Samengevat en voor zover in cassatie van belang, steunt het oordeel van het hof op de volgende overwegingen.
De woorden ‘in dienst tot dezelfde werkgever’ dwingen niet tot de uitleg dat de verzekeraar slechts geen verhaal toekomt ingeval [betrokkene] en [verweerder 1] dezelfde formele werkgever zouden hebben gehad. De veronderstelling dat de wetgever een dergelijke uitleg voor ogen zou hebben gestaan, ligt al aanstonds niet voor de hand, omdat de wetgever zich bij art. 7:962 lid 3 BW in hoge mate heeft laten leiden door de vrees dat arbeidsverhoudingen verstoord zouden raken als gevolg van verhaal door de verzekeraar. Dat risico doet zich ook voor indien de collega op wie verhaal wordt gezocht, is ingeleend. In zoverre is de situatie van [verweerder 1] op één lijn te stellen met die van een werknemer in dienst van [A]. Daarbij komt dat ook in ander verband (zoals in de art. 6:107a, 6:170 en 7:658 (oud) BW) toereikende grond is gevonden om de door de wetgever aangeduide begrippen ‘in dienst’ of ‘werknemer’ niet te beperken tot formeel werknemerschap. (rov. 3.8)
De rechtspraktijk is gebaat bij een heldere en niet voor veel discussie vatbare afgrenzing van de uitzonderingscategorieën van art. 7:962 lid 3 BW. Het rekenen van [verweerder 1] als ingeleende werknemer tot de categorie werknemers op wie Anderzorg de schade van [betrokkene] niet kan verhalen, doet echter niet zozeer afbreuk aan de hier toe te passen maatstaf dat een gebrekkige hanteerbaarheid zou moeten worden gevreesd. Ook hier is van betekenis dat inmiddels in ander verband ervoor is gekozen het materiële werkgeverschap leidend te laten zijn, zonder dat dit noemenswaardig afbreuk heeft gedaan aan de hanteerbaarheid van de systematiek. Het verdient eerder aanbeveling om art. 7:962 lid 3 BW uit te leggen in overeenstemming met hetgeen op die andere verwante terreinen wordt geleerd. (rov. 3.9)
Voor hanteerbaarheid moet wel worden gevreesd als afzonderlijk zou moeten worden getoetst of de arbeidsverhouding van [verweerder 1] en [betrokkene] voldoende duurzaam was om verhaal door Anderzorg tegen te houden In art. 7:962 lid 3 BW ligt besloten dat voor de in die bepaling opgesomde relaties, waaronder arbeidsverhoudingen, duurzaamheid wordt verondersteld. Dan is er voor een afzonderlijk onderzoek naar duurzaamheid geen plaats meer. (rov. 3.10)
De aanwijzingen die uit de totstandkomings-geschiedenis van art. 7:962 lid 3 BW zouden kunnen worden geput, zijn te weinig eenduidig voor een ander oordeel. (rov. 3.11)
Niet kan worden aanvaard dat Anderzorg alsnog een verhaalsrecht toekomt door de omstandigheid dat het uitzendbureau na het ongeval de overeenkomst met [verweerder 1] met terugwerkende kracht heeft beëindigd. (rov. 3.12)