Beslagrecht. Vordering tot schorsing van de uitvoerbaar verklaring van eerder gewezen vonnis wordt afgewezen: geen misbruik van executiebevoegdheid. Toegang tot bedrijfsterrein ten onrechte afgesloten: niet toegestane vorm van eigenrichting.
zaaknummer / rolnummer: C/08/190275 / KG ZA 16-279
Vonnis in kort geding van 25 augustus 2016
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DEMAJO ONROEREND GOED B.V.,
gevestigd te Almelo,
verder te noemen Demajo,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AUTO CENTER LOSSER B.V.,
gevestigd te Hengelo,
verder te noemen Bedrijfswagens Twente,
eiseressen,
advocaat mr. J.A. Bezema te Groningen,
tegen
1 [gedaagde 1] ,
wonende te Hengelo,
2. [gedaagde 2],
wonende te Hengelo,
verder te noemen [gedaagden] c.s.,
gedaagden,
advocaat mr. A.F.M. den Hollander te Rotterdam.
1 De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding met producties;
-
aanvullende producties aan de zijde van eiseressen,
-
producties aan de zijde van gedaagden,
-
de mondelinge behandeling.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
2.1.
Demajo en [gedaagden] c.s. hebben al geruime tijd een geschil omtrent de verkoop door [gedaagden] c.s. aan Demajo van een aantal onroerende zaken, waaronder het perceel aan de [adres] te Hengelo.
2.2.
Bij vonnis van 6 oktober 2015 heeft de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, onder meer de koopovereenkomst tussen [gedaagden] c.s. en Demajo ten aanzien van de onroerende zaken aan de [adres] te Hengelo en al hetgeen daaruit is voortgevloeid vernietigd wegens misbruik van omstandigheden.
2.3.
Op het moment dat voornoemd vonnis werd gewezen was Bedrijfswagens Twente al langere tijd gevestigd aan de [adres] te Hengelo. Bedrijfswagens Twente huurt het bedrijfspand aan de [adres] van Demajo en exploiteert in het pand een garagebedrijf in bedrijfswagens.
2.4.
Demajo is tegen voornoemd vonnis van 6 oktober 2015 in hoger beroep gegaan bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
2.5.
Demajo heeft tot zekerheid van haar rechten conservatoir beslag gelegd op onder meer het bedrijfspand aan de [adres] te Hengelo.
2.6.
Op 8 augustus 2016 troffen de werknemers van Bedrijfswagen Twente bij aankomst op hun werk aan de [adres] te Hengelo een gesloten hek aan, afgegrendeld met sloten en voorzien van een bord waarop staat dat de toegang verboden is. Voorts was op het hek een bericht aangebracht met de tekst: “Voor toegang tot Bedrijfswagens Twente melden bij de heer [gedaagde 1] ” met daaronder zijn mobiele nummer.
2.7.
Op 9 augustus 2016 troffen de werknemers van Bedrijfswagens Twente tevens een papier op het hek met de tekst “Hier wordt het recht van Retentie uitgeoefend”.
2.8.
Bij aangetekende brief van 9 augustus 2016 hebben Demajo en Bedrijfswagen Twente [gedaagden] c.s. gesommeerd het bedrijfspand per ommegaande weer vrij te geven.
2.9.
[gedaagden] c.s. hebben bij e-mail van 10 augustus 2016 hierop gereageerd, waaruit onder meer blijkt dat [gedaagden] c.s. niet bereid zijn tot vrijgave over te gaan.
2.10.
Nadien heeft nog een e-mailwisseling tussen partijen plaatsgevonden.
3 Het geschil
3.1.
Demajo vordert -kort gezegd- bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1. te bepalen dat de uitvoerbaarverklaring bij voorraad in het vonnis van 6 oktober 2015, zaak-/rolnummer 3682594\ CV EXPL 14-10988 wordt geschorst totdat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan,
2. [gedaagden] c.s. te gelasten om per ommegaande na het wijzen van dit vonnis de toegang tot het bedrijfsterrein en het bedrijfspand aan de [adres] volledig te herstellen en hersteld te houden, zodat Demajo en Bedrijfswagens Twente weer volledig en vrijelijk van het bedrijfsterrein, het bedrijfspand en de zich daarop bevindende zaken gebruik kan maken, op straffe van verbeurte van een dwangsom en
3. [gedaagden] c.s. te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
[gedaagden] c.s. voeren verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling
4.1.
Het spoedeisend belang volgt uit de aard van het gevorderde.
4.2.
Ten aanzien van de gevorderde schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad overweegt de voorzieningenrechter dat schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad slechts kan plaatsvinden indien tenuitvoerlegging van het betreffende vonnis misbruik van executiebevoegdheid oplevert. Daarvan kan sprake zijn indien het te executeren vonnis op een juridische of feitelijke misslag berust of er een noodtoestand ontstaat op grond van na dat vonnis voorgevallen of gebleken feiten en omstandigheden.
4.3.
Demajo en Bedrijfswagens Twente hebben in dit verband gesteld dat het terugdraaien van de verkoop en levering niet alleen betekent dat het onroerend goed aan [gedaagden] c.s. ter beschikking moet worden gesteld, maar ook dat [gedaagden] c.s. de volledige vordering van Demajo moeten terugbetalen, hetgeen zij niet kunnen. Daarnaast zal ook het hypotheekrecht van Demajo weer op het pand moeten worden gevestigd, hetgeen executie van de onroerende zaken tot gevolg zal hebben. Ook hebben Demajo en Bedrijfswagens Twente gesteld dat Demajo aanzienlijk in de onroerende zaak heeft geïnvesteerd, waardoor in elk geval een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking resteert. Voor alle partijen is het daarom van belang dat er eerst een onherroepelijk arrest is, alvorens uitvoering gegeven gaat worden aan het vonnis van de kantonrechter, aldus Demajo en Bedrijfswagens Twente.
4.4.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat voornoemde door Demajo en Bedrijfswagens Twente gestelde omstandigheden geen omstandigheden zijn die ten tijde van het wijzen van het vonnis van 6 oktober 2015 niet voorzienbaar waren. Reeds gelet hierop is geen sprake van een noodtoestand als hiervoor bedoeld. Ook een juridische of feitelijke misslag in het vonnis van de kantonrechter is niet gesteld.
4.5.
Het vorenstaande brengt mee dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat tenuitvoerlegging van het vonnis van 6 oktober 2015 door [gedaagden] c.s. misbruik van executiebevoegdheid oplevert. De vordering tot schorsing van de uitvoerbaar verklaring van het vonnis van 6 oktober 2015 zal dan ook worden afgewezen.
4.6.
Ten aanzien van de vordering om de toegang tot het bedrijfsterrein en het bedrijfspand aan de [adres] volledig te herstellen en hersteld te houden overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Vast staat dat [gedaagden] c.s. op of rond 8 augustus 2016 zelf het bedrijfsterrein aan de [adres] te Hengelo hebben afgesloten met een hek, afgegrendeld met sloten en voorzien van een bord waarop staat dat de toegang verboden is.
4.7.
Echter: [gedaagden] hebben het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen d.d. 6 oktober 2015 niet laten betekenen en hebben geen deurwaarder ingeschakeld. Het door [gedaagden] c.s. eigenmachtig beletten van de toegang tot het bedrijfspand en het bedrijfspand aan de [adres] is een vorm van eigenrichting, die niet is toegestaan. Partijen verschillen van mening of deze belemmeringen thans nog aanwezig zijn. Gelet hierop zal de voorzieningenrechter de vordering om de toegang tot het bedrijfsterrein en het bedrijfspand aan de [adres] te herstellen en hersteld te houden toewijzen.
De voorzieningenrechter zal bepalen dat [gedaagden] c.s. hiervoor een termijn van 24 uur na betekening van dit vonnis krijgen. Ter zitting hebben [gedaagden] c.s. expliciet toegezegd voornoemde toegang vrij te zullen laten. Gelet op deze toezegging, ziet de voorzieningenrechter geen reden om een dwangsom op te leggen.
4.8.
Aangezien partijen over en weer in het gelijk en ongelijk zijn gesteld, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de proceskosten te compenseren.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter:
I. Gelast [gedaagden] c.s. om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de toegang tot het bedrijfsterrein en het bedrijfspand aan de [adres] te Hengelo volledig te herstellen en hersteld te houden zodat Demajo en Bedrijfswagens Twente weer volledig en vrijelijk van het bedrijfsterrein, het bedrijfspand en de zich daar op of in bevindende zaken gebruik kan maken;
II. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
III. Compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
IV. Wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.K.F. Hangelbroek en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2016.1