Vordering en verweer
2.
[eiser] vordert, kort gezegd, tewerkstelling in zijn eigen functie en doorbetaling van het salaris en andere emolumenten vanaf 29 november 2013, met veroordeling van Amstel Hotel in de kosten van het geding.
3.
[eiser] stelt - kort gezegd - dat van een geldige dringende reden geen sprake is geweest, zodat het ontslag op staande voet ten onrechte is gegeven. Hij wijst erop dat er zowel objectief als subjectief niet van dringendheid kan worden gesproken, terwijl het ontslag voorts niet onverwijld is gegeven.
4.
Het enige dat er waar is van alle beschuldigingen aan het adres van [eiser] is, dat hij in de nacht van 18 op 19 november 2013, na een lange avond in Carré, een slok rode wijn heeft gedronken en ook een slok rode wijn aan [naam 5] heeft aangeboden. Dat is gewoon in de pantry gebeurd, in alle openheid, onder het oog van de camera. [eiser] heeft daarvoor toen, na het gesprek op 20 november 2013 geen waarschuwing gekregen, is niet geschorst en heeft gewoon doorgewerkt, aldus steeds [eiser]. [eiser] meent dat hij dit beter niet had kunnen doen, maar voegt daaraan toe dat de sanctie die Amstel Hotel heeft laten volgen disproportioneel is.
5.
Alle andere beschuldigingen zijn volgens [eiser] onwaar en worden dan ook niet of nauwelijks bevestigd door anderen die door Amstel Hotel zijn gehoord. Van de op 20 en 21 november 2013 afgenomen verklaringen, noemen 7 betrokkenen de naam van [eiser] niet en één [naam 5] ) noemt [eiser] alleen in verband met de slok rode wijn. Alleen [naam 6] verklaart op 20 november 2013 dat [eiser], na terugkeer in het hotel, heeft gezegd dat men nog een glaasje mochten drinken en dat [eiser] en een aantal anderen ook champagne heeft gedronken, [eiser] in ieder geval meer dan een half glas. Het geeft te denken dat een aantal van de betrokkenen, toen zij op 25 november 2013 opnieuw zijn gehoord, zich opeens meer of anders herinneren.
6.
Bij [eiser] bestaat heel duidelijk de indruk dat Het Amstel Hotel een stok heeft gezocht om de hond mee te slaan, en zich daarbij is gaan richten op [eiser], die blijkbaar te duur is. In dat licht ziet [eiser] de verklaringen die door de betrokkenen in de “tweede ronde” zijn afgelegd, en waarbij veel meer betrokkenen [eiser] zijn gaan noemen, kennelijk in ruil voor een minder zware maatregel voor zichzelf.
7.
Amstel Hotel voert gemotiveerd verweer tegen de vorderingen. Dit verweer zal, voor zover van belang, hierna worden besproken en beoordeeld.
Beoordeling
8.
In dit kort geding dient te worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen dan wel of de vordering van [eiser] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd. Het navolgende behelst dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.
9.
Voorshands wordt geoordeeld dat het gegeven ontslag op staande voet niet zal stranden, omdat het niet onverwijld zou zijn gegeven. Amstel Hotel heeft er terecht op gewezen dat de directe aanleiding voor het instellen van een onderzoek was de vaststelling dat er in de nacht van 18 op 19 november 2013 twee magnum flessen champagne waren weggenomen en dat haar enige tijd moet worden gegund om dat onderzoek zorgvuldig uit te voeren. Amstel Hotel heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij dat onderzoek vrijwel direct is gestart en met de nodige voortvarendheid heeft verricht en afgerond. De totale periode tussen het voorval en het gegeven ontslag, tien dagen, wordt in het licht daarvan niet als te lang beoordeeld.
10.
Amstel Hotel heeft aangevoerd dat de handelwijze die [eiser] wordt verweten, wel degelijk een dringende reden oplevert. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Het Amstel Hotel aangevoerd dat zij [eiser] drie zaken verwijt, die alle drie strijd met de huisregels opleveren:
-
dat hij in de nacht van 18 op 19 november 2013 alcohol heeft gedronken.
-
dat hij bij eerdere gelegenheden tijdens het werk heeft gedronken.
-
dat hij anderen heeft aangezet, althans heeft uitgenodigd, om alcohol te drinken.
11.
De kantonrechter leidt hieruit af dat Het Amstel Hotel het verduisteren van voorraad, het niet naar waarheid verklaren en het niet volledig meewerken aan het onderzoek (zie onder 1.6) niet langer ten grondslag legt aan het ontslag op staande voet.
12.
Ten aanzien van de dringende reden overweegt de kantonrechter als volgt.
13.
Amstel Hotel heeft aangevoerd dat op 18 november 2013 ongeveer om 22.00 uur [naam 3] naar Carré is gekomen om het personeel te bedanken voor het harde werk, en daarbij gezorgd heeft voor een flesje bier en sandwiches. [naam 3] heeft met het personeel geproost, hen bedankt en met hen een sandwich gegeten en een biertje gedronken. Na ongeveer een kwartier heeft hij het personeel weet aan het werk gezet en is hij vertrokken. Omdat het zo’n bijzondere gelegenheid was had [naam 3], in overleg met de [naam 1], besloten toestemming te geven voor het nuttigen van een alcoholische consumptie. Dat is ook overeenkomstig het geldende beleid, aldus steeds Amstel Hotel.
14.
Vast staat dat [eiser] op 18/19 november 2013 een slok rode wijn heeft gedronken en ook een slok rode wijn aan [naam 5] heeft aangeboden. Dat levert strijd met de geldende huisregels op, nu als vast staand wordt aangenomen dat het drinken niet beroepsmatig nodig was. De verwijten, onder 10, a en c worden [eiser] dan ook terecht gemaakt. In de gegeven omstandigheden wordt deze handelwijze van [eiser], ondanks de eerder gegeven waarschuwing, voorshands als onvoldoende ernstig aangemerkt om tot een dringende reden te concluderen. Immers heeft Amstel Hotel zelf de huisregels met betrekking tot het gebruik van alcohol niet consequent toegepast. Zij heeft immers het personeel in Carré de betreffende avond bier aangeboden. En dit terwijl de thans geldende huisregels (zie onder 1.3) bepalen dat het nooit is toegestaan om tijdens werkuren alcohol ter gebruiken, met als enige uitzondering de situatie dat het alcoholgebruik beroepsmatig nodig is. De uitzondering van toestemming van de chef of het management wordt niet genoemd.
15.
De overige verwijten van Amstel Hotel aan het adres van [eiser] betreffen het eerder drinken van alcohol tijdens het werk en het op 18/19 november 2013 aanzetten van anderen tot het drinken van alcohol (behoudens de slok rode wijn van [naam 5]).
16.
Naar voorlopig oordeel van de kantonrechter heeft Amstel Hotel deze beschuldigingen, met de thans bekende gegevens, onvoldoende aannemelijk gemaakt. [eiser] heeft er terecht op gewezen dat van de negen op 20 en 21 november 2013 door Amstel Hotel gehoorde getuigen er slechts één is die op deze punten een voor [eiser] belastende verklaring heeft afgelegd. Dat is onvoldoende om daar de door Amstel Hotel gewenste conclusies aan te verbinden. Aan de verklaringen die in de “tweede ronde” zijn afgelegd zal de kantonrechter slechts een beperkt gewicht toekennen. De verklaringen zijn afgelegd in de periode 25 november tot 4 december 2013, en dateren dus deels van na het gegeven ontslag. Bovendien kan de vraag worden gesteld of de verklaringen steeds in alle vrijheid zijn afgelegd, nu blijkens de verklaringen aan een aantal betrokkenen is gevraagd, of zij nog iets hebben toe te voegen aan de eerdere verklaring, “nu alle betrokkenen zijn gehoord en ook de camerabeelden zijn uitgekeken”.
17.
Voorts wordt meegewogen dat [eiser] al meer dan 33 jaar in dienst is van Amstel Hotel en dat hij een goede staat van dienst heeft.
18.
Het wordt, gelet op al het bovenstaande, aannemelijk geacht dat de bodemrechter het ontslag op staande voet niet in stand zal laten. Dat betekent dat de vordering tot tewerkstelling en het doorbetalen van het salaris behoort te worden toegewezen.
19.
Aan de gevorderde dwangsommen zal een maximum worden verbonden.
20.
Gelet op de afloop van de procedure wordt Amstel Hotel veroordeeld in de kosten gevallen aan de zijde van [eiser].
BESLISSING
veroordeelt Amstel Hotel binnen 96 uur na betekening van dit vonnis [eiser] in de gelegenheid te stellen de functie van sommelier uit te oefenen, op straffe van een dwangsom van 500,- per dag dat Amstel Hotel nalatig is om aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van 75.000,-;
veroordeelt Amstel Hotel om aan [eiser] te betalen het volledige salaris en andere emolumenten vanaf 29 november 2013 tot de datum van beëindiging van het dienstverband;
veroordeelt Amstel Hotel in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op:
voor vastrecht € 213,-
voor salaris gemachtigde € 400,-
voor explootkosten € 92,82
----------- +
in totaal € 705,82
inclusief eventueel verschuldigde btw.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Aldus gewezen door mr. T.M.A. van Löben Sels, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 februari 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter