Rechtbank DEN HAAG
Parketnummer 09/857382-13
Datum uitspraak: 13 februari 2014
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte]
,
geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats],
wonende aan [adres],
thans gedetineerd in [penitentiaire inrichting].
2 De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 9 juni 2013 te Leiden ter uitvoering van het door
verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk, en al dan niet met
voorbedachten rade, [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet, en
al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, met een (zak)mes, althans een
scherp en/of puntig voorwerp, meermalen heeft gestoken en/of gesneden in de
hals van die [slachtoffer], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf
niet is voltooid;
art 287/289 Wetboek van Strafrecht
art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht
art 289 Wetboek van Strafrecht
art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht
Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een
veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 9 juni 2013 te Leiden aan een persoon genaamd [slachtoffer]
, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (meerdere (diepe) snijwonden aan de
hals en/of de handen/vingers), heeft toegebracht, door deze opzettelijk met
een (zak)mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, meermalen in de hals
en/of de handen van die [slachtoffer] te steken en/of te snijden;
art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht
hij op of omstreeks 9 juni 2013 te Leiden [slachtoffer] heeft bedreigd met
enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers
heeft verdachte opzettelijk dreigend met een (zak)mes, althans een scherp
en/of puntig voorwerp, meermalen in de hals en/of de handen/vingers van die
[slachtoffer] gestoken en/of gesneden;
art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht
9 De beslissing
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het bij dagvaarding primair ten laste gelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:
verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
veroordeelt de verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren;
bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer], een bedrag van € 3.406,49, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 9 juni 2013 tot aan de dag van de algehele voldoening;
veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot
€ 3.406,49, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer];
bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt – onder handhaving van voormelde verplichting – vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 44 dagen;
bepaalt dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. E.AG.M. van Rens, voorzitter,
mrs. D.M. Thierry en E.C.M. Bouman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. K.K. Paap, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 februari 2014.