Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ6478

Rechtbank 's-Gravenhage
18-12-2006
18-01-2007
09/925368-06
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig

Aan verdachte is ten laste gelegd dat zij van witwassen een gewoonte heeft gemaakt dan wel dat zij, zonder dat sprake is van een verband tussen de afzonderlijke witwashandelingen, een keer of meermalen heeft witgewassen. Vast staat dat verdachte gedurende enige maanden frequent en met regelmaat op haar naam geldbedragen heeft overgemaakt naar personen woonachtig in de Dominicaanse Republiek. Kern van het verwijt dat verdachte wordt gemaakt is, dat zij wist dat het geld onmiddellijk of middellijk van enig misdrijf afkomstig is. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte ten tijde van het overmaken van die geldbedragen wist dat het geld -onmiddellijk of middellijk- uit misdrijf afkomstig was. De rechtbank verstaat onder "wetende dat" ook de bewuste aanvaarding van een als aanmerkelijk te achten kans dat het geld (onmiddellijk of middellijk) van misdrijf afkomstig was. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte de kans hierop bewust heeft aanvaard. Vrijspraak.

Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

meervoudige kamer

parketnummer 09/925368-06

's-Gravenhage, 18 december 2006

De rechtbank 's-Gravenhage, recht doende in strafzaken, heeft het volgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

wonende te [adres].

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 4 december 2006.

De verdachte is ter terechtzitting gehoord, bijgestaan door haar raadsman mr. Koops.

De officier van justitie, mr. Backer, heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het haar bij dagvaarding onder 2 (vermeld als 3) ten laste gelegde feit wordt vrijgesproken en dat zij ter zake van het bij dagvaarding onder 1 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, en tot een werkstraf voor de duur van 240 uren, met aftrek voor de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Inzake de onder verdachte in beslag genomen voorwerpen heeft de officier van justitie de teruggave aan verdachte gevorderd.

De tenlastelegging.

Aan verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding.

Vrijspraak.

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de haar bij dagvaarding onder 1 en 2 (vermeld als 3) ten laste gelegde feiten heeft gepleegd, zodat zij daarvan dient te worden vrijgesproken.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat zij, al dan niet tezamen en in vereniging met (een) andere(n), van witwassen een gewoonte heeft gemaakt dan wel dat zij, al dan niet tezamen en in vereniging met (een) andere(n), zonder dat sprake is van een verband tussen de afzonderlijke witwashandelingen, een keer of meermalen heeft witgewassen. Deze gedragingen zijn strafbaar gesteld in de artikelen 420ter en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

Kern van het verwijt dat verdachte wordt gemaakt is, dat zij wist dat het voorwerp -in dit geval: het geld- onmiddellijk of middellijk van enig misdrijf afkomstig is.

Vast staat dat verdachte gedurende enige maanden frequent en met regelmaat op haar naam geldbedragen heeft overgemaakt naar personen woonachtig in de Dominicaanse Republiek. Zij deed dit telkens op verzoek van haar vriendin [vriendin] en doorgaans in aanwezigheid van [vriendin] en/of de partner van [vriendin], [partner]. Het over te maken geld kreeg zij in de bank door [vriendin] of [partner] aangereikt, waarna verdachte de formele handelingen voor de overboeking op zich nam.

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte ten tijde van het overmaken van die geld- bedragen wist dat het geld -onmiddellijk of middellijk- uit misdrijf afkomstig was. Bij de stortingen is haar verteld waarvan het geld afkomstig was en waarvoor het bestemd was, redenen waaraan zij geloof hechtte, aan welke mededelingen zij geloof hechtte.

De rechtbank verstaat onder "wetende dat" ook de bewuste aanvaarding van een als aanmerkelijk te achten kans dat het geld (onmiddellijk of middellijk) van misdrijf afkomstig was.

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte de kans hierop bewust heeft aanvaard; zij was verliefd en (achteraf bezien te) goedgelovig, zodat van een op de koop toe nemen van de kans op een criminele herkomst niet kan worden gesproken.

De officier van justitie heeft nog gewezen op de samenhang tussen de tijdstippen van de telefoongesprekken tussen de betrokken personen, en van de moneytransfers, vermeld op de pagina's 616/619/627 van het dossier; hieruit zou kunnen blijken dat verdachte wetenschap had van haar strafbare gedragingen.

De rechtbank deelt die opvatting niet, aangezien de inhoud van de telefoongesprekken waaraan verdachte heeft deelgenomen, niet bekend is geworden.

Op grond van het bovenstaande dient verdachte dan ook te worden vrijgesproken van het verwijt dat haar wordt gemaakt.

Tijdens de terechtzitting van 6 september 2006 heeft de officier van justitie meegedeeld dat zij met de formulering van de tenlastelegging zoals die luidt, beoogt (de rechtbank begrijpt, impliciet) subsidiair aan verdachte schuldwitwassen ten laste te leggen door in de feitelijke omschrijving van de gedraging "althans redelijkerwijs had moeten vermoeden" op te nemen.

De rechtbank kan de officier van justitie hierin niet volgen, aangezien naar het oordeel van de rechtbank dan behalve (gewoonte)witwassen, verdachte ook schuldwitwassen ten laste gelegd had moeten worden door dit begrip expliciet in de tenlastelegging op te nemen. Anders gezegd, witwassen omvat in de ogen van de rechtbank niet (ook) schuldwitwassen. Daarom beperkt de rechtbank haar oordeel over het aan verdachte gemaakte verwijt tot (gewoonte)witwassen.

De in beslag gnomen voorwerpen.

Blijkens de -aan dit vonnis gehechte en als C gemerkte- beslaglijst zijn onder verdachte voorwerpen in beslag genomen. Overeenkomstig de eis van de officier van justitie zal de rechtbank de teruggave van deze voorwerpen aan verdachte gelasten.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de haar bij dagvaarding onder 1 en 2 (vermeld als 3) ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij;

gelast de teruggave aan verdachte van de voorwerpen, welke staan vermeld op de aangehechte beslaglijst (C).

(in verzekering gesteld op 23 april 2006, in voorlopige hechtenis gesteld op 25 april 2006, welke voorlopige hechtenis met ingang van 4 mei 2006 is opgeheven)

Dit vonnis is gewezen door

mr. Elkerbout, voorzitter,

mrs Schreuder en Krekel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Hoekstra, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 december 2006.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.