3.2
FNV verzoekt de kantonrechter - na wijziging van het verzoek bij brief van 8 oktober 2015 - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, uitspraak te doen over de volgende vragen en dit vast te leggen in een verklaring voor recht:
1) Is de vergoeding van kosten van huisvesting van uitzendkrachten uit het buitenland, de werknemers die zij in het buitenland heeft geworven, die zij in Nederland te werk stelt en voor wie de afstand tussen hun woning in het land van herkomst en de werkplek zodanig is dat redelijkerwijs van hen niet verlangd kan worden dat zij dagelijks na werk huiswaarts keren een onbelaste kostenvergoeding als bedoeld in artikel 22 lid 2 CAO NBBU?
2) Brengt het loonverhoudingsvoorschrift van artikel 22 lid 1 en 2 CAO NBBU mee dat [uitzendonderneming] ten aanzien van werknemers die zij in het buitenland heeft geworven, die zij in Nederland te werk stelt en voor wie de afstand tussen hun woning in het land van herkomst en de werkplek zodanig is dat redelijkerwijs van hen niet verlangd kan worden dat zij dagelijks na werk huiswaarts keren, artikel 55 CAO Bouw moet toepassen?
3) Brengt artikel 8 Waadi mee dat [uitzendonderneming] ten aanzien van werknemers die zij in het buitenland heeft geworven, die zij in Nederland te werk stelt en voor wie de afstand tussen hun woning in het land van herkomst en de werkplek zodanig is dat redelijkerwijs van hen niet verlangd kan worden dat zij dagelijks na werk huiswaarts keren, artikel 55 CAO Bouw moet toepassen?
4) Dient [uitzendonderneming] aan de werknemers die zij in het buitenland heeft geworven, die zij in Nederland te werk stelt en voor wie de afstand tussen hun woning in het land van herkomst en de werkplek zodanig is dat redelijkerwijs van hen niet verlangd kan worden dat zij dagelijks na werk huiswaarts keren, de kosten van huisvesting in Nederland te vergoeden?
5) Indien [uitzendonderneming] aan de werknemers die zij in het buitenland heeft geworven, die zij in Nederland te werk stelt en voor wie de afstand tussen hun woning in het land van herkomst en de werkplek zodanig is dat redelijkerwijs van hen niet verlangd kan worden dat zij dagelijks na werk huiswaarts keren een behoorlijke huisvesting in Nederland verstrekt, mag ze dan de kosten ervan geheel of gedeeltelijk op de werknemers verhalen?
6) Gesteld dat [uitzendonderneming] de kosten van huisvesting van de in vraag 1 en 2 bedoelde uitzendkrachten moet vergoeden dan wel kosteloos moet verstrekken op de voet van artikel 55 CAO Bouw, is dan uitruil toegestaan?
3.3
[uitzendonderneming] heeft de kantonrechter verzocht een oordeel te geven over de volgende vragen:
1. Acht U het aannemelijk dat bij het redigeren van artikel 55 CAO Bouwnijverheid
(voormalige artikel 40, maar tekstueel gelijk) rekening is gehouden met de
(grootschalige) inzet van arbeidsmigranten zoals deze heden plaats vindt?
2. Het staat vast dat de uitleg van FNV leidt tot een veel hogere kostprijs van de
arbeidsmigrant. Direct gevolg hiervan is dat indien deze uitleg wordt gevolgd
bouwbedrijven eerder zullen kiezen voor Nederlandse werknemers dan voor
arbeidsmigranten aangezien dit duizenden euro’s per maand zal schelen. Hoe
verhoudt deze uitleg zich met het Europees recht, in het bijzonder het vrij verkeer
van werknemers? Is de uitleg van FNV over artikel 55 CAO Bouwnijverheid in strijd
met Europees recht?
3. Wat wordt bedoeld met het woord “onredelijk” in de zin “... huiswaarts keren van de
werknemer onredelijk zou zijn ...“ zoals beschreven in artikel 55 lid 1 CAO
Bouwnijverheid.
Anders geformuleerd: wanneer is het redelijk dat in geval van een arbeidsmigrant
een vergoeding voor huisvesting en reiskosten naar het land van herkomst
redelijkerwijs verschuldigd is in het kader van de CAO Bouwnijverheid?
Vriendelijk verzoekt [uitzendonderneming] in het antwoord hierop, de meest voorkomende
situatie te betrekken dat een uitzendkracht er zelf voor kiest om voor de
uitzendkracht moverende redenen naar Nederland te migreren teneinde hier
werkzaamheden te verrichten (bijvoorbeeld geen werk in thuisland maar wel in
Nederland, betere carrière mogelijkheden etc.).
4. Is artikel 55 CAO Bouwnijverheid, meer in het bijzonder het begrip “woning” naar
Uw mening voor meerdere interpretaties vatbaar?
5. Verdient het naar Uw mening de voorkeur dat CAO-partijen opnieuw met elkaar in
onderhandeling gaan teneinde de CAO Bouwnijverheid op dit onderdeel te herijken
en/of te verduidelijken?
6. Acht U de bepaling zoals deze is opgenomen in artikel 47 van de Metaal-CAO een
rechtvaardig uitgangspunt bij de inzet van arbeidsmigranten in de bouwbranche (…)?
Naar de mening van [uitzendonderneming] is de bepaling van artikel 47 van de Metaal-CAO:
- duidelijk en transparant (het begrip “standplaats” is vele malen duidelijker dan
het begrip “woning” dat voor diverse interpretaties vatbaar is);
- toetsbaar (er kan immers eenvoudig gecontroleerd worden of de standplaats
tussen partijen is overeengekomen door deze op te nemen in de
arbeidsovereenkomst);
- redelijk (de werknemer kan immers zelf bepalen of hij akkoord gaat met de
standplaats en werkgever wordt niet “opgezadeld” met onredelijke wekelijkse
reis en verblijfskosten van een werknemer die zich zelf aanbiedt om bij haar te
komen werken);
- Het eerder besproken scenario van het tijdelijk wegvallen van werk op
bijvoorbeeld de standplaats Groningen en het aanbieden van nieuw werk in
Limburg gedurende de duur van de arbeidsovereenkomst maakt dat ook het
uitzendbureau op basis van dit artikel de kosten van huisvesting en reiskosten
terug naar de standplaats voor haar rekening dient te nemen.
7. Is de Euro 6,65 voeding toelage verschuldigd indien de werknemers
beschikken over kookgelegenheden en derhalve in staat zijn om zelf hun
maaltijden te verzorgen?