1. [naam gedaagde 1] , mede h.o.d.n. Volo Sport Horses, zaakdoende te Bedford (Verenigd Koninkrijk)
2. [naam gedaagde 2] , mede h.o.d.n. Volo Sport Horses, zaakdoende te Bedford (Verenigd Koninkrijk)
3. ( mogelijke) rechtspersoon Volo Sport Horses, gevestigd te Bedford (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde partijen
verder ook te noemen: [gedaagde]
gemachtigde: voorheen mr. W.G. Reddingius, advocaat te Arnhem, thans mr. L.M. Schelstraete, advocaat te Tilburg.
1 Het procesverloop
Voor het procesverloop verwijst de kantonrechter naar de volgende stukken:
- het tussenvonnis van 1 juli 2015;
- het deskundigenbericht van 5 april 2016;
- het tussenvonnis van 20 april 2016;
- de conclusies na deskundigenbericht van beide partijen van 18 mei 2016;
- de antwoordconclusies na deskundigenbericht van beide partijen van 15 juni 2016.
Vervolgens is op vandaag uitspraak bepaald.
2 De verdere beoordeling
2.1
Bij tussenvonnis van 1 juli 2015 heeft de kantonrechter geoordeeld dat voor beantwoording van de vraag of Special Destiny op het moment van aflevering een gebrek had, behoefte bestond aan een deskundigenbericht.
2.2
Op 5 april 2016 hebben prof. dr. M.M. Sloet van Oldruitenborgh-Oosterbaan en dr. H. Brommer gezamenlijk een deskundigenbericht uitgebracht.
2.3
In dit deskundigenbericht staat onder meer het volgende: ‘bij het lezen van de stukken bleek dat het hier niet gaat om het veel voorkomende probleem van een thrombose van de V. jugularis (grote halsvene), maar op een thrombose van de A. Iliaca (grote beenarterie)
(…)
het is nu niet vast te stellen of Special Destiny op 24 september 2013 leed aan een thrombose van de A. iliaca.
(…)
Op 24 september was Special Destiny niet lijdend aan thrombose, want er was geen sprake van kreupelheid en het paard heeft begin oktober 2013 nog diverse springrubrieken gelopen. Als de vraag zou luiden ‘is het mogelijk dat er als sprake was van een zich ontwikkelende thrombus (stolsel) in het vat’ dan is daarop het antwoord: dit is in theorie mogelijk maar op geen enkele manier te onderbouwen.
Bij een thrombose in de V. jugularis, waarover veel kennis is omdat dit veel vaker voorkomt en aan de buitenkant gemakkelijk is waar te nemen, is de ervaring dat als zich een vat-verstoppend stolsel (thrombus) ontwikkelt dit doorgaans in uren of in dagen gebeurt en niet in de loop van weken. Over de snelheid van ontwikkelen van een thrombus in de A. iliaca zijn geen ‘zekere’ gegevens bekend. Dit kan mogelijk langzamer gaan, maar meer is daar niet over te zeggen.
(…) het ligt meer voor de hand dat de thrombose zich heeft ontwikkeld na 24 september 2013. Dit is gebaseerd op het feit dat de klinische klachten zich pas veel later hebben geopenbaard. (…)
Het is duidelijk minder waarschijnlijk dat de thrombus zich vóór 24 september 2013 heeft ontwikkeld dan dat het na die datum is gebeurd. Wij realiseren ons dat de Rechtbank echter een ‘hardere’ uitspraak nodig heeft. daarom: als wij ‘gedwongen’ zouden worden een cijfermatig oordeel te geven dan is onze ‘educated guess’ dat er 95% kans is dat de thrombus zich na 24 september heeft ontwikkeld en 5% kans dat er vóór die datum al een beginnende thrombus aanwezig was.’
2.4
[eiser] stelt zich op het standpunt dat uit het deskundigenbericht volgt dat het inderdaad mogelijk is dat Special Destiny reeds een chronische trombose had op het moment van levering. [gedaagde] is aldus niet geslaagd in het bewijs van zijn stelling dat het paard geen gebrek had bij levering.
2.5
[gedaagde] is van mening dat met de inhoud van het deskundigenbericht het hier aan de orde zijnde bewijsvermoeden in voldoende mate is weerlegd.
2.6.
Uit de onder 2.3 weergegeven inhoud van het deskundigenbericht volgt naar het oordeel van de kantonrechter dat rechtens genoegzaam is bewezen dat Special Destiny op het moment van levering geen gebrek had. De deskundigen stellen zich weliswaar op het standpunt dat er weinig bekend is over hoe lang het duurt voordat een thrombus zich zodanig ontwikkelt dat deze tot klinische klachten leidt, maar zij achten zich toch in staat een gefundeerde schatting te doen op basis van hun ervaring. Zij sluiten daarbij aan op hun ervaring bij de meer voorkomende thrombose van de grote halsvene. Deze ervaring leert dat als zich een vat-verstoppend stolsel (thrombus) ontwikkelt dit doorgaans in uren of in dagen gebeurt en niet in de loop van weken. Nu de klachten zich pas enige weken na levering openbaarden, schatten de deskundigen de kans dat er reeds bij levering sprake was van een gebrek op 5%. De kantonrechter kwalificeert dit percentage als hoogst onwaarschijnlijk.
2.7.
Anders dan [eiser] lijkt te betogen, is voor een bewijs in civilibus niet noodzakelijk dat er 100% zekerheid bestaat over de kwestie. Bij bewijslevering gaat het niet om het verschaffen van een wiskundige of natuurwetenschappelijke zekerheid. Een redelijke mate van zekerheid volstaat. Aan deze eis is in dit geval voldaan.
2.8.
De schriftelijke verklaring van Prof. dr. A.B.M. Rijkenhuizen (als productie 15 overgelegd door [eiser] na het tussenvonnis van 22 april 2015) dat een periode van twee maanden niet kan worden uitgesloten, legt in het licht van het voorgaande onvoldoende gewicht in de schaal om tot een ander oordeel te komen. Rijkenhuizen merkt op dat het paard ongeveer zes/zeven weken na de levering kreupel werd. Het komt de kantonrechter voor dat haar met het oog op deze tijdsspanne is gevraagd of een periode van twee maanden tussen het ontstaan van de thrombus en de klinische klachten mogelijk was. Het door haar gegeven antwoord – ‘het valt niet uit te sluiten’ – is op zichzelf niet strijdig met de bevindingen zoals verwoord in het deskundigenrapport.
2.9.
Nu in voldoende mate is komen vast te staan dat Special Destiny op het moment van levering geen gebrek vertoonde, kan [eiser] zich niet beroepen op een buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst en zal zijn vordering worden afgewezen.
2.10.
[eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden vastgesteld op € 2.100,- aan salaris gemachtigde en € 3.025,- aan kosten deskundigen.
3 De beslissing
De kantonrechter:
3.1
verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vordering tegen gedaagde sub 3, de (mogelijke) rechtspersoon Volo Sport Horses;
3.2.
wijst de vorderingen af;
3.3.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden vastgesteld op € 5.125,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
3.4.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van Rijn, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 13 juli 2016 in het openbaar uitgesproken.
De griffier
De kantonrechter
De gegevens worden opgehaald
Hulp bij zoeken
Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over: