RECHTBANK HAARLEM
Sector kanton
Locatie Haarlem
zaak-/rolnummer: 533148/CV EXPL 11-14360
datum uitspraak: 30 mei 2012
VONNIS VAN DE KANTONRECHTER
inzake
[X.]
te [woonplaats]
eiseres
hierna te noemen: [X.]
gemachtigde: mr. A.R.V. Djwalapersad
tegen
de stichting STICHTING KUNSTCENTRUM HAARLEM
te [woonplaats]
gedaagde
hierna te noemen: Kunstcentrum
gemachtigde: voorheen mr. M. Middeldorp, thans mr. M.C.A. van Heek
De procedure
[X.] heeft Kunstcentrum gedagvaard op 11 oktober 2011. Kunstcentrum heeft schriftelijk geantwoord.
Nadat de kantonrechter had beslist dat de zaak zich niet leent voor een comparitie van partijen na antwoord, heeft [X.] schriftelijk op het antwoord gereageerd, waarna Kunstcentrum nog een schriftelijke reactie heeft gegeven.
De feiten
1. [X.] is op 16 oktober 1990 bij Kunstcentrum in dienst getreden. Zij was laatstelijk werkzaam als stafmedewerkster tegen een loon van 2.563,30 bruto per maand exclusief vakantiebijslag en emolumenten.
2. In de arbeidsovereenkomst is niet is bepaald dat de arbeidsovereenkomst eindigt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd, de pensioengerechtigde leeftijd of iets dergelijks.
3. Op de arbeidsovereenkomst.is geen cao van toepassing.
4. Kunstcentrum heeft bij brief van 16 juni 2011 aan [X.] geschreven:
“(...) Het is in Nederland gebruikelijk (en bij het Kunstcentrum ook) dat werknemers uit dienst treden op het moment dat zij 65 worden en ook jouw arbeidsovereenkomst eindigt om die reden op 1 augustus a.s. van rechtswege. De afgelopen weken heb je mij laten weten dat je nog niet met pensioen wil en dat je zou willen doorwerken na je 65e. Het spijt me je te moeten teleurstellen, maar je contract eindigt op 1 augustus a.s. en het is niet mogelijk dat je na je 65e doorwerkt bij het Kunstcentrum. (...)”
5. Kunstcentrum heeft een ontslagvergunning aangevraagd bij het UWV.
6. Bij brief van 28 juli 2011 heeft de gemachtigde van [X.] een beroep gedaan op de vernietigbaarheid van het ontslag, omdat Kunstcentrum de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd zonder toestemming van het UWV, en voorts geschreven dat [X.] zich na haar vakantie tot 10 augustus 2011 beschikbaar houdt voor het verrichten van werkzaamheden en aanspraak gemaakt op loondoorbetaling.
7. [X.] heeft zich op 10 augustus 2011 bij Kunstcentrum gemeld voor het verrichten van werkzaamheden. Kunstcentrum heeft [X.] daarop verzocht het pand te verlaten.
8. Op 20 augustus 2011 is [X.] 65 jaar geworden.
9. Bij brief van 25 augustus 2011 heeft de gemachtigde van [X.] nogmaals de vernietigbaarheid van het ontslag ingeroepen, namens [X.] aanspraak gemaakt op loondoorbetaling en geschreven dat [X.] zich beschikbaar houdt voor het verrichten van werkzaamheden.
10. Het UWV heeft op 29 augustus 2011 een ontslagvergunning verleend.
11. Kunstcentrum heeft op 31 augustus 2011 de arbeidsovereenkomst met [X.] voor zover vereist opgezegd tegen 1 december 2011.
De vordering
[X.] vordert (samengevat) veroordeling van Kunstcentrum tot betaling van het loon over de periode augustus 2011 tot en met 1 december 2011 van 2.563,30 bruto per maand (exclusief vakantiebijslag en overige emolumenten) vermeerderd met wettelijke verhoging en wettelijke rente, 700,00 aan buitengerechtelijke incassokosten en de kosten van deze procedure.
[X.] legt aan de vordering ten grondslag dat de arbeidsovereenkomst eerst door opzegging per 1 december 2011 rechtsgeldig is beeindigd. Het standpunt van Kunstcentrum, dat de arbeidsovereenkomst vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van rechtswege is beeindigd, is onjuist. In de arbeidsovereenkomst is geen ‘pensioenbeding’ opgenomen. Evenmin is er een wettelijke bepaling dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar. Nu de arbeidsovereenkomst pas op 1 december 2011 rechtsgeldig is beeindigd, heeft [X.] recht op doorbetaling van haar loon en overige emolumenten tot deze datum.
Het verweer
Kunstcentrum voert aan dat de arbeidsovereenkomst per 1 augustus 2011 van rechtswege is geeindigd. Arbeidsovereenkomsten eindigen krachtens artikel 7:667 lid 1 BW van rechtswege wanneer de tijd, door het gebruik aangegeven, is verstreken. Kunstcentrum meent dat de arbeidsovereenkomst met haar werknemers van rechtswege eindigt in de maand dat de werknemer 65 jaar wordt, vanwege het in Nederland en bij Kunstcentrum geldende gebruik. Het inrichting van het sociaal bestel gaat ervan uit dat werknemers op hun 65e jaar met pensioen gaan. Kunstcentrum wijst voorts op een arrest van de Hoge Raad van 13 januari 1995, JAR 1995/35. Op dat moment ontstaat een recht op AOW. [X.] ontvangt vanaf 1 augustus 2011 pensioen. Dat er geen pensioenbeding in de arbeidsovereenkomst is opgenomen, verandert hier niets aan. Het feit dat de regering blijkens artikel 7 lid 2 van de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid een ontslag bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd toelaatbaar en objectief gerechtvaardigd acht, is een bevestiging van dit gebruik, evenals het feit dat het UWV nog geen aanleiding heeft gezien om haar beleid ten aanzien van leeftijdsontslag bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd te wijzigingen.
Kunstcentrum vindt het onredelijk dat [X.] loon vordert terwijl zij pensioen ontvangt. Kunstcentrum heeft het financieel niet ruim en [X.] is een relatief dure werknemer. Kunstcentrum heeft 20 jaar lang 75% werkgeversdeel bijgedragen aan het door [X.] opgebouwde pensioen en vindt het onredelijk dat zij nu nog vier maanden loon zou moeten betalen.
Kunstcentrum betwist primair dat zij wettelijke verhoging verschuldigd is. Subsidiair dient de wettelijke verhoging te worden gematigd. Kunstcentrum mocht er gerechtvaardigd op vertrouwen dat zij niet gehouden zou zijn tot loonbetaling na 1 augustus 2011, gezien het binnen Nederland en Kunstcentrum geldende gebruik om op 65-jarige leeftijd met pensioen te gaan.
Tot slot betwist Kunstcentrum de buitengerechtelijke incassokosten. Er zijn geen werkzaamheden verricht die voor vergoeding in aanmerking komen.
De beoordeling
1. Kunstcentrum stelt in dit kader dat het gebruik is binnen haar organisatie en in Nederland dat men bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd stopt met werken, zodat om die reden de arbeidsovereenkomst vanwege het gebruik van rechtswege is beeindigd ex artikel 7:667 lid 1 BW. [X.] heeft dit gemotiveerd betwist.
2. De kantonrechter is van oordeel dat de arbeidsovereenkomst niet van rechtswege eindigt door het enkele feit dat [X.] de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. Daarvoor zijn bijkomende feiten en omstandigheden nodig, waarvan niet is gebleken.
3. Kunstcentrum heeft haar stelling dat het binnen haar eigen organisatie gebruik is om bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd te stoppen met werken, gelet op de gemotiveerde betwisting door [X.], onvoldoende en niet met stukken onderbouwd. [X.] heeft onweersproken gesteld dat in de periode vóór juni 2011 partijen hebben gesproken over voortzetting van het dienstverband en dat Kunstcentrum pas na enkele gesprekken aan [X.] duidelijk heeft gemaakt dat het dienstverband niet kon worden voortgezet. Kennelijk was voortzetten van het dienstverband na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd voor Kunstcentrum aanvankelijk wel bespreekbaar. Dat zij zich vervolgens in haar brief van 16 juni 2011 op het standpunt heeft gesteld dat ‘het is niet mogelijk dat je na je 65e doorwerkt bij het Kunstcentrum’ maakt alleen al daarom niet dat de arbeidsovereenkomst met [X.] vanaf 1 augustus 2011 van rechtswege is geëindigd vanwege een binnen Kunstcentrum bestaand gebruik.
4. De kantonrechter is van oordeel dat thans niet (langer) gezegd kan worden dat het in Nederland gebruik is dat men stopt met werken bij het bereik van de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar, gelet op de maatschappelijke discussie en politieke besluitvorming over het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd en maatschappelijke ontwikkelingen van de laatste jaren waarbij stoppen met werken bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar niet meer vanzelfsprekend is. Daaraan doet niet af de overweging van de Hoge Raad in zijn arrest van 13 januari 1995, JAR 1995/35 dat “niet kan worden gezegd dat de regel dat een arbeidsovereenkomst in het algemeen van rechtswege eindigt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd, niet langer in overeenstemming is met de rechtsopvatting van brede lagen van de bevolking”, waarop Kunstcentrum een beroep heeft gedaan. Uit dit arrest, dat betrekking op een situatie van proeftijdontslag van een oudere werknemer, valt naar het oordeel van de kantonrechter niet af te leiden dat de Hoge Raad van oordeel is dat er een rechtsregel bestaat dat een arbiedsovereenkomst waarvan partijen niet zijn overeengekomen dat deze eindigt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd, niettemin van rechtswege eindigt.
5. Dat [X.] vanaf haar 65e jaar recht heeft op een pensioenuitkering, leidt niet tot de conclusie dat de arbeidsovereenkomst ook vanaf dat moment van rechtswege eindigt. Er is geen wettelijke regel die bepaalt dat de arbeidsovereenkomst bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.
6. Uit het voorgaande volgt dat de arbeidsovereenkomst niet per 1 augustus 2011 van rechtswege is geeindigd. De arbeidsoverenkomsteerst op 1 december 2011 wegens opzegging door Kunstcentrum is geeindigd. [X.] heeft derhalve recht op loonbetaling over de periode van augustus tot december 2011, vermeerderd met emolumenten, en een correcte eindafrekening, zodat dit deel van de vordering zal worden toegewezen.
7. De wettelijke rente, die Kunstcentrum niet heeft betwist, zal worden toegewezen zoals hierna is vermeld.
8. De gevorderde wettelijke verhoging zal de kantonrechter, gelet op de omstandigheden van dit geval, matigen tot nihil.
9. [X.] heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Kunstcentrum heeft dit gedeelte van de vordering betwist.
Gebleken is dat de door [X.] verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een (eventueel herhaalde) aanmaning, het doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal daarom worden toegewezen, echter slechts tot het bedrag volgens de staffel van het rapport Voorwerk II van € 700,00.
10. De proceskosten komen voor rekening van Kunstcentrum omdat deze grotendeels in het ongelijk wordt gesteld.
Beslissing
De kantonrechter:
- veroordeelt Kunstcentrum om aan [X.] te betalen, onder aftrek van de gebruikelijke inhoudingen, € 2.563,30 bruto per maand (exclusief 8% vakantiegeld en overige emolumenten) over de periode augustus 2011 tot december 2011, te vermeerderen met de wettelijke rente over voornoemde bedragen telkens vanaf het moment van opeisbaarheid tot de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt Kunstcentrum om zorg te dragen voor een correcte eindafrekening van het dienstverband;
- veroordeelt Kunstcentrum om aan [X.] te betalen € 700,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- veroordeelt Kunstcentrum tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [X.] tot en met vandaag worden begroot op de volgende bedragen:
dagvaarding € 90,81
griffierecht € 202,00
salaris gemachtigde € 600,00;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af wat meer of anders mocht zijn gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. van der Valk en uitgesproken op de openbare terechtzitting van ovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
Coll.