2
A) (
voorbereiding/bevordering in de zin van art 96 lid 2 Sr)
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2016 tot en met 27 februari 2016 te Enschede, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om:
opzettelijk brandstichting en/of het teweeg brengen van een ontploffing, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten zou zijn en/of dit feit iemands dood ten gevolge zou hebben, telkens te begaan met een terroristisch oogmerk,
voor te bereiden en/of te bevorderen,
> een ander heeft getracht te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen, en/of
> gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf aan zich en/of anderen heeft verschaft en/of heeft trachten te verschaffen, en/of
> voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf, en/of
> plannen voor de uitvoering van het misdrijf, welke bestemd zijn om aan anderen te worden medegedeeld, in gereedheid heeft gebracht of onder zich heeft gehad,
immers heeft/hebben en/of is/zijn verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, (telkens) met voormeld oogmerk:
-
het ideologisch gedachtengoed van het fascisme en/of nationaalsocialisme, althans van het rechts-extremisme, bestudeerd, gedeeld, uitgedragen en/of verheerlijkt, en/of
-
de persoon van Adolf Hitler verheerlijkt en/of zijn historische betekenis uitgedragen, en/of
-
de Afrikaner Weerstandsbeweging en/of Waffen SS en/of Ku Klux Klan verheerlijkt en/of uitgedragen, en/of
-
e superioriteit van het ‘blanke ras’ uitgedragen, en/of
-
in een (of meerdere) (groeps)app(s) het navolgende uitgedragen/ondersteund/tot zich genomen:
- een afbeelding van Adolf Hitler met als bijschrift “Hitler approves”, en/of
- een afbeelding van een schoonmaakmiddel met als bijschrift “Marokkanen verwijderaar”, en/of
- een afbeelding van Anne Frank met als bijschrift “morgen naar school toe? Nee joh ik ga op kamp”, en/of
- een afbeelding van het concentratiekamp Auschwitz met als bijschrift “plaats vrijmaken voor vluchtelingen? Auschwitz staat momenteel leeg!”, en/of
- een afbeelding van een negroïde persoon die is aangereden door een auto met als bijschrift “nu zit er godverdomme negerbloed aan mn lak”, en/of
- een afbeelding van een persoon met een brandende fakkel in zijn hand en als bijschriften: “eigen volk eerst” en/of “A.C.A.B.”, en/of
- een afbeelding van Adolf Hitler met als bijschrift “Islamisten….,die habe ich vergessen!”, en/of
- een afbeelding van een adelaar met hakenkruis met als bijschrift “White Power”, en/of
- een afbeelding van een galg met drie stroppen met als bijschrift ‘Moslem swing set", en/of
- een afbeelding van een vlag, welke werd gebruikt door de Afrikaner Weerstandsbeweging, en/of
- een afbeelding van een demonstrerende man die de Hitlergroet maakt,
althans racistische/extremistische/tot gewelddadig handelen jegens moslims en/of Marokkanen en/of personen met een negroïde uiterlijk en/of vluchtelingen oproepende uitingen verheerlijkt/ uitgedragen/ondersteund/tot zich genomen, en/of
overeengekomen om (een) molotovcocktail(s) tegen een moskee te gooien, en/of
(een) molotovcocktail(s) gemaakt, althans (een) fles(sen) gevuld met een brandbare vloeistof/brandbaar gas en/of voorzien van watten en/of textiel, en/of
zich met molotovcocktail(s), althans fles(sen) gevuld met een brandbare vloeistof/brandbaar gas, naar de moskee aan de Tweede Emmastraat te Enschede heeft begeven;
(artikel 47 jo 176b lid 2 en 157 Wetboek van Strafrecht)
B)
(samenspanning)
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2016 tot en met 27 februari 2016 te Enschede, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, heeft samengespannen tot het opzettelijk brand stichten en/of teweeg brengen van een ontploffing, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten zou zijn of dit feit iemands dood ten gevolge zou hebben, telkens te begaan met een terroristisch oogmerk,
immers heeft/hebben en/of is/zijn verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, (telkens) met voormeld oogmerk:
-
het ideologisch gedachtengoed van het fascisme en/of nationaalsocialisme, althans van het rechts-extremisme, bestudeerd, gedeeld, uitgedragen en/of verheerlijkt, en/of
-
de persoon van Adolf Hitler verheerlijkt en/of zijn historische betekenis uitgedragen, en/of
-
de Afrikaner Weerstandsbeweging en/of Waffen SS en/of Ku Klux Klan verheerlijkt en/of uitgedragen, en/of
-
e superioriteit van het ‘blanke ras’ uitgedragen, en/of
-
in een (of meerdere) (groeps)app(s) het navolgende uitgedragen/ondersteund/tot zich genomen:
- een afbeelding van Adolf Hitler met als bijschrift “Hitler approves”, en/of
- een afbeelding van een schoonmaakmiddel met als bijschrift “Marokkanen verwijderaar”, en/of
- een afbeelding van Anne Frank met als bijschrift “morgen naar school toe? Nee joh ik ga op kamp”, en/of
- een afbeelding van het concentratiekamp Auschwitz met als bijschrift “plaats vrijmaken voor vluchtelingen? Auschwitz staat momenteel leeg!”, en/of
- een afbeelding van een negroïde persoon die is aangereden door een auto met als bijschrift “nu zit er godverdomme negerbloed aan mn lak”, en/of
- een afbeelding van een persoon met een brandende fakkel in zijn hand en als bijschriften: “eigen volk eerst” en/of “A.C.A.B.”, en/of
- een afbeelding van Adolf Hitler met als bijschrift “Islamisten….,die habe ich vergessen!”, en/of
- een afbeelding van een adelaar met hakenkruis met als bijschrift “White Power”, en/of
- een afbeelding van een galg met drie stroppen met als bijschrift ‘Moslem swing set", en/of
- een afbeelding van een vlag, welke werd gebruikt door de Afrikaner Weerstandsbeweging, en/of
- een afbeelding van een demonstrerende man die de Hitlergroet maakt,
althans racistische/extremistische/tot gewelddadig handelen jegens moslims en/of Marokkanen en/of personen met een negroïde uiterlijk en/of vluchtelingen oproepende uitingen verheerlijkt/ uitgedragen/ondersteund/tot zich genomen, en/of
f. overeengekomen om (een) molotovcocktail(s) tegen een moskee te gooien, en/of
g. (een) molotovcocktail(s) gemaakt, althans (een) fles(sen) gevuld met een brandbare vloeistof/brandbaar gas en/of voorzien van watten en/of textiel;
(artikel 47 jo 176b lid 1 en 157 Wetboek van Strafrecht)
SUBSIDIAIR, INDIEN HET VORENSTAANDE ONDER 2 NIET TOT VEROORDELING LEIDT, DAT:
C) (
voorbereidingshandelingen als bedoeld in art 46 Sr)
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2016 tot en met 27 februari 2016 te Enschede, althans in Nederland, ter voorbereiding van het met een ander of anderen te plegen misdrijf, waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten brandstichting (art. 157 Sr) en/of brandstichting begaan met een terroristisch oogmerk (art 176a jo 157), opzettelijk tezamen en in vereniging met zijn mededader(s):
- een of meer molotovcocktails, althans fles(sen) en/of brandbare vloeistof/brandbaar gas en/of textiel/watten,
kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, heeft verworven, heeft vervaardigd, en/of voorhanden heeft gehad.
(artikel 46 Wetboek van Strafrecht)
10 De beslissing
vrijspraak/bewezenverklaring
- -
verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1A en B en 2A en B primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- -
verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1A en B en 2A en B primair meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
feit 1A
het misdrijf: medeplegen van poging tot opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten is, terwijl het misdrijf is begaan met een terroristisch oogmerk;
feit 1B
het misdrijf: medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is, terwijl het misdrijf is begaan met een terroristisch oogmerk;
feit 2A
het misdrijf: medeplegen van, met het oogmerk om voor te breiden dat opzettelijk brand wordt gestichten/of een ontploffing te weeg wordt gebracht, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten is, voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij zijn bestemd tot het plegen van het misdrijf en plannen voor de uitvoering van het misdrijf in gereedheid brengen, te begaan met een terroristisch oogmerk;
feit 2B
het misdrijf: medeplegen van samenspanning tot opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing te weeg brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten is, te begaan met een terroristisch oogmerk;
- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1A en B, 2A en B primair bewezenverklaarde;
- -
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 (vier) jaren, waarvan 1 (één) jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren;
- -
bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
- omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;
- omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- -
stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich na aanvang van de proeftijd meldt bij reclassering Nederland. Hierna moet hij zich blijven melden zo frequent en zo lang de reclassering dat nodig acht;
- -
stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met
[medeverdachte 3] , geboren op [geboortedag] 1991, [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedag] 1979, [medeverdachte 4] , geboren op [geboortedag] 1981 en [medeverdachte 1] , geboren [geboortedag] 1982;
- -
stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland;
- -
draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
- -
bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
- wijst af het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Venekatte, voorzitter, mr. M.A.H. Heijink en mr. B.T.C. Jordaans, rechters, in tegenwoordigheid van P.G.M. Klaassen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2016.
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer 2016099828 van 1 juli 2016. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
ten aanzien van de feiten 1A en B en 2A en B primair:
1.
De zich op pagina’s 1210 en 1211 bevindende verklaring van de getuige [getuige 1] die, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende inhoudt:
Op 27 februari 2016, omstreeks 21.35 uur reed ik over de Emmastraat. Ter hoogte van de moskee zag ik drie mannen in de richting van de moskee lopen. Ze staken de Tweede Emmastraat over, trokken de capuchon over hun hoofd en liepen naar het hek van de moskee. Ik zag dat twee mannen een fles uit hun jaszak pakten en met een aansteker de fles in brand probeerden te steken. Ik zag dat één van de flessen in brand vloog. Ik zag dat de man de brandende fles in de richting van de moskee gooide. Ik zag vervolgens een oranje gloed van vuur bij de moskee. Ik zag dat de andere man met de fles in de hand bleef proberen om de fles in brand te steken. Ik zag dat de fles uiteindelijk ook in brand vloog. Ik zag dat deze man vervolgens de brandende fles in de richting van de moskee gooide. Vervolgens renden de drie mannen weg. Ik ben vervolgens achter de mannen aangereden. Twee mannen renden in de richting van de [straat 1]. Een van deze mannen zag ik daar een woning in gaan. De voordeur van deze woning stond al open. Dit is de man die een brandende fles in de richting van de moskee heeft gegooid. Op verzoek van de politie ben ik teruggegaan naar de [straat 1] om te zien welk perceelnummer de man die een brandende fles had gegooid, naar binnen was gegaan. Dit is perceelnummer [huisnummer]. De man die de brandende fles heeft gegooid had een donkere driekwart parkajas met capuchon aan. De man die door het [park] rende had ook een driekwart parkajas met capuchon aan.
2.
De zich op pagina’s 1219 en 1220 bevindende verklaring van de getuige [getuige 4] die, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende inhoudt:
Op 27 februari 2016, omstreeks 21.50 uur, zag ik vanuit mijn woning dat een persoon de [straat 2] te Enschede overstak en in de richting van de omheining van de moskee ging. Vlak voor de omheining zag ik dat die persoon een voorwerp met een aansteker in brand stak en vervolgens met dat brandende voorwerp een gooibeweging maakte in de richting van de moskee. Vervolgens zag ik een brandende gloed van vuur achter de coniferen omheining van de moskee.
3.
De zich op pagina’s 1204 en 1205 bevindende verklaring van de getuige [getuige 5] die, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende inhoudt:
Op 27 februari 2016 was ik bezoeker van de moskee aan de Tweede Emmastraat te Enschede.
In de gebedsruimte waren ongeveer 30 personen aanwezig. Rond 21.30 uur kwamen er twee mannen de moskee binnen. Ze zeiden dat er een bierfles met vlam richting de moskee was gegooid. Buiten gekomen zag ik vlammen tegen de moskee aan. Daar is een grasveld. Ik heb de vlammen uitgetrapt.
4.
De zich op pagina’s 1105 t/m 1198 bevindende verklaring van aangever [aangever] die, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende inhoudt:
Ik doe namens de moskee aan de Tweede Emmastraat 50 te Enschede aangifte van poging tot brandstichting aan de moskee op 27 februari 2016, omstreeks 21.41 uur.
Op het moment van de poging brandstichting waren er ongeveer 30 personen, onder wie een aantal kinderen, in het gebouw. Op de plek waar de restanten van de brandbommen in het gras zijn gekomen waren die avond tot enkele minuten voordat de brandbommen werden gegooid, nog kinderen aan het spelen. Aan de zijde waar gegooid is zijn ramen aanwezig. Achter de ruiten zit de gebedsruimte. Het was duidelijk te zien dat er mensen in de moskee aanwezig waren. Het licht brandde volop en op de parkeerplaats stonden auto’s en fietsen. Onder de bezoekers is momenteel grote angst en onrust. Door de brandbommen is er schade ontstaan aan de graszoden.
5.
De zich op pagina’s 1225 en 1226 bevindende verklaring van [getuige 2] die, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende inhoudt:
Op 27 februari 2016 omstreeks 21.45 uur liep ik in de richting van de Tweede Emmastraat. Ik zag dat er iets brandends door de lucht vloog en tegen de gevel van de moskee kwam. Er was vervolgens een rode gloed nabij die plek.
6.
De zich op pagina’s 1227 en 1228 bevindende verklaring van [getuige 6] die, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende inhoudt:
Op zaterdag 27 februari 2016 in de avond, liep mik nabij de moskee aan de Tweede Emmastraat te Enschede. Ter hoogte van de moskee zag iets vlammen. Ik zag dat zich vuur van de ene plek naar de andere verplaatste. Aan de graskant zag ik twee brandhaarden op ongeveer een halve meter van de muur van de moskee. Nadat we de brand hadden geblust zag ik dat er vlekken tegen de gevel zaten.
7.
Een zich op pagina’s 1243 en 1245 bevindend proces-verbaal sporenonderzoek dat, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende inhoudt:
Op 27 februari 2016 te 22.45 uur, werd door mij, verbalisant, een forensisch onderzoek ingesteld, nadat een molotovcocktail tegen de buitenmuur van een gebedshuis aan de Tweede Emmastraat 50 te Enschede zou zijn geworpen. Ik zag glasscherven nabij de buitenmuur van het gebedshuis. Ik kon naast het glas stukken textiel, synthetische watten en etiketten onderscheiden. Ik zag een beroete flesbodem en een fles met een etiket met de tekst “Holger”. In het gras lag een stuk textiel dat groen en taupe van kleur was. Op een tegel zag ik vochtige synthetische watten. Er was sprake van 2 flessen. Er was brandschade aan het gazon. De lont van de molotovcocktails bestond uit synthetische watten met daaromheen een stuk textiel.
8.
Een zich op pagina’s 1259 en 1260 bevindend proces-verbaal sporenonderzoek/brandoorzaakonderzoek dat, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende inhoudt:
Op 29 februari 2016 werd door mij, verbalisant, een forensisch onderzoek ingesteld nadat op 27 februari 2016 een molotovcocktail tegen de buitenmuur van een gebedshuis aan de Tweede Emmastraat 50 te Enschede zou zijn geworpen.
Ik zag op het gras in een diameter van ongeveer 60 centimeter brandschade. Ik zag dat de brandschade zich op een afstand van ongeveer 80 centimeter van de heg en 120 centimeter van de muur bevond. In de muur van het gebedshuis bevonden zich 2 raamopeningen. De hoekmuur van het gebedshuis behoorde bij een bijgebouw waarvan het platte dak, voorzien van bitumen, zich op ongeveer 5 meter bevond. Gezien de locatie waar de brand had gewoed en brandschade was vastgesteld, was gemeen gevaar voor goederen aanwezig. Het aanwezige vuur op het gras had uit kunnen breiden naar de coniferenhaag die zich langs de gehele noordoostelijke erfgrens bevond. De molotovcocktail had op het platte dak van het gebedshuis kunnen belanden waarmee, subjectief gezien, gemeen gevaar voor personen had kunnen ontstaan.
9.
Twee zich op pagina’s 1378 t/m 1380 en 1404 en 1405, bevindende processen-verbaal van bevindingen uitkijken camerabeelden [adres 1] te Enschede, die, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende inhouden (bij het relateren van de inhoud van voormelde processen-verbaal worden de juiste tijden bij de beelden vermeld):
Op 4 en 7 maart 2016 heb ik, verbalisant, de beelden bekeken die afkomstig zijn van de camera’s van [adres 1] te Enschede. Deze camerabeelden zijn veiliggesteld door digitale recherche. Ik heb hierbij channel 1 en channel 4 bekeken tussen de tijdstippen 20.57.15 uur en 22.31.33 uur. Channel 1 en channel 4 zijn de camera’s aan de voorkant van de woning van [adres 1] te Enschede. Channel 1 is gericht op de voordeur van de betreffende woning, [adres 1] . Channel 4 is gericht op de stoep/straat links van de voordeur, gezien vanuit de woning zelf.
Ik zie het volgende:
Op 21.09.13 uur zie ik op channel 4 één auto onder in beeld aan komen rijden. Terwijl deze auto aan de linkerkant van de straat parkeert, gezien vanuit de woning [adres 1] , komt er meteen daarachter nog een auto onder in beeld aanrijden. Deze auto parkeert tevens aan de linkerkant van de straat, voor de eerste auto. Vervolgens zie ik diverse personen uit de beide auto’s stappen. Deze personen lopen allen in de richting van de woning [adres 1] . De eerst twee personen, die uit de eerst geparkeerde auto zijn gestapt, zijn een man met een kaal hoofd en een vrouw met lang blond haar. Deze personen herken ik ambtshave als [medeverdachte 1] en [getuige 3] . Achter [getuige 3] komen achtereenvolgens meerdere manspersonen die uit de als tweede geparkeerde auto komen. De eerste manspersoon welke achter [getuige 3] loopt, loopt richting de woning. Achter deze manspersoon loopt nog een manspersoon richting de woning. Achter deze man komen omstreeks 21.10.08 uur komen twee mannen in beeld, ook zij komen uit de auto die als tweede geparkeerd werd. De persoon links, gezien vanuit de camerapositie, is een kalende man die een parkajas draagt met een bontkraag bij de capuchon (hierna NN1). Ik zie dat beide personen links, gezien vanuit de camerapositie, een paadje in gaan. Op 21.11.08 uur zie ik vervolgens dat deze beide mannen weer links, gezien vanuit de camerapositie, in beeld komen. Hierbij loopt NN1 achter de man aan die iets in zijn linkerhand draagt. Zij verdwijnen vervolgens onder uit beeld. Op 21.09.23 uur zie ik op channel 1 [medeverdachte 1] onder in beeld verschijnen. Ik zie vervolgens dat [medeverdachte 1] de deur opent. Op dat moment verschijnt [getuige 3] onder in beeld. [medeverdachte 1] en [getuige 3] gaan vervolgens beiden de betreffende woning binnen. Op 21.09.41 uur zie ik één persoon onder in beeld verschijnen. Ook deze persoon loopt de betreffende woning binnen. Op 21.09.46 uur zie ik wederom één persoon onder in beeld verschijnen en de betreffende woning in lopen. Op 21.11.01 uur zie ik vervolgens 2 personen onder in beeld verschijnen. Zij lopen ook via de voordeur de betreffende woning in. Op 21.24.00 uur zie ik op channel 1, 5 mannelijke personen via de voordeur van de woning naar buiten komen. Hierbij is de derde manspersoon die naar buiten komt NN1. De vijfde manspersoon die naar buiten komt is [medeverdachte 1] . De mannen verdwijnen vervolgens allen onder uit beeld. Op 21.24.41 uur zie ik dat [getuige 3] via de voordeur van de woning naar buiten komt. Zij loopt in de richting van de mannen onder in beeld, draait zich vervolgens weer om en loopt weer in de richting van de voordeur om de woning in te gaan. Op 21.24.03 uur zie ik op channel 4 een manspersoon onder in beeld komen. Deze man wordt gevolgd door 3 andere mannen en, als laatste, komt [medeverdachte 1] in beeld. Een van deze mannen herken ik als NN1. Ik zie dat meerdere van deze manspersonen iets in hun handen vasthouden. Deze 5 mannen blijven enkele seconden onder in beeld staan en lopen vervolgens richting de auto. Dit betreft de auto die om 21.09.13 uur als eerste werd geparkeerd.
Op 21.24.41 uur zie ik [medeverdachte 1] terug lopen richting de woning. Op dat moment verschijnt ook [getuige 3] onder in beeld. [getuige 3] verdwijnt vervolgens weer onder uit beeld en [medeverdachte 1] draait zich om en loopt terug richting de auto waar de andere mannen nog staan. Zij lopen vervolgens iets verder. Op 21.25.35 uur zie ik de mannen terug lopen en in de betreffende auto stappen. Op 21.26.08 uur zie ik dat van de betreffende auto de lampen aan gaan, waarna deze auto weg rijdt. Op 21.26.28 uur zie ik dat de auto, boven in beeld rechtsaf slaat, gezien vanuit de camerapositie. Op 21.38.29 uur zie ik op channel 4 een auto onder in beeld verschijnen. De auto parkeert aan de linkerzijde van de straat, gezien vanuit de camerapositie. Dit is dezelfde plek als waar de eerste auto op 21.09.13 uur heeft geparkeerd. Ik zie vervolgens dat er 2 manspersonen uit de auto stappen. De manspersoon die uitstapt vanuit de bijrijderspositie loopt voorop. Ik zie dat hij iets in zijn beide handen vasthoudt. Vervolgens zie ik dat deze manspersoon op 21.38.48 uur links, gezien vanuit de camerapositie, uit beeld verdwijnt. De persoon die uit de auto stapte vanuit de bestuurderskant herken ik als [medeverdachte 1] . Hij loopt richting de woning [adres 1] , kijkt in de richting van de woning en verdwijnt vervolgens op 21.38.50 uur uit beeld. Op 21.38.48 uur zie ik op channel 1 [medeverdachte 1] onder in beeld verschijnen. Ik zie dat hij door het raam de woning in kijkt en vervolgens richting de voordeur van de woning loopt. Deze deur opent hij. Hij stapt vervolgens de woning in en enkele seconden later komt hij weer naar buiten. Hij blijft zich daarna in de deuropening van de woning begeven. Daarna loopt hij weer weg en op 21.39.09 uur verdwijnt hij weer onder uit beeld.
Op 21.39.09 uur zie ik op channel 4 van onder [medeverdachte 1] in beeld komen. [medeverdachte 1] trekt zijn capuchon over zijn hoofd en loopt over de stoep in de richting van [adres 2]. De man die eerder het paadje in gegaan was, komt het paadje uit en loopt achter [medeverdachte 1] aan. Beide mannen verdwijnen lopend uit beeld.
Op 21.40.22 uur zie ik op channel 1 een manspersoon rennend boven in beeld komen. Ik zie dat deze persoon vervolgens de woning in rent.
Op 9, 10 en 16 maart 2016 heb ik verbalisant, opgenomen beeldmateriaal bekeken dat afkomstig is van de camera’s die bevestigd zijn aan de voorzijde van de woning van perceel [adres 1] te Enschede. Dit betreft channel 1 en 4.
Ik zag het volgende:
21.38.49 uur channel 1, man met kaal hoofd, komt van onder in beeld en gaat via de voordeur van de woning [adres 1] naar binnen. Dit is dezelfde persoon die collega [verbalisant] herkent als [medeverdachte 1] .
21.39.02 uur channel 1, man met kaal hoofd ( [medeverdachte 1] ), staat even in de deuropening van de woning [adres 1] en loopt vervolgens weg onder in het beeld uit.
21.40.18 uur channel 4, auto komt boven het beeld in, rijdt door en verdwijnt onder uit beeld. 21.40.20 uur channel 1, man met kaal hoofd met parka met capuchon komt boven het beeld inlopen en loopt via de voordeur de woning [adres 2] naar binnen. Het lijkt of de voordeur openstaat omdat de man door loopt en geen handelingen verricht om een deur of een slot te openen.
21.41.21 uur. channel 1, zelfde man als op 21.40.20 uur komt de voordeur van [adres 1] uit en kijkt naar links, hij lijkt te praten en loopt de woning weer in.
21.42.23 uur channel 1, zelfde man als 21.40.20 en 21.41.21 uur komt de voordeur weer uit en kijkt wederom naar links. De man loopt vervolgens het beeld uit
21.42.32 uur channel 4, man met kaal hoofd, ¾ parkajas met bontkraag, komt van rechts onder in beeld, kijkt om zich heen en lijkt een paar seconden te wachten. Vervolgens loopt hij onder het beeld weer uit.
21.43.20 uur channel 4, meerdere manspersonen komen vanuit de richting [adres 2] boven het beeld in lopen. Eerst twee manspersonen, de rechtse man heeft een kaal hoofd (de eerder in proces verbaal genoemde [medeverdachte 1] ) en de linker man is langer. Deze twee mannen verdwijnen onder in beeld. Vervolgens komen er nog drie manspersonen van boven, uit de richting van [adres 2], het beeld in lopen. Alle drie manspersonen hebben een kaal hoofd. De meest rechtse man draagt een ¾ parkajas met bontkraag, dit is dezelfde man als genoemd in het tijdstip 21.42.32 uur. Deze drie mannen verdwijnen onder uit beeld.
21.43.29 uur channel 1, twee manspersonen komen van onderen het beeld in lopen. De man links heeft een kaal hoofd, zwarte jas, en de binnenkant van zijn capuchon is licht van kleur (de eerder in proces verbaal genoemde [medeverdachte 1] ). De andere man is langer en heeft iets op zijn hoofd. Beiden mannen gaan via de voordeur de woning [adres 1] in.
21.43.41 uur channel 1, drie manspersonen komen van onder het beeld in lopen en gaan de
woning [adres 1] naar binnen. De eerste man heeft een kaal hoofd en draagt een 3/4 parkajas, met bontkraag. De tweede man heeft een kaal hoofd en de derde man heeft ook een kaal hoofd en draagt ook een ¾ jas met capuchon.
10.
De zich op pagina’s 120 en 132 bevindende verklaring van verdachte [medeverdachte 1] die, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende inhoudt: (V = vraag verbalisanten, A = antwoord verdachte, O = opmerking verbalisant)
A: Die zaterdag kreeg ik [verdachte] aan de telefoon en hij vroeg wat we die avond zouden doen. Ik zei niets bijzonders. Toen vroeg hij of we zin hadden om te komen, om te praten over die dag er na.
Ik de schuur in daar. Daar waren toen ook [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4]. Ik weet zijn achternaam zo niet.
We hebben een beetje gepraat daar en hebben er een uurtje of twee gezeten. [medeverdachte 3] zei toen: “Hebben jullie dat gehoord van die brieven aan de moskee”. Dat hadden wij gehoord. Toen zei iemand, dat wij wat zouden doen om de gemeente bang te maken voor vluchtelingen die komen.
Wij besloten om een cocktail tegen de muur aan te gooien bij de moskee. [verdachte] zei toen dat hij geen flesjes in huis had. Ik zei dat ik nog wel flesjes thuis had. Toen zijn we naar mijn huis gereden. [getuige 3] met mij in de auto. [verdachte] met [medeverdachte 3]‘s auto en [medeverdachte 4], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zaten daar ook in. Ik heb toen met [verdachte] in de schuur flesjes gepakt. [verdachte] had spuitbussen bij zich. Dat spul heeft hij in de fles gespoten. We hebben er twee gevuld. Maar toen moesten we dat dicht maken. Ik kijk om mij heen, had ik daar watten liggen uit de droger. Wij dat er in gedaan, maar dat hield niet. Toen zag ik een tuinstoelkussen, daar hebben we 2 strookjes uitgesneden. En die watten hebben we erin gedaan. [medeverdachte 4] heeft ze in de tuk gedaan, die twee cocktails. Toen zijn we in de auto gegaan, met mijn auto. De bedoeling was dat ik op een plek zou staan wachten op hen.
Heb je een plattegrond?
V: Ja die hebben we.
O: We geven verdachte een plattegrond van omgeving [straat 1].
V: Verdachte geeft de route aan op de plattegrond die ze gereden hebben.
A: Hier is de Moskee hè. Hier ben ik de Bloemendaalstraat ingegaan.
A: Ik zou eigenlijk hier stoppen.
O: Verdachte wijst Bloemendaalstraat aan.
A: Maar toen gingen we dus rijden, helemaal hier langs en zo langs de moskee. Toen op de kruising met Pathmossingel net voorbij de Tweede Emmastraat stopte ik met de auto. Ik zei dat we het niet moesten doen, omdat er ook auto’s bij de moskee geparkeerd stonden.
[medeverdachte 4] zei toen tegen mij: “Laat mij maar eruit, jij hebt geen ballen. Ik doe het zelf wel.”
[medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zijn ook uit de auto gestapt daar. [verdachte] is weer bij mij ingestapt en toen zijn we weer naar mijn huis gegaan.
Toen ik bij mijn huis kwam, hoorde ik de brandweer al.
Ik ben toen weggegaan en heb de deur opengelaten. Ik zei tegen [verdachte] zullen we aan het eind van de straat wachten. Ben ik daar gaan staan met [verdachte].
A: Hier kwam [medeverdachte 4] vandaan.
O: Verdachte wijst Ruwerstraat aan.
A: [medeverdachte 2] kwam van hier.
O: Verdachte wijst de Buitenweg aan.
A: En [medeverdachte 3] kwam van achteren aanlopen.
O: Verdachte wijst vanuit de richting [straat 1] / Pathmossingel.
A: Toen zijn we naar ons huis gegaan. Eenmaal in de woning, zei [medeverdachte 3]: “Maak een foto van ons allemaal, lijkt net of we bij een verjaardag zijn geweest.
O: Bij het doorlezen merkt verdachte op dat [verdachte] dit zei, niet [medeverdachte 3].
A: Want ik had de slingers nog hangen, leek net of we verjaardag hadden.
[medeverdachte 2] vertelde dat de cocktail van hem uiteen spatte, [medeverdachte 4] kreeg hem niet aan. Toen hebben we het nog gehad over DSDA. En een half uurtje later zijn we weggegaan.
Ik was benieuwd wat de schade zou zijn en ben langs de moskee gereden.
V: Hoe laat waren jullie ongeveer bij [verdachte]?
A: In denk iets van 19.00 uur / 19.15 uur
V: Je zei dat iemand zei: “Zullen wij de gemeente bang maken”. Wie zei dat ?
A: Iemand die in de schuur was.
V: Wie waren er op dat moment in de schuur?
A: Wij vijven, [medeverdachte 2], Ik, [medeverdachte 3], [verdachte] en [medeverdachte 4]. (...) Iedereen zei: “Dan doen we dat”.
V: Hoe is het plan gekomen ?
A: (…) Toen hebben we daarmee ingestemd en toen gingen we dat doen. (….) Met die cocktails tegen de muur.
V: Hoe wist je dat je zo’n cocktail moest maken?
A: Dat moet je aan die jongens vragen die daar bij waren, maar ik heb deze gemaakt.(…) Ik heb de stof gesneden. Dat was van een kussen van een tuinstoel. (….). [verdachte] heeft het gas erin gedaan. (…) Ik heb het daarna in de roze vuilnisbak in huis gegooid.
V: Wat wisten de anderen van het plan van de cocktails ?
A: We hadden het allemaal bij [verdachte] bedacht in de schuur. We zijn allemaal in de auto gestapt. Toen wisten we allemaal wat we zouden gaan doen.(….) We hadden niet afgesproken, die doet dit of die doet dat. Dat ging gewoon zo.
V: Wie zat er naast jou ?
A: [verdachte]. (…) Achter mij zat [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] in het midden en [medeverdachte 4] daarnaast. [medeverdachte 4] stapte als eerste uit, nadat [verdachte] er even uit was gegaan.
V: Waar zag je die auto’s?
A: Hier voorbij de moskee. Toen ik vanaf de Poolmansweg de Elferinksweg op ging zag ik een busje staan.
V: (…) Wat dacht je toen ?
A: Omdat daar dan mensen waren.
A: (….) [medeverdachte 2] zei dat hij hem kapot had gegooid tegen de muur. [medeverdachte 4] zei dat hij hem eerst niet aan kreeg. [verdachte] vroeg of ik een foto wilde maken. Hij zei dan lijkt het net of we verjaardag hadden. Dan moest ik dat op facebook zetten en dan leek het net of we dat niet gedaan hadden. Die staat ook wel op mijn telefoon.
A: Waarom ben ik naar demonstraties gegaan vroegen jullie.
De eerste keer was in Enschede. De week erna in Ede. We waren met ongeveer 10 man bij de DTG weg en toen werden we in Ede benaderd om ons bij de DSDA aan te sluiten. [medeverdachte 4] heb ik leren kennen bij Ede. [medeverdachte 3] heb ik leren kennen bij de Enschedese demonstratie. [verdachte] ook toen.
11.
De zich op pagina’s 310 en 311 bevindende verklaring van [getuige 3] die, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende inhoudt: (V = vraag verbalisanten, A = antwoord verdachte)
V. We hebben je bij het vorige verhoor een aantal zaken voorgehouden. Hoe denk je daar nu over ?
A. Ik wil daar best wat over vertellen.
We zijn op een gegeven moment bij de woning van [medeverdachte 1] aangekomen. Daar hebben wij bij elkaar gezeten en gedronken. Ik zag op een geven moment dat er mensen weg gingen. Ze zeiden toen: “We zijn zo terug”. Op een gegeven moment kwamen ze weer terug en toen zijn we verder gegaan met zitten. En ja…Ik hoorde ze volgens mij iets zeggen over een molotovcocktail. Later kreeg ik wel iets mee dat er iets bij de moskee gebeurd moest zijn. Ik schrik daar best van. Later kreeg ik toch wel iets mee dat er iets van een molotovcocktail naar toe was gegooid. Op een gegeven moment kwam een idee om langs te rijden om te kijken wat er precies was gebeurd. Ik ben toen met [medeverdachte 1] in de auto mee geweest. We zijn er toen langs gereden.
12.
De zich op pagina’s 1240 en 1241 bevindende verklaring van de getuige [getuige 7] die, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende inhoudt:
Drie dagen geleden kwam [getuige 3] op bezoek. Dit was donderdag 3 maart. . Ze vertelde dat ze een relatie had met [medeverdachte 1]. Ze vroeg of ik wist dat [medeverdachte 1] was opgepakt. Hij werd er van verdachte een molotovcocktail te hebben gegooid. Naar de moskee. [getuige 3] zei hierop: “Maar er was een smerige Turk die de brand wist te blussen”. [getuige 3] vertelde dat [medeverdachte 1] zo dom was geweest. Ze hadden spullen bij hem in beslag genomen, zoals een krat bier, merk Holger, en met een flesje Holger zou naar de moskee gegooid zijn. En de hond had een kussen kapot gemaakt. De overblijfselen had [medeverdachte 1] in de Otto gegooid en hadden ze gebruikt voor de molotovcocktail.
13.
De zich op pagina’s 443 t/m 446 bevindende verklaring van verdachte [medeverdachte 2] die, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende inhoudt: (V = vraag verbalisanten, A = antwoord verdachte, O = opmerking verbalisant)
V. We zien je op een foto staan met een ding van DTG.
A: Ja dat klopt. (…) Ik ben misschien twee keer bij een demonstratie geweest.
O: Verdachte wijst op de foto van [naam].
A: Hij is de grote baas en hij is extreem.(….) Ik kwam er achter dat ze banden hadden met extremistische organisaties en groepen.
V: We gaan je wat foto’s laten zien.
O: Deze worden gevoegd bij het verhoor als bijlage 1, 2, 3 en 4
V: We herkennen je hierop. (….) Ook [medeverdachte 3] en [verdachte] herkennen we. We weten dat de foto is gemaakt aan de [adres 1] .
A: Ik zie dat ik daar op de foto sta. (….) Op foto 3 staan [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 3] .
14.
De op pagina’s 454 t/m 456 bij laatstgenoemd proces-verbaal als bijlagen 1, 2 en 3 gevoegde foto’s, die zijn gemaakt op 27-2-2016, om respectievelijk 21:49:22 uur; 21:49:46 uur en 21:49:42 uur en welke foto’s de hieronder weergegeven afbeeldingen weergeven.
15.
De zich op pagina’s 625 t/m 636 afgelegde verklaring van verdachte [medeverdachte 3] die, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende inhoudt: (V = vraag verbalisanten, A = antwoord verdachte, O = opmerking verbalisant)
V: Ik laat je 4 foto’s zien
O: Deze worden gevoegd bij het verhoor als bijlage 1, 2, 3 en 3a.
V: (….) Wie staan er op deze foto’s ?
A: [verdachte] en [medeverdachte 2]. (…) De foto is genomen bij [medeverdachte 1] en [getuige 3] thuis.
O: We hebben meerdere beelden bekeken van die avond. We zien dat 5 mannen de woning [adres 1] verlaten en met de auto vertrekken. Dit is rond 21.24 uur.
(…) Op de beelden is te zien dat jij afzonderlijk van de rest terugkomt bij de woning.
A: Ok… Ik zal er ongetwijfeld geweest zijn.
V: Vertel ons eens over de DTG.
A: We hebben gedemonstreerd tegen het AZC. Ze zagen mij als boegbeeld. (…) De DTG is in korte tijd enorm gegroeid.
V: Hoe vaak hadden jullie een demonstratie ?
A: Dat was in die tijd wel wekelijks, soms wel twee keer per week.
16.
De op pagina’s 627 t/m 629 bij laatstgenoemd proces-verbaal als bijlagen 1, 2, 3 en 3a gevoegde foto’s, ten aanzien waarvan de rechtbank concludeert dat de eerste 3 gelijk zijn aan de achter de verklaring van [medeverdachte 2] gevoegde foto’s en aldus zijn gemaakt op 27-2-2016, om respectievelijk 21:49:22 uur; 21:49:46 uur en 21:49:42uur.
17.
De zich op pagina’s 975 en 978 bevindende verklaring van verdachte [medeverdachte 4] die, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende inhoudt: (V = vraag verbalisanten, A = antwoord verdachte, O = opmerking verbalisant)
V: We weten dat er foto’s zijn gemaakt op 27 februari 2016 om 21.49 uur in de woning van [medeverdachte 1] . Wat weet je van die avond?
O: Verdachte maakt een drinkbeweging.
V: Wat hebben jullie verder gedaan die avond?
A: Bier drinken. Een feestje. Samen een biertje drinken.
V: We hebben het vorige week gehad over de DTG. Je hebt al gezegd dat je een paar keer mee bent geweest naar een demonstratie.
A: Ik ben twee keer mee geweest.
18.
Het zich op pagina’s 1095 t/m 1097 bevindend zaaksdossier deel 1, met daarin een selectie van afbeeldingen die onder meer het navolgende inhouden/weergeven:
Afbeelding van Adolf Hitler met een duim omhoog, verzonden op 14-2-2016 te 15.15 uur met het telefoonnummer van [medeverdachte 3] .
Afbeelding verzonden met het telefoonnummer van [medeverdachte 1] , op 14-02-2016 te 15.34 uur.
Afbeelding van Anne Frank met daarbij tekst, verzonden op 16-02-2016 uur met het telefoonnummer van [medeverdachte 3] .
Deze afbeelding is ook aangetroffen als jpg.bestand op de telefoon van [medeverdachte 1] .
Afbeelding met de tekst “Plaats vrijmaken voor vluchtelingen. Auschwitz staat momenteel leeg!”, verzonden met het telefoonnummer van [medeverdachte 1] op 16-02-2016 te 12.53.28 uur. Deze afbeelding is ook aangetroffen als jpg.bestand op de telefoon van [medeverdachte 1] .
Afbeelding (persoon aangereden door een auto) verzonden met het telefoonnummer van [medeverdachte 1] op 16-02-2016, met de reacties “die is wel schattig hahaha” en “nu zit er godverdomme negerbloed aan mn lak”, verzonden met het telefoonnummer van [medeverdachte 3] . Tussen deze reacties nog een reactie van [medeverdachte 1] , “zonde van de auto”. Deze afbeelding is aangetroffen als jpg.bestand op de telefoon van [medeverdachte 1] .
Deze afbeelding is ook aangetroffen als jpg. bestand op de telefoon van [medeverdachte 1] .
Deze afbeelding is aangetroffen als jpg.bestand op de telefoon van [medeverdachte 1] .