3.1.
Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen en de overgelegde producties, wordt uitgegaan van de volgende feiten:
- [eiser] was eigenaar van het paard Frieske (hierna: het paard) en een
marathonwagen. Op de ochtend van 8 juli 2010 reed [eiser] met dit paard en deze wagen door Baarle-Nassau.
- Op voormelde datum reed [gedaagde] omstreeks hetzelfde moment in Baarle Nassau in een personenauto met aanhanger met daarin houten balken.
- Tussen partijen is in de Burgemeester de Grauwstraat te Baarle Nassau onenigheid ontstaan waarbij het tussen hen tot een handgemeen is gekomen.
- Het paard is tijdens voormelde onenigheid met het rijtuig op hol geslagen en is uiteindelijk met het rijtuig dwars door de etalageruit in een schoenenwinkel genaamd Rigoletto Trendy Shoes (hierna: Rigoletto) terechtgekomen.
- Hierbij is het paard gewond geraakt aan zijn oor, nek en benen en is het ter plaatse behandeld door een dierenarts. Het paard heeft meerdere hechtingen gekregen.
- De marathonwagen van [eiser] is hierbij beschadigd.
- Een getuige van voormelde onenigheid tussen [eiser] en [gedaagde] - de heer [getuige] (hierna: [getuige]) - heeft bij de politie de volgende verklaring afgelegd:
“(…)
Op donderdag 8 juni 2010 omstreeks 08:20 fietste ik door de Burgemeester de
Grauwstraat te Baarle-Nassau. Ik zag dat er een personenauto met aanhangwagen
ter hoogte van de wegverhoging, in de Burg. De Grauwstraat, een paard met wagen
klem reed. Ik zag dat de bestuurder van de personenwagen uitstapte en naar de
menner van de paard met wagen liep. Ik zag dat de menner van de bok van de
paard en wagen afstapte. Ik hoorde de bestuurder van de personenwagen zeggen,
als er schade is aan mijn auto, dan zul je dat betalen. Ik hoorde dat de menner van
de paard met wagen zei, dan moet je nu de politie bellen. Ik zag dat de beide
mannen verder gingen met de discussie. Ik zag dat het paard onrustig werd. Ik zag de bestuurder van de personenwagen toen zijn aandacht richtte op het paard. Ik zag dat de bestuurder van de auto het paard begon op te jutten. Ik zag dat de man hard op het dak van zijn personenauto begon te slaan en
keihard, ksssst, ksssst, kssst, riep in de richting van het paard. Ik zag dat het paard daarop op hol sloeg, in de richting van het St. Annaplein. [...]Ik zag het paard met de wagen bij de t-splitsing op het st. Annaplein rechtdoor een etalageruit van een winkel in rende. Ik zag dat het paard met de wagen geheel in de winkel, RIGOLETTO, verdween.(…)”
- Op 13 juli 2010 heeft [gedaagde] bij de politie onder meer het volgende verklaard:
“(…) Ik hoorde dat de meneer van het span met zijn rijzweep op het dak van mijn personenauto sloeg. Ik heb toen mijn personenauto gekeerd en ben het span van paard en wagen achterna gereden. Vervolgens heb ik het span klemgereden op Burgemeester de Grauwstraat. Ik ben toen naar de menner die op de bok van het span zat toegelopen en ik heb hem gevraagd waarom hij dat deed en dat het vast niet de eerste keer is geweest. Hierop zag ik dat de man die op de bok zat afstapte en op mij toe kwam lopen. Wij kregen een woorden wisseling en de zaak liep zo hoog op dat de man mij sloeg. Dit deed hij met gebalde vuist en hij sloep mij op mijn mond. Dit deed mij pijn…Tevens sloeg hij mij op mijn schouder…Ik heb de man ook een schop tegen zijn benen gegeven. Tijdens deze confrontatie sloeg het paard op hol om vervolgens door de winkelruit te eindigen van “Rigoletto” op het Sint Annaplein te Baarle-Nassau.(…)”
- De winkelpui van Rigoletto is door het incident beschadigd en is nadien vervangen door een nieuwe pui. Verder heeft het incident schade veroorzaakt aan het interieur en de inventaris van Rigoletto. Als gevolg hiervan was de winkel tot zondag 11 juli 2010 gesloten voor het winkelend publiek.
- De naamloze vennootschap Achmea Schadeverzekeringen N.V., gevestigd
in Apeldoorn (hierna te noemen: Achmea) is de aansprakelijkheidsverzekeraar van [eiser].
- Rigoletto was tegen schade verzekerd bij ASR Verzekeringen (hierna: ASR).
- De eigenaar van het winkelpand waarin Rigoletto was gevestigd, de vennootschap G. Bruurs Beheer B.V. heeft een opstalverzekering bij de naamloze vennootschap Interpolis Schadeverzekeringen N.V. (hierna: Interpolis).
- Rigoletto en ASR hebben [eiser] als bezitter van het paard aangesproken tot vergoeding van de schade aan de winkel (art. 6:179 BW).
- De eigenaar van het winkelpand, G. Bruurs Beheer B.V. en Interpolis hebben [eiser] op dezelfde grondslag aangesproken tot vergoeding van de schade aan het winkelpand.
- [eiser] heeft het paard op 13 december 2011 laten inslapen.
- [eiser] had het paard verzekerd bij de firma Equipe te Waspik. Equipe heeft aan [eiser] ziektekosten uitgekeerd, alsmede een uitkering gedaan ter zake het overlijden van het paard.
- Op 1 september 2014 heeft de vennootschap [naam deskundige] Ongevallenanalyse B.V. (hierna: [naam deskundige]) in opdracht van de rechtsbijstandverzekeraar (DAS Rechtsbijstand) van [eiser] een toedrachtsrapport betreffende het ongeval gemaakt. In het rapport is onder meer als volgt geconcludeerd:
“(…)
[gedaagde] heeft na het inhalen van de paardenwagen zijn door hem bestuurde combinatie (personenauto met aanhangwagen) naar rechts gestuurd zodat [eiser] werd klemgereden en het paard en de wagen koers moesten zetten richting het trottoir. Met rechts het hek, links betonnen palen en van voren een boom was er voor Frieske in de op het troittoir tot stilstand gekomen positie geen (reële) mogelijkheid om voorwaarts verder te kunnen. Als reactie op het ongedurig worden van het paard heeft [gedaagde] ophitsende geluiden gemaakt, met zijn armen gezwaaid en op het dak van zijn auto geslagen, met als gevolg dat Frieske op hol is geslagen en uiteindelijk in de winkel Rigoletto op het Sint Annaplein tot stilstand is gekomen. Zij liep daarbij verwondingen op aan hoofd en benen.(…)”
3.3.
Het betreffende incident heeft op 8 juli 2010 plaatsgevonden. De vraag welk recht op de rechtsverhouding tussen partijen van toepassing is, dient in het voorliggende geval (bij uitsluiting) te worden beantwoord aan de hand van het Haagse Verdrag van 4 mei 1971 inzake de wet welke van toepassing is op verkeersongevallen op de weg (Trb. 1971, 118; hierna: het Verdrag). Uit artikel 28, eerste lid, van de Rome II-Verordening volgt immers dat die verordening onverlet laat de toepassing van internationale overeenkomsten waarbij één of meer lidstaten op het tijdstip van de vaststelling van de verordening partij zijn en die regels bevatten inzake het toepasselijke recht op niet-contractuele verbintenissen. Het Ver-drag is een internationale overeenkomst in die zin. De uitzondering van artikel 28, tweede lid, van de Rome II-Verordening, waaruit volgt dat de verordening voorrang heeft op (oudere) uitsluitend tussen lidstaten gesloten overeenkomsten, is hier niet van toepassing, omdat bij het Verdrag ook niet-lidstaten zijn aangesloten. Blijkens de in artikel 3 van het Verdrag opgenomen verwijzingsregel, geldt als uitgangspunt dat van toepassing is de interne wet van de Staat op welk grondgebied het ongeval heeft plaatsgevonden (de lex loci delicti). Op grond van het algemeen spraakgebruik en het toelichtend rapport bij het Verdrag (het Rapport Essèn) dient te worden aangenomen, dat met de locus delicti is bedoeld de plaats van de gebeurtenis waardoor de schade is ontstaan. Op grond van de hoofdregel van het Verdrag dient de onderhavige zaak derhalve te worden beoordeeld naar Nederlands recht, nu het ongeval zich in Baarle-Nassau heeft voorgedaan. Overigens, zulks staat tussen partijen ook niet ter discussie.
3.14.
Als schade wordt onder meer betaling gevorderd aan Achmea (aansprakelijkheids-verzekeraar van [eiser]) van een bedrag van € 28.982,-- vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf de in par. 49 van de dagvaarding vermelde data. Voormeld bedrag betreft onder meer het door Achmea aan Rigoletto voldane bedrag van in totaal € 23.380,--. Aan vermogensschade, te weten omzetderving voor Rigoletto, wordt een bedrag van
€ 1.630,-- gevorderd. Voormeld bedrag is door twee deskundigen beraamd en is gebaseerd op de jaaromzet 2009 en het gemiddelde van vier weekomzetten uit 2010, zo stelt [eiser].
3.14.1.
[gedaagde] betwist de gevorderde vermogensschade van Rigoletto, stellende dat deze moet worden bepaald door een vergelijking te maken van het feitelijke bedrijfsresultaat met het hypothetische bedrijfsresultaat. Volgens [gedaagde] dient rekening gehouden te worden met meerdere jaaromzetten. Ter comparitiezitting heeft [gedaagde] verklaard zich op dit punt evenwel te refereren aan het standpunt van de rechtbank.
3.14.2.
De rechtbank stelt vast dat de juistheid van de onderbouwing van de gevorderde vermogensschade door [gedaagde] onvoldoende gemotiveerd is betwist, nu hij heeft nagelaten te motiveren dat en waarom de door de vennootschap ZNEB Expertise en Taxatie B.V. (productie 12 bij dagvaarding) gehanteerde berekeningsmethodiek en het daaruit geresulteerde bedrag aan omzetderving onjuist zou zijn. Aldus ontbreekt een grond om andere schade dan voormelde gevorderde vermogensschade ad € 23.380,-- toe te wijzen.
3.14.3.
Het gevorderde bedrag van € 5.602,-- voor vervanging van de winkelpui is door [gedaagde] eveneens bestreden. In de visie van [gedaagde] dient bij de berekening een zogeheten “nieuw voor oud correctie” verdisconteerd te worden. In de visie van [gedaagde] is door plaatsing van een geheel nieuwe winkelpui sprake van een waardevermeerdering van het pand vergeleken met de waarde hiervan vlak vóór het ongeval.
3.14.4.
Als prod. 16 bij dagvaarding is een rapport van Bureau Hartveld (Eindrapport Brand/Varia; opgemaakt in opdracht van Interpolis, de opstalverzekeraar van de eigenaar van het winkelpand) in het geding gebracht waarin staat dat door het herstel van de winkelpui (te weten plaatsing van een nieuwe winkelpui) geen sprake is van enige verbetering. Gelet hierop vormt de blote stelling van [gedaagde] dat sprake is van een waardevermeerdering geen aanleiding om de gehanteerde berekening te corrigeren. Het gevorderde bedrag ad € 5.602,-- komt derhalve eveneens voor toewijzing in aanmerking.
3.14.5.
Uit het vorenstaande volgt dat het gehele door Achmea gevorderde bedrag van
€ 28.982,-- voor toewijzing in aanmerking komt. Bij gebreke van betwisting komt de gevorderde wettelijke rente als weergegeven in alinea 49 van de dagvaarding eveneens voor toewijzing in aanmerking als vermeld in het dictum.
3.16.
[eiser] vordert ten slotte betaling van een bedrag van € 11.769,78 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de in par. 52 van de dagvaarding vermelde data. Voormeld bedrag bestaat uit:
- de kosten voor het paard (niet vergoede ziektekosten ad € 642,78 en materiële schade van [eiser] ter zake het overlijden van het paard ad € 6.175,--);
- kosten van de marathonwagen ad € 4.952,--.
3.16.1
[gedaagde] heeft ter zake de kosten voor het paard en de kosten van de marathonwagen - behoudens de hierna te bespreken wettelijke rente over de kosten van de marathonwagen - geen inhoudelijk verweer gevoerd, zodat voormelde bedragen worden toegewezen.
3.16.2.
[eiser] vordert wettelijke rente over de ziektekosten voor het paard vanaf de data waarop hij deze heeft betaald. Deze post is door [gedaagde] niet weersproken en als gevorderd toewijsbaar.
3.16.3.
De gevorderde wettelijke rente ter zake de kosten van het overlijden van het paard is toewijsbaar met ingang van de overlijdensdatum van het paard, te weten 13 december 2011, nu deze kosten eerst dan zijn gemaakt.
3.16.4.
[eiser] vordert de wettelijke rente over de waardevermindering van de marathonwagen ad € 4.952,-- met ingang van 8 juli 2010. Met [gedaagde] is de rechtbank van oordeel dat de gevorderde wettelijke rente is verschuldigd over een bedrag van
€ 3.400,-- omdat uit het rapport van CED Bergweg blijkt dat de waardevermindering van de marathonwagen op dit bedrag is begroot. De wettelijke rente over voormeld bedrag wordt toegewezen met ingang van 8 juli 2010. De wettelijke rente over de overige kosten ter zake de marathonwagen, zijnde de herstelkosten, transportkosten en kosten voor vervangend materiaal van in totaal € 1.552,-- is toewijsbaar met ingang van de dag der dagvaarding.
3.16.5.
Het door [eiser] gevorderde bedrag van € 137,45 van de door DAS aan hem betaalde expertisekosten, vermeerderd met de wettelijke rente is niet weersproken en als gevorderd toewijsbaar. Daarnaast wordt betaling aan DAS gevorderd van een bedrag van
€ 5.848,23 ter zake buitengerechtelijke kosten ter vaststelling van de aansprakelijkheid van [gedaagde]. Hoewel [gedaagde] in de conclusie van antwoord verweer voert tegen deze kosten heeft hij bij antwoordakte erkend dat DAS deze expertisekosten aan [naam deskundige] Ongevallenanalyse heeft voldaan, zodat dit bedrag eveneens toewijsbaar is. De gevorderde wettelijke rente over deze kosten is niet weersproken en toewijsbaar met ingang van
4 september 2014.