EHF vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I) [gedaagde] te veroordelen tot nakoming van zijn betalingsverplichting van in hoofdsom
€ 36.588,18, te vermeerderen met de contractuele rente vanaf 24 november 2010 tot en met de dag der algehele voldoening, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag,
II) [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de kosten van de conservatoire beslaglegging van de onroerende zaken, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening,
III) [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de proceskosten, te vermeerderen met de nakosten, één en ander te voldoen binnen veertien dagen na de datum van het vonnis, en –voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten, te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening,
IV) [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een vergoeding voor de buitengerechtelijke kosten tot een beloop van € 1.140,82, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag.