3.1.1
De bonden vorderen bij vonnis:
A. te verklaren voor recht:
primair:
I. dat op de doorstart van Heiploeg-oud c.s. in Heiploeg-nieuw c.s. de Richtlijn 2001/23/EG van toepassing is;
II dat de werknemers van Heiploeg B.V., Heiploeg Seafood B.V. en Heitrans B.V. op basis van richtlijnconforme interpretatie van de artikelen 7:662 e.v. BW per 27 januari 2014, dan wel op een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen datum van rechtswege, met behoud van hun arbeidsvoorwaarden, in dienst zijn gekomen bij Heiploeg Seafood International B.V. (dit geldt voor de werknemers van Heiploeg B.V. en Heiploeg Seafood B.V.), respectievelijk Heitrans International B.V.
subsidiair:
voor zover de kantonrechter oordeelt dat de richtlijn 2001/23/EG niet van toepassing is op de doorstart van Heiploeg-oud c.s. in Heiploeg-nieuw c.s. en/of dat de tekst van artikel 7:666 BW een richtlijnconforme interpretatie uitsluit:
dat de artikelen 7:662 e.v. BW desalniettemin van toepassing zijn, nu het zwaartepunt van de verkoop van de activa van Heiploeg-oud c.s. bij deze pre-pack duidelijk lag voor de faillissementen van Heiploeg-oud c.s. , als gevolg waarvan de werknemers van Heiploeg B.V., Heiploeg Seafood B.V. en Heitrans B.V. per 27 januari 2014, dan wel op een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen datum, van rechtswege met behoud van hun arbeidsvoorwaarden, in dienst zijn gekomen bij Heiploeg Seafood International B.V. (dit geldt voor de werknemers van Heiploeg B.V. en Heiploeg Seafood B.V.), respectievelijk Heitrans International B.V.
De bonden vorderen voorts bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Heiploeg Seafood International B.V. en Heitrans International B.V. te veroordelen:
B. om alle werknemers die op 27 januari 2014 in dienst waren bij Heiploeg B.V., Heiploeg Seafood B.V. (de oud-werknemers van Heiploeg B.V. en Heiploeg Seafood B.V.), dan wel Heitrans International B.V., waarbij de werknemers die zijn ontslagen schriftelijk worden uitgenodigd om aan het begin van de eerstvolgende maand, dan wel vanaf het eerste moment waarop zij daartoe in de gelegenheid zijn, hun oude werkzaamheden te hervatten, dan wel, wanneer zij hun oude werkzaamheden niet wensen te hervatten, in overleg te treden over een beëindiging van hun arbeidsovereenkomst, dit binnen een maand na betekening van het in deze te wijzen vonnis, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag per werknemer, voor elke dag dat Heiploeg Seafood International B.V. en Heitrans International B.V. nalaten om ten aanzien van enige werknemer aan deze veroordeling te voldoen, waarbij het maximum van de te verbeuren dwangsom wordt gesteld op € 50.000,- per werknemer;
C. om aan alle werknemers die vanuit Heiploeg B.V., Heiploeg Seafood B.V. en Heitrans B.V. vanaf de doorstart bij Heiploeg Seafood International B.V., dan wel Heitrans International B.V. in dienst zijn, dan wel sindsdien in dienst zijn geweest (dit is dus de groep werknemers die na het faillissement is overgenomen) een correcte en inzichtelijke berekening te verstrekken van het sedert 27 januari 2014, dan wel vanaf een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen datum, achterstallig loon en de achterstallige overige arbeidsvoorwaarden, dit binnen een maand na betekening van het in deze te wijzen vonnis, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag per werknemer, voor elke dag dat Heiploeg Seafood International B.V. en Heitrans International B.V. nalaten om ten aanzien van enige werknemer aan deze veroordeling te voldoen, waarbij het maximum van de te verbeuren dwangsom wordt gesteld op € 50.000,- per werknemer;
D. om over te gaan tot betaling van het achterstallige loon en de overige achterstallige arbeidsvoorwaarden van alle werknemers die vanuit Heiploeg B.V., Heiploeg Seafood B.V. en Heitrans B.V. vanaf de doorstart bij Heiploeg Seafood International B.V., dan wel Heitrans International B.V. in dienst zijn, dan wel in dienst zijn geweest voor de periode dat ze dit zijn geweest, waarbij het loon dient te worden vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW, gesteld op 50% van het loon, en waarbij alle betalingen dienen te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vervaldata tot aan de datum der voldoening, één en ander met gelijktijdige verstrekking van een bruto/netto specificatie, die binnen twee maanden na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag per werknemer, voor elke dag dat Heiploeg Seafood International B.V. en Heitrans International B.V. nalaten om ten aanzien van enige werknemer aan deze veroordeling te voldoen, waarbij het maximum van de te verbeuren dwangsom wordt gesteld op € 50.000,- per werknemer;
E. tot tijdig en correcte betaling van het toekomstig verschuldigde loon, als ook de overige arbeidsvoorwaarden aan alle werknemers die vanuit Heiploeg B.V., Heiploeg Seafood B.V. en Heitrans B.V. vanaf de doorstart bij Heiploeg Seafood International B.V., dan wel Heitrans International B.V. in dienst zijn, en dit voor zo lang als zij in dienst zijn, vanaf twee maanden na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag per werknemer, voor elke dag dat Heiploeg Seafood International B.V. en Heitrans International B.V. nalaten om ten aanzien van enige werknemer aan deze veroordeling te voldoen, waarbij het maximum van de te verbeuren dwangsom wordt gesteld op € 50.000,- per werknemer;
F. tot betaling van de proceskosten, waaronder het salaris van de gemachtigde van de bonden.
3.1.2
Ter onderbouwing van hun vorderingen hebben de bonden, kort samengevat, gesteld dat de uitzondering van artikel 7:666 BW op de toepasselijkheid van de artikelen 7:662 e.v. BW in geval van de overgang van een onderneming in casu niet van toepassing is althans buiten toepassing dient te worden gelaten omdat het doel van de faillissementen van de vennootschappen van Heiploeg-oud niet op liquidatie van de respectievelijke ondernemingen, maar op de continuïteit van die ondernemingen was gericht. Er heeft (mogelijk) enkel een goedkope herstructurering plaatsgevonden die zich aan controle van de vakbonden heeft onttrokken. Dat het doel gericht was op continuïteit blijkt uit het feit dat de activatransactie (de overgang van de onderneming) en de faillissementen zijn voorbereid middels een zogenoemde pre-pack, het productieproces geen moment heeft stilgelegen, de organisatiestructuur en het klantenbestand (nagenoeg) hetzelfde zijn gebleven. Omdat niet liquidatie maar continuïteit van de ondernemingen het doel was, dient artikel 7:666 BW, al dan niet na Richtlijnconforme interpretatie buiten toepassing te worden gelaten en dienen de bepalingen omtrent de overgang van de onderneming als bedoeld in artikel 7: 662 BW onverkort toepassing te vinden. Voor het beroep op Richtlijnconforme interpretatie verwijzen de bonden naar de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EG in de jaren 1985 e.v., waaruit de conclusie getrokken zou moeten worden dat de uitzondering van artikel 5 van Richtlijn 20012/23/EG niet van toepassing is bij een doorstart vanuit een faillissement als dat faillissement niet gericht is op liquidatie maar op continuïteit van de ondernemingen.