5 Strafbaarheid feiten
De onder 1 en 2 bewezen feiten leveren op:
1.
van het plegen van witwassen een gewoonte maken;
2.
een overtreding van het voorschrift gesteld bij artikel 2:3a, eerste lid van de Wet op het financieel toezicht, opzettelijk begaan
Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren was het verboden om als geldtransactiekantoor werkzaam te zijn. Dit was tot 1 januari 2012 strafbaar gesteld in artikel 6, eerste lid, juncto artikel 1, onder 2° van de Wet op de economische delicten (hierna: WED).
Per 1 januari 2012 is artikel V van de Wijzigingswet financiële markten 2012 in werking getreden (Staatsblad 2011, nrs. 610 en 611). Hiermee is de zinsnede met betrekking tot de Wet inzake de geldtransactiekantoren in artikel 1, onder 2° WED komen te vervallen. Hierdoor is de strafbaarstelling van een overtreding van artikel 3, eerste lid, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren op dat moment vervallen. Weliswaar is met de Wijzigingswet financiële markten 2012 overtreding van artikel 2:54i van de Wet op het financieel toezicht (hierna: Wft) als economisch delict strafbaar gesteld in artikel 1, onder 2° WED en heeft dit Wft-artikel, getuige de Memorie van Toelichting van die wijzigingswet, te gelden als vervanging van het verbod om als geldtransactiekantoor werkzaam te zijn, maar dit artikel is pas per 1 juli 2012 in werking getreden (Besluit van 22 december 20111, Stb 2011, 671).
De rechtbank concludeert aldus dat in de ten laste gelegde periode van 1 tot en met 30 januari 2012 het optreden als geldtransactiekantoor niet meer strafbaar gesteld was in de WED en dat het vervangende artikel 2:54i Wft nog niet in werking was getreden.
De rechtbank zal de verdachte daarom, voor wat betreft de periode van 1 tot en met 30 januari 2012, ontslaan van alle rechtsvervolging.
Het onder 3 bewezen verklaarde levert, met inachtneming van hiervoor overwogene, op:
een overtreding van het voorschrift gesteld bij artikel 3, eerste lid van de Wet inzake de geldtransactiekantoren, opzettelijk begaan.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De feiten zijn dus strafbaar.
8 In beslag genomen voorwerpen
Van de lijst met in beslag genomen voorwerpen is een kopie als bijlage III aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
De officier van justitie heeft gevorderd om de onder 2, 3, 5 t/m 11, 13 en 16 t/m 18 vermelde voorwerpen verbeurd te verklaren en de overige op de lijst van in beslag genomen voorwerpen genoemde voorwerpen, met uitzondering van nr. 1, terug te geven aan de verdachte.
Ten aanzien van het op de beslaglijst als nr. 1 vermelde voorwerp (een auto) behoeft de rechtbank geen beslissing te nemen, aldus de officier van justitie, nu op deze auto conservatoir beslag ligt.
De rechtbank overweegt het volgende:
De op de lijst van in beslag genomen voorwerpen genoemde voorwerpen onder 2, 3, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 13, 16, 17 en 18 worden verbeurd verklaard nu de bewezen feiten met betrekking tot en met behulp van deze voorwerpen begaan.
Ten aanzien van de onder 12, 14 en 15 op de lijst van in beslag genomen voorwerpen genoemde voorwerpen zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.
De rechtbank gaat ervan uit dat het openbaar ministerie zal overgaan tot teruggave van het paspoort van verdachte, voorwerp nr. 4, aan hem, nu dit zich naar zijn aard niet leent voor (langdurige) beslaglegging en het openbaar ministerie dit voorwerp in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis onder zich heeft genomen en deze schorsing eindigt met de uitspraak in deze strafzaak.
9 Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op:
- de artikelen 33, 33a, 57 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht;
- de artikelen 1, 2, 6 en 7 van de Wet op de economische delicten;
- artikel 3 van de Wet inzake de geldtransactiekantoren en
- artikel 2:3a van de Wet op het financieel toezicht.
11 Beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar;
verklaart het onder 3 bewezenverklaarde strafbaar voor de periode van 14 oktober 2011 tot en met 31 december 2011;
verklaart het onder 3 bewezenverklaarde niet strafbaar voor de periode van 1 januari 2012 tot en met 30 januari 2012 en ontslaat de verdachte ten aanzien daarvan van alle rechtsvervolging;
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 34 (vierendertig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van in beslag genomen en nog niet terug gegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor de feiten 1, 2 en 3:
2. GSM zaktelefoon zwarte NOKIA (code: Po021.02.01.001);
3. GSM zak telefoon zwarte SAMSUNG met oplader (code: Po021.02.04.002);
5. Simkaart LYCA (code: Po021.02.08.002);
6. GSM zaktelefoon zwarte NOKIA (code: Po021.02.08.004);
7. BLACKBERRY-papiertje en 2 papiertjes (code OS841.01.03.002);
8. Defecte Blackberry-GSM (code OS841.02.01.003);
9. Rood adresboek (code: OS841.02.01.004);
10. Simkaart LYCAMOBILE (code: OS841.07.01.001);
11. Geldtelmachine (code: OS841.09.02.001);
13. Groene map (code: Po021.02.08.002);
16. Twee boekjes (code: OS841.02.01.001);
17. Zeven papieren (code: Po021.02.04.001);
18. Twee papieren (twee A4’tjes met aantekeningen) (OS841.02.01.001b);
- gelast de teruggave aan verdachte van:
12. Dertien opnamebewijzen van ABN AMRO (code: Po021.02.08.001a);
14. Rode etui met kettingen (code: Po021.05.01.002);
15. Rode Etui met 5 sieraden (code: Po02.05.01.003), te weten, (15B) één gouden armband, (15C) twee halskettingen, (15D) een paar oorbellen, (15E) één defecte oorbel.
Verstaat dat de officier van justitie over zal gaan tot teruggave aan verdachte van diens paspoort (nr. 4 op de lijst van in beslag genomen en nog niet terug gegeven voorwerpen).
Dit vonnis is gewezen door:
mr. G.A.F.M. Wouters, voorzitter,
en mrs. A.A.J. de Nijs en R. Terpstra, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.G. Kuijs, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 december 2015.
De griffier is wegens afwezigheid niet in staat dit vonnis mede te ondertekenen.