Uit de ‘Beoordelingscyclus 2009 voor [functie] ’ blijkt dat [verweerster] een ‘-’ (‘verbetering vereist’) scoort.
In dit verslag is onder meer het volgende vermeld:
‘Je bent iemand die zich soms geïrriteerd uitlaat’
‘Vaak gaat het tijden goed, maar ik zie toch regelmatig nog de irritatie, ook als een klant je niet direct begrijpt’.
‘Blijf werken aan je houding aan de telefoon. Laat de klanten niet merken als jij een mindere bui hebt’.
‘Je bent niet altijd even klantvriendelijk ingesteld, soms kom je nogal bot over.’
De ‘Beoordelingscyclus 2010 voor [functie] ’ vermeldt een ‘-’ score.
In dit verslag is onder meer het volgende vermeld:
‘Als je aan de telefoon zit ben je niet altijd even klantvriendelijk. Je bent vaak ongeduldig.’
‘Je gesprekken mogen wel iets vriendelijker klinken’
‘ik ben van mening dat je klantvriendelijkheid soms te wensen overlaat. Soms gaat het goed en dan weer niet. Wellicht heeft dit met je bui te maken. Klanten mogen het niet merken als jij een offday hebt’
Het beoordelingsverslag van 2011 vermeldt een ‘+’ als score.
In het voortgangsformulier van 2012 is onder meer het volgende vermeld:
‘ik kan niet zeggen dat je klantvriendelijk bent. Hier hebben we ook een correctiegesprek voor gevoerd.’
‘Wederom heb ik een gesprek van je beluisterd dat alles behalve klantvriendelijk was.’