijstaand [vrij]" onderscheidenlijk "twee-aaneen [tae]" welke voorzien zijn nabij haar atletiekbaan in het zuiden van het plangebied, nu voor de voorziene woningen ter plaatse reeds een bouwvergunning is verleend die inmiddels onherroepelijk is.

2.2. Anders dan de raad heeft gesteld bestaat in de door hem genoemde omstandigheden geen aanleiding voor het oordeel dat Hollandia niet langer belang heeft bij een uitspraak omtrent het door haar ingestelde beroep op dit punt, aangezien het plan zich in zoverre leent voor herhaalde toepassing.

Planbeschrijving

2.3. Het plan voorziet in een juridisch-planologische regeling voor het gebied De Blauwe Berg, gelegen in het oosten van de gemeente Hoorn. Naast de ontwikkeling van recreatievoorzieningen maakt het plan ook woningbouw mogelijk.

Formele bezwaren

2.4. [appellanten] voeren als formeel bezwaar aan dat hun tegen het ontwerpplan ingediende zienswijze zonder weglating van de persoonsgegevens is opgenomen in het 'Verslag van de ingediende zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan "De Blauwe Berg"' van 27 augustus 2009 (hierna: de zienswijzennota) en is toegezonden aan alle indieners van zienswijzen.

2.4.1. Het bestreden besluit is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Hierin, noch in enig ander wettelijk voorschrift valt een bepaling aan te wijzen op grond waarvan de raad gehouden is om een zienswijze in een zienswijzennota dat naar de indieners van een zienswijze wordt toegezonden, te anonimiseren. Het betoog van [appellant] faalt.

Het beroep van [appellanten]

2.5. [appellanten] richten zich tegen de vaststelling van het plandeel met de bestemming "Wonen (W)" en de aanduiding "twee-aaneen [tae]" ten westen van hun woning aan [locatie]. Zij betogen dat de voorziene woningbouw ter plaatse een vermindering van hun privacy, lichtinval en uitzicht met zich brengt. Zij vrezen als gevolg hiervan een waardedaling van hun woning. [appellanten] wijzen er op dat de raad aanvankelijk een andere invulling voor dit gebied voor ogen stond, namelijk een natuurpark met sportvoorzieningen en nabij de ijsbaan een hotel en horecavoorziening annex disco. Zij wensen dit ontwerp voor het plangebied terug, dan wel dat de waterpartij tussen hun woning en de geplande nieuwe woning recht achter hun huis verbreed wordt.

2.5.1. De raad stelt zich op het standpunt dat, anders dan [appellanten] betogen, reeds in de startnotitie voor de m.e.r. uit 2003 is gesproken over woningbouw ter plaatse van het bestreden plandeel. Volgens de raad wordt het woongenot van Huisman door het plan op dit punt niet aangetast.

Ten aanzien van het voorstel van [appellanten] om de waterpartij achter hun woning te verbreden, stelt de raad dat de achtergrens van de percelen niet verlegd kan worden, daar de aangrenzende grond geen eigendom is van de gemeente maar van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Verbreding van de waterpartij zou derhalve slechts mogelijk zijn door middel van een versmalling van de kavel van de nieuw te bouwen woningen, maar de raad acht dit ongewenst omdat deze percelen dan te ondiep worden. De raad voegt hieraan toe dat de waterpartij ter plaatse reeds aanmerkelijk verbreed wordt ten opzichte van de bestaande situatie.

2.5.2. Ingevolge artikel 12, lid 12.1, van de planregels zijn de gronden met de bestemming "Wonen (W)" en de aanduiding "twee-aaneen [tae]" aangewezen voor woonhuizen […], aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen en de daarbij behorende paden, tuinen en erven.

Ingevolge artikel 12, lid 12.2.1, onder b, sub 4, mogen ter plaatse uitsluitend twee-aaneengebouwde woningen gebouwd worden.

Ingevolge artikel 12, lid 12.2.1, onder d en e, bezien in samenhang met de verbeelding, mag de goothoogte van deze woningen niet meer dan 6,5 meter en de bouwhoogte niet meer dan 11,5 meter bedragen.

In het voorgaande plan waren aan de desbetreffende gronden de bestemmingen "Openbaar gebied" en "Recreatieve doeleinden, sportterrein" toegekend.

2.5.3. De Afdeling overweegt dat in het algemeen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en voorschriften voor gronden vaststellen. Het standpunt van de raad dat de voorziene woningbouw ter plaatse in een behoefte voorziet is niet onredelijk te achten, gelet op de beperkte mogelijkheden voor woningbouw binnen de gemeentegrenzen alsmede op het feit dat volgens de plantoelichting er binnen Hoorn sprake is van een tekort aan woningen.

De raad heeft, gelet op de afstand tussen de woning van [appellanten] en de voorziene woningen van minimaal 28 meter - welke binnen stedelijk gebied niet ongewoon is - en op de in het plan op dit punt opgenomen bebouwingsvoorschriften, in redelijkheid het standpunt in kunnen nemen dat geen ernstige aantasting van het woon- en leefklimaat van [appellanten] te verwachten valt.

De raad heeft de voor- en nadelen van de door [appellanten] aangevoerde alternatieven, gelet op de zienswijzennota, in zijn afweging betrokken. In hetgeen [appellanten] hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad op basis van de redenen genoemd in de zienswijzennota niet in redelijkheid de voorgestelde alternatieven heeft kunnen afwijzen.

2.5.4. In hetgeen [appellanten] hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan voor zover bestreden strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Het beroep is ongegrond.

Het beroep van Hollandia

2.6. Hollandia richt zich tegen de vaststelling van de plandelen met de bestemming "Wonen (W)" en de aanduiding "vrijstaand [vrij]" onderscheidenlijk "twee-aaneen [tae]" welke voorzien zijn nabij haar atletiekbaan in het zuiden van het plangebied. Hollandia vreest dat het plan op dit punt het bestaande gebruik van de atletiekbaan zal beperken en dat in de voorziene woningen geen goed woon- en leefklimaat voor de betreffende woningen kan worden gegarandeerd, gelet op de activiteiten die Hollandia ontplooit met bijbehorend gebruik van licht en geluid.

Hollandia betoogt dat de aan het plan op dit punt ten grondslag gelegde geluidmetingen niet representatief zijn, nu deze slechts eenmaal en onder gunstige weersomstandigheden zijn verricht. Zij stelt dat eerder verrichte metingen, waaruit volgens haar een hogere geluidsbelasting is gebleken, ten onrechte niet bij de besluitvorming zijn betrokken. Voorts stelt zij dat tijdens wedstrijden niet alleen geluidhinder vanwege het startschot maar ook door de omroepinstallatie kan worden verwacht, dat ten onrechte niet is uitgegaan van het gebruik van de omroepinstallatie gedurende een gehele wedstrijd en niet van een uitgangswaarde van deze installatie van 70 tot 80 dB(A).

Voorts betoogt Hollandia dat ten onrechte wordt afgeweken van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG) in de brochure "Bedrijven en milieuzonering" uit 2009 (hierna: de VNG-brochure) geadviseerde afstanden.

2.6.1. De raad stelt zich op het standpunt dat hij voldoende onderzoek naar eventuele licht- en geluidsoverlast heeft gedaan. Hieruit is gebleken dat een beperkte overschrijding van de toegestane lichtsterkte zal ontstaan, maar dat dit verholpen zou kunnen worden door het plaatsen van afschermkappen. De ontwikkelaar van het plangebied, BAM, heeft verklaard de kosten hiervan op zich te nemen.

Voorts stelt de raad zich op het standpunt dat, in de representatieve situatie dat gedurende de helft van een wedstrijddag gebruik wordt gemaakt van de omroepinstallatie, wordt voldaan aan de geldende geluidgrenswaarde van 50 dB(A). De grote wedstrijden waarbij de omroepinstallatie gedurende de gehele wedstrijddag wordt gebruikt, zijn niet meegenomen in de geluidmetingen, nu daarvoor geldt dat op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) 8 keer per jaar ontheffing van de geldende geluidnormen mag worden verleend. Deze regeling is ook van toepassing op de overschrijdingen van de geluidnormen door het startschot op wedstrijddagen. Dit acht de raad voldoende om het gebruik van de atletiekbaan te kunnen voortzetten.

2.6.2. Aan gronden ten noorden van de atletiekbaan van Hollandia is in het plan de bestemming "Wonen (W)" met de aanduiding "vrijstaand [vrij]" onderscheidenlijk "twee-aaneen [tae]" toegekend.

Ingevolge artikel 12, lid 12.1, van de planregels, zijn de gronden met de bestemming "Wonen (W)" aangewezen voor woonhuizen […], aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen en de daarbij behorende paden, tuinen en erven.

Ingevolge artikel 12, lid 12.2.1, onder b, voor zover hier van belang, van de planregels, mogen ter plaatse uitsluitend twee-aaneengebouwde woningen onderscheidenlijk vrijstaande woningen gebouwd worden.

Ingevolge artikel 12, lid 12.2.1, onder d en e, bezien in samenhang met de verbeelding, mag de goothoogte van deze woningen niet meer dan 6,5 meter en de bouwhoogte niet meer dan 11,5 meter bedragen.

2.6.3. De in de VNG-brochure aanbevolen minimale afstand tussen een veldsportcomplex en woningen bedraagt 50 meter. De afstand tussen de atletiekbaan en de dichtstbijzijnde voorziene woningen bedraagt ongeveer 15 meter. Hieruit volgt dat in het plan op dit punt wordt afgeweken van de geadviseerde afstand. De raad heeft deze afwijking gemotiveerd met een verwijzing naar het uitgevoerde licht- en geluidsonderzoek, waarvan de resultaten zijn neergelegd in de door DGMR opgestelde rapporten "Bestemmingsplan De Blauwe Berg, Hoorn - Akoestische Onderbouwing" van 16 september 2008 (hierna: het geluidonderzoek) en "Bestemmingsplan De Blauwe Berg, Hoorn - Lichthinderonderzoek" van 24 september 2008 (hierna: het lichtonderzoek). Op de hiervoor genoemde onderzoeken zijn op 4 maart 2009 en 17 maart 2009 aanvullingen verschenen, waarin de eerder ingenomen conclusies worden bevestigd.

Volgens het geluidonderzoek zullen voor de meest voorkomende maatgevende trainingssituatie en voor wedstrijddagen geen knelpunten optreden. Bij evenementen is wel sprake van hoge geluidsniveaus, maar gelet op het feit dat hiervoor een aparte vergunning in het kader van de APV dient te worden aangevraagd, is hier sprake van beperkte en acceptabele hinder. Volgens het lichtonderzoek wordt de grenswaarde overschreden. Met afschermkappen wordt de grenswaarde niet overschreden.

2.6.4. Hollandia heeft niet aannemelijk gemaakt dat de aan het plan ten grondslag gelegde licht- en geluidonderzoeken dusdanige gebreken bevatten dat de raad van de hierin opgenomen conclusies niet heeft mogen uitgaan.

Hierbij betrekt de Afdeling dat wat betreft de gestelde lichthinder Hollandia en BAM zijn overeengekomen dat de benodigde afschermkappen op kosten van de ontwikkelaar zullen worden geplaatst.

Hollandia heeft niet aannemelijk gemaakt dat bij de geluidmetingen niet van een representatieve situatie is uitgegaan. Anders dan zij stelt is de meest ongunstige situatie in dit verband niet maatgevend. Voorts heeft Hollandia evenmin aannemelijk gemaakt dat andere geluidmetingen in een representatieve situatie zijn verricht waaruit een hogere geluidsbelasting is gebleken. Zij heeft dergelijke meetresultaten niet overgelegd.

Gelet op het voorgaande heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat in de voorziene woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en dat Hollandia niet ernstig in haar gebruiksmogelijkheden wordt beperkt.

2.6.5. In hetgeen Hollandia heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de plandelen met de bestemming "Wonen (W)" en de aanduiding "vrijstaand [vrij]" onderscheidenlijk "twee-aaneen [tae]", welke voorzien zijn nabij haar atletiekbaan in het zuiden van het plangebied, strekken ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Het beroep is in zoverre ongegrond.

2.7. Voorts richt Hollandia zich tegen het plandeel met de bestemming "Sport (S)" en de gebiedsaanduiding "Wro-zone-wijzigingsgebied". Zij wenst de thans aanwezige ruimte voor trainingen en de voorbereiding van wedstrijden ter plaatse te behouden.

2.7.1. De raad stelt zich op het standpunt dat het hier een wijzigingsbevoegdheid betreft waarvan pas op termijn gebruik zal (kunnen) worden gemaakt. Voorts wijst de raad er op dat de desbetreffende buitenruimte geen onderdeel uitmaakt van de inrichting van de atletiekbaan en Hollandia daarom geen rechten kan ontlenen aan het gebruik van de openbare ruimte. Overigens zal binnen het plangebied een park gerealiseerd worden waar voldoende mogelijkheid is tot warming-up en cooling-down, aldus de raad.

2.7.2. Aan gronden ten westen van de atletiekbaan van Hollandia is in het plan de bestemming "Sport (S)" en de gebiedsaanduiding "Wro-zone-wijzigingsgebied" toegekend.

Ingevolge artikel 8, lid 8.1, van de planregels zijn deze gronden onder meer aangewezen voor het uitoefenen van sportactiviteiten.

Ingevolge artikel 8.3 van de planregels is het college van burgemeester en wethouders onder voorwaarden bevoegd de bestemming "Sport" ter plaatse van de wijzigingsbevoegdheid te wijzigingen in de bestemming "Verkeer".

2.7.3. Niet in geding is dat het plan na het aanwenden van de wijzigingsbevoegdheid het verlies aan het huidige rugbyveld met zich brengt. De raad heeft hieraan echter geen zwaar gewicht behoeven toe te kennen. In dit verband is van belang dat de gronden geen onderdeel uitmaken van de inrichting van de atletiekbaan. Hollandia heeft niet aannemelijk gemaakt dat voornoemde gronden voor een goede sportbeoefening benodigd zijn. Hierbij betrekt de Afdeling dat in de omgeving van de atletiekbaan wordt voorzien in een park, waar Hollandia gebruik van kan maken. Ten overvloede wijst de Afdeling er op dat voor toepassing van een wijzigingsbevoegdheid een afzonderlijke procedure moet worden doorlopen. In die procedure kunnen belanghebbenden rechtsmiddelen aanwenden.

2.7.4. In hetgeen Hollandia heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plandeel met de bestemming "Sport (S)" en de gebiedsaanduiding "Wro-zone-wijzigingsgebied" strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Het beroep is ook in zoverre ongegrond.

Proceskosten

2.8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart de beroepen ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. M.A.A. Mondt-Schouten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.H. Nienhuis, ambtenaar van staat.

w.g. Mondt-Schouten w.g. Nienhuis

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2010

466-667.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.