3 De voorvragen
De geldigheid van de dagvaarding
De rechtbank is na beraadslaging tot het oordeel gekomen dat de dagvaarding betreffende het onder 2 eerste alternatief tenlastegelegde feit partieel nietig moet worden verklaard, omdat de tenlastelegging deels innerlijk tegenstrijdig is. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
Aan verdachte is onder feit 2 (eerste alternatief) tenlastegelegd dat hij de eer of goede naam van een officier van justitie, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening en/of van het Openbaar Ministerie, heeft aangerand “door telastlegging van een bepaald feit”, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven.
De rechtbank stelt voorop dat voor de “telastlegging van een bepaald feit” in de zin van artikel 261 Sr is vereist dat het feit op een zodanige wijze door verdachte is tenlastegelegd dat het een duidelijk te onderkennen concrete gedraging aanwijst. Daarvan is bijvoorbeeld geen sprake indien het in de tenlastelegging omschreven “feit” niet het gedrag van de betrokkene betreft maar een eigenschap die hem of haar wordt toegedicht en evenmin - zo het wel gaat om het gedrag van die persoon - indien dat gedrag slechts in algemene termen wordt geduid en derhalve niet wordt toegespitst op een voldoende geconcretiseerde gedraging.
In de tenlastelegging worden feitelijke omschrijvingen gegeven van de “bepaalde feiten” waarvan de verdachte mr. [slachtoffer] (officier van justitie) en/of het Openbaar Ministerie zou hebben beschuldigd. Zo zou de verdachte - volgens de tenlastelegging - aan
(een) krantenjournalist(en) ten behoeve van publicatie onder meer de navolgende woorden hebben medegedeeld:
- “ Deze vrouw heeft de uitstraling van Irma Grese en/althans van een kampbeul” en/of
- “ Maar achter die vergelijking met Grese sta ik nog steeds. Als Paul Verhoeven een film over Auschwitz gaat maken, kan hij haar (mr. [slachtoffer] ) casten als Irma Grese en/althans als kampbeul. Die hele uitstraling van [slachtoffer] - kil, nors, hard, vilein - deed me denken aan Grese die ik onlangs in een documentaire op Netflix zag.”.
De rechtbank is van oordeel dat deze beweerdelijke uitlatingen van verdachte niet kunnen worden aangemerkt als “de telastlegging van een bepaald feit” in de zin van artikel 261 Sr, omdat de uitlatingen geen beschuldiging van een of meer concrete gedragingen inhouden.
De rechtbank zal de dagvaarding ten aanzien van dit gedeelte van de tenlastelegging
daarom nietig verklaren.
Deze partiële nietigheid heeft geen betrekking op de beweerdelijk door verdachte gedane uitlating zoals geformuleerd onder het tweede gedachtestreepje (“Er zijn vreselijke dingen gebeurd in die kampen, maar de ellende die zij heeft veroorzaakt, gaat nog 27 keer verder”). Immers hierin wordt een concrete gedraging van de beschuldigde beschreven.
De rechtbank verklaart de dagvaarding voor het overige geldig, zodat deze inhoudelijk kan worden beoordeeld.
9 De beslissing
De rechtbank:
Partiële nietigverklaring dagvaarding
- verklaart de dagvaarding betreffende het onder feit 2 eerste alternatief tenlastegelegde partieel nietig, zoals hierboven onder punt 3 is omschreven;
Vrijspraak
- spreekt de verdachte vrij van de overige onder 2 tenlastegelegde feiten;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder
punt 5 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte voor het bewezenverklaarde feit tot een geldboete van € 500,-,
bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door tien dagen hechtenis;
- bepaalt dat van deze geldboete een gedeelte, te weten € 250,- subsidiair vijf dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee
jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe, voorzitter, mr. J.H. Klifman en mr. F.M. van Maanen Winters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Romme, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 augustus 2016.
Buiten staat
Mr. F.M. van Maanen Winters is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
1.
hij (meermalen) in of omstreeks de periode van 10 mei 2016 tot en met 12 mei 2016 in de gemeente Heerlen, in elk geval in Nederland (telkens) opzettelijk een ambtenaar, mr. [slachtoffer] (officier van justitie), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening en/of het Openbaar Ministerie, in elk geval het openbaar gezag, (telkens) in het openbaar, mondeling en/of bij geschrift heeft beledigd, door voornoemde [slachtoffer] en/of het Openbaar Ministerie, in elk geval het openbaar gezag, in een tweet de navolgende woorden toe te voegen: "Ik hoop dat [slachtoffer] , oftewel "de Irma Grese van het OM, nog vanavond verongelukt", althans (telkens) woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
2.
hij, (meermalen) in of omstreeks de periode van 10 mei 2016 tot en met 12 mei 2016, in de gemeente Heerlen, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk de eer en/of goede naam van een ambtenaar mr. [slachtoffer] (officier van justitie), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening en/of van het Openbaar Ministerie, in
elk geval van het openbaar gezag, heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald
feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften
of afbeeldingen verspreid en/of openlijk tentoongesteld of aangeslagen en/of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht, door aan (een) krantenjournalist(en) ten behoeve van publicatie de navolgende woorden mede te delen:
- " Deze vrouw heeft de uitstraling van Irma Grese en/althans van een kampbeul" en/of
- " Er zijn vreselijke dingen gebeurd in die kampen, maar de ellende die zij heeft veroorzaakt, gaat nog 27 keer verder" en/of
- " Maar achter die vergelijking met Grese sta ik nog steeds. Als Paul Verhoeven een film over Auschwitz gaat maken, kan hij haar (mr. [slachtoffer] ) casten als Irma Grese en/althans als kampbeul. Die hele uitstraling van [slachtoffer] - kil, nors, hard, vilein - deed me denken aan Grese die ik onlangs in een documentaire op Netflix zag.",
althans (telkens) woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:
hij (meermalen) in of omstreeks de periode van 10 mei 2016 tot en met 12 mei 2016 in de gemeente Heerlen, in elk geval in Nederland (telkens) opzettelijk een ambtenaar, mr [slachtoffer] (officier van justitie), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening en/of het Openbaar Ministerie, in elk geval het openbaar gezag, (telkens) in het openbaar, mondeling en/of bij geschrift heeft beledigd, door aan (een) krantenjournalist(en) ten behoeve van publicatie over voornoemde [slachtoffer] -De Boer en/of over voornoemd Openbaar Ministerie, in elk geval openbaar gezag, de navolgende woorden toe te voegen:
- " Deze vrouw heeft de uitstraling van Irma Grese en/althans van een kampbeul" en/of
- " Er zijn vreselijke dingen gebeurd in die kampen, maar de ellende die zij heeft veroorzaakt, gaat nog 27 keer verder" en/of
- " Maar achter die vergelijking met Grese sta ik nog steeds. Als Paul Verhoeven een film over Auschwitz gaat maken, kan hij haar (mr. [slachtoffer] ) casten als Irma Grese en/althans als kampbeul. Die hele uitstraling van [slachtoffer] - kil, nors, hard, vilein - deed me denken aan Grese die ik onlangs in een documentaire op Netflix zag.",
althans (telkens) woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
.
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Parketnummer: 03/866176-16
Proces-verbaal van de openbare zitting van 22 augustus 2016 in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [adres verdachte] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. S. Weening en mr. J. de Bruin, advocaten kantoorhoudende te Maastricht.
mr. , officier van justitie,
De rechter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is wel/niet in de zittingzaal aanwezig.
De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen veertien dagen hoger beroep kan instellen.
Indien in deze zaak hoger beroep wordt ingesteld is het verlofstelsel van toepassing.
Dit proces-verbaal is vastgesteld en ondertekend door de rechter en de griffier.