zaaknummer / rolnummer: C/08/140739 / KG ZA 13-236
Vonnis in kort geding van 2 augustus 2013
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] WONEN B.V.,
gevestigd te [plaats],
eiseres,
advocaat mr. A.M.E. Voerman te Amsterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
KONINKLIJKE AUPING B.V.,
gevestigd te Deventer,
gedaagde,
advocaat mr. E.J.H. Gielen te Utrecht.
Partijen zullen hierna [A] en Auping genoemd worden.
1 De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding;
-
de akte houdende overlegging (17) producties van [A];
-
de brief van Auping van 23 juli 2013 met 13 producties;
-
het faxbericht van 24 juli 2013 van Auping met producties 14 tot en met 19;
-
de mondelinge behandeling;
-
de pleitnota van [A];
-
de pleitnota van Auping.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
2.1.
[A] exploiteert een woon- en slaapwinkel in [plaats]. Auping produceert bedden, matrassen en aanverwante artikelen onder het merk “Auping”.
2.2.
De verkoop van Aupingproducten gebeurt door middel van een dealernetwerk dat bestaat uit gespecialiseerde winkels die uitsluitend Aupingproducten verkopen en het gehele assortiment voeren (Auping Plaza’s), winkels waarin Aupingproducten door middel van een “shop-in-shop” formule worden verkocht (Premium) en beddenspeciaalzaken of gemengde meubelzaken die – naast andere producten – ook Aupingproducten verkopen. [A] behoort tot deze laatste categorie dealers.
2.3.
[A] is in 1992 opgericht door [A] sr. dat thans wordt geleid door zijn zoons. Voor de oprichting van [A] dreef [A] sr. zijn woonwinkel als eenmanszaak. De samenwerking tussen de familie [A] en Auping bestaat al tientallen jaren.
2.4.
Naast de verkoop van Aupingproducten vanuit de winkel verkoopt [A] ook Aupingproducten met (extra) korting via haar website www.[A].nl.
2.5.
Auping heeft een op kwalitatieve selectieve distributie geënte strategie ontwikkeld die zij per 1 augustus 2011 heeft ingevoerd. Deze distributiestrategie voorziet in een grondige inkrimping van haar distributienet en een kwalitatieve opwaardering van de resterende verkoopkanalen.
2.6.
Auping heeft de distributieovereenkomst met [A] bij brief van 21 januari 2011 opgezegd tegen 1 juli 2012.
2.7.
Bij vonnis van 23 maart 2012 (zaaknummer / rolnummer: 195447 / KZ ZA 12-37) heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad, voor zover hier van belang, Auping geboden om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis aan [A] een distributieovereenkomst aan te bieden van het type Select en Auping veroordeeld om aan [A] een dwangsom te betalen van € 10.000,00 voor iedere dag, een gedeelte van een dag voor een gehele gerekend, dat zij niet aan dit gebod voldoet, tot in totaal een maximum van € 250.000,00 is bereikt.
2.7.1.
Tegen dit vonnis heeft Auping (formeel) hoger beroep ingesteld.
2.8.
Ter uitvoering van het vonnis van 23 maart 2012 zijn partijen een distributieovereenkomst van het type Select aangegaan die op 20 juli 2012 en 6 augustus 2012 door [voorletters] [A] namens [A] respectievelijk [B] namens Auping is ondertekend (hierna: de distributieovereenkomst).
2.9.
Bij brief van 27 mei 2013 heeft Auping aan [A] meegedeeld dat zij voor de periode na 1 augustus 2013 geen nieuwe distributieovereenkomst zal aanbieden. Bij brief van 6 juni 2013 heeft [A] op deze brief gereageerd waarop vervolgens Auping bij brief van 17 juni 2013 heeft geantwoord.
3 Het geschil
3.1.
[A] vordert – na eiswijziging – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
( i) Auping zal gebieden met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis de distributierelatie met [A] in stand te houden door per 1 augustus 2013 een nieuwe distributieovereenkomst aan te bieden van het type Premium, althans van het type Select;
(ii) subsidiair Auping zal gebieden met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis de distributierelatie met [A] in stand te houden door de huidige distributieovereenkomst met nog één jaar te verlengen tot 1 augustus 2014;
(iii) subsidiair Auping zal gebieden te betalen aan [A] binnen 10 dagen na betekening van dit vonnis een bedrag ter hoogte van € 250.000,00, althans € 182.000,00, aan verbeurde dwangsommen;
(iv) zowel primair als subsidiair Auping zal gebieden om gedurende de looptijd van de distributieovereenkomst met [A] de internetverkoop van [A] niet op onrechtmatige wijze te hinderen, waaronder door [A] toe te laten binnen de grenzen van het merkenrecht de merken en productnamen van Auping te gebruiken en door [A] toe te laten treden tot het E-commerce Platform (c.q. de gezamenlijke webshop van Auping via www.auping.nl) zonder daaraan de voorwaarde te verbinden de eigen webshop van [A] te moeten staken;
( v) zowel primair als subsidiair Auping zal verbieden om minimum wederverkoopprijzen op te leggen aan [A], behoudens in gevallen waarin Auping ten minste een maand van tevoren duidelijk en sluitend onderbouwt waarom de beoogde verticale prijsbinding onder de uitzondering van het kartelverbod ex artikel 6 lid 3 Mededingingswet valt;
(vi) zal bepalen dat Auping een dwangsom verbeurt van € 10.000,00 per dag (een gedeelte van een dag voor een gehele gerekend) dat zij niet aan het bepaalde onder (i), (ii), (iv) of (v) voldoet, en;
(vii) Auping zal veroordelen in de kosten van deze procedure.
3.2.
Auping voert gemotiveerd verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling
4.1.
Anders dan Auping betoogt, acht de voorzieningenrechter een spoedeisend belang van [A] bij haar vorderingen voldoende aannemelijk, reeds vanwege het gegeven dat de distributieovereenkomst een looptijd heeft tot 1 augustus 2013.
4.2.
Aan haar vorderingen heeft [A], samengevat, ten grondslag gelegd dat de opzegging van de distributieovereenkomst vanwege het ontbreken van een zwaarwegende reden niet geldig is in welk verband zij naar (rechtsoverweging 4.4 van) het vonnis van 23 maart 2012 en het arrest van de Hoge Raad van 28 oktober 2011, LJN: BQ9854 (Gemeente De Ronde Venen/Stedin) verwijst. Ook wijst [A] erop dat Auping vlak voor de brief van 27 mei 2013 haar een distributieovereenkomst van het type Premium met een looptijd van 3 jaar heeft aangeboden en dat zij momenteel de grootste klant van Auping in Nederland is. Volgens [A] is de werkelijke reden van de opzegging de internetverkoop met korting die echter niet als een zwaarwegende grond voor opzegging kwalificeert. Voorts is deze opzegging wegens strijd met mededingingsregels nietig. In dat kader verwijst [A] onder meer naar het arrest van het Hof van Justitie van de EG/EU van 13 oktober 2011, C-439/09, LJN: BU1231 (Pierre Fabre) en het als productie 16 overgelegde artikel van M.A. de Jong in Contracteren maart 2013, nr. 1 “Internetverkoop onder het mededingingsrecht”. Subsidiair stelt [A] dat Auping in strijd heeft gehandeld met het vonnis van 23 maart 2012. Daartoe voert [A] aan dat Auping haar slechts een distributieovereenkomst heeft aangeboden met een (feitelijke) duur van 1 jaar in plaats van een standaard Select-overeenkomst met een duur van 2 jaar.
4.3.
Anders dan [A] kennelijk veronderstelt, is de voorzieningenrechter, zoals Auping terecht stelt, voorshands van oordeel dat van een opzegging van de distributieovereenkomst geen sprake is. De vigerende distributieovereenkomst is een overeenkomst van bepaalde duur die na het verstrijken van de looptijd van rechtswege eindigt zonder dat daartoe een opzegging is vereist, hetgeen ook expliciet in artikel 21.1 van de distributieovereenkomst is neergelegd:
“De onderhavige overeenkomst heeft onverminderd het elders in deze overeenkomst bepaalde een looptijd van 2 jaar vanaf 1 augustus 2011. Na afloop van de looptijd eindigt deze overeenkomst van rechtswege, zonder dat daartoe enigerlei opzegging vereist zal zijn en zonder dat een van beide partijen terzake deze beëindiging aan de andere partij een vergoeding verschuldigd zal zijn. Partijen zullen uiterlijk twee maanden voorafgaande aan het moment dat de overeenkomst beëindigt in onderhandeling treden of en zo ja onder welke voorwaarden een nieuwe overeenkomst kan worden gesloten tussen partijen.”
4.4.
Uit het voorgaande volgt dat het door [A] aangehaalde arrest van de Hoge Raad van 28 oktober 2011 alsook het door Auping als productie 4 overgelegde arrest van de Hoge Raad van 14 juni 2013, LJN: BZ4163 (Auping/Beverslaap), die beide zien op opzegging van een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd, in dit geval toepassing missen. Ditzelfde geldt voor het vonnis van 23 maart 2012 waaraan eveneens een (onrechtmatige) opzegging van een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd ten grondslag ligt. Voorts betrekt de voorzieningenrechter hierbij dat met het sluiten van de distributieovereenkomst alle eerder tussen partijen gesloten distributie- en/of franchiseovereenkomsten zijn vervallen (artikel 26.4 van de distributieovereenkomst).
4.5.
Voor zover [A] de distributieovereenkomst “onder protest” heeft getekend, op de grond dat de distributieovereenkomst ten onrechte met terugwerkende kracht vanaf 1 augustus 2011 is ingegaan en dat een aantal van de daarin opgenomen distributieregels de internetverkoop van distributeurs belemmert en dus vanwege strijd met de mededingingsregels ongeoorloofd is, – wat daar verder ook van zij nu Auping dit gemotiveerd heeft betwist – had het op haar weg gelegen om een bodemprocedure te starten dan wel een executiegeschil aanhangig te maken. [A] heeft dat evenwel niet gedaan.
4.6.
Hieruit volgt dat de vorderingen (i), (ii) en (iii) voor afwijzing gereed liggen. Nu de vorderingen (iv), (v) en (vi) ook zijn gebaseerd op de grondslag dat de opzegging van de distributieovereenkomst nietig is, behoeven de in dat kader aangevoerde gronden geen nadere bespreking en dienen ook die vorderingen te worden afgewezen.
4.7.
[A] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Auping worden tot op heden begroot op:
- griffierecht 579,00
- salaris advocaat 904,00 (2 punten x tarief € 452,00)
Totaal € 1.483,00
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1.
wijst de vorderingen af;
5.2.
veroordeelt [A] in de proceskosten, aan de zijde van Auping tot op heden begroot op € 1.483,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Hulst en in het openbaar uitgesproken op 2 augustus 2013.
De gegevens worden opgehaald
Hulp bij zoeken
Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over: