2 Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 juli 2014 tot en met 8 augustus 2014 te Amsterdam en/of te 's-Gravenhage en/of te Leiderdorp, in elk geval in Nederland, en/of te Turkije tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in het openbaar mondeling of bij geschrift of afbeelding, tot enig strafbaar feit en/of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag heeft opgeruid, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) op zijn, verdachtes, (algemeen toegankelijke) facebookpagina en/of de (algemeen toegankelijke) facebookpagina van zijn, verdachtes, rijschool een of meer filmpje(s) geplaatst,
waarbij hij, verdachte, de volgende tekst(en) zegt:
-"Onthoud goed, ja nogmaals die kanker zionisten. Die kanker zionisten ja, je moet ze, je moet ze vergelijken als een zombie ja als een zombie en weet je wat je moet doen met die zombies" en/of "Met die zombies ja, moet je ze kanker knallen" en/of "Kijk zie je" en/of "Zag je dat? Ja dat is nog niet genoeg he! en/of "je pakt je gun, je pakt je gun" en/of "Gaan we COD doen" en/of "kijk, kijk gaan we de sheriff zijn werk doen" en/of "Zo moet je die kanker zionisten kapot maken dood maken. Ja je moet ze vergelijken als zombies", althans woorden van gelijke aard en/of strekking
en/of waarbij hij, verdachte,
-een of meer vuurwapen(s), althans op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en), uit zijn broeksband pakt en/of de slede naar achteren trekt en/of de hamer spant en/of een of meerdere malen voornoemde vuurwapen(s), althans op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en), afvuurt en/of met voornoemde vuurwapen(s), althans op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en), zwaait;
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 juli 2014 tot en met 8 augustus 2014 te Amsterdam en/of te 's-Gravenhage en/of te Leiderdorp, in elk geval in Nederland, en/of te Turkije tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
een geschrift en/of afbeelding waarin tot enig strafbaar feit en/of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid, heeft verspreid, openlijk tentoongesteld en/of aangeslagen en/of om te verspreiden en/of openlijk tentoon te stellen of aan te slaan, in voorraad heeft gehad, terwijl hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat in het geschrift en/of afbeelding zodanige opruiing voorkomt,
immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) op zijn, verdachtes, (algemeen toegankelijke) facebookpagina en/of de (algemeen toegankelijke) facebookpagina van zijn, verdachtes, rijschool een of meer filmpje(s) geplaatst,
waarbij hij, verdachte, de volgende tekst(en) zegt:
-"Onthoud goed, ja nogmaals die kanker zionisten. Die kanker zionisten ja, je moet ze, je moet ze vergelijken als een zombie ja als een zombie en weet je wat je moet doen met die zombies" en/of "Met die zombies ja, moet je ze kanker knallen" en/of "Kijk zie je" en/of "Zag je dat? Ja dat is nog niet genoeg he! en/of "je pakt je gun, je pakt je gun" en/of "Gaan we COD doen" en/of "kijk, kijk gaan we de sheriff zijn werk doen" en/of "Zo moet je die kanker zionisten kapot maken dood maken. Ja je moet ze vergelijken als zombies", althans woorden van gelijke aard en/of strekking
en/of waarbij hij, verdachte,
-een of meer vuurwapen(s), althans op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en), uit zijn broeksband pakt en/of de slede naar achteren trekt en/of de hamer spant en/of een of meerdere malen voornoemde vuurwapen(s), althans op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en), afvuurt en/of met voornoemde vuurwapen(s), althans op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en), zwaait;
5 Bewijs
De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op volgende wettige bewijsmiddelen.
1. De verklaring die verdachte ter terechtzitting van 5 november 2014 heeft afgelegd, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik ben degene die op het filmpje te zien is. Ik ben degene die het filmpje heeft gemaakt en ik heb het filmpje op de Facebookpagina van mijn rijschool [naam site] gezet. Ik heb het filmpje gemaakt en geplaatst tijdens mijn vakantie. Ik ben op 9 augustus 2014 teruggekeerd in Nederland en ik was vier weken weg. Het klopt dat de wapens alarmpistolen waren.
2. Een proces-verbaal van bevindingen, met nummer 2014188582-3, van 5 augustus 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam 1] (pag. 16).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:
Op 5 augustus 2014 heb ik beelden bekeken en ik zag en hoorde het volgende:
Man zegt: "Onthoud goed, ja nogmaals die kanker zionisten. Die kanker zionisten ja, je moet ze, je moet ze vergelijken als een zombie ja als een zombie en weet je wat je moet doen met die zombies."
Man pakt rechtshandig een zwartkleurig vuurwapen (de rechtbank begrijpt: op een vuurwapen gelijkend voorwerp) uit voorzijde broeksband en trekt linkshandig slede naar achteren.
Man zegt: "Met die zombies ja, moet je ze kanker knallen."
Man vuurt wapen af en ik verbalisant hoor een knal en zie mondingsvuur uit de loop komen. Man vuurt snel achter elkaar nog meerdere malen, onderwijl roepend: "Kijk zie je." Einde afvuren wapen zegt man: "Zag je dat? Ja dat is nog niet genoeg he! Je pakt je gun, je pakt je gun."
Man pakt met rechterhand achter uit zijn rugzijde broeksband een zwartkleurig vuurwapen (de rechtbank begrijpt: op een vuurwapen gelijkend voorwerp). Man zegt: “Gaan we COD doen." Onderwijl spant de man met zijn duim de hamer en vuurt een schot. Man roept: "kijk, kijk gaan we de sheriff zijn werk doen." Man vuurt ondertussen een tweede schot. Man zegt: "Zo moet je die kanker zionisten kapot maken dood maken. Ja je moet ze vergelijken als zombies". Man staat ondertussen met in allebei zijn handen een vuurwapen (de rechtbank begrijpt: op een vuurwapen gelijkend voorwerp) en staat hiermee te zwaaien..
3. Een proces-verbaal verhoor getuige, met nummer 2014170983-2 van 29 juli 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam 2] (pag. 1-2).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van [naam 3], zakelijk weergegeven:
Vandaag, 29 juli 2014, zat ik omstreeks 21:45 uur op Facebook te surfen en zag daar een filmpje staan. Ik klikte op het filmpje en zag en hoorde dat een man zei: ‘Weet je wat je allemaal met deze journalisten (de rechtbank begrijpt: zionisten) moet doen?’ Ik zag vervolgens dat deze man een vuurwapen pakte uit zijn broeksband en dat hij meerdere keren begon te schieten. Daarna zag ik dat hij een ander vuurwapen pakte aan de achterkant van zijn broeksband en begon daar vervolgens ook mee te schieten.
6 Bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in rubriek 5. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
op een tijdstip in de periode van 12 juli 2014 tot en met 8 augustus 2014 in Nederland en Turkije, in het openbaar bij afbeelding tot enig strafbaar feit heeft opgeruid, immers heeft verdachte op de algemeen toegankelijke Facebookpagina van zijn, verdachtes, rijschool een filmpje geplaatst,
waarbij hij, verdachte, de volgende teksten zegt: "Onthoud goed, ja nogmaals die kanker zionisten. Die kanker zionisten ja, je moet ze, je moet ze vergelijken als een zombie ja als een zombie en weet je wat je moet doen met die zombies", en "Met die zombies ja, moet je ze kanker knallen", en "Kijk zie je", "Zag je dat? Ja dat is nog niet genoeg he!”, en "je pakt je gun, je pakt je gun", en "kijk, kijk gaan we de sheriff zijn werk doen" en "Zo moet je die kanker zionisten kapot maken dood maken. Ja je moet ze vergelijken als zombies"
en waarbij hij, verdachte, op vuurwapens gelijkend voorwerpen uit zijn broeksband pakt, de slede naar achteren trekt en/of de hamer spant, en meerdere malen voornoemde op vuurwapens gelijkende voorwerpen afvuurt en met voornoemde op vuurwapens gelijkende voorwerpen zwaait.
in de periode van 12 juli 2014 tot en met 8 augustus 2014 in Nederland en Turkije een afbeelding waarin tot enig strafbaar feit wordt opgeruid openlijk heeft tentoongesteld, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat in de afbeelding zodanige opruiing voorkomt,
immers heeft verdachte op de algemeen toegankelijke Facebookpagina van zijn, verdachtes, rijschool een filmpje geplaatst,
waarbij hij, verdachte, de volgende teksten zegt: "Onthoud goed, ja nogmaals die kanker zionisten. Die kanker zionisten ja, je moet ze, je moet ze vergelijken als een zombie ja als een zombie en weet je wat je moet doen met die zombies", "Met die zombies ja, moet je ze kanker knallen", "Kijk zie je", "Zag je dat? Ja dat is nog niet genoeg he!”, "je pakt je gun, je pakt je gun", "kijk, kijk gaan we de sheriff zijn werk doen" en "Zo moet je die kanker zionisten kapot maken dood maken. Ja je moet ze vergelijken als zombies"
en waarbij hij, verdachte, op vuurwapens gelijkende voorwerpen uit zijn broeksband pakt, de slede naar achteren trekt en/of de hamer spant, en meerdere malen voornoemde op vuurwapens gelijkende voorwerpen afvuurt en met voornoemde op vuurwapens gelijkende voorwerpen vuurwapen zwaait.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.
10 Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 6. is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
- het in het openbaar, bij afbeelding tot enig strafbaar feit opruien, en
- een afbeelding waarin tot enig strafbaar feit wordt opgeruid, openlijk tentoonstellen.
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 60 (zestig) dagen.
Beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Beveelt dat een gedeelte, groot 44 (vierenveertig) dagen, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.
De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende algemene en bijzondere voorwaarden houdt.
Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde
1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.
Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde
1. zich moet melden bij Reclassering Nederland aan de Wibautstraat 12 te Amsterdam wanneer hij opgeroepen wordt voor een gesprek en zich daarna gedurende door de reclassering bepaalde perioden moet blijven melden zo frequent als de reclassering gedurende deze perioden nodig acht, en zich gedurende deze perioden moet houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft;
2. moet deelnemen aan een diagnostisch onderzoek en een eventueel geïndiceerde behandeling bij De Waag, centrum voor ambulante forensische psychiatrie, of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij betrokkene zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven.
Geeft aan genoemde instelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover deze voorwaardelijk is opgelegd bij genoemd vonnis van 6 juni 2014, namelijk een gevangenisstraf van 8 (acht) dagen.
Heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door
mr. A.J. Dondorp, voorzitter,
mrs. C.A.E. Wijnker en H.M. van Niftrik, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C. Wolswinkel, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 november 2014.