3.1.
Stedin vordert om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
1. tot heraanbesteding van de in de dagvaarding genoemde aanbestedingsprocedure binnen 30 dagen na de datum van het vonnis, voor zover de aanbestedende dienst de opdracht nog wenst aan te besteden;
2. tot betaling van een dwangsom van € 5.000,00, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen dwangsom, voor elke dag of deel daarvan dat HNH niet voldoet aan het gevorderde onder 1 met een maximum van € 25.000,00;
3. in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de nakosten ten belope van € 131,00 zonder betekening, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, of € 199,00 in geval van betekening, en – voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te tekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening;
1. tot herbeoordeling van de drie geldige inschrijvingen in de in de dagvaarding genoemde aanbestedingsprocedure binnen 14 dagen na de datum van het vonnis, waarbij:
( i) het (sub)gunningscriterium kwaliteit meetdienst en meetdata wordt meegenomen in die beoordeling en waarbij in de verificatiefase de winnende inschrijver afvalt, als hij niet de gevraagde verklaring (VMNed) of een daaraan gelijkwaardige verklaring - zoals aangegeven in de nota van inlichtingen, welke voor iedere inschrijver beschikbaar was - kan overleggen (TenneT); en
( ii) de beoordeling van het (sub)gunningscriterium kwaliteit beheersorganisatie wordt aangepast nu bekend is dat de punten die als negatief ervaren worden, niet als zodanig terugkomen in de inschrijving en derhalve onjuist zijn geïnterpreteerd;
2. tot betaling van een dwangsom van € 5.000,00, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen dwangsom, voor elke dag of deel daarvan dat HNH niet voldoet aan het gevorderde onder 1 met een maximum van € 25.000,00;
3. in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de nakosten ten belope van € 131,00 zonder betekening, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, of € 199,00 in geval van betekening, en – voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.
3.2.
Aan haar vordering legt Stedin – samengevat – ten grondslag dat HHNK, door alle inschrijvers de volle 10 punten te geven, het (sub)gunningscriterium ‘Kwaliteit meetdata’ in feite geheel heeft laten vallen op het moment van voorlopige gunning, waarmee sprake is van een wezenlijke wijziging van de aanbestedingsprocedure. Daarmee heeft HHNK gehandeld in strijd met het aanbestedingsrecht, het bepaalde in de nationale en Europese aanbestedings-jurisprudentie, de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht (het transparantie- en het gelijkheidsbeginsel) en heeft HHNK onrechtmatig jegens haar gehandeld. Bovendien was HHNK wel in staat om de data van Stedin te verifiëren, aldus nog steeds Stedin.
3.3.
HHNK heeft tot haar verweer – kort gezegd – primair een beroep gedaan op de Exceptio plurium litis consortium. Volgens HHNK is niet slechts zijzelf als aanbestedende dienst te beschouwen, maar dienen HHNK, HHSK en WSHD gezamenlijk te worden aangemerkt als opdrachtgever c.q. aanbesteder. Volgens vaste rechtspraak dient de eiser in dat geval wegens de ondeelbare rechtsverhouding van meerdere partijen niet-ontvankelijk te worden verklaard. Maar ook indien Stedin wel ontvankelijk zou zijn, dient haar vordering subsidiair te worden afgewezen. HHNK is conform de aanbestedingsdocumenten tot haar gunningsbeslissing aan Westland gekomen en heeft daarbij voldaan aan de op haar rustende motiveringsverplichting, aldus nog steeds HHNK.