vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Sector civiel recht, voorzieningenrechter
zaaknummer / rolnummer: 378776 / KG ZA 07-1700 OdC/MB
Vonnis in kort geding van 18 oktober 2007
in de zaak van
[Eiser],
wonende te [Woonplaats],
eiser bij dagvaarding van 27 september 2007
procureur mr. L. Nix,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
UITGEVERSMAATSCHAPPIJ DE TELEGRAAF B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. [Journalist 1], in zijn hoedanigheid van verslaggever van dagblad De Telegraaf, werkzaam en kantoorhoudende te Amsterdam,
3. [Journalist 2], in zijn hoedanigheid van hoofdredacteur van Dagblad De Telegraaf, werkzaam en kantoorhoudende te Amsterdam,
gedaagden,
procureur mr. M.A. de Kemp.
1. De procedure
Ter terechtzitting van 5 oktober 2007 heeft eiser, verder [Eiser], gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Gedaagden, verder gezamenlijk (in vrouwelijk enkelvoud) te noemen De Telegraaf c.s., en afzonderlijk De Telegraaf B.V,. [Journalist 1] en [Journalist 2], hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen. De voorzieningenrechter heeft het in geding brengen van aanvullende producties door [Eiser] toegestaan - ondanks het betoog van De Telegraaf c.s. dat ze eerder ingezonden hadden moeten worden - aangezien deze zijn ingediend binnen de daarvoor gestelde termijn, te weten 24 uur voor de behandeling van de zaak. Ook anderszins blijkt niet dat De Telegraaf c.s. hierdoor in haar verdediging is bemoeilijkt en sprake zou zijn van strijd met een goede procesorde.
2.De feiten
2.1. [Eiser] is docent aan het Grafisch Lyceum te Rotterdam. Daarnaast is hij voorzitter van de Contact Groep Islam, de officiële gesprekspartner van de overheid voor aangelegenheden betreffende de islam en integratie. [Eiser] is tevens statutair bestuurder van verscheidene islamitische organisaties, waaronder de Stichting Europe Trust Nederland, een organisatie die banden onderhoudt met de in Birmingham (Engeland) gevestigde instelling Europe Trust. [Eiser] is verder voorzitter van de Federatie Islamitische Organisaties Nederland.
2.2. De Telegraaf B.V. is uitgeefster van het gelijknamige dagblad, waarvan [Journalist 2] de hoofdredacteur is.
2.3. Op zaterdag 4 augustus 2007 is een paginagroot artikel in De Telegraaf verschenen (verder: het artikel), van de hand van [Journalist 1], journalist bij De Telegraaf, onder de kop “MEER MOSLIMMACHT”, met als subkoppen: “[Eiser], nieuwe gesprekspartner regering, werkt mee aan heimelijke plannen” en “Opvolger imam [Imam] duikt op in onderzoek veiligheidsdiensten.” De inleiding op het artikel luidt als volgt:
“De Moslim Broederschap werkt gestaag aan uitbreiding van de invloed in Nederland. De fundamentalistische beweging, die eerder in beeld kwam als stille kracht achter de twee grootste moskeeorganisaties in ons land, blijkt nu te zijn doorgedrongen tot een overlegorgaan met de overheid. De Contact Groep Islam stond vooraan om minister [Minister] toe te juichen na haar omstreden uitspraak dat Nederland ook een islamitisch karakter krijgt. De nieuwe voorman van de groep speelt een hoofdrol binnen de Nederlandse vertakking van de Moslim Broederschap. Vandaag in de Telegraaf: de geheime rapporten over de Broeders en hun ‘verhulde intredepolitiek’.”
En het artikel zelf:
“Een voormalig bedrijfspand in Zaandam (...). (...) De glazen deuren bieden zicht op het Nederlandse filiaal van de machtigste moslimbeweging ter wereld: de Moslim Broederschap. Een naambordje ontbreekt, evenals het vaste motto van deze fundamentalisten: ‘Allah is ons doel, de Koran is onze grondwet’. Amsterdammer [Verhuurder], eigenaar van het pand, verbaast zich over de huurders. (...) Hun leider kwam onlangs naar me toe: of hij het hele pand kon kopen. Financiering was geen probleem, zei hij, want er was een grote geldschieter in Engeland.”
De man die met het voorstel kwam was [Eiser] (45), een uit Marokko afkomstige Nederlander, die steeds meer invloed verkrijgt binnen de moslimgemeenschap. Zijn geldschieter is de Europe Trust in het Britse Birmingham – volgens inlichtingendiensten hét financiële vehikel van de Moslim Broederschap.
Deze internationaal opererende beweging ijvert voor islamitische wereldoverheersing en is een bron van terrorisme. Zo zijn de Palestijnse Hamas, de Egyptische islamitische jihad én Al-Qaeda ontsproten aan de Broederschap.
De Telegraaf onthulde in maart van dit jaar dat vooraanstaande kopstukken van de beweging achter de schermen aan de touwtjes trekken bij de twee grootste moskeeorganisaties van Nederland: het Marokkaanse Essalam in Rotterdam en het Turkse Milli Görüs, dat zich sterk maakte voor de Westermoskee in Amsterdam.
Nauwe band
De in [Woonplaats] wonende [Eiser] is de grote man achter enkele Broederschapgelieerde organisaties in ons land. Zo is hij voorzitter van de Stichting Europe Trust Nederland en de Federatie Islamitische Organisaties Nederland. Volgens de statuten van beide instellingen is er een zeer nauwe band met de Europe Trust in Birmingham. Het bedrijfspand in Zaandam is de Nederlandse uitvalsbasis.
Sinds kort is [Eiser] de nieuwe voorzitter van de Contact Groep Islam. In januari 2005 werd deze groep door toenmalig minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) erkend als gesprekspartner voor de overheid. De erkenning volgde na een onderzoek waaruit bleek dat de groep “een solide organisatie is met een achterban van circa 150.000 moslims in Nederland.”
[Eiser] is de opvolger van de bekende ‘tv-imam’ [Imam], die onlangs op dramatische wijze aankondigde naar Duitsland te emigreren. (...) Deze week zegt hij: “Ik sloeg noodgedwongen op de vlucht, maar er is een ervaren man op mijn plek gekomen voor overleg met de overheid. [Eiser] zit ook al enige tijd in de Nederlandse Moslim Raad. Van banden met de Moslim Broederschap is mij niets bekend.”
De nieuwe gesprekspartner van minister [Minister] (Wonen, Wijken en Integratie) duikt echter al enige tijd op in onderzoeken van inlichtingendiensten naar vertakkingen van de Moslim Broederschap. In geheime rapporten, ingezien door De Telegraaf, komt [Eiser] naar voren als een spin in het web van de fundamentalistische beweging die overal de strenge islamitische shariawetgeving wil invoeren.
In de recente rel rond uitspraken van [Minister] over de islam, verscheen [Eiser] voor het eerst ten tonele als opvolger van [Imam]. De PvdA-minister verklaarde in het dagblad Trouw dat Nederland naast een joods-christelijke ook een islamitische traditie krijgt. [Eiser] was het roerend met haar eens: “Haar benadering is juist. Moslims zijn een onderdeel van de Nederlandse samenleving. Dat kun je niet negeren. Je moet geen monster van de islam maken.”
De actie van [Minister] past in het streven van [Eiser] en de Moslim Broederschap om te komen tot ‘een georganiseerde infrastructuur’, zoals in inlichtingenrapporten wordt beschreven.
(...)
[Eiser] - deze week wegens vakantie in zijn geboorteland Marokko niet bereikbaar voor commentaar - is afkomstig uit het Berberdorp [Geboorteplaats], dat op de grens met Algerije ligt.
(...)
Samen met zijn zoon brengt [Eiser] als eigenaar van uitgeverij Noer Al’ilm een reeks moslimboeken op de markt, waaronder het standaardwerk van sjeik Yusuf al Qaradawi, een ideoloog van de Moslim Broederschap. Af en toe geeft [Eiser] als Nederlandse moslimleider commentaar op de website van de sjeik, die persona non grata is in de VS, waar hij wordt beschouwd als ‘theoloog van de terreur’.
[Eiser] werkte actief mee aan het opbouwen van de Moslim Broederschaporganisatie in Nederland. Naast het aanvoeren van de instellingen in Zaandam, bekleedt hij een topfunctie in de Liga van de Islamitische Gemeenschap in Den Haag. De oprichting van de Liga bleef niet onopgemerkt bij veiligheidsdiensten, zoals blijkt uit de aanhef van een rapport: “Een zeer goed ingevoerde bron kwam met het bericht dat de Liga de paraplu van de Moslim Broederschap in Nederland zou kunnen zijn.”
[Eiser]’s medebestuurder van de Liga is de uit Syrië afkomstige [Medebestuurder] - volgens inlichtingenbronnen actief binnen de PvdA. [Medebestuurder] was directeur van de Rotterdamse stichting Al-Aqsa, die in 2003 op de terreurlijst belandde wegens steunverlening aan Hamas.
Een voormalig bestuurder van de Liga, de Jordaniër [Voormalig bestuurder] uit Vlaardingen, was penningmeester van Al-Aqsa. Zowel [Medebestuurder] als [Voormalig bestuurder] is volgens inlichtingendiensten gelieerd aan bekenden uit het netwerk van de Hofstadgroep.
Maar [Eiser] – de nieuwe gesprekspartner van [Minister] – is nog op andere wijze verbonden aan Hamas-activisten en fondsenwervers. Zo is de ‘executive director’ van de Europe Trust in Birmingham – de baas van [Eiser]’s filiaal in Zaandam - tevens de leidende figuur van Interpal in Engeland. Deze organisatie is door de VS en Israël aangemerkt als terreurfinancier.
Op het privéadres van [Eiser]’s kompaan [Medebestuurder] stond tot voor kort een bedrijf ingeschreven van een man die ook een belangrijke rol speelt in de top van Europe Trust. Het gaat om [Betrokkene] uit Koeweit. [Betrokkene] is vicevoorzitter van de Kuwait Joint Relief Committee - een hulpverleningsorganisatie die in de VS wordt verdacht van mogelijke banden met Al-Qaeda.
Invloed
Tegen die achtergrond wordt door moslimbroeders gewerkt aan uitbreiding van de invloed in Nederland. Het meest recente jaarverslag van Europe Trust maakt melding van de geplande aankoop van het bedrijvencomplex in Zaandam. Het fonds werkt verder aan het opzetten van projecten in Utrecht en Eindhoven. Doel: ‘de promotie van onderwijs en sociaal welzijn’.
Op de lange termijn, zo is de veronderstelling in de inlichtingenwereld, is de Broederschap uit op macht voor de moslims. Zo maakte de AIVD in een openbaar rapport eind 2004 melding van ‘heimelijke, geweldloze strategieën’ op internationaal niveau.
“Bij deze strategieën wordt gekozen om niet tot een direct gewelddadige confrontatie met de staatsmacht te komen, maar deze stilaan te ondermijnen door een intrede in en uiteindelijke overname van het ambtenarenapparaat, de rechterlijke macht, de onderwijsinstellingen en lokale overheden.”
De AIVD signaleerde ook voor Nederland mogelijk dreigende activiteiten, ‘gericht op een verhulde intredepolitiek in politieke en maatschappelijke instellingen.’”
2.4. Als illustratie is bij het artikel een soort ‘organigram’ (organigram I) afgebeeld, waarop een verband wordt geschetst tussen [Eiser] en Europe Trust te Birmingham met Hamas en Al Qaeda.
2.5. In een ‘Testimony’ van Ian Johnson, journalist van de Wall Street Journal, gedateerd 6 februari 2006, staat onder meer het volgende:
“Indeed, these groups (moslimorganisaties in Frankrijk, Engeland en Duitsland, vzr.) are really the only pan-European Muslim movement. Their leaders meet at conferences, serve on each other’s boards and are united under an umbrella group called the Federation of Islamic Organizations in Europe, or FIOE. (...) FIOE has set up a series of key institutions that push the Muslim Brotherhood worldview. (...) In 1995, FIOE sets up the European Trust to finance its activities. A year later it started the European Council for Fatwa and Research, which is run by the famous cleric, Youssef al-Qaradaw, whom I mentioned earlier as a proponent of suicide bombing.”
2.6. In een artikel in De Telegraaf van 24 maart 2007 wordt de Europe Trust aangeduid als ‘de financiële instelling van moslimbroeders’ en ten tonele gevoerd als ‘volgens inlichtingendiensten ‘het financiële vehikel van de Moslim-Broederschap-aanhangers in Europa’’. In ditzelfde artikel wordt sjeik Yusuf el Qaradawi ‘een ideoloog van de broederschap’ genoemd, die meer dan eens zelfmoordaanslagen heeft verdedigd, en vermeld dat hij persona non grata is in de V.S. en daar wordt beschouwd als ‘theoloog van de terreur’.
2.7. Op de website www.islamonline.net staat een artikel van 26 mei 2005, waarin is vermeld dat [Eiser] er een voorstander van is dat Nederlandse moslims voor de Europese grondwet stemmen.
2.8. Op 7 augustus 2007 hebben de kamerleden Wilders en De Roon van de Partij voor de Vrijheid onder meer de volgende vragen gesteld aan de ministers van Justitie en voor Wonen, Werken en Integratie:
“2 Is het waar dat [Eiser] door inlichtingendiensten gezien wordt als spin in het web van de fundamentalistische Moslim Broederschap? (...)
6 Bent u bereid [Eiser] niet langer als gesprekspartner te beschouwen? Zo neen, waarom niet?
7 Bent u bereid de Moslim Broederschap en alles wat daar direct of indirect mee te maken heeft in Nederland met wortel en tak uit te roeien? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom niet?” Deze vragen zijn tot dusver nog niet beantwoord.
2.9. Bij brief van 21 augustus 2007 heeft (de raadsman van) [Eiser] de Telegraaf c.s. verzocht het artikel te rectificeren.
2.10. Bij brief van 24 augustus 2007 heeft De Telegraaf c.s. aan [Eiser] meegedeeld niet tot rectificatie bereid te zijn.
2.11. [Eiser] heeft naar aanleiding van het artikel op 6 september 2007 bij de politie te Utrecht, team IJselstein/Lopik, aangifte gedaan van smaad/smaadschrift.
2.12. Bij brief van 30 augustus 2007 heeft R. Hoogstraten, lid van het College van Bestuur van het Grafisch Lyceum te Rotterdam [Eiser], die daar als leraar werkzaam is, “naar aanleiding van een aantal publicaties over uw persoon” en “gelet op de inhoud van de berichtgeving” uitgenodigd voor een onderhoud.
2.13. De Telegraaf c.s. heeft een niet van een naam van een opsteller en een datum voorzien stuk in het geding gebracht, volgens haar afkomstig van ‘een veiligheidsdienst’, waarin (onder meer) het volgende is vermeld:
“Een zeer goed ingevoerde bron kwam met het bericht dat de LIGA VAN DE ISLAMITISCHE GEMEENSCHAP IN NEDERLAND (LIGN) mogelijk de paraplu organisatie van de Moslim Broederschap in Nederland zou kunnen zijn (...)” Bij dit stuk is een ‘organigram’ (organigram II) gevoegd, waarin [Eiser] en Ibrahim Akkari zijn weergegeven als ‘member of board’ van de Liga van de Islamitische Gemeenschap Nederland, die deel zou uitmaken van de Stichting Islamitische Universiteit Europa.
2.14. Op de website www.expatica.com (een website met “news and information for expats in Germany”) is in een artikel van 23 januari 2004 vermeld dat Ibrahum el-Zayat hoofd is van de Moslim Broederschap in Duitsland en is tevens vermeld dat deze El-Zayat percelen land heeft aangekocht namens de European Trust.
2.15. In de Duitse krant Frankfurter Allgemeine staat in een artikel van 4 augustus 2006, over de bouw van een moskee, onder meer het volgende:
“Der Eigentümer des Grundstücks (...) El-Zayad, ist sehr eng mit dem “European Trust” in London verbandelt, die wiederum laut Verfassungsschutz der radikalen Muslimbruderschaft nahesteht, der immer wieder Selbstmordattentate verherrlicht hat.”
2.16. In een artikel van 1 november 2006 van de hand van L. Vidino, analist van The Investigative Project, counterterrorism research institute in Washington D.C., getiteld: ‘Aims and Methods of Europe’s Muslim Brotherhood’ is onder meer het volgende te lezen:
“In 1989 the European Brothers founded the Federation of Islamic Organizations in Europe (FIOE) (...) Even though it has gained prominence in Europe as a moderate Muslim Organization, however, FIOE is nothing more than the umbrella organization for most Ikhwan groups ( lees: groepen die gelieerd zijn aan de Moslim Broederschap, vzr.) in Europe. (...)
In 1996 FIOE created the European Trust, a financial institution devoted to raising funds (...). Also in 1996, (...) FIOE established a youth branch (...) headed by the ubiquitous El Zayat (...).”
3. Het geschil
3.1. [Eiser] vordert veroordeling van De Telegraaf c.s. tot rectificatie van het artikel op straffe van verbeurte van een dwangsom, door plaatsing van de onder I in het petitum vermelde tekst in de Telegraaf, althans, naar [Eiser] ter terechtzitting nader heeft geformuleerd, met een tekst die de voorzieningenrechter juist voorkomt.
Daarnaast vordert [Eiser] veroordeling van De [Gedaagde] c.s. tot betaling van een bedrag van € 10.000,- als voorschot op (vergoeding van) de door [Eiser] geleden schade en veroordeling van De Telegraaf c.s. in de proceskosten.
3.2. [Eiser] heeft zijn vordering, samengevat, als volgt toegelicht. In het artikel wordt, op basis van ‘geheime rapporten’ van ‘inlichtingendiensten’ beweerd dat de geldschieter van Europe Trust, namelijk Europe Trust te Birmingham, het financiële vehikel is van de Moslim Broederschap, de in 1928 in Egypte opgerichte fundamentalistische organisatie en dat [Eiser] een sleutelfunctie heeft in deze beweging, die uit is op invoering van de Sharia. Deze beweringen zijn feitelijk onjuist en zeer schadelijk voor de eer en goede naam van [Eiser]. [Eiser] heeft niets te maken met de Moslim Broederschap en Europe Trust evenmin. Het werk van Al-Qaradawi dat de uitgeverij van [Eiser] publiceert is ook verkrijgbaar bij de Bruna en bij elke openbare bibliotheek. Op de webiste van Al-Qaradawi is alleen vermeld dat [Eiser] Nederlandse moslims heeft aangeraden om vóór de Europese grondwet te stemmen. De suggestie van De Telegraaf c.s. dat [Eiser] actief meewerkt aan de verspreiding van ideeën van agressieve moslimfundamentalisten is nergens op gebaseerd. De Telegraaf c.s. heeft hem ook niet om een weerwoord gevraagd. De reputatie van [Eiser] is ernstig aangetast, wat mede blijkt uit het feit dat zijn werkgever het Grafisch Lyceum hem ter verantwoording heeft geroepen en uit de kamervragen van Wilders en De Roon. De onjuistheden in het artikel moeten zo snel mogelijk worden gerectificeerd. Als [Eiser] daadwerkelijk banden met radicale organisaties zou onderhouden, zou hij ongetwijfeld geen gesprekspartner van de regering zijn. Aangenomen mag immers worden dat hij uitgebreid is gescreend. De schade die [Eiser] heeft geleden dient zo snel mogelijk te worden vergoed. Overigens heeft [Eiser] in het gesprek met zijn werkgever de ongerustheid kunnen wegnemen.
3.3. De Telegraaf c.s. voert verweer, waarop hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
4.1. Deel uitmakend van de Islamitische gemeenschap vervult [Eiser] in Nederland belangrijke maatschappelijke functies, onder meer die van gesprekspartner van de minister van Wonen, Werken en Integratie. In het artikel valt te lezen dat [Eiser] nauw gelieerd is aan en zelfs een sleutelfunctie vervult binnen de Moslim Broederschap, dat dit een fundamentalistische beweging is die de sharia wil invoeren, en dat deze informatie afkomstig is van inlichtingendiensten. De passages ‘[Eiser], nieuwe gesprekspartner regering, werkt mee aan heimelijke plannen’ (...) ‘duikt op in onderzoek veiligheidsdiensten’ ‘speelt een hoofdrol binnen de Nederlandse vertakking van de Moslim Broederschap’ en de overige inhoud van het onder 2.3 aangehaalde artikel spreken in dit opzicht voor zich.
Hieruit volgt dat de positie van [Eiser] als gesprekspartner van de minister door de aangehaalde passages wordt aangetast, hetgeen ook kennelijk de bedoeling is.
4.2. Partijen verschillen van mening over de vraag of de inhoud van het artikel voldoende steun vindt in het beschikbare feitenmateriaal. In het artikel wordt als bron bij herhaling en verder niet gespecificeerd verwezen naar ‘inlichtingendiensten’. Ter adstructie van deze bron heeft De Telegraaf c.s. in het kader van deze procedure verwezen naar het onder 2.13 weergegeven stuk. Andere van ‘inlichtingendiensten’ afkomstige informatie is niet in het geding (ter sprake) gebracht. Dit stuk betreft een verklaring van negen regels, waaruit niet blijkt van wie deze afkomstig is, noch van wanneer deze dateert. De Telegraaf c.s. heeft desgevraagd meegedeeld dat het bij deze verklaring gevoegde als illustratie geplaatste organigram (organigram II) dateert van rond mei 2005 en de verklaring van ruim daarvóór. Niet alleen is de verklaring dus enkele jaren oud, maar ook is deze gesteld in algemene bewoordingen, zonder concrete feitelijke mededelingen te bevatten. Ook het organigram (II) - dat overigens niets te maken heeft met het door De Telegraaf c.s. zelf geconstrueerde organigram I - biedt onvoldoende aanknopingspunten om betrokkenheid van [Eiser] bij (aan de) Moslim Broederschap (gelieerde organisaties) te kunnen aannemen. De omstandigheid dat [Eiser] in 2004 enige tijd lid is geweest van de, thans niet meer actieve, Liga van de Islamitische Gemeenschap in Nederland, hetgeen hij erkent, is daartoe onvoldoende. Van (recente) contacten met de in het artikel genoemde El Qaradawi en El Akkari is evenmin iets gebleken. Het op de website van El Qaradawi aangehaalde citaat van [Eiser] betreft slechts zijn visie op de Europese grondwet. Enig verband met fundamentalistische organisaties valt daarin niet te bespeuren.
4.3. Uit het voorgaande vloeit voort dat De Telegraaf c.s. de mededeling dat [Eiser] en/of de organisaties waar hij deel van uitmaakt volgens inlichtingen-diensten nauwe banden hebben met de Moslim Broederschap, op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt. Dat in een aantal perspublicaties (aangehaald onder 2.14 tot en met 2.16) een verband wordt gelegd tussen de Moslim Broederschap en de Europe Trust in Engeland - bij welke organisatie [Eiser] via de Nederlandse Europe Trust wel betrokken is - maakt dat niet anders. Deze publicaties zijn in het artikel niet genoemd, verwijzen niet naar de persoon van [Eiser] en slechts in een ver verwijderd verband naar de organisaties waarbij hij betrokken is (geweest). Het primaire verweer van De Telegraaf c.s., dat de beweringen over [Eiser] in het artikel voldoende steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal, wordt dan ook verworpen.
4.4. De Telegraaf c.s. heeft verder nog aangevoerd dat uit jurisprudentie van de Hoge Raad zou voortvloeien dat [Eiser] zich niet kan verzetten tegen het artikel, omdat in eerdere publicaties al verbanden zijn gelegd tussen de Moslim Broederschap en (onder meer) de Europe Trust. Dit verweer gaat niet op, aangezien deze publicaties geen betrekking hadden op [Eiser] zelf.
4.5. De Telegraaf heeft zich subsidiair beroepen op haar vrijheid van meningsuiting. Uitgangspunt is dat dit recht ingevolge artikel 10 EVRM (Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden) slechts kan worden beperkt bij gevallen in de wet voorzien en voor zover deze beperking noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam of de rechten van anderen. Een wettelijke beperking kan zijn gelegen in artikel 6:162 (en volgende) Burgerlijk Wetboek, te weten onrechtmatig handelen door degene die zich op de uitingsvrijheid beroept.
4.6. De vraag welk van beide fundamentele rechten - het recht op vrijheid van meningsuiting en de recht op bescherming van de eer en goede naam - zwaarder moet wegen, hangt af van alle omstandigheden van het geval. Daarbij dient enerzijds rekening te worden gehouden met het belang van [Eiser] om niet in de pers te worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen en anderzijds met het belang van De Telegraaf c.s. om misstanden die de samenleving raken onder de aandacht te brengen van het publiek.
4.7. Aan De Telegraaf c.s. moet worden toegegeven dat het onder de aandacht brengen van mogelijke verbanden tussen (bestuurders van) in Nederland actieve Islamitische organisaties en de Moslim Broederschap maatschappelijk van betekenis is. Dit geeft haar echter geen vrijbrief tot het uiten van ongefundeerde beschuldigingen. Het kenschetsen van [Eiser], op grond van informatie van “inlichtingendiensten” als betrokken bij fundamentalistische organisaties, die invoering van de sharia nastreven en terroristische activiteiten verdedigen, is een ernstige beschuldiging, die, zoals hiervoor weergegeven, geen steun vindt in het voorhanden zijnde feitenmateriaal. Daarbij komt dat, anders dan De Telegraaf c.s. heeft betoogd, aan [Eiser] geen weerwoord is gegund met betrekking tot deze beschuldiging. Dat de vorige voorzitter van de Contact Groep Islam, [Imam], is geciteerd met de mededeling dat van betrokkenheid van [Eiser] bij de Moslim Broederschap hem niets bekend is, is daartoe bepaald onvoldoende. Vanwege de ernstige beschuldiging die het artikel bevat, had het op de weg van De Telegraaf c.s. gelegen om de inhoud ervan voor te leggen aan [Eiser] zelf. De omstandigheid dat [Eiser] in augustus 2007 enige tijd met vakantie was en daardoor niet bereikbaar zou zijn geweest, doet daaraan niet af. Er bestond geen dringende noodzaak tot directe publicatie van het artikel en De Telegraaf c.s. heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij alles wat van haar mocht worden verwacht op dit punt (bijvoorbeeld via het verzenden van een brief) in het werk heeft gesteld om [Eiser] daadwerkelijk te bereiken en hem om commentaar te vragen.
4.8. Alles afwegende wordt thans geoordeeld dat De Telegraaf c.s. door het artikel te publiceren onrechtmatig heeft gehandeld jegens [Eiser] en dat diens belang bij het eerbiedigen van zijn recht op bescherming van zijn eer en goede naam in dit geval zwaarder weegt dan het belang van De Telegraaf c.s. bij het informeren van het publiek. In een democratische samenleving is het noodzakelijk dat een ongefundeerde aantasting van de reputatie kan worden rechtgezet, zeker als dit de reputatie betreft van iemand als [Eiser], in zijn positie van gesprekspartner met de overheid.
4.9. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de gevorderde rectificatie zal worden toegewezen, met dien verstande dat de tekst zal moeten luiden als hierna te melden. De dwangsom zal worden gemaximeerd, als na te melden.
4.10. Een geldvordering is in kort geding alleen toewijsbaar, indien voldoende aannemelijk is dat de vordering in een eventuele bodemprocedure zal worden toegewezen en van de eiser niet gevergd kan worden dat hij de afloop van de bodemprocedure afwacht. [Eiser] heeft de volgens hem geleden materiële schade onvoldoende gespecificeerd, noch met bewijsstukken gestaafd, zodat deze niet aan het hiervoor genoemde criterium voldoet. Wel is voldoende aannemelijk dat de bodemrechter in verband met de aantasting van de eer en goede naam van [Eiser] aan hem een bedrag aan immateriële schadevergoeding zal toekennen. [Eiser] heeft een spoedeisend belang bij een prompte genoegdoening, zodat dit onderdeel van de vordering ook in kort geding toewijsbaar is. Een symbolisch bedrag van € 2.000,- komt in dit opzicht redelijk voor, waarbij bedacht moet worden dat de geleden schade ook door de rectificatie al gedeeltelijk wordt gecompenseerd.
4.11. Het bedrag tot voldoening waarvan De Telegraaf c.s. zal worden veroordeeld, geldt als voor¬schot op en ter nadere verrekening met hetgeen zij ten gronde zal blijken verschuldigd te zijn.
4.12. Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij zal De Telegraaf c.s. worden veroordeeld in de kosten van dit geding.
5. De beslissing
5.1. De voorzieningenrechter veroordeelt De Telegraaf B.V. om, binnen 5 werkdagen na betekening van dit vonnis, een rectificatie te plaatsen van het in De Telegraaf van 4 augustus 2007 geplaatste artikel met betrekking tot [Eiser], met de navolgende inhoud. Voor zover de rectificatie niet op de voorpagina wordt geplaatst, dient daarnaar op de voorpagina te worden verwezen.
“Rectificatie.
In de Telegraaf van 4 augustus 2007 is een artikel geplaatst waarin een verband is gelegd tussen [Eiser] en de Moslim Broederschap of soortgelijke fundamentalistische groeperingen, onder verwijzing naar (geheime) rapporten van inlichtingendiensten. Bij vonnis van 18 oktober 2007 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam geoordeeld dat De Telegraaf B.V. met de publicatie van dit artikel onrechtmatig jegens [Eiser] heeft gehandeld. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft De Telegraaf op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt dat op grond van informatie van inlichtingendiensten kan worden aangenomen dat [Eiser] of de organisaties waarvoor hij werkt tot de Moslim Broederschap zouden behoren. De voorzieningenrechter heeft de Telegraaf B.V. veroordeeld tot het plaatsen van deze rectificatie.”
5.2. Bepaalt dat De Telegraaf B.V. een dwangsom verbeurt van € 500,- per dag, voor iedere dag dat zij nalaat om aan de veroordeling onder 5.1 te voldoen, met een maximum van € 10.000,-.
5.3. Veroordeelt De Telegraaf c.s. om aan [Eiser] te voldoen een bedrag van € 2.000,- (tweeduizend euro), als voorschot op vergoeding van door hem geleden immateriële schade.
5.4. Veroordeelt De Telegraaf c.s. in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van [Eiser] begroot op:
-€ 84,31 aan explootkosten,
-€ 300,- aan vastrecht en
-€ 816,- aan salaris procureur.
5.5. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
5.6. Wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R. Orobio de Castro, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Balk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2007.?