Op 7 februari 2013 heeft een bespreking plaatsgevonden van [eiser 1] met medewerkers van Bruna B.V. en van ING. De accountant van [eiser 1], die bij dit gesprek aanwezig was, heeft daarvan achteraf een verslag gemaakt. Daarin staat onder meer:
“De heer [B] geeft desgevraagd aan niet naar de letter van de brief van
8 januari 2013 toe te werken naar een finale afwikkeling van het dossier van [eiser 1], maar bereid te zijn tot continuering van de relatie en het ter delging van schulden vrijgeven van het pand [adres 2] voor verkoop.
Sprekend binnen de context van continuering door de ING van de zakelijke relatie met [eiser 1], geeft de ING bij monde van de heer [B] aan dat de verkoopopbrengst van het pand zal worden aangewend voor: aflossing van twee rekening courant kredieten lopend bij de ING ten bedrage van € 50.000,- en
€ 37.840,-, gedeeltelijke aflossing op een financiering door [eiser 1] in eerdere jaren in privé opgenomen bij de ING, een deel inlossing op het krediet dat [eiser 1] voor zijn eenmanszaak heeft lopen bij de ING en een deel dat wordt afgelost op de schuld die [eiser 1] heeft bij Bruna B.V. uit hoofde van leveranties (noot 1).
(…)
Verzocht wordt om de jaarcijfers van [eiser 1]. (…) De heer [B] geeft aan met een concept-jaarverslag opgesteld door de extern accountant akkoord te gaan. (noot 2) (…)
Noot 1. In de krediet-opzeggingsbrief van 8 januari 2013 vraagt de ING vóór 8 maart 2013 € 174.302,95 (…) te voldoen. Op basis van de uitkomsten van de bespreking rondt [eiser 1] de verkoop van het pand [adres 2] af, en met valutadatum 03-04-2013 stort de notaris de verkoopopbrengst die met € 189.985,79 de opvraging door de ING overtreft af bij de ING.
Noot 2. Enkele weken na de bijeekomst sluit de accountant de jaarcijfers van [eiser 1] af met een batig saldo en wordt de ING in het bezit gesteld van het concept-jaarverslag.”